Praktisch denken

Wanneer iets dat werkelijk praktisch is, wordt uitgevonden, gebeurt dat heel dikwijls niet door een ‘man van de  praktijk’. De uitvinding van de postzegel geeft daarvan een mooi voorbeeld. Het meest voor de hand liggende zou zijn dat de postzegel door iemand uit de praktijk van het postwezen zou zijn bedacht. Dat is echter niet het geval. 

In het begin van de vorige eeuw was het verzenden van een brief nog iets heel omslachtigs. Eerst moest men zich begeven naar een instantie waar men brieven kon afgeven, daar werd in allerlei boeken nagezocht hoe de betreffende brief van haltepost naar haltepost op zijn bestemming te brengen zou zijn. Ons tegenwoordige eenheidsporto is pas iets meer dan een eeuw oud en de postzegel is niet uitgevonden door een postambtenaar, maar door iemand die met de post niets te maken had, de engelsman Rowland Hill. 

rowland-hill-portrait

ROWLAND HILL

Toen de idee van de postzegel werd voorgelegd aan de engelse minister, die destijds het postverkeer onder zijn beheer had, gaf deze als zijn oordeel: ja, ten eerste is niet aan te nemen, dat werkelijk door deze vereenvoudiging het briefverkeer zo geweldig zal toenemen als deze onpraktische Hill zich voorstelt en ten tweede – stel dat het wel zo zou zijn – dan zal het postkantoor in Londen niet groot genoeg zijn om dat te verwerken. Het kwam bij deze ‘man van de praktijk’ niet op, dat het postkantoor zich naar het verkeer en niet het verkeer zich naar het postkantoor moet richten. Wat destijds door een ‘onpraktisch mens’ op een ‘man van de praktijk’ bevochten moest worden, heeft in de kortst mogelijke tijd uitgebreid toepassing gevonden; vanzelfsprekend verzenden wij nu een brief met een postzegel.

Bron: Rudolf Steiner – GA 108 – Die  Beantwortung von  Welt- und  Lebensfragen durch  Anthroposophie / Praktische  Ausbildung  des  Denkens – Karlsruhe, 18 januari 1909 (bladzijde 256-257)

Vertaling door P. Henny-van Suchtelen uit De praktische ontwikkeling van het denken – Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist

Eerder geplaatst op 27 november 2020  (2 reacties)

Omkering van oorzaak en gevolg

Met een voorbeeld wil ik laten zien hoe noodzakelijk het is om werkelijk praktisch over dingen na te denken: Iemand is met een ​​ladder in een boom geklommen om daar het een of ander te doen; hij valt uit de boom op de grond en is dood. Wel, het is een voor de hand liggende gedachte dat hij door de val uit de boom is dood gegaan, nietwaar? Men zal zeggen dat de val de oorzaak was en de dood het gevolg. Oorzaak en gevolg lijken met elkaar verbonden te zijn. Hierin kunnen vreselijke verwisselingen voorkomen. 

Want het kan zijn dat hij in de boom door een hartaanval is getroffen, waardoor hij is gevallen als gevolg van de hartaanval. Er is precies hetzelfde gebeurd als wanneer hij levend was gevallen, hij maakte dezelfde dingen mee als die werkelijk de oorzaak van zijn dood hadden kunnen zijn.  

Zo kan men oorzaak en gevolg volledig door elkaar halen. In dit voorbeeld is het gemakkelijk in te zien; maar vaak is het niet zo opvallend dat men zich heeft vergist. Zulke denkfouten komen ontzaglijk vaak voor, en het moet gezegd worden dat in de wetenschap tegenwoordig zulke oordelen elke dag worden gemaakt, waarbij oorzaak en gevolg op zo’n manier echt door elkaar worden gehaald. Dat begrijpen de mensen alleen niet, omdat ze de mogelijkheden van denken niet in het oog houden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 108 – Die  Beantwortung von  Welt- und  Lebensfragen durch  Anthroposophie / Praktische  Ausbildung  des  Denkens – Karlsruhe, 18 januari 1909 (bladzijde 271)

man-falling-from-branch-of-a-tree-woods-wheatcroft

Eerder geplaatst op 18 november 2020 (1 reactie)

Hoe ervaart een ziener zijn eigen dood?

Heeft de leerling der geestesscholing met goed gevolg de ontmoeting met de  “Wachter aan de drempel” (zie: Drempelwachter) doorstaan, dan zal – als uitvloeisel hiervan – de eerstvolgende fysieke dood een geheel andere gebeurtenis voor hem worden dan de dood tot dusver was. Bewust doorleeft hij het sterven, zijn stoffelijk lichaam van zich leggend, zoals wij een kleed afleggen, dat versleten of wellicht door een scheur plotseling onbruikbaar geworden is. Een feit van betekenis is deze fysieke dood dan alleen voor degenen, die met hem leven en wier waarneming zich nog geheel bepaalt tot de wereld der zinnen. Voor hen “sterft” de leerling der geestesscholing. Voor hemzelf wordt in zijn hele omgeving niets van belang gewijzigd. Immers, heel de bovenzinnelijke wereld, waarin hij is binnengetreden, lag reeds vóór zijn dood in zekere zin voor hem open en zal ook na de dood voor hem open liggen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 10 – WIE  ERLANGT  MAN  ERKENNTNISSE DER  HÖHEREN  WELTEN? (bladzijde 199)

