Alles wat op de ene manier vergif is, is op de andere manier geneesmiddel

Alles wat op de ene manier vergif is, is op de andere manier geneesmiddel. Men zou kunnen zeggen, dat alles zowel vergif als geneesmiddel is. Natuurlijk, als u een paar emmers water achter elkaar opdrinkt, dan werkt dat als vergif; als u het in de juiste hoeveelheid drinkt, is het een voedingsmiddel en als men het in merkwaardig kleine hoeveelheden toedient, kan het zelfs een geneesmiddel zijn. Water heeft in het algemeen een sterke geneeskracht door allerlei methoden, die men aanwendt. Men kan dus van de gewoonste stoffen zeggen, dat wat vergif is ook geneesmiddel kan zijn. Daarom moet men de werking kennen die zo’n stof heeft, ook op het menselijk lichaam.

Bron: Rudolf Steiner – GA 348 – Über Gesundheit und Krankheit – Dornach, 13 januari 1923 (bladzijde 250)

Vertaling A. Goedheer-De Keizer (Overgenomen uit Gezondheid en Ziekte – bladzijde 225  – Uitgeverij Vrij Geestesleven – 1977)

Zie ook: Wat is een vergif?

Eerder geplaatst op 10 september 2016 

Onnodig werk

Het komt erop aan dat mensen die veel doen, iets doen wat werkelijk nodig is voor het leven, iets doen wat steekhoudend en vruchtbaar in het leven is (Duits: sich rationell, fruchtbar in das Leben hineinstellt. […]

Het gaat er niet om dat men zo veel mogelijk mensen zich met iets laat bezighouden, zodat ze kunnen leven, maar het gaat erom dat in de zin van een werkelijk sociaal leven activiteiten worden verricht die tot een welvarende ontplooiing van dit leven, deze sociale kringloop, nodig zijn. […]

Kijk bijvoorbeeld eens hoe veel boeken vandaag de dag gedrukt worden, waarvan nog geen 50 exemplaren verkocht worden. Nu, neem zo’n boek – hoeveel mensen zijn daar mee bezig tot het klaar is! Die hebben hun levensonderhoud, maar doen geheel onnodig werk. Als ze iets anders deden, zou het verstandiger zijn en zouden daardoor talloze andere mensen wat dit betreft ontlast worden. Zo werken echter talloze typografen, talloze boekbinders, ze maken stapels boeken – meestal zijn het lyrische gedichten, maar er komen ook andere dingen in aanmerking -, stapels boeken worden gefabriceerd; bijna alles moet weer vernietigd worden. Maar zulke onnodige dingen zijn er veel in het hedendaagse leven; ontelbaar veel zaken zijn absoluut onnodig.

Bron: Rudolf Steiner – GA 337b – Soziale Ideen/Soziale Wirklichkeit/Soziale Praxis – Dornach, 30 augustus 1920 (bladzijde 99-100)

Eerder geplaatst op 8 september 2016 

Filisters zijn even nodig als kunstenaars

Het zou een slechte zaak zijn als er alleen maar mensen zouden zijn, die kunstenaar zijn, of als al diegenen die geloven dat ze als kunstenaar erkenning zouden moeten krijgen, werkelijk erkenning zouden krijgen. Ik zou wel willen weten wat er dan van het leven terecht zou moeten komen. Genialiteit is weliswaar noodzakelijk voor het leven, maar ook burgerlijkheid (Philistrosität) is noodzakelijk voor het leven.

En zou er geen burgerlijkheid bestaan, dan zou er waarschijnlijk ook zeer spoedig geen genialiteit meer bestaan. De categorieën “goed” en “slecht” kan men niet zo zonder meer in het leven laten gelden, want het leven is veelvormig. Praten kan men veel, maar men zou eigenlijk niet anders moeten praten dan over wat aan het leven zelf ontleend is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 337b – Soziale Ideen/Soziale Wirklichkeit/Soziale Praxis – Dornach, 30 augustus 1920 (bladzijde 109)

Eerder geplaatst op 7 september 2016

Het Geweten: Een Profetisch Voorgevoel

Het geweten geeft aan of we terugschrikken zullen of dat we gelukkig zullen zijn (Duits: beseligt sein werden), als we in het devachan onze handelingen zullen kunnen aanzien. Het geweten is dus een soort profetisch voorgevoel van hoe we onze daden na de dood zullen ervaren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Breslau, 3 februari 1912 (bladzijde 69)

Alleen het juiste denken is vruchtbaar (2 – slot) – De nood is bewerkt door het onjuiste denken van de mensen

Het is van belang om niet van de verkeerde veronderstelling uit te gaan dat onbekende machten de nood hebben laten ontstaan en dat nu eerst die nood opgeheven moet worden voordat men ertoe over kan gaan om op de juiste manier te denken – dít moet helder ingezien worden: de nood is bewerkt door het onjuiste denken van de mensen en dus kan ook alleen het juiste denken de nood opheffen.

Men moet van heel verschillende kanten dit bijgeloof – dat men de mensheid eerst van brood moet voorzien en dat de mens dan, wanneer hij genoeg brood heeft, ook tot een beter denken komt – bekijken. Want dit is een vreselijk bijgeloof. In de moderne beschaving zal nooit iets vruchtbaars kunnen gebeuren wanneer men er niet toe komt om dit bijgeloof af te leggen en te vervangen door het juiste geloof, dat erin bestaat dat er een omwenteling, een vernieuwing van het denken over de dingen van deze wereld moet plaatsvinden. En dit moet ook geleidelijk bij voldoende mensen in het bewustzijn komen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 338 – Wie wirkt man für den Impuls der Dreigliederung des  sozialen Organismus? – Stuttgart, 12 februari 1921 (bladzijde 21-22)

Deze vertaling is van John Hogervorst, overgenomen uit zijn Driegonaal Nieuwsbrief Juli 2017