Erfelijke aanleg

Wat wordt er tegenwoordig een onzin uitgekraamd over het binnen een bepaald kader zeker terechte woord ‘erfelijke aanleg’. Men beroept zich op erfelijke aanleg overal daar waar in een mens het een of ander optreedt en men kan aantonen dat dat ook voorkomt in de eigenschappen van voorouders. En aangezien men niets weet over geestelijke krachten, die uit de vroegere incarnatie stammen en die in mensen werkzaam zijn, daarom meent men, dat deze overgeërfde aanlegfactoren een overweldigende kracht bezitten.

Zou men weten, dat iets geestelijks uit de voorafgaande incarnatie stamt, dan zou men zeggen: mooi, wij geloven met enige zekerheid in de overgeërfde aanleg, maar we weten ook, wat aan innerlijke centrale krachten in de ziel uit een hieraan voorafgaand leven stamt. Indien men die versterkt en krachtiger maakt, dan wint dat de overhand over het materiële, dat wil zeggen over de overgeërfde aanleg. – Zo iemand, die in staat is zich tot kennis van het geestelijke op te werken, zou verder zeggen: ‘De overgeërfde aanleg mag dan nog zo sterk werkzaam zijn, ik wil het geestelijke in mijzelf voedsel geven. Daardoor zal ik deze overgeërfde aanleg overwinnen’.

Bron: Rudolf Steiner – GA 112 – DAS JOHANNES-EVANGELIUM – Kassel, 30 juni 1909 (bladzijde 126-127)

https://odysseetheater.org/GA/Buecher/GA_112.pdf#view=Fit

Vertaling: Frans Wuijts

John_Faber_the_younger_-_St_John_Apostle_and_Evangelist_-_(MeisterDrucke-1436066)

Apostel Johannes door John Faber the Younger

Eerder geplaatst op 5 mei 2019   (6 reacties)


Ontdek meer van De grote Rudolf Steiner Citatensite

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

2 gedachtes over “Erfelijke aanleg

Plaats een reactie