Iedere gedachte, ieder gevoel is een realiteit

Iedere gedachte, ieder gevoel is een realiteit, en wanneer ik denk dat iemand een slecht mens is of ik bemin hem niet, dan is dat voor wie in de astrale wereld kan schouwen, als een pijl, als een bliksem die zich als een geweerkogel naar de ander beweegt en hem beschadigt. Ieder gevoel, iedere gedachte is een wezen, een vorm in de astrale wereld en voor wie in deze wereld kan kijken is het dikwijls veel erger om te zien hoe iemand een slechte gedachte over een ander koestert dan wanneer iemand die ander fysiek schaadt.

Bron: Rudolf steiner – GA 95 –  VOR DEM TORE DER THEOSOPHIE –  Stuttgart, 23 augustus 1906 (blz. 23)

a4618542165899.Y3JvcCwxNDEzLDExMDYsMTgxLDQ1MA

Eerder geplaatst op 25 oktober 2012  (15 reacties)

Afwisseling in de verschillende incarnaties (2 van 2)

En het kan werkelijk niet vaak genoeg worden gezegd dat het niet genoeg is als antroposofen een offer willen brengen. Sommige mensen offeren graag en veel, maar om offers te brengen die bruikbaar zijn voor de wereld, moet een mens eerst de kracht hebben tot die offers. Voordat een mens zichzelf kan opofferen, moet hij eerst iets zijn, anders is het offer van het ik niet veel waard. In zeker opzicht is het ook een, zij het bedekt, soort egoïsme, een soort gemakzucht, als mensen er niet naar streven zich verder te ontwikkelen, als ze niet verder streven, opdat wat ze tot stand brengen ook iets waardevols is. 

Het zou kunnen lijken alsof wij liefdeloosheid preken, maar ik verzoek u dit niet verkeerd op te vatten. Het is zo dat antroposofen tegenwoordig vaak het verwijt krijgen van de omgeving: ‘Jullie streven ernaar innerlijk beter te worden, jullie ziel te vervolmaken. Jullie worden egoïsten!’ Nu moet worden toegegeven dat er veel grillen, gebreken en illusies kunnen opduiken bij dit streven van de mens naar volmaaktheid. We hoeven onszelf allerminst op de borst te slaan voor wat zich dikwijls onder antroposofen onder de noemer ontwikkeling voordoet. Achter dit streven gaat meestal een grote dosis ongeoorloofd egoïsme schuil. 

Anderzijds moet worden benadrukt dat wij in een tijd leven, in een cultuurperiode, waarin een enorme verspilling plaatsvindt van toegewijde offervaardigheid. Hoewel overal om ons heen ook liefdeloosheid heerst, wordt er tegelijkertijd ontzettend veel liefde en offervaardigheid verspild. Dat moet u niet misverstaan. We moeten ons realiseren dat liefde, wanneer ze in het leven zonder wijsheid en een juiste inschatting van de situatie wordt gehanteerd, volledig aan haar doel voorbij kan schieten en de mensheid zo meer tot schade dan tot nut kan zijn. 

Bron: Rudolf Steiner – GA 135 Wiederverkörperung und Karma und ihre Bedeutung für die Kultur der Gegenwart – Stuttgart, 21 februari 1912 (blz. 98-99)

Nederlandse uitgave: Werkingen van het karma (blz. 305-306). 

Vertaald door Anton de Rijk en Hans Schenkels met een nawoord van Hans Peter van Manen. 

Stichting Rudolf Steiner Vertalingen. Tweede druk 2004

Onwaarheid

Dat is wat er nog moet gebeuren: de diepgaande ernst in het opnemen van de wetenschap van de geest, het afwennen van wat de mensen ertoe brengt, om de spirituele wetenschap op te nemen als een of ander literair product, als iets waarin men zichzelf op een iets betere wijze amuseert, omdat dit het verlangen naar het voortleven na de dood garandeert. Er is vandaag nog steeds een verschrikkelijke afstand tussen wat nodig is bij het opnemen van spirituele wetenschap en wat er echt is. […]

Al het oreren over sociale of dergelijke idealen heeft geen zin, als men niet wil kijken naar wat zeer wezenlijk in onze huidige tijd leeft. Want de schade van onze tijd gaat uit van ons verkeerde geestelijk leven, dat langzamerhand diep in onwaarheid terecht is gekomen, en dat zichzelf niet eens bewust is hoe diep ze in onwaarheid leeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 200 – Die neue Geistigkeit und das Christus-Erlebnis des zwanzigsten Jahrhunderts – Dornach, 31 oktober 1920 (bladzijde 139)

