Hier in de fysiek-zintuiglijke wereld is de vervolmakingplaats (3 – slot)

Zoals in het lichaam van de moeder de mens wordt voorbereid, zo wordt in het leven op “moeder aarde” voorbereid, wat ons vaardig moet maken om waar te nemen en te handelen in de hogere werelden. Het is daarom volkomen gerechtvaardigd om van een hogere wereld te spreken en die hoger te schatten dan onze lagere wereld. Maar wij moeten deze uitdrukking slechts in technische zin nemen. Alle werelden zijn in wezen gelijkberechtigde verschijningsvormen van de hoogste principes. We behoren naar geen enkele wereld te kijken alsof wij die verachten. Zo komen wij ertoe ons in juiste zin tot zowel de lagere als de hogere werelden te verhouden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – Das Johannes-Evangelium – Berlijn, 5 maart 1906 (bladzijde 213)

Eerder geplaatst op 13 januari 2016

Advertenties

Hier in de fysiek-zintuiglijke wereld is de vervolmakingplaats (2 van 3)

De mens moet steeds opnieuw door geboorte en dood gaan tot hij zijn volle mate van rijpheid heeft bereikt om dan zijn entree te verkrijgen in het geestelijke rijk zelf, zodat hij geen fysieke organen meer behoeft. Daarom moeten we inzien dat alles wat onze ogen en oren en de andere zintuigen hier verrichten, bekwaamheden zijn voor het hogere leven. Zeker, we hebben er vaak over gesproken dat de mens de hogere zintuigen moet ontwikkelen, dat hij de chakra’s of hogere organen moet vormen, die hem in staat stellen in de geestelijke wereld te komen en te zien. Maar waardoor verkrijgt hij deze hogere vermogens? Door zijn werk hier op het aardse plan. Hier is de voorbereidingsplaats daartoe. Wat wij hier werken, dat bereidt ons de organen voor een hogere wereld voor.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – Das Johannes-Evangelium – Berlijn, 5 maart 1906 (bladzijde 213)

Eerder geplaatst op 12 januari 2016

Hier in de fysiek-zintuiglijke wereld is de vervolmakingplaats (1 van 3)

Wie niet de embryonale toestand zou doormaken, zou nooit rijp kunnen worden om geboren te worden. Wie deze toestand kent, weet ook dat het gewone leven de embryonaaltoestand voor het hogere leven is. Dit brengt ons tot een diep besef van de betekenis van het gewone leven. Zeer gemakkelijk kunnen degenen die de blik richten op de spirituele wereld tot de overtuiging komen, dat er zulk een geestelijke wereld bestaat en dat de mens een burger van deze geestelijke wereld is; ze zouden de fysiek-zintuiglijke wereld kunnen geringschatten en geloven, dat de mens niet snel genoeg deze wereld kan verlaten, zich versterven om snel in de geestelijke wereld te komen. Dat is niet de juiste kennis. Dat is net zo onzinnig als wanneer men de menselijke kiem niet zou willen laten rijpen, maar hem na twee maanden zou willen halen, zodat hij hier kan leven. Precies zo moet men voor het hogere leven rijpen, rijp worden. Dat is degene die zijn hoger zelf ontwikkeld heeft. Hier in de fysiek-zintuiglijke wereld is de vervolmakingplaats. Wie het Ik hier ontwikkeld heeft, is rijp binnen te treden in de goddelijke rijken.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – Das Johannes-Evangelium – Berlijn, 5 maart 1906 (bladzijde 212-213)

Eerder geplaatst op 11 januari 2016 

Godmens

In ieder afzonderlijk mens leeft een godmens. In de verre toekomst zal deze godmens uit iedere enkeling opstaan. Zoals de mens in de tegenwoordige tijd voor ons staat, is hij in zijn uiterlijke gedaante min of meer een afdruk van de innerlijke goddelijke mens, en deze innerlijke goddelijke mens werkt voortdurend aan de uiterlijke mens.

Bron: Rudolf Steiner – GA 094 – DAS JOHANNES-EVANGELIUM – Berlijn, 19 februari 1906 (bladzijde 196)

Eerder geplaatst op 7 januari 2016

Is profetie mogelijk?

Is profetie mogelijk? Ze is mogelijk omdat alles wat op aarde geschieden moet, reeds in de kiem, in de schoot der oerbeelden bestaat van wie de gedachten het plan van onze evolutie vormen. Niets verschijnt op het aardse plan dat niet tevoren in grote lijnen in het gebied van de goddelijke geest was voorzien en voorgevormd. Niets geschiedt in de diepte, wat niet voordien in de hoogte bestaan heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 094 – Kosmogonie – Parijs, 14 juni 1906 (bladzijde 119-120)

Eerder geplaatst op 2 december 2011