Pedagogie

Een echte, ware pedagogie kan alleen worden gefundeerd op een menselijke kennis die kijkt naar het fysieke lichaam, naar ziel en geest, en die ook de wisselwerking van deze drie leden van de totale menselijke organisatie doorziet. Een dergelijke pedagogie is ontwikkeld binnen onze antroposofische beweging. Het wordt gerealiseerd in de Vrije Scholen. […] Maar het moet gezegd worden dat de uitsluitend fysiek-zintuiglijke wetenschap, die tegenwoordig algemeen wordt aanvaard, nooit een echte pedagogiek kan grondvesten, en dat daarom ook een ware pedagogie alleen mogelijk wordt door een antroposofische verdieping van het wetenschappelijke leven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 215 – Die Philosophie, Kosmologie und Religion in der Anthroposophie – Dornach, 15 september 1922 (bladzijde 168)

51BPRlyun+L

Eerder geplaatst op 10 juni 2019  (1 reactie)

Opeenvolging van incarnaties

Het gaan door een opeenvolging van incarnaties is van belang voor de algehele ontwikkeling van het mensenwezen. In het verleden is dit mensenwezen door opeenvolgende levens geschreden; het schrijdt voort en parallel daarmee gaat ook de aarde in haar ontwikkeling vooruit. Eens zal het ogenblik komen, waarop de aarde het eindpunt van haar loopbaan zal hebben bereikt; dan moet de planeet Aarde, als stoffelijk wezen ontvallen aan de mensenzielen, zoals het menselijk lichaam bij de dood ontvalt aan de geest, wanneer de menselijke ziel, om verder te leven, binnentreedt in het rijk van de geest, waarin zij tussen de dood en een nieuwe geboorte thuis behoort. Zo moet het de mens als hoogste ideaal toeschijnen om eens, bij de dood van de aarde, het zover te hebben gebracht, dat hij van alle ontwikkelingsmogelijkheden, die het leven op aarde hem bood, de vruchten geplukt heeft.

Bron: Rudolf Steiner – De geestelijke leiding van mens en mensheid (bladzijde 22-23)

Vertaling: Fr. Hardam van Omme en P. Henny-van Suchtelen – Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist.

Duitstalig: Rudolf Steiner – GA 15 – Die geistige Führung des Menschen und der Menschheit: I. Kapitel – Kopenhagen, 6 juni 1911 (bladzijde 20)

occultists-rudolf-steiner-portrait-of-the-great-modern-esotericist-rudolf-steiner-1861-1925-behind-is-the-goetheanum-of-dornach-which-he-designed-in-front-images-of-lucifer-and-ahriman-portrait-by-john-bolton-MC6M8D

Eerder geplaatst op 10 mei 2019  (12 reacties)

Interesse in mensen

Wat de mensheid enkel en alleen tot zegen kan strekken in de toekomst – ik heb het over de mensheid, dus over het sociale leven, het samenleven – moet een eerlijke interesse zijn van de ene mens voor de andere. Wat het tijdperk van de bewustzijnsziel met name eigen is, is de afzondering van de ene mens van de andere. Zeker, het is nodig om een individu te zijn, een persoonlijkheid te zijn, dat de ene mens zich ook innerlijk van de andere afzondert. Maar deze afzondering moet een tegenpool hebben, en die tegenpool moet bestaan uit het aankweken van een actieve belangstelling van mens tot mens. 

Wat ik hier bedoel, dit oppakken van een actieve belangstelling van mens tot mens, dat moet steeds bewuster ter hand worden genomen in het tijdperk van de bewustzijnsziel. Alles wat persoonlijke interesse in de ander is, moet steeds meer in het bewustzijn worden opgetild.

Bron: Rudolf Steiner – DE STRIJD OM HET MENS-ZIJN – Aspecten van het kwaad – Dornach, 25 oktober 1918 (blz. 28)

Vertaald door Frans van Bussel en Tineke Croese. Met een nawoord van Mathijs van Alstein.

