Strijden over meningen

Tegenwoordig vliegen de mensen elkaar nog vaak in de haren over meningen. Maar daar zal men eens mee op moeten houden, eenvoudigweg omdat ieder zijn eigen mening moet hebben.
Wanneer een boom van verschillende kanten wordt gefotografeerd, is het nog steeds dezelfde boom, maar de foto’s zien er heel verschillend uit; zo kan ook ieder mens zijn eigen mening hebben -afhankelijk van het standpunt waarop hij zich plaatst.
Wanneer hij een verstandig mens is, zal hij niet meer over meningen strijden. Hij zal echter sommige meningen gezond, en andere meningen ziek vinden. Maar over meningen strijden, dat doet de mens niet meer. Het is alsof men verschillende foto’s bekijkt en dan opmerkt: die foto’s zijn heel verschillend, deze zijn goed en die andere zijn mislukt.
–Het kan hooguit interessant zijn hoe een mens tot zijn mening komt: of een mening geestrijk tot stand komt, of dwaas, of een mening laag bij de grond is en onvruchtbaar of hoogstaand en voor de mensheid iets betekenen kan – dat kan een mens interesseren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 337b – Soziale Ideen/Soziale Wirklichkeit/Soziale Praxis – Dornach, 16 augustus 1920 (bladzijde 62-63)

Overgenomen van de website van Renée Zeylmans – Vertaling John Hogervorst (deze website kon ik niet meer terugvinden)

Eerder geplaatst op 5 juli 2017 (9 reacties)

Meningen-578x387

Omkering van oorzaak en gevolg

Met een voorbeeld wil ik laten zien hoe noodzakelijk het is om werkelijk praktisch over dingen na te denken: Iemand is met een ​​ladder in een boom geklommen om daar het een of ander te doen; hij valt uit de boom op de grond en is dood. Wel, het is een voor de hand liggende gedachte dat hij door de val uit de boom is dood gegaan, nietwaar? Men zal zeggen dat de val de oorzaak was en de dood het gevolg. Oorzaak en gevolg lijken met elkaar verbonden te zijn. Hierin kunnen vreselijke verwisselingen voorkomen. 

Want het kan zijn dat hij in de boom door een hartaanval is getroffen, waardoor hij is gevallen als gevolg van de hartaanval. Er is precies hetzelfde gebeurd als wanneer hij levend was gevallen, hij maakte dezelfde dingen mee als die werkelijk de oorzaak van zijn dood hadden kunnen zijn.  

Zo kan men oorzaak en gevolg volledig door elkaar halen. In dit voorbeeld is het gemakkelijk in te zien; maar vaak is het niet zo opvallend dat men zich heeft vergist. Zulke denkfouten komen ontzaglijk vaak voor, en het moet gezegd worden dat in de wetenschap tegenwoordig zulke oordelen elke dag worden gemaakt, waarbij oorzaak en gevolg op zo’n manier echt door elkaar worden gehaald. Dat begrijpen de mensen alleen niet, omdat ze de mogelijkheden van denken niet in het oog houden.

man-falling-from-branch-of-tree-woods-wheatcroft

Bron: Rudolf Steiner – GA 108 – Die  Beantwortung von  Welt- und  Lebensfragen durch  Anthroposophie / Praktische  Ausbildung  des  Denkens – Karlsruhe, 18 januari 1909 (bladzijde 271)

Ruimte en Tijd

Wat in de tijd voorbijgegaan is, is feitelijk geestelijk niet voorbijgegaan. Dat is een voorstelling die men in het fysieke leven alleen in verband met de ruimte heeft. Als u hier voor een boom staat en dan wegloopt en later terugkijkt, dan verdwijnt de boom niet; hij is er nog steeds. Zo is het met de tijd in de geestelijke wereld. Wanneer u nu iets beleeft, dan is het weg voor het fysieke bewustzijn; geestelijk beschouwd is het niet weg. U kunt erop terugkijken zoals naar een boom. Het is zeer opmerkelijk dat Richard Wagner van deze zaak geweten heeft, zoals zijn woorden aantonen: Tot ruimte wordt hier de tijd.  

