Dat het waar is, kan iedereen inzien

Het moet steeds weer gezegd worden: Zoals men geen schilder hoeft te zijn om de schoonheid van een schilderij te ervaren, zo hoeft men zelf geen geestelijk onderzoeker te zijn – hoewel men het tot op zekere hoogte worden kan -, om na te kunnen gaan of het waar is, wat ik hier zeg. Zoals men de schoonheid van een schilderij ervaren kan, zo kan men met het gewone, gezonde mensenverstand tegenwoordig inzien, wat de geestelijke onderzoeker zegt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 83 – Westliche und östliche Weltgegensätzlichkeit/Wege zu ihrer Verständigung durch Anthroposophie – Wenen, 2 juni 1922 (bladzijde 78)

Slapend

Ik heb er vaak over gesproken dat de mensen, hoewel zij wakker zijn, in de belangrijkste aangelegenheden eigenlijk hun leven slapend laten voorbijgaan. Dit is geen bijzonder verheugend verschijnsel, maar ik kan u de verzekering geven dat je tegenwoordig werkelijk, als je bewust door het leven gaat, vele, zeer vele slapende mensen ziet. Zij laten gebeuren wat er in de wereld gebeurt zonder zich ervoor te interesseren. Zij bekommeren zich er niet om en verbinden zich er niet mee. Slapend laten zij grote wereldgebeurtenissen aan zich voorbijgaan, hoewel zij schijnbaar wakker zijn.

Bron: Hoe werken de engelen in ons astrale lichaam? (bladzijde 7) – Vertaling Martien Ockeloen

Bron (Duits): Rudolf Steiner – GA 182 – Der Tod als Lebenswandlung – Zürich, 9 oktober 1918 (bladzijde 146-147)

Gezond mensenverstand

Zelfs een ingewijde heeft niets aan zijn bovenzinnelijke ervaringen, als hij niet het gezonde mensenverstand juist ontwikkelt. Als vandaag de dag iemand zo denkt – neemt u dit, wat ik nu zeg, werkelijk zeer ernstig -, dat hij zeer goed aan de eisen voldoet, die tegenwoordig bij onze schoolexamens aan de mensen gesteld worden, wanneer hij zich zulke denkgewoonten eigen maakt, dat hij bij het huidige professorendom op de meest bevredigende wijze de examens afleggen kan, dan is zijn gezonde mensenverstand zo verwrongen, dat hij, ook al worden hem op een presenteerblaadje miljoenen ervaringen van de bovenzinnelijke wereld aangereikt, ze net zomin zou zien, als hij in een donkere kamer fysiek zou kunnen zien, wat er in deze donkere kamer aanwezig is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 196 – Geistige und soziale Wandlungen in der Menschheitsentwickelung – Dornach, 18 januari 1920 (bladzijde 96)

Eerder geplaatst op 27 februari 2016

Na het einde van het zevende na-Atlantische tijdperk zal de aarde door een ramp worden geteisterd

Na het einde van het zevende tijdperk (5733-7893) zal de aarde door een omwenteling worden geteisterd, die te vergelijken is met de ramp, die tussen de Atlantische en de na-Atlantische tijd is geschied. En de daarna diepgaand gewijzigde aardetoestanden zullen zich weer in zeven tijdvakken verder ontwikkelen. De mensenzielen, die zich dan zullen belichamen, zullen op een hogere trap van ontwikkeling die gemeenschap met een hogere wereld ervaren, die de Atlantiërs op een lagere trap hebben ervaren.

Maar het zal blijken, dat alleen die mensen opgewassen zullen zijn tegen de nieuw gevormde omstandigheden van de Aarde, die zich in zielen belichaamd hebben, zoals zij kunnen worden onder de invloeden van het Grieks-Latijnse tijdperk (747 voor Chr. – 1413 na Chr.), het daaropvolgende vijfde, zesde en zevende tijdperk van de na-Atlantische ontwikkeling. Het innerlijk van zulke zielen zal in overeenstemming met alles, wat er tot op die tijd van de Aarde zal zijn geworden. De andere zielen zullen dan moeten achterblijven, terwijl het voordien nog in hun keuze zou hebben gelegen, zichzelf de voorwaarden te kunnen scheppen om mee te kunnen komen.

Na de eerstvolgende grote omwenteling zullen die zielen rijp zijn voor de dan heersende omstandigheden, die zich in het bijzonder bij het overgaan van het vijfde (1413-3573) naar het zesde (3573-5733) na-Atlantische tijdperk de mogelijkheid zullen hebben geschapen, de resultaten van het bovenzinnelijke inzicht te doordringen met de krachten van verstand en gevoel. Het vijfde en het zesde tijdperk zijn in zekere mate doorslaggevend.

Weliswaar zullen in het zevende tijdperk de zielen, die het doel van het zesde hebben bereikt, zich dienovereenkomstig verder ontwikkelen; de anderen zullen echter onder de gewijzigde omstandigheden van de omgeving maar weinig gelegenheid vinden, het verzuimde in te halen. Pas in een latere toekomst zullen er weer voorwaarden optreden, die dit toelaten. – Zo schrijdt de ontwikkeling voort van tijdperk tot tijdperk.

Bron: Rudolf Steiner – GA 13 – DIE GEHEIMWISSENSCHAFT IM UMRISS – Gegenwart und Zukunft der Welt- und MenschheitsEntwickelung (bladzijde 410-411)

Deze vertaling is van F. Wilmar

Destijds scheen de publicatie van dit boek mij een waagstuk

Destijds (1909) scheen de publicatie van dit boek (Die Geheimwissenschaft im Umriss) mij een waagstuk. Want ik wist immers, dat juist diegenen de vereiste onbevangenheid niet kunnen opbrengen, die de natuurwetenschap als beroep uitoefenen, en evenmin al die talrijke personen, die in hun oordeel van hen afhankelijk zijn.

Maar voor mijn ziel stond juist dit feit, dat in de tijd, waarin zich het bewustzijn van de mensheid het verst van de wereld van de Geest had verwijderd, de mededelingen uit deze wereld van de Geest in de hoogste mate dringend noodzakelijk waren.

Ik rekende erop, dat er ook mensen bestaan, die de verwijdering van al het geestelijke zo zeer als een levensbelemmering gevoelen, dat zij met een innerlijk verlangen naar mededelingen uit de wereld van de Geest grijpen.

En de volgende jaren hebben dat wel ten volle bevestigd. De ‘Theosophie’ en de ‘Geheimwissenschaft’ hebben als boeken, die bij de lezer een goede wil vooropstellen om op een moeilijke stilering in te gaan, een grote verbreiding gevonden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 13 – DIE GEHEIMWISSENSCHAFT IM UMRISS – VORREDE ZUR SECHZEHNTEN BIS ZWANZIGSTEN AUFLAGE – Goetheanum, 10 januari 1925 (bladzijde 28)

Deze vertaling is van F. Wilmar