Een universeel geneesmiddel voor de sociale wanorde bestaat er niet

Sociale problemen zijn niet iets wat in deze tijd door een paar mensen of door parlementen opgelost kan worden en dan opgelost zal zijn. Zij zijn een bestanddeel van de gehele moderne beschaving en zullen dat, nu ze eenmaal ontstaan zijn, blijven. Zij zullen voor ieder moment in de historische ontwikkeling opnieuw opgelost moeten worden. Want het mensenleven is in deze tijd in een toestand gekomen die uit de sociale organisatie steeds weer het antisociale laat ontstaan. Dit moet steeds opnieuw overwonnen worden. Zoals bij een organisme enige tijd na de verzadiging steeds weer de honger verschijnt, zo verschijnt bij een sociale organisatie steeds weer uit een ordening van de sociale omstandigheden de wanorde. Een universeel geneesmiddel voor de ordening van de sociale toestanden is er evenmin als een voedingsmiddel dat voor alle tijden verzadigt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 023 – Die Kernpunkte der sozialen Frage (bladzijde 14)

Eerder geplaatst op 25 februari 2016

Advertenties

Angst voor bodemloze en tijdloze ervaringen

Bij maar weinig mensen is vandaag de dag de sterke innerlijke moed aanwezig om zich om zo te zeggen in de bodemloze en tijdloze ervaringen te begeven. Maar door hun lot zijn bepaalde mensen ertoe bestemd de drempel te overschrijden. En zonder de wijsheid die verkregen kan worden aan de andere kant van de drempel is niet verder te komen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 194 – Die Sendung Michaels – Dornach, 14 december 1919 (bladzijde 201)

Eerder geplaatst op 4 maart 2016

Angst voor het nieuwe en onbekende

We beleven het elke dag dat eigenlijk in de zielen van de mensen de vrees voor het nieuwe, onbekende zit. Ze komen en zeggen: ‘Wat ons daar gebracht wordt, dat is immers in tegenspraak met, zoals men bewijzen kan, de zekere wetenschappelijke resultaten.’ Vaak treedt zo’n verondersteld bewijs potdicht op, zodat men er met betrekking tot zijn gedachtensamenstellingen nauwelijks aan ontkomen kan. Maar deze gedachtensamenstellingen zijn niets anders als een aangenaam masker, waarin zich de angst voor het nieuwe, onbekende kleedt. En omdat het eigenlijk zo mooi is om tegen zichzelf te kunnen zeggen: Men kan iets logisch bewijzen, alle argumenten spreken dat nieuwe tegen -, maskeert men ook tegelijkertijd dat men voor het nieuwe angst heeft, een angst die wanneer men hem in zijn ware vorm zou zien, men zich zou schamen. Zelfs veel wat tegenwoordig met schijnbaar wetenschappelijke gegrondheid, met schijnbaar strenge logica optreedt, is niets anders dan het masker van innerlijke vrees voor het nieuwe, onbekende.

Bron: Rudolf Steiner – GA 77 b – Kunst und Anthroposophie, Der Goetheanum-Impuls – Dornach, 21 augustus 1921 (bladzijde 18)

Eerder geplaatst op 18 december 2013

Het is niet alles rozegeur en maneschijn

Men moet niet geloven dat, als men achter de sluier van het zintuiglijke komt, als men in het gebied aan gene zijde van de drempel komt, men in louter schoonheid terechtkomt. Gelooft u niet, dat door iemand die deze dingen kent het wat onnadenkend is uitgesproken, als hij zegt: De mensen moeten als ze niet zorgvuldig zijn voorbereid, aan de drempel van de geestelijke wereld teruggehouden worden. – Want vooreerst moet men vóór alles wat men in zekere zin als het verheffende en schone achter het gordijn beleeft, de volstrekt niet verheffende ondergronden leren kennen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 16 december 1922 (bladzijde 81)

Eerder geplaatst op 7 december 2013

Hoe komt het dat de geestelijke machten zich niet mengen in de gang van zaken op het aardse plan en orde scheppen?

In ieder geval zou tegenwoordig niemand moeten vragen: Ja, hoe komt het dan dat de geestelijke machten zich niet mengen in de gang van zaken op het aardse plan en orde scheppen? – Zo mag men niet vragen, want wat de mensen doen is dikwijls verzet tegen deze geestelijke machten, is vaak tegen de geestelijke machten zelf gericht. Deze strijd tegen de geest wordt vaak het meest gevoerd door de mensen, die altijd maar praten van geest, geest en geest. Ik heb onlangs op de omslag van een tijdschrift – ik weet niet precies of het een maandtijdschrift was of een tweewekelijks tijdschrift – een soort advertentie-achtige zaak gelezen waar steeds maar over geest, geest wordt gesproken, de geest moet de huidige gebeurtenissen beheersen. Men grijpt zich naar het hoofd. Geest zou de kanonnen, de gasmaskers enzovoort fabriceren; alles wordt daar geest genoemd. Het is alleen de vraag of de mensen inzien wat voor soort geest dit is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 176 – Menschliche und menschheitliche Entwicklungs- wahrheiten/Das Karma des Materialismus – Berlijn, 25 september 1917 (bladzijde 366-367)

Eerder geplaatst op 6 november 2011