Ex Deo Nascimur

De goden gaven de mens, toen ze hem schiepen, ook fouten, opdat hij aan hen zijn krachten kan beproeven. Daarom moeten we de goden ook dankbaar zijn voor onze fouten; want de bestrijding daarvan maakt ons sterk en vrij. Geen moment echter moeten we daarom van deze fouten houden. Goden, die ons zuiver en zonder gebreken zouden hebben geschapen, zouden we niet kunnen danken; want ze zouden ons tegelijk tot zwakkelingen hebben gemaakt. En we moeten onszelf zeggen: Al was de wereld vol duivels, we zijn toch uit God geboren (Duits: von Gott entstammt): Ex Deo Nascimur.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266 b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden –Gedächtnisaufzeichnungen von Teilnehmern – Band II: 1910 – 1912 – München, 11 december 1910 (bladzijde 116)

Eerder geplaatst op 21 juni 2014  (17 reacties)

Begrijpen belangrijker dan helderziend waarnemen 

Men zou gemakkelijk kunnen denken dat het helderziende waarnemen een betere voorbereiding op de dood is dan het alleen aanhoren van de feiten uit de spirituele wereld. En toch heeft de mens na de dood weinig nut van wat hij alleen maar visionair heeft gezien. Daarentegen begint hij zich onmiddellijk van een feit bewust te worden door wat hij aan geestelijke mededelingen ontvangen heeft, als hij deze met zijn verstand heeft begrepen.

Juist dat heeft de waarde na het overlijden: wat men heeft begrepen, ongeacht of het waargenomen is of niet. En al kan de hoogste ingewijde door zijn helderziendheid de hele spirituele wereld zien, dat vergroot zijn betekenis na de dood niet, als hij deze feiten niet in menselijke begrippen kan uitdrukken. Na de dood helpen alleen die dingen die hij hier als begrippen heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 117 – Die  tieferen  Geheimnisse des  Menschheitswerdens im  Lichte  der  Evangelien – Stuttgart, 13 november 1909 (bladzijde 83-84)

Zie ook: Duizend keer beter

Oordeelsvermogen / Herinnering in de volgende incarnatie

Het meest verkeerde inzicht is het resultaat, als men van begrippen, van abstracties uitgaat

Men kan, ik zou willen zeggen, een studie erover maken, hoe erg de mens zich vergist, als hij in zijn kijk op de wereld alleen van begrippen uitgaat, van definities, niet van de onmiddellijke beschouwing van de werkelijkheid. Men heeft tegenwoordig zo veel het gevoel dat men van definities van begrippen moet uitgaan: Wat is Ahriman, wat is Lucifer, wat zijn deze of gene geesten van deze of die hiërarchieën? – zo vraagt men, en als men definities verkregen heeft, dan gelooft men dat men daarmee al iets over de werking begrepen heeft. 

Ik heb vaak het ontoereikende van definities met een kras voorbeeld dat men al in het oude Griekenland kende, aangetoond. Het is natuurlijk niet het modelvoorbeeld van een definitie, deze definitie, maar het is een definitie die klopt: ‘Een mens is een wezen dat op twee benen loopt en geen veren heeft.’ Toen dan de leerling de volgende keer weer kwam, had hij een haan meegebracht, die hij geplukt had: dat was een wezen dat op twee benen loopt en geen veren heeft. Dat is een mens, zo zei hij, volgens deze definitie.

Er zijn werkelijk veel definities die men laat gelden, volgens dit patroon opgebouwd en veel van onze zogenaamd wetenschappelijke definities treffen ongeveer zo de werkelijkheid. Het meest verkeerde inzicht is het resultaat, als men van begrippen, van abstracties uitgaat.

Bron: Rudolf Steiner – GA 177 – Die spirituellen Hintergründe der äußeren Welt – Dornach, 26 oktober 1917 (bladzijde 213)

Eerder geplaatst op 18 augustus 2016  (2 reacties)

De oneindig droevige gebeurtenissen van het vijfde post-Atlantische tijdperk

Al het onderricht, alle pedagogiek, al het menselijke onderwijs, maar ook het hele uiterlijke menselijke leven moet in de loop van het vijfde post-Atlantische tijdperk (1413-3573) met geestelijke inzichten doordrongen worden, en het moet ingezien worden dat wat tegenwoordig in materialistische kringen als wetenschap wordt beschouwd, geleidelijk aan met zijn consequenties voor het leven verdwijnen moet uit het leven van de aarde.

En alle strijd, die nog zal moeten worden doorstaan ​​in de vijfde post-Atlantische periode, zal slechts een uiterlijke uitdrukking zijn van een spirituele strijd, net zoals de huidige oorlog uiteindelijk ook een uiterlijke uitdrukking is van de tegenstelling tussen het materialisme en de geestelijke wereldbeschouwing. Want hoe de dingen ook verborgen zijn – achter de oneindig droevige gebeurtenissen van de huidige tijd ligt de strijd van het materialisme tegen de  geestelijke wereldbeschouwing.

Deze strijd moet worden uitgevochten. Het zal verschillende vormen aannemen, maar het zal moeten worden uitgevochten omdat mensen alles zullen moeten leren verdragen ​​wat noodzakelijk is te verdragen om de spirituele wereldbeschouwing voor de zesde post-Atlantische periode te verwerven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 174 – Zeitgeschichtliche  Betrachtungen – Das  Karma  der  Unwahrhaftigkeit – Zweiter Teil – Dornach, 15 januari 1917 (bladzijde 152)

Abstract gepraat dat eigenlijk vlucht voor de werkelijkheid is

Als men het essay “Der Sinn der Reformation” van Adolf Keller doorgelezen heeft – het is goed en eerlijk bedoeld en het behoort tot de beste werken van tegenwoordig op dit gebied -, dan wordt men moe door het heen en weer draaien en rollen in steeds dezelfde abstracties: “Reformatie wekt in het gemoed de vrijheid van initiatieven; de vrijheid van de initiatieven komt van de reformatie; als de reformatie had gewerkt, werd de vrijheid van de initiatieven gewekt” -, en zo rolt en draait men om en om volgens het patroon van alle abstractlingen, die niets anders tot stand brengen dan te zwelgen in een paar povere, armzalige begrippen, die niets van doen hebben met de werkelijkheid in de wereld. Dat is eigenlijk het kenmerkende van dat wat overwonnen moet worden: dit abstracte gedoe, dit leven in gedachtenarme ideeën, waarbij men zich de vingers aflikt van welbehagen, omdat men gelooft iets bijzonder verhevens te zeggen, als men iets bijzonder abstracts zegt.

Een dezer dagen kreeg ik een verhandeling, die ging over diepzinnige, theosofische dingen, maar eigenlijk was het slechts een verhandeling over het “iets”, en er werd alleen gesproken over het “iets”, van het “onverbeterde iets” en van het “verbeterde iets”, en hoe het “verbeterde het onverbeterde iets grijpt”, en het “verbeterde iets zich boven het onverbeterde iets stelt”. En zo verder: “bewust en onbewust iets”, “versterkt en onversterkt iets”, dat rolt en rolt maar door – het is uiteindelijk, op het geestelijk gebied overgedragen, ook niets anders dan deze vreemde manier van abstract werken van tegenwoordig, welke dit abstracte bijzonder goed bevalt en dat eigenlijk vlucht voor de werkelijkheid is, dat helemaal niets te maken heeft met een of andere werkelijkheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 177 – Die spirituellen Hintergründe der äußeren Welt – Dornach, 21 oktober 1917 (bladzijde 209)

Eerder geplaatst op 17 augustus 2016