Waarom zouden wij ons eigenlijk met filosofie inlaten?

Waarom zouden wij ons eigenlijk met filosofie inlaten, als zij zich toch slechts met een vergeefse moeite der mensheid bezighoudt? Ja, zo is de zaak toch niet, zo is het werkelijk niet! Hetgeen wij doen, als wij ons in deze vanuit een zeker gezichtspunt beslist tevergeefse worsteling verdiepen, is niettemin van oneindige betekenis, iets, dat door niets anders vervangen kan worden. Voor de kennis van de onsterfelijke ziel, voor de kennis van de geestelijke wereld en ook van de goddelijke wezens zal de filosofie zeker altijd onvruchtbaar blijven, maar ze zal niet onvruchtbaar blijven voor de ontwikkeling van zekere menselijke krachten, voor de ontwikkeling van menselijke vermogens.

Bron: Rudolf Steiner – GA 156 – Okkultes Lesen und okkultes Hören – Dornach, 19 december 1914 (bladzijde 155-156)

Eerder geplaatst op 28 juni 2012

De geest wordt niet zwak, maar het instrument verslijt

Immanuel Kant 1724-1804

Als de mensen ouder worden, worden ze niet zwak of zelfs zwakzinnig, maar ze worden geestelijker (Duits: geistig-seelischer). Alleen is dan het lichaam versleten en men kan niet het geestelijk-psychische, dat men gevormd heeft, door het lichaam tot openbaring brengen. Dat is vergelijkbaar met een pianist, die een steeds betere speler zou kunnen worden; als echter de piano versleten is, kan men daarvan niets merken. Als u alleen uit zijn pianospel zijn capaciteiten als pianist wilt kennen, de piano echter ontstemd is en gebroken snaren heeft, dan zult u uit zijn spel niet veel kunnen opmaken. Zo is Kant, toen hij een oude man en zwakzinnig was, voor de geestelijke wereld niet zwakzinnig, maar groots (Duits: glorios) geworden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – Erdensterben und Weltenleben – Berlijn 2 april 1918 (bladzijde 185)

Waarom zouden wij ons eigenlijk met filosofie inlaten?

Waarom zouden wij ons eigenlijk met filosofie inlaten, als zij zich toch slechts met een vergeefse moeite der mensheid bezighoudt? Ja, zo is de zaak toch niet, zo is het werkelijk niet! Hetgeen wij doen, als wij ons in deze vanuit een zeker gezichtspunt beslist tevergeefse worsteling verdiepen, is niettemin van oneindige betekenis, iets, dat door niets anders vervangen kan worden. Voor de kennis van de onsterfelijke ziel, voor de kennis van de geestelijke wereld en ook van de goddelijke wezens zal de filosofie zeker altijd onvruchtbaar blijven, maar ze zal niet onvruchtbaar blijven voor de ontwikkeling van zekere menselijke krachten, voor de ontwikkeling van menselijke vermogens.

Bron: Rudolf Steiner – GA 156 – Okkultes Lesen und okkultes Hören – Dornach 19 december 1914 (bladzijde 155-156)