Antroposofie en socialisme (6 van 11) –  Een tamelijk overbodige zaak

Zo zou het kunnen lijken alsof de antroposofie ten opzichte van de ernstige, sociale verantwoordelijkheden in onze tijd een tamelijk overbodige zaak is. Dat zij dat is, zullen in het bijzonder demagogische sprekers en schrijvers benadrukken; en ze zullen met het oog op de huidige omstandigheden zeker de bijval van een grote menigte krijgen. Nu zouden echter de lelijke verschijnselen die we zojuist binnen de socialistische partij-idealen in Duitsland beleven, de dieper denkenden toch tot inkeer moeten oproepen. We beleven het dat degenen die jarenlang in bovengenoemde zin over “klassenstrijd” en “volksbevrijding”gesproken hebben, elkaar vervolgen en in blinde woede bestrijden.

Eén vraag zou toch beslist moeten opkomen: Kan dan een beweging tot een gunstig doel leiden, waarvan de principes in de leidende persoonlijkheden dergelijke gevoelens laten opkomen, zoals we ze tegenwoordig kunnen zien? Denk er alleen eens over na wat het betekent: de regering van de mensheid toe te vertrouwen aan koppen, die niet in het geringst in staat zijn over hun eigen hartstochten leider te zijn. Kunnen zulke mensen werkelijk ter verbetering van de algemene mensensituatie iets bijdragen? Dat de vormen waaronder we leven zouden veranderen, als zulke persoonlijkheden hun doelen bereiken, zal niet ontkend worden. Dat de essentie van de menselijke samenleving een andere zou worden, dat kunnen alleen geestelijk onmondigen beweren.

Er zullen goedgelovigen zijn die zich ermee troosten dat de slechte dingen die tegenwoordig in de leiding van de massa aan het licht komen, slechts van voorbijgaande aard zijn; en dat in een grote beweging noodzakelijkerwijs dergelijke feiten moeten voorkomen. – Nu, de redenen voor vele bedroevende feiten in deze tijd zijn erin te zoeken, dat de beschouwingen van onze tijdgenoten over het sociale leven, van waaruit zij verbeterend in de situatie zouden willen ingrijpen, geheel en al aan de uiterlijke, materiële levensomstandigheden hangen blijft. Daardoor kunnen ze in hun sociale arbeid slechts zo te werk gaan als een eenvoudige dorpssmid, die nooit iets van elektriciteit geleerd heeft, zou moeten doen als hij een elektromotor wilde maken.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 434 -435)

Eerder geplaatst op 17  oktober 2011

Antroposofie en socialisme (5 van 11) – Radicale socialisten beweren: zulke hersenspinsels helpen de wereld niet.

Radicale socialisten beweren: ‘Wij moeten de onderdrukte klasse oproepen tot strijd tegen de onderdrukkers; wij moeten degenen die vandaag de dag economisch zwak zijn, de macht in handen geven, zodat hun arbeid niet altijd een buit blijft van de klassen die hen overheersen. De macht van de werkende klassen moet met alle mogelijke middelen veroverd worden. Vanuit een welbegrepen eigenbelang moet de arbeider strijd voeren; en jullie, theosofen en antroposofen willen hem die dromerijen over “algemene mensenliefde” en “broederschap” aanpraten. Daarmee leiden jullie hen alleen maar af van wat hem werkelijk helpen kan. Hebben de heersende klassen soms hun macht op “mensenliefde” en “broederlijkheid” gebouwd? Het is een hersenspinsel als jullie geloven dat ooit zulke idealen de wereld kunnen regeren. Wat de heersende klassen verworven hebben, dat hebben ze vanuit de egoïstische belangen van hun klassen bereikt; en net zo kunnen de onderdrukten van tegenwoordig ook alleen uit de belangen van hun klasse handelen.’

En aan zulke meningen wordt dan de vanzelfsprekende conclusie geknoopt: “De werkende en noodlijdende bevolking zou lang kunnen wachten, als ze er op rekenen zouden dat de idealisten met hun gepraat over “liefde” en “onbaatzuchtigheid” ook maar iemand ertoe brengt, naar de oplossing van een sociaal probleem te streven als die oplossing in strijd is met de belangen van zijn klasse.’

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 433 -434)

Eerder geplaatst op 16 oktober 2011

Antroposofie en socialisme (4 van 11) – Voor de eis van mensenliefde en broederlijkheid hebben wij geen spirituele inzichten nodig.

Zulke en soortgelijke redeneringen zal de antroposoof steeds weer moeten horen. En het is niet verwonderlijk dat hij een nutteloze dromer wordt genoemd door hen die geloven het goede te doen door vóór alles aan de materiële ontbering en materiële nood soelaas te bieden. – Armoede en ellende doden in de mensen ook elke spirituele impuls, zij stompen hem voor alle hogere aspiraties af. En spreekt men tot een noodlijdende mensenmenigte, dan spreekt men tot oren die niet in staat zijn de woorden te bevatten.

