Een vereiste voor iedere leraar in de antroposofie

Ik beschouw het als een eis aan iedere leraar in de antroposofie dat hij slechts zoveel van het onderricht vertegenwoordigt (Duits: ‘vertritt’) als hij naar beste geweten verantwoorden kan, dat betekent, ik verlang van iedere antroposofische leraar dat hij slechts dat zegt waarvan hij zelf een onmiddellijke kennis, een rechtstreeks weten heeft. Niet één woord zou de geestelijke leraar over deze hogere werelden moeten spreken, als hij niet in staat is, zelf na te vorsen; precies met hetzelfde recht als ook niemand over chemie kan spreken, die het niet gestudeerd heeft. Daarom zal ik in voordrachten slechts dat zeggen waartoe ik met absolute zekerheid tot zeggen in staat ben. Niemand is in staat de astrale wereld in haar geheel te schilderen; zij is rijker van inhoud en omvangrijker dan onze fysieke wereld. Ik geef toe dat ook de geestesonderzoeker zich in details vergissen kan, evenals men zich in de fysieke wereld vergissen kan, als men bijvoorbeeld de hoogte van een berg bepalen wil. Maar even zo weinig als een dergelijke vergissing in een detail aanleiding kan zijn om de fysieke wereld te loochenen, even zo weinig kan er voor een mens aanleiding zijn wegens een vergissing in een detail de werkelijkheid van de astrale wereld te loochenen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 88 – Über die astrale Welt und das Devachan – Berlijn, 28 oktober 1903 (bladzijde 32)

Eerder geplaatst op 22 december 2015

Advertenties

Spiritueel snobisme

Dit is wat ik steeds weer probeerde op verschillende wijze – sinds de twee decennia dat de antroposofie onder ons wordt uitgeoefend (Duits: getrieben wird) – door de verschillende voordrachten te belichten en duidelijk te maken, dat het bij ons er waarachtig niet om gaat een voor het zielsgenot behaaglijke wereldopvatting en levensbeschouwing, een soort spiritueel snobisme te cultiveren, maar dat het gaat om inzichten die het huidige tijdperk als zijn belangrijkste impuls nodig heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 197 – Gegensätze in der Menschheitsentwickelung / West und Ost, Materialismus und Mystik, Wissen und Glauben – Stuttgart, 24 juni 1920 (bladzijde 85)

Totale ondergang

Het moet, zoals ik herhaaldelijk heb benadrukt, beslist worden begrepen door een voldoende groot aantal mensen, dat als de neergang, waarin we zijn terechtgekomen als hedendaagse geciviliseerde wereld, niet tot de totale ondergang zal leiden, dat dan de huidige beschaving doordrongen moet worden met bepaalde impulsen, die alleen uit de geesteswetenschappelijke inzichten van de wereld in wijdverbreide omvang kunnen komen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 197 – Gegensätze in der Menschheitsentwickelung / West und Ost, Materialismus und Mystik, Wissen und Glauben – Stuttgart, 24 juni 1920 (bladzijde 74)

Moet men zich van alle kritiek onthouden? (5 – slot)

Onder bepaalde omstandigheden brengt men zich het beste vooruit als men in noodzakelijke gevallen van de inachtneming van een regel, waarvan navolging vooruitgang bewerkt, afziet. Is men als opvoeder wellicht voortdurend genoodzaakt door straffen verdriet teweeg te brengen, dan kan men gedurende deze tijd met betrekking tot bovenstaande regel geheel niets doen. Heeft men echter de leerling verbeterd, dan komt deze goede werking ons karma en daardoor toch onze hogere ontwikkeling ten goede. De wetten van het geestelijk leven zijn onverbiddelijk als men er om welke reden dan ook niet aan voldoet. En ze moeten in alle gestrengheid eenvoudig als geestelijke wetten opgesteld worden, of er een mogelijkheid om ze op te volgen bestaat of niet.

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis» –  juni 1905 (bladzijde 390)

Eerder geplaatst op 24 april 2013

Moet men zich van alle kritiek onthouden? (4 van 5)

Woorden en gedachten die smart teweegbrengen zijn als scherpe pijlen die van ons uitgaan. En aan de punt van de pijl vindt de goddelijke stem een hindernis; hij stuit terug en blijft onmerkbaar. Woorden en gedachten echter die van liefde vervuld zijn, openen zich als bloemenkransen naar buiten, die zacht de andere wezens omsluiten; en bij hen vindt de stem van hogere machten de weg open om tot de wereld door te dringen. Alleen daardoor wordt hij voor ons hoorbaar.

Ten tweede: is men echter genoodzaakt smart te veroorzaken, heeft men misschien zelfs de plicht daartoe als rechter of criticus, dan geldt de wet niet minder. Ook de smart waartoe men gedwongen is, remt de ontwikkeling. Men moet de zaak dan als zijn karma zien. Want als men zich aan die verplichting zou willen onttrekken, om de eigen ontwikkeling te bevorderen, dan zou men uit zelfzucht handelen en daardoor zou men de ontwikkeling in de meeste gevallen meer ophouden dan men ze door het onttrekken aan het veroorzaken van verdriet bevordert.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis» – juni 1905 (bladzijde 389-390)

Eerder geplaatst op 23 april 2013