Steiner vertelt een grap

Een echtgenote was het eens te veel geworden, dat haar man altijd maar voordrachten over wetenschap hield. Hij had veel geleerd en had voortdurend voordrachten gehouden. Dat stond haar vreselijk tegen. En zodoende zei ze op een dag tegen hem: Jij wilt altijd maar voordrachten houden! – als je toch wat houden wilt, houd dan je muil!

Bron: Rudolf Steiner – GA 353 – Die Geschichte der Menschheit und die Weltanschauungen der Kulturvölker – Dornach, 10 mei 1924 (bladzijde 226)

Eerder geplaatst op 7 juli 2017  (28 reacties)

keep-calm-and-hou-je-mond

Sponsored Post Learn from the experts: Create a successful blog with our brand new courseThe WordPress.com Blog

WordPress.com is excited to announce our newest offering: a course just for beginning bloggers where you’ll learn everything you need to know about blogging from the most trusted experts in the industry. We have helped millions of blogs get up and running, we know what works, and we want you to to know everything we know. This course provides all the fundamental skills and inspiration you need to get your blog started, an interactive community forum, and content updated annually.

Overwinnen van nationalisme

Het eerste fenomeen dat we geleidelijk zien opkomen in de 19e eeuw, steeds meer de gemoederen grijpend: het is de opkomst van het nationaliteitsprincipe. [….] Vanuit het principe van de nationaliteit wordt het christelijke algemeen menselijke volledig teruggedrongen, terwijl de nieuwe weg er nog niet was om dit christelijke algemeen menselijke te vinden.

Het antichristelijke verschijnt allereerst in de vorm van het nationaliteitsbeginsel. […] En we zien de rebellie tegen het christendom in het nationalisme van de 19e eeuw, dat culmineert in de uitspraak van Woodrow Wilson over het recht van de nationaliteiten op zelfbeschikking, terwijl de enige realiteit in de huidige tijd alleen het overwinnen van nationalisme kan zijn; de uitdrijving van alle nationalisme en het gericht zijn van de mensen op de universele mensheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 198 – Heilfaktoren für  den  sozialen  Organismus – Dornach, 3 april 1920 (bladzijde 78-79)

1200px-Alle_Menschen_werden_Brüder_Logo_001.svg-1

Gevoelens en gedachten zijn realiteiten

Een punt van belang is datgene wat de geesteswetenschap noemt de oriëntering in hogere werelden noemt. Daartoe komt men door zich geheel van het bewustzijn te doordringen, dat gevoelens en gedachten – even goed als tafels en stoelen in de stoffelijke wereld – realiteiten zijn en dat zij in het ziele- en gedachtengebied op elkaar inwerken, zoals in de fysieke wereld de stoffelijke lichamen. 

Zolang iemand niet sterk van dit bewustzijn doordrongen is, zal hij niet geloven,dat wanneer hij iets verkeerds denkt dit op andere gedachten, in de ruimte van de geest levend, even verwoestend kan werken als een blindelings afgeschoten geweerkogel op de voorwerpen, die er door getroffen worden. 

Zo iemand zou zich wellicht nooit een uiterlijk zichtbare daad veroorloven, die hem zinloos schijnt, maar er niet voor terugdeinzen aan verkeerde gedachten of gevoelens toe te geven, daar hij deze ongevaarlijk acht voor de overige wereld. In de wetenschap van het verborgene kan men echter alleen verder komen, wanneer men evenzeer acht slaat op hetgeen men denkt en voelt als op elke stap in de fysieke werkelijkheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 10 – WIE  ERLANGT  MAN  ERKENNTNISSE DER  HÖHEREN  WELTEN? – Die Stufen der Einweihung (blz.47)

IMG_2999

Vertaling overgenomen uit Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden (blz. 40-41) Uitgeverij Vrij Geestesleven – Zeist (vierde druk)

Werking op het karakter

Eén van de belangrijkste resultaten van de geesteswetenschappelijke kennis is de werking die het kan hebben op het menselijk karakter. De louter abstracte verstandelijke kennis ziet er eigenlijk uit als een kunstmatig uit was gevormde plantenwortel. Er komt geen plant uit voort, het is kunstmatig gemaakt door ons verstand. Alle kennis die we tegenwoordig zo vereren, hoe nuttig ze ook is en niet betwist moet worden, wordt kunstmatig gevormd door het verstand. 

Uit de werkelijke plantenwortel groeit ook de werkelijke plant. En uit de werkelijke kennis, waardoor de mens zijn geest kan verbinden met de geestelijke wereld, groeit gaandeweg de hele innerlijke mens: de mens die  begrijpt wat onzelfzuchtigheid, onzelfzuchtige liefde is en wat egoïsme is, en die vanuit dit inzicht de impulsen verkrijgt om in het leven te werken, om waar het juist is, te werken in onbaatzuchtigheid, of wanneer het voor hem zelf voor zijn leven nodig is, uit zichzelf te putten en bij vol bewustzijn, niets verhullend, dan dit egoïsme te ontwikkelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 231 – Der übersinnliche Mensch anthroposophisch erfaßt – Den Haag, 16 november 1923 (bladzijde 39-40)

Eerder geplaatst op 16 juni 2020 (1 reactie)

Rudolf-Steiner

Liefde / Egoïsme / Schulden

Wie de liefde zo kent, dat hij weet dat liefde er is om schulden te betalen en dat zij geen voordeel voor de toekomst inhoudt, die is een christen. De aard van de liefde begrijpen – dat is christen zijn.

Dour louter en alleen maar geesteswetenschap met haar ‘karma’ en ‘reïncarnatie’ kan men een grote egoïst worden,wanneer men de liefdesimpuls, de Christusimpuls daar niet in betrekt; pas wanneer dat gebeurt, vindt men datgene wat het egoïsme van de geesteswetenschap overbrugt. 

Het evenwicht vindt men wanneer men de Christusimpuls begrijpt. Antroposofie wordt nu aan de mensheid gegeven,omdat de mensheid haar nu nodig heeft. Maar er schuilt een groot gevaar in, namelijk dat wanneer men zich uitsluitend met antroposofie bezighoudt en de Christusimpuls, de impuls van de liefde. daar niet in laat doorwerken, de mensen door de antroposofie het egoïsme in henzelf steeds meer laten uitgroeien, totdat het uiteindelijk over de grenzen van de dood heen grijpt. daaruit moeten wij niet de conclusie trekken dat men zich niet met antroposofie moet bezighouden, maar wij moeten leren inzien dat begrijpen wat liefde in wezen is, ook deel uitmaakt van antroposofie. 

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Die Liebe und ihre Bedeutung in der Welt – Zürich, 17 december 1912 (bladzijde 210)

Overgenomen uit het boekje Nervositeit – Wijsheid – Liefde / Vertaling Margreet Meijer-Kouwe / Uitgeverij Vrij Geestesleven  1976 (bladzijde 68-69)

Het woord theosofie komt zes keer voor in dit tekstfragment. Daarvoor heb ik in de plaats gezet ‘geesteswetenschap’ of ‘antroposofie”.

heart of Jesus Christ