Over koorts

De koorts is geen ziekte, maar de mens roept vanuit zijn gehele organisme de som van zijn krachten samen om de schade aan het lichaam weer te herstellen. Deze opstand van het hele organisme tegen de schade drukt zich normaal gesproken uit in koorts. De koorts is het weldadige, het genezende bij de ziekte. Het afzonderlijke beschadigde lichaamsdeel kan zich niet genezen, het moet van andere zijde de krachten krijgen toegevoerd, en dat heeft zijn uitdrukking in de koorts.

Bron: Rudolf Steiner – GA 107 – Geisteswissenschaftliche Menschenkunde – Berlijn, 21 december 1908 (bladzijde 155)

Eerder geplaatst op 4 oktober 2014

Advertenties

Dat men niets meer weet van de geestelijke wereld, dat heeft in werkelijkheid de ontzaglijke ellende veroorzaakt

En dat, mijne heren, dat men niets meer weet van de geestelijke wereld, dat heeft in werkelijkheid de ontzaglijke ellende veroorzaakt. […] En te zeggen: De mensen hebben het verdiend, omdat ze in hun vorige leven slechte dingen gedaan hebben-, dat is natuurlijk onzin, want het is niet het lot van ieder afzonderlijk individu, maar het is het gemeenschappelijke lot van de individuen. Maar ieder ervaart het in dit leven. Denk maar aan hoeveel ellende de mens in zijn huidige leven meemaakt. Van een vroeger leven is het niet afkomstig. Maar in het volgende leven zal hij de gevolgen van de misère van tegenwoordig hebben. Het gevolg ervan zal zijn dat hij verstandiger zal zijn en dat hij meer op de geest gericht is (Duits: daß die Geistwelt in ihn eher hineingehen kann). Zodat dus de tegenwoordige ellende al voor de toekomst een opvoeding is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 350 – Rhythmen im Kosmos und im Menschenwesen – Dornach 16 juni 1923 (bladzijde 119-120)

Eerder geplaatst op 6 oktober 2014

Iets doen en iets niet doen – Over de tien geboden

In feite zijn de tien geboden toch nog de belangrijkste van onze wetten. De tien geboden zijn, als we er nader op ingaan, op een zeer bijzondere wijze opgebouwd. Van de tien zijn er slechts drie zo opgesteld dat het wil zeggen: Je zult iets doen. – De andere zeven zijn zo opgesteld dat men zegt: Je zult iets niet doen. Daaruit blijkt dat de wereldmachten veel meer noodzaak zien om de mensen morele wetten te geven, die zeggen: Je zult iets niet doen -, dan wetten die zeggen: Je zult iets doen. – Want wat geboden wordt niet te doen, verhoudt zich tot wat geboden wordt te doen, als zeven tot drie. We kunnen dus zeggen: De moraliteit moet in het algemeen in de menselijke natuur zo werken dat zij in het bijzonder van het standpunt uitgaat te zeggen: Je zult iets niet doen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Zürich, 15 januari 1912 (bladzijde 45)

Eerder geplaatst op 3 oktober 2014

Kennis/Bescheidenheid

Als de mens altijd alleen maar denkt aan wat hij kan, dan verspert hij zich eigenlijk alle wegen naar kennis. Het pad naar kennis begint in feite ermee dat men in de bescheidenste wijze zich duidelijk maakt, wat men allemaal niet kan en wat toch moet gebeuren in de wereld (Duits: Weltendasein).

Bron: Rudolf Steiner – GA 236 –  Esoterische Betrachtungen karmischer Zusammenhänge – deel 2 – Dornach, 9 mei 1924 (bladzijde 117)

Eerder geplaatst op 2 oktober 2014

Met het opnemen in de vorm van gedachtegangen staat men reeds in de geestelijke wereld

Men stelt zich het binnentreden in de geestelijke wereld veel te veel voor in de trant van een zintuiglijke ervaring, en daarom vindt men, dat wat men bij het lezen over die wereld beleeft, veel te veel op gedachtegangen lijkt. Maar met het ware opnemen in de vorm van gedachtegangen staat men reeds in de geestelijke wereld en heeft men zich nog slechts duidelijk te maken, dat men reeds ongemerkt beleefd heeft, wat men enkel als gedachtenmededeling meende ontvangen te hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 13 – DIE GEHEIMWISSENSCHAFT IM UMRISS – bladzijde 49-50

Deze vertaling is van F. Wilmar uit de vierde druk van de Nederlandstalige uitgave – bladzijde 33

Eerder geplaatst op 1 oktober 2014