Veel sociaal voelende mensen van de tegenwoordige tijd zullen bovendien tegenwerpen: voor de eis van mensenliefde en broederlijkheid hebben wij geen spirituele wetenschap nodig. Deze eis brengen vele humanitaire organisaties in onze tijd toch ook naar voren en op uitgebreide wijze komt deze oproep ook van partijen die een verbetering van de sociale omstandigheden van de economisch en geestelijk onderdrukte volksklassen nastreven. Maar – zo wordt gezegd – de socialistische partijen staan op de bodem van het praktische leven, van de werkelijke belangen, waarvoor de massa begrip heeft; de antroposoof echter neemt genoegen met min of meer algemene redeneringen, met spreken en met benadrukken van dingen, die de onderdrukten totaal niet kunnen helpen. En radicale socialistische krantenschrijvers en oproerkraaiers staan snel klaar om te zeggen: dat antroposofische gepraat is alleen geschikt om verwarring te zaaien in de hoofden van hen die voor een echte verbetering van hun levensomstandigheden gewonnen zouden moeten worden.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 432 -433)

Eerder geplaatst op 15 oktober 2011

Antroposofie en socialisme (3 van 11) – Zie toch eens die kinderen, voor wie de ouders geen ontbijt hebben, die zwak, hongerig en half bevroren van de kou uitgeblust op school komen.

Men zou van antroposofische zijde zulke nobele mensenvrienden niet  moeten antwoorden door eenvoudig te zeggen, dat de antroposofie met de strijd der partijen, met de alledaagse belangen niets van doen heeft. Zeker, het kan niet de taak van de antroposofen zijn in de politieke partijstrijd direct in te grijpen. Langs andere wegen moet hij nastreven de mensheid te dienen en te helpen dan de partijen en wetgevingen het doen kunnen. Maar hij moet er ook rekening mee houden, dat hij met een wereldvreemd, voor duizenden en duizenden mensen waardeloos streven ernstig voorbij zou gaan aan de werkelijke noden.

De antroposoof spreekt van de noodzaak de edele geestelijke krachten in de kinderziel niet te laten verkommeren; hij spreekt erover dat in ieder mens de kiem van het goddelijke verborgen ligt, en dat leerkrachten en opvoeders thuis en op school het als hun taak moeten zien voor deze kiem van het goddelijke te zorgen, dat zij de ziel van het kind tot een burger in het rijk van het eeuwige moeten maken. En de sociaal voelende mensenvriend antwoordt hem: ‘Jij kunt lang praten; zie toch eens die kinderen, voor wie de ouders geen ontbijt hebben, die zwak, hongerig en half bevroren van de kou met uitgebluste zielenkrachten op school komen. Is ten opzichte van hen vóór alles niet iets geheel anders noodzakelijk als te denken aan de eeuwigheid van de ziel?’

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 432)

Eerder geplaatst op 14 oktober 2011

Antroposofie en socialisme (2 van 11) – De antroposofie is alleen voor enkele dwepers die geen gevoel hebben voor de echte, allerbelangrijkste taken van het leven.

En men kan wel zeggen dat dergelijke bezwaren tegen de antroposofie veel schijn van gerechtvaardigdheid hebben. Men zou de ogen moeten sluiten voor dingen die van alle kanten op ons afkomen, als men dat niet wilde toegeven. Het is ongetwijfeld waar dat de bitterste armoede van ontelbaar veel mensen het geheel onmogelijk maakt ook maar een ogenblik aan de hogere doelen van het leven te denken. Het kan zelfs een misdrijf, een zondigen tegen de mensheid lijken als de antroposoof  tot een gering aantal mensen, dat het geluk van een min of meer zorgeloos leven heeft, over de “bestemming der mensen”, over het “hoger leven der ziel” spreekt, terwijl de grote massa in materiële nood verkommert.

De antroposofie is alleen voor enkele dwepers die geen gevoel hebben voor de ware, allereerste taken van het leven; dat kan men niet alleen van kwaadwillende tegenstanders, maar ook van edele mensenvrienden met een helder verstand en een nobel hart horen, die het vóór alles noodzakelijk vinden hun krachten te wijden aan de verbetering van de materiële levensomstandigheden van hun medemensen. Voor hen is het “sociale vraagstuk” het allerbelangrijkste in deze tijd. En ze eisen van de antroposofen dat de leren van “algemene mensenliefde” en “broederlijkheid” vóór alles toegepast worden, waar honger en ellende, waar fysieke en morele verwaarlozing om hulp roepen.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 431-432)

Eerder geplaatst op 13 oktober 2011