De schaduwzijde van de persoonlijke mening

De schaduwzijde van de “persoonlijke overtuiging” is de eigenzinnigheid, het pochen op de “eigen gedachten”. Zo mooi het is om zijn mening zonder voorbehoud te bepleiten, zo nodig is het vanuit een ander gezichtspunt om de mening van zijn medemensen als volledig gelijkberechtigd te laten gelden. En hoe weinig ligt dat juist in het karakter van de vasthouders aan hun overtuiging (Duits: Überzeugungstreuesten). Juist zij tonen vaak een intolerantie van voelen en denken, die het hen onmogelijk maakt om ook op andere meningen werkelijk in te gaan.

Zeker: ze zullen van tolerantie bijna altijd de mond vol hebben. Maar in de praktijk brengen kunnen ze het nauwelijks. Want het komt er niet op aan dat men een principe erkent, maar dat men ernaar leeft. Men moet het zich door oefenen eigenmaken. Innerlijke verdraagzaamheid, gedachtetolerantie zou men zich in strenge zelfdiscipline moeten aanwennen. En als men het in het kleinste doet, zal het uiteindelijk een basiskenmerk van ons hele huidige leven worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 34 – LUCIFER- GNOSIS 1903-1908 GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE – april 1904 (bladzijde 453)

Oppervlakkigheid/Mystiek

In veel kringen die zich vandaag de dag bijzonder mystiek verheven voelen, leeft niets anders dan de mystiek die innerlijke oppervlakkigheid is. Met deze oppervlakkigheid van de ziel dringt men niet door in de eeuwige mysteries van het leven. Hierin dringt men slechts door als men het geduld ervoor heeft om de in de ziel sluimerende krachten werkelijk te wekken of op zijn minst zich met zijn denken in te laten met wat de in de ziel sluimerende krachten van trap tot trap vinden kunnen.

Alleen in de overwinning van de oppervlakkigheid van het hart, in de overwinning van deze oppervlakkige mystiek ligt de mogelijkheid om de krachten van de ziel te vinden, die op de hier eerder aangeduide juiste manier omhoog leiden van het tijdelijke, van het vergankelijke naar het eeuwige, naar het onvergankelijke. Dat echter, op zodanige wijze begrepen, is dan werkelijk in staat vruchtbaar te werken op de meest verschillende gebieden van het hedendaagse leven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 77b – Kunst und Anthroposophie/Der Goetheanum -Impuls – Dornach, 21 augustus 1921 (bladzijde 24-25)

Nuchterheid

Wat ik hier omschreven heb als hogere kenniskracht, dat treedt in zekere zin alleen in op het moment op dat de ziener (Duits: Geistesforscher) zich aan deze hogere inzichten overgeeft. Het is niet iets waardoor hij gevangen genomen wordt of wat hem tot een mystieke dromer maakt, die altijd buiten het leven staat, maar het is iets, wat hij hanteren kan, waar hij bewust heengaat, zoals men naar een uiterlijk wetenschappelijk experiment gaat en weer teruggaat in het gewone leven, waarin men een weldenkend mens is met alle nuchterheid die nodig is in dit leven.

Juist degene die in het gewone leven de neiging heeft tot de een of andere pathologische gemoedstoestand, die in het gewone leven niet zijn volle persoonlijkheid inzetten kan zoals elk ander mens, die kan ook niet in de ware zin van het woord een spirituele wetenschapper zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 77a – Die Aufgabe der Anthroposophie gegenüber Wissenschaft und Leben – Darmstadt, 29 juli 1921 (bladzijde 145-146)

Het mysterie van de liefde

Stelt u zich twee glazen voor, het ene leeg, het andere half gevuld. Dan stelt u zich voor dat we uit het half gevulde glas water gieten in het lege glas en dat daarbij het half gevulde glas steeds voller en voller wordt.De materialist vindt zoiets dwaas. Maar bij een gedachte die geschikt is voor meditatie gaat het niet om iets in fysieke zin werkelijks, maar om iets dat voorstellingen in de ziel vormt. Juist omdat zo’n idee  niet naar iets werkelijks verwijst, leidt zij ons af van de zintuiglijke werkelijkheid. Een symbool kan ze echter zijn, namelijk voor het zielenproces dat met het mysterie van de liefde samenhangt. Bij de liefde vergaat het zo als met het half gevulde glas waaruit men in een leeg glas giet en het half gevulde glas daarbij toch voller wordt.De ziel wordt niet leger, ze wordt voller naar de mate waarin ze geeft. Een dergelijke betekenis kan dit symbool hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 150 – Die Welt des Geistes und ihr Hereinragen in das physische Dasein – Parijs, 5 mei 1913 (bladzijde 61)

Eerder geplaatst op 4 januari 2016

Het geloven op gezag is overgegaan van de religie naar de wetenschap

De mens is er tegenwoordig zo trots op om tegen zichzelf te zeggen dat hij alleen maar gelooft aan wat hij met zijn eigen, persoonlijke wezen bevatten kan. En toch is het als men dieper kijkt zo alsof het oude autoriteitsgeloof van de religies op een ander gebied overgesprongen is, en dit gebied is juist wat men met grote onzekerheid, maar met een des te sterker geloof, abstract “de wetenschap” noemt. – Zodra de mens vandaag de dag hoort: “de wetenschap”, dan komt er weer van alles in hem op wat voorheen van het oude autoriteitsgeloof in een heel andere richting ging.

Wat wetenschappelijk zou zijn vastgesteld, dat is tegenwoordig – om redenen die de mensen in wijdverbreide kring zich helemaal niet goed duidelijk maken – een autoriteit van veel grotere macht dan ooit een autoriteit geweest is.

Hoe vaak hoort men vandaag de dag als antwoord op het een of ander wat als vraag opkomt uit het menselijk innerlijk: ‘De wetenschap zegt dit of dat.’ Deze algemene macht, de wetenschap, heeft nu alle autoriteit voor zich opgeëist. Ze heeft deze autoriteit bij de mensen, die over zichzelf van mening zijn dat ze op de hoogte van hun tijd zijn, ook met betrekking tot levensbeschouwingsvragen in aanspraak genomen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 77a – Die Aufgabe der Anthroposophie gegenüber Wissenschaft und Leben – Darmstadt, 28 juli 1921 (bladzijde 56-57)