Ik stelde mij er op in om zuiver objectief waar te nemen

Ik stelde mij er op in om zuiver objectief waar te nemen hoe een mens op mij overkwam. Angstvallig vermeed ik om kritiek uit te oefenen op wat de mensen deden of om sympathie of antipathie in mijn verhouding tot hen te doen gelden: Ik wilde ‘de mens, zoals hij is, alleen maar op mij laten inwerken’.

Weldra ontdekte ik dat een dergelijke waarneming van de wereld waarlijk toegang verschaft tot de geestelijke wereld. In het waarnemen van de fysieke wereld treedt men geheel uit het eigen wezen naar buiten; en daardoor treedt men met een verhoogd geestelijk waarnemingsvermogen de geestelijke wereld binnen.

Bron: Nederlandstalige uitgave van Rudolf Steiner – Mijn Levensweg – bladzijde 218 (Uitgave 1981, Vrij Geestesleven) Vertaling W.A.C. Labberté

Duitstalig: GA 28 – Mein Lebensgang (bladzijde 318)

rudolf_steiner_colour-227x300-1

Eerder geplaatst op 28 november 2020

Lager en hoger Devachan

Net zoals alles wat zich in de mens afspeelt als gedachten naar het astrale gebied wijst, zo wijst alles wat met sympathie en antipathie te maken heeft, naar wat we het lagere Devachan noemen. […]

In ons, voornamelijk in onze borst, spelen processen uit de hemelse wereld of Devachan zich af als gevoelens van sympathie en antipathie voor het mooie en het lelijke, het goede en slechte of het kwaad, zodat we datgene wat we kunnen noemen onze gevoelens tegenover de moreel-esthetische wereld, als schaduwen van het lagere Devachan, de hemelse wereld, in onze ziel dragen.

Dan is er nog een derde kant in het menselijke zieleleven dat we zorgvuldig moeten onderscheiden van de loutere voorliefde voor welwillende handelingen. Het maakt verschil of iemand een mooie, welwillende daad ziet en er welgevallen in heeft of dat men zelf de wil in activiteit omzet om zelf een welwillende daad te verrichten. Ik zou het plezier in het goede, mooie en het misnoegen in slechte, lelijke daden het esthetische element willen noemen en anderzijds dat wat mensen drijft om goed te handelen, het morele noemen.

Het morele staat hoger dan het puur esthetische; het loutere welgevallen of ongenoegen is lager dan de drang van het gevoel om het goede te doen. Voor zover onze ziel zich gedreven voelt om morele impulsen te volgen, zijn deze impulsen de schaduwbeelden van het hogere Devachan, de hogere hemelwereld.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das  esoterische  Christentum und  die geistige  Führung  der  Menschheit – Bazel, 1 oktober 1911 (blz. 86)

13489854392

Atmosfeer na de dood

Zoals we hier door zomerwarmte en winterkou heen op de aarde leven, zo leven we na de dood, verwarmd door onze goede gevoelens, kou lijdend door onze slechte gevoelens; en de uitwerkingen van ons willen dragen we door deze geestelijke jaargetijden en dagen heen.

We zijn, als we door de poort van de dood zijn gegaan, eerst de uitwerking van onze morele gesteldheid op aarde. En we hebben een omgeving die doortrokken is van onze dwaasheden en wijsheden, van onze sympathieën en antipathieën voor het goede.

Zodat we kunnen zeggen: Zoals we op aarde de warme, levensbevorderende zomerlucht om ons heen hebben, zoals we de koude winterlucht om ons heen hebben, zo hebben we na de dood een atmosfeer om ons heen, de geestelijke-psychische atmosfeer, die warm, levengevend is, voor zover ze bereid is door onze goede gevoelens, en we hebben een koude atmosfeer om ons, voor zover ze bereid is door onze slechte gevoelens. 

Hier op deze aarde hebben we, in ieder geval voor bepaalde gebieden, de zomer- en winterwarmte gemeenschappelijk. In de tijd na de dood heeft elk zijn eigen atmosfeer, die hij zelf creëert. En dat zijn juist de belangrijkste ervaringen na de dood, dat de ene naast de andere rilt van de kou, terwijl de andere in levengevende warmte is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – DAS VERHÄLTNIS DER STERNENWELT ZUM MENSCHEN UND DES MENSCHEN ZUR STERNENWELT – Dornach, 1 december 1922 (bladzijde 41)

Eerder geplaatst op 26 januari 2018  (2 reacties)

koud

Hoe onbelangrijk het eigenlijk is wat je als opvoeder zegt of niet zegt

Zolang je voor zo’n eigenschap van het kind dat het bijvoorbeeld wil gaan lopen en het dan niet kan – [….] – zolang je daarvoor sympathie of antipathie hebt indien het in lichte mate optreedt, zolang je je daarover kunt opwinden, zolang kun je eigenlijk nog niet werkzaam opvoeden. Pas indien je het zover hebt gebracht dat zo’n verschijnsel een objectief beeld gaat worden, dat je het met een zekere kalmte  als objectief beeld opvat en alleen maar medelijden ervoor ondervindt, pas dan is in het astrale lichaam die zieleconstellatie ontstaan,waardoor je als opvoeder op de juiste wijze naast het kind staat. En dan zal je al het overige meer of minder goed bewerkstelligen. Want, beste vrienden, het is haast niet te geloven hoe onbelangrijk het eigenlijk is wat je als opvoeder oppervlakkig zegt of niet zegt, en hoe buitengewoon belangrijk het is hoe je als opvoeder zelf bent.      

Bron: Rudolf Steiner – Heilpedagogische cursus – Tweede voordracht (blz. 35) – Dornach 26 juni 1924

Vertaling Frits Wilmar – 1983 Uitgeverij Vrij Geestesleven 

Duits: GA 317 – Heilpädagogischer Kurs (blz. 35)

rudolf-steiner

Ik stelde mij er op in om zuiver objectief waar te nemen

Ik stelde mij er op in om zuiver objectief waar te nemen hoe een mens op mij overkwam. Angstvallig vermeed ik om kritiek uit te oefenen op wat de mensen deden of om sympathie of antipathie in mijn verhouding tot hen te doen gelden: Ik wilde ‘de mens, zoals hij is, alleen maar op mij laten inwerken’.

Weldra ontdekte ik dat een dergelijke waarneming van de wereld waarlijk toegang verschaft tot de geestelijke wereld. In het waarnemen van de fysieke wereld treedt men geheel uit het eigen wezen naar buiten; en daardoor treedt men met een verhoogd geestelijk waarnemingsvermogen de geestelijke wereld binnen.

Bron: Nederlandstalige uitgave van Rudolf Steiner – Mijn Levensweg – bladzijde 218 (Uitgave 1981, Vrij Geestesleven) Vertaling W.A.C. Labberté

Duitstalig: GA 28 – Mein Lebensgang (bladzijde 318)

3d8b129deb88515546b11f559f0ec500