Gezond oordeelsvermogen

Hoe vaak komt het niet voor dat de mensen niet duidelijk zien wat werkelijkheid is, maar wat ze graag zouden willen zien. In hoeveel gevallen geloven de mensen iets, niet omdat ze iets begrijpen, maar omdat ze graag iets willen geloven. Of wat voor vergissingen ontstaan er niet omdat men een zaak niet grondig onderzoekt maar een overhaast oordeel vormt. Al deze oorzaken van vergissingen in het dagelijks leven kunnen bijna tot in het oneindige worden vermeerderd. Hoezeer spelen ons partijdigheid, hartstocht enzovoort, niet parten ten aanzien van ons gezonde oordeelsvermogen!

Als dergelijke vergissingen van het oordeel in het gewone leven al verstorend en noodlottig zijn: voor de gezondheid van de bovenzinnelijke ervaringen zijn ze het grootst denkbare gevaar. Niet een algemene regel kan de esoterische leerling als gids in hogere werelden krijgen, maar alleen de aanwijzing om voor zijn gezonde onderscheidingsvermogen, voor zijn vrij, onafhankelijk oordeel al het mogelijke te doen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 12 – Die Stufen der höheren Erkenntnis (bladzijde 71)

11b9b9ec-2137-420e-a504-462936b59ace

Eerder geplaatst op 27 maart 2018

Zelfzucht / Onzelfzuchtigheid

Ligt in deze uitspraak dat men occulte krachten niet in dienst mag stellen van het persoonlijk egoïsme, op een bepaalde manier niet een onmogelijke eis voor de mens van deze tijd? Deze vraag moeten wij allereerst beantwoorden. Natuurlijk stellen diegenen die dat zeggen als eerste gebod op: gij moogt niet egoïstisch zijn! – Vanzelfsprekend, dat is een hoogste gebod. Maar voor wie met de werkelijkheid denkt, komt het er niet op aan dat zulke geboden opgesteld worden, maar of dergelijke geboden wel kunnen nageleefd worden. En wie gelooft dat het gebod om niet egoïstisch te zijn, door de mens van deze tijd zo zonder meer kan nageleefd worden, die geeft zich aan een grote illusie over. Diegene die het als zijn plicht beschouwt om illusies te ontmaskeren, die moet ook de illusie teniet doen dat een dergelijk gebod gemakkelijk zou kunnen worden nageleefd. Misschien treedt er ergens een mens naar voren en zegt: ik wil in de wereld actief zijn op een totaal onzelfzuchtige wijze!

Als nu iemand zegt dat hij op een onzelfzuchtige manier in de wereld wil actief zijn, dan is dat een zeer, zeer mooi ideaal. Maar als we dan wat verder vragen: waarom wil je zo onzelfzuchtig zijn, waarom leg je jezelf dit gebod op? – dan hoort men merkwaardige antwoorden, bvb.: door onzelfzuchtig te zijn kom ik langzamerhand tot een hoger niveau van volkomenheid; ik kan niet verdragen een waardeloze mens te zijn; ik wil een mens zijn die van betekenis is voor de wereld. – Als men dit gevoel zou analyseren, dan zou men erachter komen dat achter het motief om onzelfzuchtig te zijn dikwijls het ongelooflijkste egoïsme steekt, dikwijls een veel groter egoïsme dan hetgeen men aantreft bij mensen die helemaal niet onzelfzuchtig willen zijn, maar die eenvoudigweg hun zelfzuchtige instincten volgen. Volgt u de gedachtegang maar, u zult zien hoeveel zelfzucht er in de drang naar onzelfzuchtigheid steekt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 101 – Mythen und Sagen Okkulte Zeichen und Symbole – Berlijn, 21 oktober 1907 (bladzijde 118-119)

egoistisch

Eerder geplaatst op 26 maart 2018  (1 reactie)

Tegenstrijdigheden

De werkelijkheid bestaat uit tegenstrijdigheden. We begrijpen de werkelijkheid niet, wanneer we niet de tegenstrijdigheden in de wereld zien.

