Intelligentie/Wijsheid

In de huidige tijd beschouwt men ieder mens die intelligent is, ook alsof hij wijs zou zijn. Dat is echter niet het geval. Men kan intelligent zijn en de grootste domheid denken. Er worden de grootste dwaasheden zeer intelligent uitgedacht. Vooral als men naar een groot deel van de hedendaagse wetenschap kijkt, moet gezegd worden: intelligent is deze wetenschap eigenlijk op alle gebieden, maar wijs is ze zeker niet.

Bron: Rudolf Steiner – GA 353 – Die Geschichte der Menschheit und die Weltanschauungen der Kulturvölker – Dornach, 10 mei 1924 (bladzijde 214)

Het komende cultuurtijdperk zal spiritueler zijn

Het komende tijdperk (het zesde na-atlantische cultuurtijdperk 3573-5733 n.Chr.), dat op het onze zal volgen, zal al spiritueler zijn. Hier zullen ook bij de wetenschap de gevoelens meespreken. Wil dan iemand een examen doen en tot de wetenschap worden toegelaten, dan is het noodzakelijk, dat hij een gevoel kan hebben voor het licht, dat achter alle dingen staat, de geestelijke wereld, die alles tot stand laat komen. Dan zal de toetsing voor de wetenschappelijke arbeid erin bestaan, dat men nagaat of de mens bij de toetsing genoeg gevoelens (Duits: Gemütsbewegung) ontwikkelen kan, anders zakt hij voor het examen. Men kan nog zo veel weten, als men niet de juiste gevoelens zal hebben, kan men een examen niet doen. 

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Leipzig, 4 november 1911 (bladzijde 115-116)

Eerder geplaatst op 7 juli 2014

Strijden over meningen

Tegenwoordig vliegen de mensen elkaar nog vaak in de haren over meningen. Maar daar zal men eens mee op moeten houden, eenvoudigweg omdat ieder zijn eigen mening moet hebben.

Wanneer een boom van verschillende kanten wordt gefotografeerd, is het nog steeds dezelfde boom, maar de foto’s zien er heel verschillend uit; zo kan ook ieder mens zijn eigen mening hebben -afhankelijk van het standpunt waarop hij zich plaatst.

Wanneer hij een verstandig mens is, zal hij niet meer over meningen strijden. Hij zal echter sommige meningen gezond, en andere meningen ziek vinden. Maar over meningen strijden, dat doet de mens niet meer. Het is alsof men verschillende foto’s bekijkt en dan opmerkt: die foto’s zijn heel verschillend, deze zijn goed en die andere zijn mislukt.

–Het kan hooguit interessant zijn hoe een mens tot zijn mening komt: of een mening geestrijk tot stand komt, of dwaas, of een mening laag bij de grond is en onvruchtbaar of hoogstaand en voor de mensheid iets betekenen kan – dat kan een mens interesseren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 337b – Soziale Ideen/Soziale Wirklichkeit/Soziale Praxis – Dornach, 16 augustus 1920 (bladzijde 62-63)

Overgenomen van de website van Renée Zeylmans – vertaling John Hogervorst

Verschijning van Christus

Vanaf de dertiger, veertiger jaren van de 20ste eeuw zullen enkele mensen voorkomen, die hun individuele leven zo ontwikkeld hebben, dat ze de ethergestalte van Christus zullen zien, zoals de mensen in de tijd van Jezus van Nazareth de fysieke Christus gezien hebben. En steeds meer en meer zullen in de komende drie duizend jaar mensen komen, die deze etherische Christus zullen zien, tot ongeveer drie duizend jaar na onze jaartelling een voldoende aantal mensen op aarde geen evangeliën of andere documenten meer nodig hebben, omdat ze in de ziel de Christus gezien zullen hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Milaan, 21 september 1911 (bladzijde 49)

Eerder geplaatst op 5 juli 2014

Cultuurtijdperken – (3-slot)

[…] Om nu deze hele volgende cultuurontwikkeling, waar we op aansturen, te begrijpen, is het goed dat we nu dieper op de bijzondere kenmerken van onze zielen in de volgende incarnaties ingaan. Tegenwoordig, in ons intellectuele tijdperk, staan voor alle zielen intellect en moraliteit tamelijk naast elkaar. Iemand kan tegenwoordig een heel slim mens zijn en daarbij immoreel, omgekeerd kan men zeer moreel zijn en helemaal niet erg slim. […]

Nu willen we eens de ontwikkelingsfasen door het vijfde, zesde en zevende na-Atlantische cultuurtijdperk voor onze ziel plaatsen, om te zien, hoe de intellectualiteit, de esthetiek en de moraliteit op onze zielen zullen werken. Terwijl in onze tijd, in het vijfde cultuurtijdperk, ons intellect gehandhaafd kan blijven, ook als we geen welgevallen hebben in moreel handelen, zal dat in het zesde tijdperk heel anders zijn. In het zesde cultuurtijdperk, dus ongeveer vanaf het jaar 3000, zal het immorele verlammend op de intellectualiteit werken. Wie intellectueel is en daarbij immoreel, zal zijn intellect tot een schemertoestand reduceren met de ontwikkeling van de immoraliteit. En dit zal steeds meer in de toekomstige evolutie van de mensheid optreden, zodat de mens die niet moreel is, geen intellectualiteit verwerven kan, omdat dit alleen door morele handelingen mogelijk zal zijn. En in de zevende na-Atlantische cultuurperiode zullen er geen mensen zijn, die verstandig kunnen zijn en niet moreel.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Milaan, 21 september 1911 (bladzijde 44-45-46)

Eerder geplaatst op 4 juli 2014