Fanatisme

Dat is het allerergste in het leven en in het bijzonder in de opvoeding en het onderwijs, het fanatisme: dat men vastloopt in een bepaalde richting, van niets anders meer wil weten, en alleen zijn eigen richting, die in bepaalde leuzen is samengevat, nog maar wil doordrukken. Ja, wie de wereld op onbevangen wijze beziet, die weet: het is met bepaalde richtingen en standpunten nu eenmaal zo, dat het slechts standpunten zijn. Als er hier een boom staat waarvan ik een foto maak, dan geef ik u daarmee één beeld. Dat beeld is van hieraf genomen; het beeld komt er vanuit een ander punt anders uit te zien, zodat u best zou kunnen zeggen: Dat is niet dezelfde boom, wanneer u uitgaat van dat ene beeld. Zo zijn er in de wereld ook verschillende standpunten, wereldbeschouwingen. Die zijn altijd maar van één kant uit gezien. Alleen degene die weet dat men de dingen van de meest verschillende kanten moet bezien, wordt niet fanatiek, maar veelzijdig, verkrijgt een noodzakelijke universaliteit.

Bron: Rudolf Steiner – GA 305 – Geestelijke grondslagen voor de opvoedkunst – GA 305 – Oxford, 25 augustus 1922 (bladzijde 178-179)

Eerder geplaatst op 3 juni 2013

Advertenties

Strijden over meningen

Tegenwoordig vliegen de mensen elkaar nog vaak in de haren over meningen. Maar daar zal men eens mee op moeten houden, eenvoudigweg omdat ieder zijn eigen mening moet hebben.
Wanneer een boom van verschillende kanten wordt gefotografeerd, is het nog steeds dezelfde boom, maar de foto’s zien er heel verschillend uit; zo kan ook ieder mens zijn eigen mening hebben -afhankelijk van het standpunt waarop hij zich plaatst.
Wanneer hij een verstandig mens is, zal hij niet meer over meningen strijden. Hij zal echter sommige meningen gezond, en andere meningen ziek vinden. Maar over meningen strijden, dat doet de mens niet meer. Het is alsof men verschillende foto’s bekijkt en dan opmerkt: die foto’s zijn heel verschillend, deze zijn goed en die andere zijn mislukt.
–Het kan hooguit interessant zijn hoe een mens tot zijn mening komt: of een mening geestrijk tot stand komt, of dwaas, of een mening laag bij de grond is en onvruchtbaar of hoogstaand en voor de mensheid iets betekenen kan – dat kan een mens interesseren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 337b – Soziale Ideen/Soziale Wirklichkeit/Soziale Praxis – Dornach, 16 augustus 1920 (bladzijde 62-63)

Overgenomen van de website van Renée Zeylmans – Vertaling John Hogervorst

Eerder geplaatst op 27 augustus 2016

Ruimte en Tijd

Wat in de tijd voorbijgegaan is, is feitelijk geestelijk niet voorbijgegaan. Dat is een voorstelling die men in het fysieke leven alleen in verband met de ruimte heeft. Als u hier voor een boom staat en dan wegloopt en later terugkijkt, dan verdwijnt de boom niet; hij is er nog steeds. Zo is het met de tijd in de geestelijke wereld. Wanneer u nu iets beleeft, dan is het weg voor het fysieke bewustzijn; geestelijk beschouwd is het niet weg. U kunt erop terugkijken zoals naar een boom. Het is zeer opmerkelijk dat Richard Wagner van deze zaak geweten heeft, zoals zijn woorden aantonen: Tot ruimte wordt hier de tijd.  

Bron: Rudolf Steiner – GA 182 – Der Tod als Lebenswandlung – Nürnberg, 10 februari 1918 (bladzijde 48)

Zie ook: Alles wat ruimtelijk beperkt is, zal zijn betekenis verliezen

Eerder geplaatst op 26 december 2015

Voor en tegen

Een begrip, een idee, een gedachte is eigenlijk, zodra men de geestelijke feiten en geestelijke wezens onder ogen ziet, nooit iets anders dan een afbeelding, een foto, die men in de fysieke wereld, laten we zeggen, van een boom maakt. Als men een afbeelding van een boom van een kant neemt en een afbeelding van een andere kant, een afbeelding van een derde kant – deze beelden zien er alle verschillend uit. Ze zijn van een en dezelfde boom, maar ze zien er alle anders uit. En alleen doordat men deze afbeeldingen van de meest uiteenlopende kanten neemt, kan men, doordat men ze vergelijkt, nauwkeurig een voorstelling, een ervaring van de werkelijkheid verkrijgen.

Daar houdt men tegenwoordig echter niet van. Men houdt van beperkte begrippen. Men houdt ervan dat als men een begrip heeft, dan “heeft” men die nu! Dan wil men daarbij blijven. Dat kan de geesteswetenschap niet. Geesteswetenschap beschrijft de zaak vanuit de meest verschillende kanten; ze beschrijft een keer van de ene kant en weet, dat ze daarmee slechts een eenzijdig beeld, zogezegd een foto vanuit een bepaald gezichtspunt geeft; ze beschrijft het dan van een andere kant, beschrijft het van een derde kant, vanuit een derde gezichtspunt.

Ja, wat nog meer frappeert, is het volgende. Men moet, als men werkelijk spirituele wetenschapper wil zijn, doordrongen zijn van de zo mooi door Goethe benadrukte zin: Tussen twee tegengestelde meningen ligt het probleem er middenin. – Men moet niet alleen weten, als men de waarheid over een geestelijk wezen of een geestelijk feit wil weten, wat er voor te zeggen is, maar ook wat er tegen te zeggen is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 72 – Freiheit/Unsterblichkeit/Soziales Leben – Bazel, 19 oktober 1917 (bladzijde 81-82)

Eerder geplaatst op 10 mei 2015

Strijden over meningen

Tegenwoordig vliegen de mensen elkaar nog vaak in de haren over meningen. Maar daar zal men eens mee op moeten houden, eenvoudigweg omdat ieder zijn eigen mening moet hebben.

Wanneer een boom van verschillende kanten wordt gefotografeerd, is het nog steeds dezelfde boom, maar de foto’s zien er heel verschillend uit; zo kan ook ieder mens zijn eigen mening hebben -afhankelijk van het standpunt waarop hij zich plaatst.

Wanneer hij een verstandig mens is, zal hij niet meer over meningen strijden. Hij zal echter sommige meningen gezond, en andere meningen ziek vinden. Maar over meningen strijden, dat doet de mens niet meer. Het is alsof men verschillende foto’s bekijkt en dan opmerkt: die foto’s zijn heel verschillend, deze zijn goed en die andere zijn mislukt.

–Het kan hooguit interessant zijn hoe een mens tot zijn mening komt: of een mening geestrijk tot stand komt, of dwaas, of een mening laag bij de grond is en onvruchtbaar of hoogstaand en voor de mensheid iets betekenen kan – dat kan een mens interesseren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 337b – Soziale Ideen/Soziale Wirklichkeit/Soziale Praxis – Dornach, 16 augustus 1920 (bladzijde 62-63)

Overgenomen van de website van Renée Zeylmans – vertaling John Hogervorst