Over woede en strijd tegen de antroposofie

Antroposofie is altijd ten opzichte van zaken die op hun gebied volkomen terecht optreden, in een typische positie. Antroposofie is eigenlijk vanuit zichzelf geheel niet strijdlustig. Ze erkent graag alles wat binnen de horizon optreedt waarin het gerechtvaardigd is. Zo zal ze binnen de horizon, waarin het terecht is, natuurlijk ook de psychoanalyse erkennen. 

Maar antroposofie moet de dingen uit de gehele menselijke natuur, uit een totale verklaring van de wereld zoeken, moet dus in zekere zin de kleine kringen, die op enigszins dilettantische lekenwijze ook tegenwoordig door wetenschappers bedreven worden, in grotere kringen betrekken. Ze heeft dan ook geen reden om strijd te voeren. Ze sluit alleen dat wat eenzijdig verklaard wordt in een grote cirkel in. Ze begint daarom in de regel niet uit zichzelf te redetwisten. 

Maar de anderen strijden, want die willen bij hun eigen kleine kring blijven. Die zien op hun manier alleen wat in deze kleine kring is. En omdat hen dat wat in een wijdere horizon ligt en hen eigenlijk in feite zou kunnen stimuleren, helemaal niet bijzonder aanlokt, wijzen ze het woedend af. Zodat de antroposofie meestal genoodzaakt is zich tegen die eenzijdigheden te verweren, die hen aanvallen. Dit is wat met name tegen dergelijke tijdstromingen, zoals de psychoanalyse, gezegd moet worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 303 – Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens -Eine Einführung in die anthroposophische Pädagogik und Didaktik – Dornach, 26 december 1921 (bladzijde 72)

Eerder geplaatst op 11 juli 2016  (3 reacties)

Hoogmoed/Wijsheid/Goedheid

Er bestaat geen grotere hoogmoed dan te zeggen dat men maar een goed mens hoeft te zijn, dan is alles in orde. Men moet immers eerst weten hoe men dat doet, werkelijk een goed mens zijn. Het tegenwoordig bewustzijn is zeer hoogmoedig wanneer het alle wijsheid afwijst. Waarachtig inzicht in het goede vereist dat wij diep indringen in de geheimen der wijsheid, en dat is lastig, want dan moet men veel leren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die  Mission  der  neuen  Geistesoffenbarung – Bielefeld, 6 maart 1911 (bladzijde 135)

Vertaling overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord Goed zijn – 43 

 Eerder geplaatst op 10 juli 2017

Demonen

Alles wat u onwillekeurig doet, alles waartoe u zich innerlijk gedrongen voelt, gebeurt doordat andere wezens op u inwerken. Het gebeurt niet vanuit het niets. De verschillende menselijke wezensdelen worden voortdurend werkelijk doordrongen en vergezeld van andere wezens, en een groot aantal oefeningen die de ingewijde leraar zijn leerlingen laat verrichten zijn bedoeld om deze wezens uit te drijven, opdat de mens steeds vrijer wordt.

De wezens die het astrale lichaam doortrekken en dit onvrij maken worden demonen genoemd. Uw astrale lichaam is voortdurend doordrongen van zulke demonen, en ook de wezens die u zelf door uw goede of verkeerde gedachten voortbrengt hebben de eigenschap dat ze zich geleidelijk aan tot demonen ontwikkelen. Er bestaan goede demonen, die van goede gedachten uitgaan. Slechte gedachten echter, vooral die van onware en leugenachtige aard, brengen de meest vreselijke en afschuwwekkende demonische gestalten voort, waarmee het astrale lichaam om zo te zeggen is doorspekt. 

Vertaling overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord Geesten, spoken, fantomen – 29 (Bron: GA 99 – bladzijde 70-71)

Eerder geplaatst op 9 juli 2016  (31 reacties)

Beeld en Wezen

Ons ware innerlijke zelf nemen we in feite helemaal niet vanuit de geestelijke wereld mee in deze fysieke aardse wereld. We laten het altijd achter in de geestelijke wereld. Het was in de geestelijke wereld voordat we afdaalden naar het aardse bestaan. Het is weer in de geestelijke wereld tussen in slaap vallen en wakker worden. Het blijft altijd in de geestelijke wereld. Als we overdag het huidige bewustzijn als mens hebben en onszelf een ‘ik’ noemen, is dit woord ‘ik’ een verwijzing naar iets wat niet aanwezig is in deze fysieke wereld, dat alleen zijn beeld heeft in deze fysieke wereld.

En we bekijken onszelf niet juist als we zeggen: Ik ben deze robuuste persoon op aarde, ik sta hier met mijn ware wezen, maar we bekijken ons pas juist als we zeggen: Ons ware wezen is in de geestelijke wereld. Wat hier op aarde van ons is, is een beeld, werkelijk een beeltenis van onze ware wezen. – Het meest juiste is dat wat hier op aarde is helemaal niet te zien als de werkelijke mens, maar als het beeld van de werkelijke mens.

Bron: Rudolf Steiner – GA 228 – Initiationswissenschaft und Sternenerkenntnis – Londen, 2 september 1923 (bladzijde 69)

Over sport en godsdienst

De religie heeft de innerlijke kracht verloren om het fysieke van de mens te versterken. Daardoor is het instinct ontstaan om zich op uiterlijke wijze deze kracht toe te voeren. En zoals alles in het leven polair werkt, zo hebben we hier het feit dat wat de mens op het gebied van de religie heeft verloren, hij zich instinctief op uiterlijke wijze toevoeren wil. 

Nu, ik wil zeer zeker geen heftig betoog tegen de sport houden, wil helemaal niet het geringste tegen de gerechtvaardigheid van de sportsector zeggen, ben er ook van overtuigd dat het zich op gezonde wijze verder zal ontwikkelen. Maar het zal in de toekomst een andere plaats in het mensenleven innemen, terwijl het nu een vervanging voor religie is. Zulke dingen lijken een paradox, als ze tegenwoordig uitgesproken worden. Maar juist de waarheid verschijnt vandaag de dag paradoxaal, omdat we in zo veel in de moderne civilisatie verzeild zijn geraakt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 303 – Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens -Eine Einführung in die anthroposophische Pädagogik und Didaktik – Dornach, 25 december 1921 (bladzijde 50)

Eerder geplaatst op 8 juli 2016  (17 reacties)