Nederlandse vertaling uit Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden – vierde druk (bladzijde 171) – Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist 

Weg-tot-inzicht-in-hogere-werelden-2013

Eerder geplaatst op 15 november 2020  (3 reacties)

Intelligent en tegelijk immoreel zijn zal in de toekomst onmogelijk zijn

Als het nu nog zeer wel mogelijk is dat iemand heel verstandig is maar immoreel – in het tijdperk waar we naar toegaan zal het niet meer mogelijk zijn dat een mens tegelijk verstandig en immoreel is. Verstand en immoraliteit zullen niet meer hand in hand kunnen gaan.

Dit moet als volgt worden begrepen. Zij die zich afzijdig hebben gehouden en die de ontwikkeling hebben tegengewerkt, zullen de strijders zijn die dan allen tegen elkaar strijden. Zelfs zij die nu de hoogste intelligentie vertonen, zullen, als ze zich in de volgende tijdperken niet op het gebied van gevoel en moraal ontwikkelen, van al hun verstand weinig baat hebben. In onze tijd wordt de intelligentie het meest ontwikkeld. Die bereikt nu ook een hoogtepunt. Maar wie nu zijn intelligentie ontwikkelt en de volgende ontwikkelingstrappen voorbij laat gaan, die zal zichzelf door zijn intelligentie vernietigen. 

Dat zal dan werken als een innerlijk vuur dat hem verbrandt, verteert, klein en zwak maakt, zodat hij dom wordt en niets kan beginnen, een vuur dat hem zal vernietigen in het tijdperk, waarin de morele impulsen hun hoogtepunt hebben bereikt. Een mens kan nu nog zeer gevaarlijk zijn met al zijn immorele slimheid, maar dan zal hij onschadelijk zijn. 

In plaats daarvan zal de ziel echter steeds meer aan morele kracht winnen, en dat zal een morele kracht zijn waar de mens zich nu nog helemaal geen voorstelling van kan maken. Om de Christusimpuls op te nemen is de hoogste kracht en moraliteit nodig, zodat die impuls kracht en leven wordt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das  esoterische  Christentum und  die geistige  Führung  der  Menschheit – Leipzig, 4 november 1911 (bladzijde 121-122)

Overgenomen uit Rudolf Steiner – Het esoterische christendom (vertaald door Hylcke Brandts Buys) – bladzijde 182-183

448px-Bleistiftportät_Rudolf_Steiner

TEKENING DOOR MARGITTA BIEKER

Eerder geplaatst op 30 oktober 2020  (4 reacties)

Een leger van kwaad tegenover de goede mensen  

Waarvan Socrates eens droomde, dat deugd te onderwijzen zou zijn, dat zal werkelijkheid worden. en het zal op aarde steeds meer mogelijk worden dat niet alleen ons intellect door onderricht wordt aangewakkerd, maar dat door dit onderricht ook morele impulsen zullen worden verbreid. Schopenhauer heeft gezegd: moraal preken is makkelijk, moraal opbouwen heel moeilijk.

Waarom is dat zo? Omdat je door te preken nog geen moraal werkelijk verbreidt. Mensen kunnen de juistheid van morele principes heel goed inzien en zich er toch niet aan houden. Voor veel mensen gelden de woorden van Christus: de geest is gewillig maar het vlees is zwak. Dat verandert door het morele vuur dat uitstroomt van deze Christus-gedaante. Daardoor zal het steeds meer zo zijn dat de mens de noodzaak van moraliteit en morele impulsen voor de aarde inziet. 

En daardoor transformeert de mens de aarde, hij zal steeds meer voelen dat het morele bij de aarde hoort. In de toekomst zullen alleen die mensen immoreel kunnen zijn die worden gesteund in hun immoraliteit, die door kwade demonen, door ahrimanische en asoerische machten bezeten worden en dat ook nastreven. Dat is de toekomstige situatie van de aarde: er zullen voldoende mensen zijn die steeds meer het morele onderwijzen en tegelijkertijd de moraliteit een basis geven; maar er zullen ook mensen zijn die zich uit eigen vrije wil overgeven aan boze machten en zij zullen een leger van kwaad vormen tegenover de goede mensen. Niemand zal daartoe gedwongen worden, het zal ieders vrije wil zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das  esoterische  Christentum und  die geistige  Führung  der  Menschheit – Bazel, 1 oktober 1911 (bladzijde 96-97)

Overgenomen uit Rudolf Steiner – Het esoterische christendom (vertaald door Hylcke Brandts Buys) – bladzijde 158

9789060385319-920x960

Eerder  geplaatst op 24 oktober 2020  (29 reacties)