Egoïsme/Zielekracht

Een mens kan niet sterk en krachtig worden wanneer hij van de morgen tot de avond zit te piekeren: Wat moet ik nu denken? Wat moet ik nu doen? Wat doet mij nu weer pijn? enzovoort, maar wel wanneer hij op zijn hart laat inwerken wat er in zijn omgeving aanwezig is aan schoonheid en grootsheid, wanneer hij begrip en belangstelling heeft voor alles wat andere harten in gloed zet of wat andere mensen moeten ontberen. Wanneer we die gevoelens in  ons laten opstijgen, waardoor wij komen tot begrip voor en deelname aan de wereld om ons heen, brengen wij in onszelf levenskrachten in de gevoelswereld tot ontwikkeling. Dan overwinnen wij het kleinzielige egoïsme en verhogen en verrijken ons ik, doordat we het in harmonie brengen met onze omgeving. 

[…] Zolang de mens alleen voor zichzelf kan willen, zolang zijn wilsimpulsen alleen nastreven wat bevorderlijk is voor zijn eigen wezen, zal hij zich steeds onbevredigd voelen. Pas wanneer hij in de buitenwereld het spiegelbeeld van zijn wilsimpulsen ziet, wanneer zich daar de verwerkelijking van zijn wilsimpulsen afspeelt, kan hij zeggen dat hij zijn willen in harmonie heeft gebracht met wat er in zijn omgeving gebeurt. Dan is het inderdaad zo, dat onze eigen sterkte en kracht niet tot ontwikkeling gebracht worden door wat wij voor onszelf willen, maar dat wij willen voor de omgeving, voor de andere mensen; dat onze wil zich verwerkelijkt en als spiegelbeeld weer tot ons terugkeert. Zoals het licht het oog in ons tevoorschijn heeft geroepen, zo doet onze zielekracht zich in ons ontstaan uit de wereld van onze daden, van ons werken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 58 – Metamorphosen des Seelenlebens/Pfade der Seelenerlebnisse – Erster Teil – Berlijn, 25 november 1909 (bladzijde 235-236)

Vertaling door Margreet Meijer-Kouwe, overgenomen uit Metamorfosen van het zieleleven – Uitgeverij Vrij Geestesleven/Tweede druk 1985 (bladzijde 136-137)

Enkele opmerkingen over voeding

Over het algemeen zou men slechts matig moeten eten. Vasten, wanneer het niet wordt overdreven in ascetische eenzijdigheid is aan te bevelen.

Eiwitrijke voeding versterkt de seksuele driften en maakt ze moeilijk te beheersen. Suiker bevordert de zelfstandigheid maar ook het egoïsme. Specerijen, vooral peper en zout zouden bij neiging tot woede moeten worden vermeden. Als er een neiging tot gemakzucht en luiheid is, moet slechts weinig stikstofrijke voeding, maar rijkelijk groente en fruit genoten worden.

Bij een neiging tot afgunst, jaloezie en valsheid (Duits: Hinterlist) moeten komkommers, pompoenen en andere slingerplanten vermeden worden . Bij sentimentaliteit (Duits: Gefühlschwärmerei) moeten vooral meloenen worden vermeden. Overvloedige appelconsumptie versterkt bij bepaalde mensen de heerszucht en leidt vaak tot wreedheid en bestialiteit. Kersen en aardbeien zijn door hun hoog ijzergehalte niet voor iedereen heilzaam. Meer gunstig zijn wel bananen, dadels en vijgen. Hazelnoten versterken het denken. Alle andere noten zijn minder waardevol, pinda’s moeten helemaal worden vermeden.

Bron: Anthrowiki – Der Einfluss der Ernährung auf die Seelentätigkeit (Lit.: GA 266a, S. 558ff)

Eerder geplaatst op 16 april 2016

Vegetarisme kan ook schadelijk zijn

Stel een mens is kort geleden overgegaan op vegetarisme. Dan verloopt bij deze nieuwe vegetariër het proces in het onderlichaam op een zeer specifieke wijze. Bepaalde krachten veranderen van materiële in geestelijke. Worden ze echter niet gebruikt, dan werken ze nadelig en kunnen zelfs de hersenactiviteit beïnvloeden.

Wie niet anders actief is als bijvoorbeeld een bankier of een gewone kamergeleerde, kan zich daarbij zeer schade berokkenen, als hij niet spirituele ideeën opneemt door de krachten, die door zijn vegetarische levenswijze opgeslagen (Duits: aufgespart) worden.

Derhalve moet de vegetariër ook tegelijk tot een spiritueel leven overgaan, anders zou hij beter vleeseter kunnen blijven, zijn geheugen zou aan stoornissen kunnen lijden, bepaalde gedeelten van de hersenen zouden beschadigd kunnen worden enzovoort. Het is niet genoeg om zich met vruchten te voeden, opdat voor iemand de hoogste gebieden van het geestelijke leven ontsloten zouden worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn, 22 oktober 1906 (bladzijde 174-175)

Eerder geplaatst op 15 april 2016

Het onmetelijke ongeluk van onze tijd

Mooie begrippen hebben en mooie ideeën hebben, mooie begrippen uitspreken en mooie ideeën uitspreken is niet een cent (Duits: einen Schuss Pulver) waard, als het niet verbonden is met de wil om in de werkelijkheid onder te duiken, de werkelijkheid te kennen. En duikt men in de werkelijkheid onder, dan vindt men in deze werkelijkheid niet alleen het materiële, maar men vindt ook de geest. Alleen voert het van de geest af, dat men met begripsschaduwen, met begripshulzen vandaag de dag afgoderij bedrijft. Dat is echter het onmetelijke ongeluk van onze tijd, dat de mensen zich met mooie woorden bedwelmen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 175 – Bausteine zu einer Erkenntnis des Mysteriums von Golgatha – Berlijn, 27 februari 1917 (bladzijde 85)

Eerder geplaatst op 14 april 2016

Zonder het materialisme zou de mens niet vrij geworden zijn

De mensen hadden in oudere tijden van hun ontwikkeling niet alleen de beide toestanden die ze nu hebben, waken en slapen en daar tussenin een chaotisch dromen, maar ze hadden een de werkelijkheid bemiddelende derde toestand die niet enkel een dromen was, maar een gewaarworden in beelden, hoewel het bewustzijn dof (Duits: herabgedämpft) was; een waarnemen in beelden, maar in beelden die overeenkwamen met een geestelijke werkelijkheid.

Voor de ontwikkeling van het volle menselijke aarde-bewustzijn moest, zoals we weten, deze soort van waarneming van de wereld bij de mens terugtreden. De mens zou niet vrij geworden zijn, als deze toestand gebleven zou zijn. De mens zou niet vrij geworden zijn, als hij niet zou zijn blootgesteld aan alle gevaren en aanvechtingen en verleidingen van het materialisme. Maar de mens moet ook weer de weg terugvinden naar de spirituele wereld, die hij bij het volle aardse bewustzijn moet bemachtigen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 175 – Bausteine zu einer Erkenntnis des Mysteriums von Golgatha – Berlijn, 13 februari 1917 (bladzijde 37-38)

Eerder geplaatst op 10 april 2016