Eerder geplaatst op 8 juli 2018 

Portraits of Rudolf Steiner 0018

Erfelijke belasting (1 van 3)  

Men hoort tegenwoordig geen woord vaker dan het woord “erfelijke belasting”. Hoe zou iemand die vandaag de dag niet minstens elke week drie of vier keer het woord “erfelijke belasting” in de mond neemt als een ontwikkeld mens kunnen worden beschouwd? Een geschoold mens moet toch op zijn minst weten dat de geleerde geneeskunde vastgesteld heeft wat erfelijke belasting in het mensenleven betekent! Wie niet kan zeggen, als hier of daar iemand niets met zichzelf weet te beginnen, dat de betrokken persoon erfelijk belast is, die is niet een goed opgeleid mens, maar iets anders, wellicht ook een antroposoof.

Dit is waar de huidige wetenschap begint zich niet alleen theoretisch te vergissen, maar waar ze begint het leven te schaden. Hier is de grens waar de theoretische benadering de moraliteit benadert, waar het immoreel is om een onjuiste theorie te hebben. Hier hangt de levenskracht, de levenszekerheid ervan af om juist het ware te weten. Wie zich versterkt en krachtig maakt vanuit een juiste geestelijke visie in zijn ziel, doordat hij zichzelf een levenselixer toevoegt, waartoe zal hij in staat zijn?

Wat hij ook mag hebben geërfd, het is erfelijkheid in het fysieke lichaam, of hooguit in het etherische lichaam. Door zijn juiste levensbeschouwing zal hij zich in zijn eigenlijke wezenskern steeds sterker en sterker maken en hij zal overwinnen, wat erfelijke belasting is, want het geestelijke is, als het op de goede manier aanwezig is, in staat het lichamelijke te compenseren.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 116 – Der Christus-Impuls und die Entwickelung des Ich-Bewußtseins – Berlijn, 22 december 1909 (bladzijde 54)

Eerder geplaatst op 13 november 2017  (4 reacties)

798x1200

Wat betekent een onware uitspraak voor het Ik?

We hebben in het leven op aarde maar één enkel menselijk wezensdeel, aan wiens ontwikkeling we werkelijk kunnen werken, dat is ons Ik. We kunnen op een bepaalde manier werken aan de ontwikkeling van ons Ik. Wat betekent het nu in geestelijke zin: werken aan de ontwikkeling van het Ik? 

Als we deze vraag willen beantwoorden, moet het ons duidelijk zijn wat er nodig is om aan het Ik te werken. Laten we aannemen dat iemand een ander aanvalt en tegen hem zegt: ‘Je bent een slecht mens’. Als dat niet waar is, dan heeft de betrokkene een onwaarheid gezegd. Wat betekent zo’n onware uitspraak voor het Ik? Ja, deze uitspraak van het Ik, die een onwaarheid is, betekent dat het Ik vanaf dat moment minder waardevol is geworden. 

Dat is de objectieve consequentie van de immoraliteit. Voordat we een onwaarheid hebben gezegd, zijn we meer waard dan nadat we de onwaarheid hebben uitgesproken. De waarde van het Ik wordt geringer voor alle ruimten en alle tijden, voor alle oneindigheid en alle eeuwigheid, als u het door een dergelijke zaak  geringer hebt gemaakt. (Duits: Und  messen  Sie  alle  Räume  und  alle  Zeiten  aus:  der  Wert Ihres  Ich  wird  geringer  für  alle  Räume  und  alle  Zeiten,  für  alle Unendlichkeit  und  alle  Ewigkeit,  wenn  Sie  ihn  durch  eine  solche Sache  geringer  gemacht  haben.) 

Nu staat ons echter één ding ter beschikking tijdens het leven tussen geboorte en dood. We kunnen hetgeen we hebben gedaan dat ons Ik minder waardevol heeft gemaakt altijd verbeteren als we onze leugens kunnen overwinnen. We kunnen aan de persoon die we gezegd hebben: ‘Je bent een slecht mens’,  bekennen: ‘Ik heb me vergist, wat ik zei is niet juist’, enzovoort. Dan hebben we de waarde van ons Ik hersteld, dan hebben we de schade die we aan ons Ik toegevoegd hebben weer gecompenseerd.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte  Untersuchungen über  das  Leben zwischen  Tod  und  neuer  Geburt – Hannover, 18 november 1912 (bladzijde 43-44)

Eerder geplaatst op 16 augustus 2020  (4 reacties)

efbfe024bca7bfd9bcb806471ad3e992