Alles wat ons hier omgeeft, is uiterlijke uitdrukking van de geestelijke wereld

Het leven in de bovenzinnelijke wereld is geen leven in een onwerkelijke droomwereld, maar een leven in een gebied dat het leven in ons zintuiglijk gebied pas verklaarbaar en begrijpelijk maakt. Zoals een gewoon mens, die de wetten van de elektriciteit niet bestudeerd heeft, in een elektrisch aangedreven fabriek binnengaat, daar de wonderbaarlijke motoren en machines ziet en het niet begrijpt, zo begrijpt ook de gewone mens niet de drijvende krachten van de geestelijke wereld.

Het gebrek aan inzicht van de fabrieksbezoeker bestaat zolang als hij de wetten van de elektriciteit niet kent. Zo is de mens ook op geestelijk gebied zonder inzicht, zolang hij de geestelijke wetten niet kent. Er is niets in onze wereld dat niet, waar we ook gaan of staan, van de geestelijke wereld afhankelijk is. Alles wat ons hier omgeeft, is uiterlijke uitdrukking van de geestelijke wereld.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Berlijn, 7 december 1905 (bladzijde 222-223)

Eerder geplaatst op 27 maart 2014

Advertenties

Mijn lot heeft mij op een plaats gezet die niet bij mij past

Hoe dikwijls zijn mensen geneigd te zeggen: Mijn lot heeft mij op een plaats gezet die niet bij mij past. Ik ben, laten we zeggen bijvoorbeeld postbeambte. Als ik in een andere positie was geplaatst, dan zou ik de mensen hoge ideeën kunnen meedelen, grote leringen geven enzovoort.- De fout bij deze mensen is, dat ze hun leven niet aan het belang van hun eigen beroep aanknopen. Ziet u in mij iets belangrijks omdat ik tot de mensen hier spreken kan, dan ziet u het belangrijke in uw eigen leven en beroep niet. Als de postbodes de brieven niet bezorgden, dan zou het hele postverkeer vastlopen; veel werk dat door anderen al gedaan is, zou voor niets geweest zijn. Daarom is ieder op zijn eigen plaats van buitengewone betekenis voor het geheel, en niemand is hoger dan een ander.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Berlijn, 7 december 1905 (bladzijde 212)

Eerder geplaatst op 26 maart 2014

De zintuiglijke wereld is de school

De spirituele wetenschap leert niet de afkeer van het leven. De spirituele kennis kan de volgende vergelijking gebruiken: De ziel is als een bij die uitvliegt over de velden (hinausfliegt auf die Fluren), om honing te zoeken en terug te brengen. Hier op aarde verzamelt de ziel de honing van het leven, die zij na de dood naar het altaar van de godheid brengt. Zonder het leven in de zintuiglijke wereld zou de ziel daartoe nooit in staat zijn. [….] De zintuiglijke wereld is de school, zonder welke de mens nooit tot de geest zou komen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 094 – Populärer Okkultismus – Leipzig, 30 juni 1906 (bladzijde 143)

Eerder geplaatst op 2 april 2016

Dat een gestorvene in de geestelijke wereld leeft, betekent nog niet dat hij ook van deze wereld iets weet

Dat een gestorvene in de geestelijke wereld leeft, betekent nog niet dat hij ook van deze wereld iets weet, hoewel hij die kan waarnemen. Wat in de geesteswetenschap verworven wordt, dat wordt enkel op de aarde verworven, het kan niet in de geestelijke wereld verworven worden. [….] Dat is een belangrijk geheim van de spirituele werelden, dat men in deze wereld kan zijn, haar aanschouwen kan, maar dat wat als weten over de geestelijke werelden noodzakelijk is, op aarde verworven moet worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Bergen, 10 oktober 1913 (bladzijde 338)

Eerder geplaatst op 24 maart 2014

Belevenissen zetten zich om in vermogens, vaardigheden en talenten

De wijze waarop de ervaringen hier op aarde verwerkt worden, is zodanig dat slechts een zeer gering deel uit deze ervaringen meegenomen wordt; uit iedere gebeurtenis zou men veel meer kunnen halen. Denk bijvoorbeeld eens aan hoe men schrijven geleerd heeft. Dat ging gepaard met een verscheidenheid aan ervaringen. Deze belevenissen ballen zich als het ware tot een enkel vermogen samen, de vaardigheid van het schrijven. Wat zich eerst uiterlijk in de wereld heeft afgespeeld, verandert in een vaardigheid. In alle ervaringen is een dergelijke mogelijkheid, een dergelijke gelegenheid besloten: ze kunnen zich later in bekwaamheden, talenten omzetten.

Na de dood vindt een dergelijke omzetting plaats. Als de mens dan weer geboren wordt, verschijnt dan veel als talent, als aanleg. Dat is in het devachan het basisgevoel: dat alle belevenissen zich transformeren tot vermogens, bekwaamheden. Dat geeft het gevoel van gelukzaligheid. Een stroom van geluk doortrekt dan de mensen. Al het creëren (Duits: hervorbringen) voelt een wezen als gelukzaligheid. De verhoudingen die zich in de wereld gesponnen hebben, zijn in het devachan veel intensiever dan hier op aarde. De beperkingen van ruimte en tijd vallen weg. Men kan in deze wereld in feite in andere mensen opgaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn, 22 oktober 1906 (bladzijde 182-183)

Eerder geplaatst op 22 maart 2014