Pedagogie – Lesstof – Geheugen – Vermogens

Het moet ons duidelijk zijn dat wij de lesstof hoofdzakelijk ertoe gebruiken om de wils-, gevoels- en denkvaardigheden van het kind te vormen, dat het ons er veel minder op aankomt wat het kind in zijn geheugen behoudt, dan dat het kind zijn geestelijk-psychische vermogens ontwikkelt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 295 – ERZIEHUNGSKUNST – Seminarbesprechungen und Lehrplanvorträge – Stuttgart, 23 augustus 1919 (bladzijde 38-39)

Eerder geplaatst op 22 januari 2014

Geest en techniek

Het samenleven met de geestelijke hiërarchieën wordt voor de mensen in hoge mate verzwaard door het steeds meer en meer doortrokken raken van de wereld met de omgeving van de moderne techniek. De mens wordt als het ware weggetrokken uit zijn geestelijk-kosmische samenhang, en wat hij aan krachten zou moeten ontwikkelen om met het geestelijke van de kosmos in verbinding te blijven, wordt afgedempt en ingeperkt in zijn innerlijk. Degene die de eerste stappen van de inwijding al heeft doorgemaakt, merkt daardoor dat alles wat aan mechanisch-machinale dingen in het moderne leven doordringt, zo in de geestelijk-psychische menselijkheid inwerkt, dat het veel in hem doodt, vernietigt. […] Het zou echter het allerverkeerdste zijn, als men nu zou zeggen, dat men zich zou moeten verzetten tegen wat de techniek ons nu eenmaal in het moderne leven gebracht heeft, men zich zou moeten hoeden voor Ahriman, men zich zou moeten terugtrekken van dit moderne leven. Dat zou in zekere zin een spirituele lafheid betekenen. De ware remedie bestaat erin niet de krachten van de hedendaagse zielen te laten verzwakken en zich terug te trekken van het moderne leven, maar de krachten van de ziel sterk te maken zodat het moderne leven kan worden verdragen. Een dappere opstelling tegenover het moderne leven is nodig bij dit wereldkarma, en daarom heeft de geesteswetenschap dit eigenaardige karakter, dat ze van meet af aan inspanningen, min of meer zelfs intensieve inspanningen van de menselijke ziel vereist.

Bron: Rudolf Steiner – GA 275 – Kunst im Lichte der Mysterienweisheit – Dornach, 28 december 1914 (bladzijde 25-26)

Eerder geplaatst op 20 januari 2014

Zie ook: Verleden/Heden/Toekomst

De innerlijke scholing maakt de mensen niet alleen beter

De innerlijke scholing maakt de mensen niet alleen beter, dat moet uitdrukkelijk gezegd worden. Een mens kan nog zo’n hoge ontwikkeling of morele deugden hebben, er verbergen zich in zijn ziel nog altijd onevenwichtige slechte eigenschappen, die meestal door de conventionele moraal verdoezeld worden. De mens is eigenlijk slechter dan waarvoor men hem gewoonlijk aanziet. Bij een esoterische ontwikkeling, die de mens nu zelf in de hand neemt, komen zijn ondeugden onvermijdelijk naar voren, en hier moet de esotericus al zijn kracht gebruiken om ze te overwinnen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Band II: 1910 – 1912  – Stuttgart, 23 februari 1912 (bladzijde 336)

Eerder geplaatst op 19 januari 2014

Belangstelling/Gezondheid/Karma

Laten we eens aannemen, dat iemand weinig belangstelling heeft voor de wereld om zich heen. Wat mij betreft interesseert hij zich nog wel voor wat direct met zijn lichamelijkheid te maken heeft en of men bijvoorbeeld in de buurt goed of slecht eet, maar verder gaan zijn interesses niet. Dat is een arme ziel; hij draagt niets van de wereld in zich en ook weinig van wat zijn omgeving hem te zien had kunnen geven, neemt hij door de dood mee in zijn innerlijk. Daardoor is het werken met de geestelijke wezens in die wereld moeilijk en zwaar. Daarom brengt hij ook geen kracht en energie mee, maar zwakte, een soort onmacht voor de opbouw van zijn stoffelijk lichaam. Het model oefent dan veel kracht uit; de strijd met het model blijkt uit allerlei kinderziekten, maar de zwakte blijft. Hij vormt in zekere zin een zwak, vatbaar lichaam, dat onderhevig is aan allerlei ziekten. Zo verandert geestelijke belangstelling in het ene leven in de gezondheidstoestand in een volgend. Zij die blaken van gezondheid hebben in een vorig leven een levendige belangstelling gehad voor de zichtbare wereld; in dit opzicht hebben aparte feiten in het leven zeer veel invloed. […]

Men zou de hele gezondheidstoestand van een mens kunnen terugvoeren op de belangstelling die hij in een vroeger leven heeft gehad voor de wereld. Mensen die in onze tijd bijvoorbeeld absoluut geen belangstelling voor muziek hebben, zullen zeer stellig in een volgend leven geboren worden met astma of longziekten of er in elk geval aanleg voor blijken te hebben. Het is werkelijk zo, dat wat in één aardeleven in de ziel geleefd heeft, zich uit zal drukken in de gezondheidstoestand van het lichaam in een volgend aardeleven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 235 – Esoterische Betrachtungen karmischer Zusammenhänge – Erster Band – Dornach, 24 februari 1924 (bladzijde 91-92-93)

Nederlandse uitgave: Rudolf Steiner – GA 235 – Geesteswetenschappelijke beschouwingen van het karma (bladzijde 85-86-87) – Uitgeverij Vrij Geestesleven 1976 – Vertaald door A. Goedheer-de Keizer en H.L. Veltman-Arntzenius

De eerlijke kenner weet dat hij niet zo veel weet

De eerlijke kenner weet altijd minder dan degenen die geen eerlijke kenners zijn. De eerlijke kenner houdt zichzelf altijd voor veel dommer dan degenen zichzelf houden, die luchthartig uit het een of ander een zogenaamd zo volledig mogelijke voor de mensen bereikbare kennis in elkaar timmeren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 273 – Das Faust-Problem/Die romantische und die klassische Walpurgisnacht – Dornach, 18 januari 1919 (bladzijde 222)

Eerder geplaatst op 18 januari 2014