Moraliteit/Concentratie/Meditatie

De aanwijzingen die worden gegeven voor het cultiveren van de morele gevoelens, zowel als de aanwijzingen die worden gegeven voor de concentratie van het denken, voor meditatie, alle streven uiteindelijk naar het ene doel: de geestelijke structuur waardoor het etherlichaam en het fysieke lichaam van de mens zijn verbonden, los te maken; zodat het etherlichaam niet meer zo vast als het ons van nature gegeven is, met het fysieke lichaam verbonden blijft. Alle oefeningen zijn gericht op deze opheffing, deze losmaking van het etherlichaam. […]

De inspanningen in geconcentreerd denken, zoals nu daarvoor de aanwijzingen worden gegeven, en zoals ze ook door de Rozenkruisers werden gegeven, de inspanningen van de meditaties, de zuivering van morele gevoelens, dat alles bewerkt uiteindelijk, wat men in het boek De weg tot inzicht in hogere werelden kan nalezen, dat het etherlichaam zelfstandig wordt, zoals het in dit boek beschreven is. Zodat men ertoe komt, – zoals we onze ogen om te zien, onze handen om te grijpen gebruiken en zo meer -, het etherlichaam met zijn organen te gebruiken, om dan echter niet in de fysieke wereld, maar in de geestelijke wereld te zien. De manier waarop we ons  innerlijk leven in de hand nemen werkt aan het losmaken, het zelfstandig maken van het etherische lichaam.

Bron: Rudolf Steiner – GA 131 – Von Jesus zu Christus – Karlsruhe, 6 oktober 1911 (bladzijde 65-66)

Eerder geplaatst op 24 december 2018  (1 reactie)

8aa8441b14d28d20a05e2c79e828ddf1

Geestelijke ontwikkeling en omgeving

Wie oefeningen verricht in een omgeving, vervuld van louter zelfzuchtige belangen, b.v. van de moderne strijd om het bestaan, zij zich bewust dat deze niet zonder invloed blijft op de vorming van zijn zielsorganen. Wel hebben de innerlijke wetten, die deze organen beheersen, voldoende kracht om die invloed niet al te schadelijk te doen zijn. Evenmin als een lelie in een voor haar ongeschikte omgeving ooit een distel kan worden, kan het waarnemingsorgaan der ziel, zelfs onder de invloed van de zelfzuchtige belangen der moderne stad, zich tot niets anders vormen dan tot datgene waartoe het bestemd is. 

Maar het is goed dat de leerling, hoe het ook zij, van tijd tot tijd de vredige natuur met haar stille waardigheid en bekoring tot zijn omgeving verkiest. Bijzonder bevoorrecht is de mens, die zijn geestesscholing geheel en al in bos en veld, in de groene plantenwereld kan doorleven of te midden van zonnige bergen, in lieflijke, landelijke eenvoud. Dit doet de innerlijke organen ontluiken op een wijze, zo harmonisch als in een moderne stad nimmer te verwezenlijken is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 10 – WIE  ERLANGT  MAN  ERKENNTNISSE DER  HÖHEREN  WELTEN? (blz. 99-100)

Deze vertaling is uit de vierde druk van de Nederlandstalige uitgave van dit boek. Het is later in een meer eigentijdse vertaling verschenen met de titel: De weg tot inzicht in hogere werelden.

9789082999815_front

Demonen

Alles wat u onwillekeurig doet, alles waartoe u zich innerlijk gedrongen voelt, gebeurt doordat andere wezens op u inwerken. Het gebeurt niet vanuit het niets. De verschillende menselijke wezensdelen worden voortdurend werkelijk doordrongen en vergezeld van andere wezens, en een groot aantal oefeningen die de ingewijde leraar zijn leerlingen laat verrichten zijn bedoeld om deze wezens uit te drijven, opdat de mens steeds vrijer wordt.

De wezens die het astrale lichaam doortrekken en dit onvrij maken worden demonen genoemd. Uw astrale lichaam is voortdurend doordrongen van zulke demonen, en ook de wezens die u zelf door uw goede of verkeerde gedachten voortbrengt hebben de eigenschap dat ze zich geleidelijk aan tot demonen ontwikkelen. Er bestaan goede demonen, die van goede gedachten uitgaan. Slechte gedachten echter, vooral die van onware en leugenachtige aard, brengen de meest vreselijke en afschuwwekkende demonische gestalten voort, waarmee het astrale lichaam om zo te zeggen is doorspekt. 

Vertaling overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord Geesten, spoken, fantomen – 29 (Bron: GA 99 – bladzijde 70-71)

Eerder geplaatst op 9 juli 2016  (31 reacties)

De mensheid vermoedt weinig van de schade die ze zichzelf toebrengt

Vroeger, in minder materialistische tijden, was het gebed een normale daad voor elk inslapen en bij het ontwaken. De mensheid vermoedt weinig van de schade die ze zichzelf toebrengt, doordat ze deze gewoonte geheel afgelegd heeft. De mens haalde door het gebed kracht uit de geestelijke wereld bij het ontwaken voor zijn dagelijks leven, en ’s avonds nam hij door het gebed de kracht, die hij zich in zijn dagelijks leven verzameld had, mee in de geestelijke wereld. Zo zijn ook onze huidige oefeningen bedoeld, opdat onze spirituele krachten sneller kunnen groeien en we leren ze bewust te gebruiken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden  Band II: 1910-1912 – Oslo, 16 juni 1910 (bladzijde 59)

Eerder geplaatst op 24 augustus 2015

25 Keer hetzelfde boek

Als werkzame voorbereiding voor de oefeningen hebben we de studie van de antroposofische werken. Het is beter een boek vijfentwintig keer te hebben gelezen, dan vijf  boeken vijf maal; en wie een boek twee of drie keer gelezen heeft, mag zich niet inbeelden dat hij het boek überhaupt gelezen heeft. Als we op een bepaalde dag van het jaar het een of ander bij onze meditatie beleefd hebben, dan zullen we, als we intussen werkelijk gestudeerd hebben, op dezelfde dag na een jaar veel meer kunnen beleven. Het is goed om dezelfde oefening gedurende lange perioden te behouden, dat is veel beter dan het voortdurende afwisselen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Band II: 1910-1912 – Berlijn, 15 maart 1911 (bladzijde 159)

Eerder geplaatst op 8 januari 2014  (12 reacties)