Rudolf Steiner / Werken en voordrachten onder redactie van Frans van Bussel, Michel Gastkemper en Roel Munniks

Rudolf Steiner / Werken en voordrachten © 2014 Stichting Rudolf Steiner Vertalingen Oplage april 2017

Duitstalig: GA 185 (blz. 95)

758x1200

Tegenstrevende krachten (2 van 2)

Deze krachten zijn zo geweldig dat, bleven zij later zo doorwerken, ons organisme zou wegkwijnen onder de heiligheid van deze krachten. Slechts dan moet de mens zich tot deze krachten wenden, als hij de ontwikkelingsweg gaat, die hem in bewust contact brengt met de bovenzinnelijke wereld. In verband hiermee kan men een belangrijke uitspraak uit het Nieuwe Testament begrijpen. “Indien gij niet wordt gelijk de kinderkens,zo zult gij het koninkrijk der hemelen geenszins ingaan.” 

Want wat kan de mens als een hoog ideaal zien, wanneer hij het voorafgaande als juist aanvaardt? Dit: steeds dichter te komen tot wat men kan noemen een bewuste verhouding tot de krachten, die in de eerste kinderjaren onbewust aan de mens werken.- Daarbij moet echter in aanmerking worden genomen, dat de mens onder het geweld van deze krachten zou bezwijken, als ze zonder meer op zijn bewuste leven zouden inwerken.

Daarom is voor het verwerven van die vermogens, die tot een waarnemen van bovenzinnelijke werelden leiden, een zorgvuldige voorbereiding noodzakelijk. Door deze voorbereiding kan de mens er naar streven om in staat te zijn, datgene te verdragen wat hij in het gewone leven juist niet verdragen kan.

Bron: Rudolf Steiner – De geestelijke leiding van mens en mensheid (bladzijde 22)

Vertaling: Fr. Hardam van Omme en P. Henny-van Suchtelen – Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist.

Duitstalig: Rudolf Steiner – GA 15 – Die geistige Führung des Menschen und der Menschheit: I. Kapitel – Kopenhagen, 6 juni 1911 (bladzijde 19-20)

51XRSX6HZWL._SX323_BO1,204,203,200_

Eerder geplaatst op 9 mei 2019  (3 reacties)

Tegenstrevende krachten (1 van 2)

De oorzaak van lijden, ziekte en ook van de dood, is hierin te vinden, dat behalve de wezens, die de mens in rechte lijn willen verder ontwikkelen, er ook luciferische en ahrimanische wezens werken, die steeds de rechtlijnig voorwaartsschrijdende ontwikkeling doorkruisen. In hetgeen de mens bij de geboorte in het bestaan meebrengt, ligt iets dat beter is, dan wat hij er in zijn latere leven van maken kan. 

In de eerste kinderjaren hebben de luciferische en ahrimanische krachten nog weinig invloed op het mensenwezen, ze zijn in hoofdzaak werkzaam in wat de mens door zijn bewuste leven uit zichzelf maakt. Zou hij langer dan de eerste kinderjaren het wijsheidsvolle deel van zijn wezen in volle kracht in zich dragen, dan zou hij de werking daarvan niet kunnen verdragen, omdat de tegenstrevende luciferische en ahrimanische krachten verzwakkend werken. De mens heeft in de fysieke wereld een zodanig organisme, dat hij de onmiddellijke krachten van de geestelijke wereld, die in de eerste kinderjaren aan hem werken, slechts kan verdragen zolang hij als het ware kinderlijk week en plastisch is. Hij zou ten onder gaan, wanneer de krachten die ten grondslag liggen aan de oriëntering in de ruimte, de vorming van het strottenhoofd en de hersenen ook op latere leeftijd nog rechtstreeks werkzaam bleven.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – De geestelijke leiding van mens en mensheid (bladzijde 21-22)

Vertaling: Fr. Hardam van Omme en P. Henny-van Suchtelen – Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist.

Duitstalig: Rudolf Steiner – GA 15 – Die geistige Führung des Menschen und der Menschheit: I. Kapitel – Kopenhagen, 6 juni 1911 (bladzijde 18-19)

rudolf-steiner-1861-1925-austrian-philosopher-social-reformer-T4MT58

Eerder geplaatst op 8 mei 2019 (3 reacties)