Vroeger, in minder materialistische tijden, was het gebed een normale daad voor elk inslapen en bij het ontwaken. De mensheid vermoedt weinig van de schade die ze zichzelf toebrengt, doordat ze deze gewoonte geheel afgelegd heeft. De mens haalde door het gebed kracht uit de geestelijke wereld bij het ontwaken voor zijn dagelijks leven, en ’s avonds nam hij door het gebed de kracht, die hij zich in zijn dagelijks leven verzameld had, mee in de geestelijke wereld. Zo zijn ook onze huidige oefeningen bedoeld, opdat onze spirituele krachten sneller kunnen groeien en we leren ze bewust te gebruiken.
Bron: Rudolf Steiner – GA 266b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden Band II: 1910-1912 – Oslo, 16 juni 1910 (bladzijde 59)
Eerder geplaatst op 24 augustus 2015