Bron (Duits): Rudolf Steiner – GA 293 – Allgemeine Menschenkunde als Grundlage der Pädagogik – Stuttgart, 29 augustus 1919 (bladzijde 124)

Vertaling: Marijke Buursink, overgenomen uit Antroposofische menskunde (bladzijde 113)

_ (1)

Eerder  geplaatst  op 8 oktober 2015  (8 reacties)

Woorden / Werkelijkheid

Dit zal voor de toekomst van de mensheid onvoorstelbaar noodzakelijk zijn, namelijk dat de mensen zich er toe zetten de realiteit, de werkelijkheid op te zoeken. Men denkt tegenwoordig bijna alleen nog maar in woorden, niet in werkelijkheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 293 – Allgemeine Menschenkunde als Grundlage der Pädagogik – Stuttgart, 28 augustus 1919 (bladzijde 118)

Vertaling: Marijke Buursink, overgenomen uit Antroposofische menskunde (bladzijde 109)

39baf326-2463-4f31-8784-96d3a2170a79

Eerder geplaatst  op 2 maart 2018  (1 reactie)

Juiste begrippen, onjuist toegepast  

Er is iets eigenaardigs ontstaan ​​- ik bedoel dit niet als verwijt, ik wil het gewoon als een feit noemen – met betrekking tot de manier waarop mensen tegenwoordig omgaan met hun begrippen en ideeën. In de meeste gevallen bedenkt de mens niet dat begrippen en ideeën, hoe goed ze ook onderbouwd zijn, slechts instrumenten zijn om de werkelijkheid te beoordelen zoals die voor ons individueel in elk afzonderlijk geval verschijnt.

Tegenwoordig, wanneer de mens zich een begrip heeft verworven, gelooft hij dat dit begrip rechtstreeks  toepasbaar is in de wereld. Op deze eigenaardigheid van het huidige denken, dat in alle wetenschappelijke streven is doorgedrongen, berust wat ik zojuist heb beschreven als heersende misverstanden. Men denkt er tegenwoordig niet aan dat een begrip geheel juist kan zijn, maar dat het, hoewel het juist is, geheel onjuist kan worden gebruikt.

Ik zal dit, om het vooraf methodisch te karakteriseren, verduidelijken aan de hand van misschien groteske voorbeelden die in het leven kunnen voorkomen. Nietwaar, iemand kan de zeer zeker terechte overtuiging hebben dat slaap, gezonde slaap, een goede remedie is. Dat kan een heel juist begrip zijn, een correct idee. Als het echter in een bepaald geval niet op de juiste manier wordt toegepast, dan kan het voorkomen dat iemand ergens op bezoek is; hij vindt een oude man die beroerd is, ziek is in een of andere richting. Hij past zijn wijsheid toe door te zeggen: Ik weet hoe een gezonde slaap goed doet. Als hij weer weggaat, kan men hem misschien zeggen: Maar ziet u, de oude man slaapt immers voortdurend. 

Of het kan gebeuren dat iemand anders van mening is dat wandelen of in beweging zijn voor bepaalde ziekten buitengewoon gezond is. Hij adviseert dat aan iemand. Diegene moet alleen tegen hem inbrengen: Je vergeet dat ik postbode ben. 

Ik wil hiermee alleen het principe aangeven: dat men absoluut correcte begrippen kan hebben, maar dat deze begrippen pas bruikbaar worden als ze op de juiste manier in het leven worden toegepast.

Bron: Rudolf Steiner – GA 66 – Geist und Stoff, Leben und Tod – Berlijn, 15 maart 1917 (bladzijde 114-115)

a4653a78f6a700602e4d09a821516f29--rudolf-steiner

Eerder geplaatst op 11 september 2020  (2 reacties)