Dk300gXX0AEroUj

Bron: Rudolf Steiner – GA 182 – Der Tod als Lebenswandlung – Nürnberg, 10 februari 1918 (bladzijde 48)

Zie ook: Alles wat ruimtelijk beperkt is, zal zijn betekenis verliezen

Eerder geplaatst op 10 januari 2017  (2 reacties)

Voor en tegen

Een begrip, een idee, een gedachte is eigenlijk, zodra men de geestelijke feiten en geestelijke wezens onder ogen ziet, nooit iets anders dan een afbeelding, een foto, die men in de fysieke wereld, laten we zeggen, van een boom maakt. Als men een afbeelding van een boom van een kant neemt en een afbeelding van een andere kant, een afbeelding van een derde kant – deze beelden zien er alle verschillend uit. Ze zijn van een en dezelfde boom, maar ze zien er alle anders uit. En alleen doordat men deze afbeeldingen van de meest uiteenlopende kanten neemt, kan men, doordat men ze vergelijkt, nauwkeurig een voorstelling, een ervaring van de werkelijkheid verkrijgen.

Daar houdt men tegenwoordig echter niet van. Men houdt van beperkte begrippen. Men houdt ervan dat als men een begrip heeft, dan “heeft” men die nu! Dan wil men daarbij blijven. Dat kan de geesteswetenschap niet. Geesteswetenschap beschrijft de zaak vanuit de meest verschillende kanten; ze beschrijft een keer van de ene kant en weet dat ze daarmee slechts een eenzijdig beeld, zogezegd een foto vanuit een bepaald gezichtspunt geeft; ze beschrijft het dan van een andere kant, beschrijft het van een derde kant, vanuit een derde gezichtspunt.

Ja, wat nog meer frappeert, is het volgende. Men moet, als men werkelijk spirituele wetenschapper wil zijn, doordrongen zijn van de zo mooi door Goethe benadrukte zin: Tussen twee tegengestelde meningen ligt het probleem er middenin. – Men moet niet alleen weten, als men de waarheid over een geestelijk wezen of een geestelijk feit wil weten, wat er voor te zeggen is, maar ook wat er tegen te zeggen is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 72 – Freiheit/Unsterblichkeit/Soziales Leben – Bazel, 19 oktober 1917 (bladzijde 81-82)

Eerder geplaatst op 7 november 2016  (1 reactie)

Abstract denken was helemaal niet altijd voor de mensen iets vanzelfsprekends en natuurlijks

Dat wat we tegenwoordig, zelfs als we populaire wetenschap bedrijven, als voor de mens iets heel natuurlijks zien, ons denken, ons abstract denken, dat was helemaal niet altijd voor de mensen iets vanzelfsprekends en natuurlijks. Het is goed dat men, om zoiets te karakteriseren, gelijk tot radicale gevallen zijn toevlucht neemt. Het zal u vreemd voorkomen, als men het volgende zegt: Voor u allen is het een natuurlijk feit om bijvoorbeeld van een “vis” te spreken. Bij primitieve volken is dat helemaal niet een natuurlijk gegeven. Primitieve volken kennen wel forellen, zalm, kabeljauw, haringen, maar “vis” kennen ze niet. Ze hebben het woord “vis” helemaal niet, omdat ze tot een dergelijke abstractie, tot zo’n algemeenheid met hun denken helemaal niet gaan. Berkenbomen, kersenbomen, sinaasappelbomen, individuele bomen kennen ze, maar “boom” kennen ze niet. Wat voor ons geheel natuurlijk is, het denken in algemene begrippen, dat is vandaag de dag nog bij primitieve volken helemaal niet iets natuurlijks.

Bron: Rudolf Steiner – GA 146 – Die okkulten Grundlagen der Bhagavad Gita – Helsingfors, 29 mei 1913 (bladzijde 33)

 Eerder geplaatst op 1 december 2014