Wie de poging waagt geesteswetenschappelijke bevindingen te beschrijven van een soort zoals ze in dit boek zijn opgetekend, moet er voor alles rekening mee houden dat deze soort tegenwoordig in wijde kring voor onmogelijk wordt aangezien. Tenslotte worden in de hierna volgende uiteenzettingen dingen gezegd waarvan een in onze tijd als streng geldend denken beweert dat ze ‘voor de menselijke intelligentie vermoedelijk altijd ontoegankelijk zullen blijven’. Wie de redenen kent en naar waarde weet te schatten die menig serieus denker ertoe brengen deze onmogelijkheid te poneren, die zou steeds opnieuw willen pogen aan te tonen op welke misverstanden die overtuiging berust, dat het menselijk kenvermogen de toegang tot de bovenzinnelijke werelden ontzegd zou zijn.
Twee zaken zijn hier van belang. Ten eerste zal op den duur geen mens, als hij dieper nadenkt, de ogen kunnen sluiten voor het feit dat zijn belangrijkste vragen naar de zin en de betekenis van het leven onbeantwoord zouden moeten blijven als er geen toegang tot de bovenzinnelijke werelden bestond. Men kan zich theoretisch blind en doof houden voor dit feit; de diepten van het zieleleven gaan echter niet met dit zelfbedrog mee. – Wie niet naar deze diepten van de ziel wil luisteren, zal uiteenzettingen over de bovenzinnelijke werelden vanzelfsprekend afwijzen. Toch zijn er mensen, en hun aantal is waarachtig niet gering, die zich onmogelijk voor de dringende vragen van hun innerlijk doof kunnen houden. Zij moeten voortdurend aan de poort kloppen die volgens anderen het ‘onbegrijpelijke’ afsluit.
Ten tweede zijn de uiteenzettingen van het ‘strenge denken’ geenszins gering te achten. Wie zich daarmee bezighoudt, zal op het punt waar ze serieus moeten worden genomen deze ernst ook helemaal meebeleven. De schrijver van dit boek zou niet graag als iemand worden beschouwd die lichtzinnig over het indrukwekkende denkwerk heen stapt dat is opgebracht om de grenzen van het menselijk intellect te bepalen. Dit denkwerk laat zich niet afdoen met een paar frasen over ‘bloedeloze abstracties’ en dergelijke. Vaak blijkt het zijn oorsprong te hebben in een ware worsteling om inzicht en in echte scherpzinnigheid. – Sterker nog, we moeten toegeven: er zijn argumenten naar voren gebracht waarom de kennisweg die tegenwoordig als wetenschappelijk geldt niet tot in de bovenzinnelijke werelden kan doordringen, en deze argumenten zijn in zekere zin onweerlegbaar.
Bron: Rudolf Steiner – De wetenschap van de geheimen der ziel – Woord vooraf bij de vierde druk (blz. 333-334)
Vertaald en toegelicht door Wijnand Mees
Rudolf Steiner / Werken en voordrachten © 1998 Stichting Rudolf Steiner Vertalingen
Duitstalig: GA 13 (blz. 16-17)
https://odysseetheater.org/GA/Buecher/GA_013.pdf#view=Fit

Ontdek meer van De grote Rudolf Steiner Citatensite
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.