Antroposofie wil geen nieuwe religie zijn

Dat religie er alleen maar bij kan winnen als het wetenschappelijk wordt verdiept, dat kan door het waarlijk religieuze gemoed worden begrepen. En spirituele wetenschap wil niet iets zijn dat te maken heeft met een stichting van een nieuwe religie. Ze wil geen nieuwe sekte vestigen. Ze wil geen profeten of religieuze grondleggers voortbrengen. De tijd van de stichting van religies is voorbij, de tijd van de profeten is voorbij. De mensheid is zelfstandig (Duits: reif) geworden. En mensen die in de toekomst op de manier van een profeet voor de mensheid zouden willen optreden, zullen een ander lot hebben dan de oude profeten. De oude profeten, ze zijn terecht volgens de geaardheid van hun eigen tijd vereerd als uitzonderlijke mensen. Profeten van de huidige tijd, die het op de oude wijze zouden willen zijn, zullen hun lot ervaren: ze zullen worden uitgelachen!

Geesteswetenschap heeft geen profeten nodig, want de geesteswetenschap gaat er in de basis geheel en al vanuit dat wat zij te zeggen heeft, eigendom is van de diepten van de menselijke ziel, die diepten waar de menselijke ziel gewoon niet altijd helder kan oplichten (Duits: nicht immer hineinleuchten kann). En wat de spirituele onderzoeker zegt, wil hij zeggen als een gewone onderzoeker. Hij wil de aandacht vestigen op wat noodzakelijk is. De spirituele onderzoeker zegt: ik heb het gevonden; als je zoekt, zul je het zelf vinden! En meer en meer zullen de tijden naderen waarin de spirituele wetenschapper zal worden erkend als een gewone onderzoeker, zoals de chemicus, de bioloog als onderzoeker worden erkend in hun vakgebied; alleen de spirituele onderzoeker onderzoekt in het gebied dat elke menselijke ziel aangaat.

Bron: Rudolf Steiner – GA 155 – ANTHROPOSOPHIE UND CHRISTENTUM – Norrköping, 13 juli 1914 (bladzijde 231-232)

Advertenties

Waarheden/Kennis/Levenskracht

De mensheid heeft voortdurend waarheden nodig die niet in elke tijd volledig kunnen worden begrepen. Waarheden in zich opnemen betekent namelijk niet alleen iets voor de kennis, maar waarheden als zodanig bevatten levenskracht. En doordat we ons met de waarheid doordringen, doordringen we onze ziel met een element van de wereld, net zoals we onszelf in ons lichaam voortdurend moeten doordringen met de van de buitenwereld ontvangen lucht, waardoor we kunnen leven. Dat is de reden waarom in de religieuze geschriften diepe waarheden worden uitgesproken, maar in zo’n vorm dat de mensen het vaak naar hun innerlijke betekenis eigenlijk pas veel, veel later kunnen erkennen, dan wanneer ze worden onthuld.

Bron: Rudolf Steiner – GA 155 – CHRISTUS UND DIE MENSCHLICHE SEELE – Norrköping, 16 iuli 1914 (bladzijde 195)

Geestesziekte (3 – slot) – Juist psychisch-geestelijke ziekten moeten met medicijnen behandeld worden

De allereerste bron bij de zogenaamde geestelijke stoornissen ligt in de orgaansystemen, al is het soms ook moeilijker om waar te nemen. Omdat geestelijke stoornissen primair in de orgaansystemen liggen, is het dikwijls zo troosteloos om te zien, hoe men door geestelijk-psychische behandeling het allerminste vat krijgt op deze dingen, hoe men feitelijk veeleer bij werkelijk lichamelijke ziekten door geestelijke behandeling iets bereiken kan dan juist bij zogenaamde geestelijke ziekten. Men zal zich moeten aanwennen om juist psychisch-geestelijke stoornissen met medicijnen te behandelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 312 – Geisteswissenschaft und Medizin – Dornach, 2 april 1920 (bladzijde 258)

Eerder geplaatst op 28 februari 2014

Geestesziekte (2 van 3) – De allereerste bron bij de zogenaamde geestelijke stoornissen ligt in de orgaansystemen

Ook is het belangrijk bij mensen bij wie men aantreft wat men kan noemen eigenzinnigheid, stijfkoppigheid, betweterij, dus een zekere onbeweeglijkheid van het denken, een star staan blijven bij de eigen begrippen, dat men daarbij na zou moeten gaan hoe het gesteld is met het leverproces van de betreffende mens. Want bij een dergelijk mens is het altijd de innerlijke, organische chemie, die niet goed werkt. Zelfs wat men gewoonlijk in het alledaagse leven hersenverweking noemt, zijn allemaal secundaire dingen. De allereerste bron bij de zogenaamde geestelijke stoornissen ligt in de orgaansystemen, al is het soms ook moeilijker waar te nemen.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 312 – Geisteswissenschaft und Medizin – Dornach, 2 april 1920 (bladzijde 258)

Eerder geplaatst op 5 januari 2012

Geestesziekte (1 van 3) Het gaat er altijd om dat de geest in zijn vermogen om zich te uiten door het lichamelijke organisme gestoord wordt, en nooit om een eigenlijke ziekte van het geestelijke of psychische leven zelf.

Het is onzin om te spreken van geestesziekten, het gaat er altijd om dat de geest in zijn vermogen om zich te uiten door het lichamelijke organisme gestoord wordt, en nooit om een eigenlijke ziekte van het geestelijke of psychische leven zelf. Dat zijn allemaal slechts symptomen die daar optreden. Nu echter moet men zijn blik voor de concrete individuele symptomen scherpen. Nemen we aan dat er zich zoiets als een religieuze waanzin, of iets soortgelijks, ontwikkelt. Dan gaat het erom in elk geval een beeld te kunnen vormen van de hele ontwikkelingsloop van de symptomen.

Dan echter, als men zich dit beeld gevormd heeft, zal het nodig zijn bij een mens die dit beeld toont nauwkeurig te kijken naar eventuele afwijkingen in het longenproces, niet in het ademproces, maar in het longenformatieproces, in de stofwisseling van de longen. En belangrijker als al het andere is bij iemand die tot die vorm van waanzin neigt, waarbij de interesse voor het uiterlijke leven afsterft en de mens innerlijk gaat broeden en waanvoorstellingen heeft, dat men een voorstelling krijgt van de toestand van zijn longenprocessen. Dat is uiterst belangrijk.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 312 – Geisteswissenschaft und Medizin – Dornach, 2 april 1920 (bladzijde 257)

Eerder geplaatst op 4 januari 2012