Antipathie en karma (1)

Laten we eens aannemen, dat iemand uit haat of antipathie zijn medemensen kwaad doet, men kan zich dat in allerlei graden voorstellen. Iemand kan uit een misdadig gevoel van haat zijn medemensen kwaad doen. Hij kan ook een criticus zijn – ik laat nu de tussenliggende graden weg -, om dat te zijn moet men altijd een beetje haten, als men tenminste geen prijzende criticus is – dat komt namelijk tegenwoordig zelden voor, omdat het niet interessant is de dingen te waarderen. Het wordt pas interessant, als men grappen over de dingen maakt, er zijn natuurlijk allerlei tussenvormen, maar het gaat hier om daden die uit koude antipathie – die zelfs tot haat kan worden – worden bedreven. Men is het zich zelfs vaak niet bewust, dat men het daarom doet. Alles wat tegen mensen of zelfs lagere wezens wordt gedaan, verandert in zielstoestanden, die ook gespiegeld worden tussen dood en volgende geboorte.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 235 – Esoterische Betrachtungen karmischer Zusammenhänge – Erster Band – Dornach, 24 februari 1924 (bladzijde 72)

Nederlandse uitgave: Rudolf Steiner – GA 235 – Geesteswetenschappelijke beschouwingen van het karma (bladzijde 68) – Uitgeverij Vrij Geestesleven 1976 – Vertaald door A. Goedheer-de Keizer en H.L. Veltman-Arntzenius

Eerder geplaatst op 22 mei 2012

Een gedachte over “Antipathie en karma (1)

  1. Walter Hebing

    Dit citaat van Steiner is ook diepgaand, immers het refereert aan hetgeen in mijn geheugen staat gegrift, namelijk: “Wat Gij voor de minste van mijn scheppingen hebt gedaan, hebt ge voor Mij gedaan!”.Ik heb net even gegoogeld, naar deze uitspraak, maar ik kom niet verder dan: Wat gij voor de minste van mijn broeders gedaan hebt, heb je voor mij gedaan, aldus Jezus! Steiner wijst echter op diepere levensvormen dan Jezus, die wijsheid heeft hij waarschijnlijk in India opgedaan! De minst geboren broeder is het pasgeboren kind van vluchtelingen! Immers de ouders zijn zelf radeloos! Terwijl een pasgeborene, overgeleverd is aan hun positie/conditie op aarde..
    Iets over hebben voor de minste in de Schepping, iets wat bijv. Greenpeach graag wil uitdragen, reikt verder dan het directe broeder belang! In dat kader sluit het naadloos bij mijn reactie op gezondheidscitaat van Steiner gisteren!.
    De vraag is: Wie bepaalt wat tegen de mens is? En nog dieper tegen lagere wezens? Ik vind die denktrant onzin, de mens kon pas op aarde ontstaan, nadat de mineralen naar leven hunkerde en het plantenrijk ontstond, planten hunkerde naar vrijheid en het dierenrijk ontstond, het dierenrijk hunkert naar voedsel voor hart en ziel! En het androgyne mensenrijk ontstond! Maar de mens wilde/wil niet inzien dat hij/zij het toppunt van levensvorm is, niet zijn woorden of daden!
    Het gekke is dat Steiner wel erkent dat een kind jonger dan zes dagen verbinding heeft met het Goddelijke, maar dit gegeven niet uitbouwt naar meer dragers van de Goddelijke Geest Immers alleen kunnen we deze krachten en machten niet verdragen, Om dat toch te kunnen hebben we de goodwill nodig van alles wat leeft en niet andersom! Bunkers, kathedralen, moskeeën, tempels, enz.. bouwen om ons zijn te overleven.
    Één ogenblik en de mens is verlost van alles wat hem/zij deert! Daarvoor moet hij wereldomvattend denken, niet persoonlijk of Nationalistisch! En zeker niet in geloofsvormen, immers de dag biedt meer dan de men vermag! Haat en nijd is een product van tijd, tijd is door de mens geschapen, in werkelijkheid kent de mens geen tijd! Immers hij is het zelf! Toppunt van alles wat leeft, echter hij ontwikkelt zich tot toppunt van alles wat niet leeft!
    Tot zover.
    Groetjes Walter.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s