Eén ding is hetzelfde voor alle werelden: het logisch denken

Wie de astrale of geestelijke wereld betreedt, weet hoe totaal verschillend deze werelden zijn van wat hij hier met ogen te zien, met oren te horen gewend is. Maar één ding is hetzelfde voor alle drie werelden, voor de fysieke, astrale, geestelijke of devachanische wereld en dat is het logisch denken. Omdat het logisch denken in alle drie werelden hetzelfde is, daarom kan het hier in deze fysieke wereld al geleerd worden, zodat we daardoor een vast steunpunt in de andere werelden zullen hebben. Leert men echter zo denken dat de gedachten op een dwaalspoor raken, zodat men fantasiebeelden niet van werkelijkheid kan onderscheiden, als men zich aan zulke fantasieën al in de fysieke wereld overgeeft, dan is men niet geschikt om te stijgen in de hogere werelden. Bedenk maar eens wat een mens, die niet aan strenge en onverbiddelijke logica is gewend, voor een onzin over de hogere werelden kan vertellen.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 55 –  Die Erkenntnis des Übersinnlichen in unserer Zeit und deren Bedeutung für das heutige Leben – Berlijn, 14 maart 1907 (bladzijde 185-186)

Eerder geplaatst op 16 december 2014 

Advertenties

De ware realiteit

De mens neemt wat hij ziet in de stoffelijke wereld, in de planten en het dierenrijk om zich heen op de aarde als een werkelijkheid, als iets wat er is. Hij ziet de dieren, de planten en stelt zich voor dat het dingen zijn die er werkelijk zijn. Hij ziet gebeurtenissen in lucht en water en stelt zich voor dat het gebeurtenissen zijn, die er werkelijk zijn. Ze zijn het niet.  Want alles in de natuurrijken om ons heen, alles wat zich afspeelt in lucht en water, is niets anders dan gebeurtenissen in de geestelijke wereld, die zich openbaren door wat in het fysieke gebeurt. Ze zijn openbaringen van geestelijke processen (Duits: Vorgänge). Deze zijn de ware werkelijkheid, de realiteit. Niets dan de bovenzintuiglijke, spirituele wereld is werkelijk, en pas als we in alle dingen en gebeurtenissen het geestelijke kunnen zien (Duits: erkennen), dan hebben we een waar besef van de realiteit. Alles in de fysieke wereld heeft alleen de waarde van gelijkenissen voor wat daar achter staat, de geestelijke wereld. Alles wat voorvalt in de dieren- en plantenwereld moeten we zo leren beschouwen en ook alles, wat we in het mensenrijk zien, wat indruk maakt op het verstand, het intellect. Dat zijn alle niets anders dan gelijkenissen, en alleen degene die ze leert duiden, komt tot de werkelijkheid, de realiteit.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Keulen, 7 mei 1912 (bladzijde 153-154)

Eerder geplaatst op 31 oktober 2014

Beeld/Werkelijkheid

Ons eigenlijke ware innerlijke Ik nemen we in feite helemaal niet vanuit de geestelijke  wereld mee in deze fysieke aardewereld. We laten het altijd in de geestelijke wereld. Het was in de geestelijke wereld voordat we afgedaald zijn naar het aardse bestaan. Het is weer in de spirituele wereld tussen in slaap vallen en ontwaken. Het blijft altijd in de geestelijke wereld. Als we tijdens de dag het huidige bewustzijn als mens hebben en onszelf een ‘Ik’ noemen, dan is dit woord ‘Ik’ de verwijzing naar iets wat niet aanwezig is in deze fysieke wereld, dat alleen zijn beeld heeft in deze fysieke wereld. En we kijken er niet juist naar als we zeggen: ‘Ik ben deze robuuste mens op aarde, ik sta hier met mijn ware wezen’, maar we kijken er juist naar als we zeggen: ‘Ons ware wezen bevindt zich in de geestelijke wereld. Wat hier op aarde van ons is, is een beeld, werkelijk een beeld van ons ware wezen.’ – Het meest juiste is dat wat hier op aarde is, helemaal niet als de werkelijke mens te zien, maar als het beeld van de werkelijke mens.

Bron: Rudolf Steiner – GA 228 – Initiationswissenschaft und Sternenerkenntnis – Londen, 2 september 1923  (bladzijde 69)

Zo blind als een mol

De mens is aan invloeden van vele krachten overgeleverd en is tegenover hen zo blind als een mol. Hij wordt altijd slechts een deel van de werkelijkheid gewaar, maar deze werkelijkheid gaat ons aan, we moeten sterke impulsen hebben om weg te komen uit het bereik van schadelijke demonen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 98 – Natur- und Geistwesen- ihr Wirken in unserer sichtbaren Welt – Hannover, 24 februari 1908 (bladzijde 257)

Eerder geplaatst op 7 mei 2016

Geestelijke fijnproevers

We moeten niet vragen: Hoe kan ik snel allerlei occulte krachten in mij ontwikkelen? – of: Hoe kan ik mij afsluiten om maar niet met de werkelijkheid in aanraking te komen? – Wie zo vraagt, is een egoïst en niets anders als een geestelijke fijnproever. Als men alles wat geestelijk bevalt enkel wil genieten, dan gedraagt men zich alleen wat verfijnder dan een ander die met het fijnproeven bij het ontbijt begint. Bij wie de fysieke lust vergaan is, komen menigmaal de meer geraffineerde geestelijke gerechten. Men is op de juiste manier antroposoof als men zich moeite geeft het leven te begrijpen en te dienen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn, 14 mei 1906 (bladzijde 68)

Eerder geplaatst op 26 augustus 2014