Zo blind als een mol

De mens is aan invloeden van vele krachten overgeleverd en is tegenover hen zo blind als een mol. Hij wordt altijd slechts een deel van de werkelijkheid gewaar, maar deze werkelijkheid gaat ons aan, we moeten sterke impulsen hebben om weg te komen uit het bereik van schadelijke demonen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 98 – Natur- und Geistwesen- ihr Wirken in unserer sichtbaren Welt – Hannover, 24 februari 1908 (bladzijde 257)

Eerder geplaatst op 7 mei 2016

Advertenties

Geestelijke fijnproevers

We moeten niet vragen: Hoe kan ik snel allerlei occulte krachten in mij ontwikkelen? – of: Hoe kan ik mij afsluiten om maar niet met de werkelijkheid in aanraking te komen? – Wie zo vraagt, is een egoïst en niets anders als een geestelijke fijnproever. Als men alles wat geestelijk bevalt enkel wil genieten, dan gedraagt men zich alleen wat verfijnder dan een ander die met het fijnproeven bij het ontbijt begint. Bij wie de fysieke lust vergaan is, komen menigmaal de meer geraffineerde geestelijke gerechten. Men is op de juiste manier antroposoof als men zich moeite geeft het leven te begrijpen en te dienen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn, 14 mei 1906 (bladzijde 68)

Eerder geplaatst op 26 augustus 2014

Denken/Waarheid/Zelfopvoedingsmiddel

Men moet van het denken in het geheel niet verwachten dat het kennis van de waarheid kan geven, men kan van het denken vooreerst alleen verwachten dat het je opvoedt. Het is uiterst belangrijk dat we deze stemming in onszelf ontwikkelen, dat ons denken ons opvoedt. […]

Zo lang men de mening heeft dat men door denken of verwerken van begrippen of, laten we zeggen, denkend verwerken van ervaringen, tot de waarheid, dat wil zeggen, tot overeenstemming met een objectieve realiteit zal komen, zo lang als men deze mening heeft, zo lang is het in feite een heel slechte zaak als wordt aangetoond hoe je het ene kunt bewijzen en het exacte tegendeel ook kan bewijzen.

Want hoe kan men dan door de bewijzen tot de werkelijkheid komen! Als iemand echter zich ertoe heeft ontwikkeld dat denken helemaal niets beslist over de werkelijkheid, vooral waar het de beslissende dingen betreft, als iemand zich er krachtig toe heeft opgevoed om het denken alleen te zien als een middel om wijzer te worden, als een  middel om zijn zelfopvoeding naar wijsheid in de hand te nemen, dan stoort het niet dat de ene keer het ene en dan evengoed het andere kan worden bewezen.

Want dan merkt men heel snel dat, juist doordat men wat betreft het verwerken van begrippen eigenlijk de werkelijkheid helemaal niet kan bereiken, men op de meest vrije manier de begrippen en ideeën verwerken kan en zichzelf opvoeden kan. Als men door de werkelijkheid voortdurend gecorrigeerd zou moeten worden, dan zou men bij de verwerking van de begrippen geen vrij middel tot zelfopvoeding hebben. Bedenkt u dat wel, dat we alleen door het verwerken van onze begrippen een werkzaam, vrij zelfopvoedingsmiddel hebben, doordat we nooit door de werkelijkheid worden gestoord in de vrije verwerking van begrippen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 134 – Die Welt der Sinne und die Welt des Geistes – Hannover, 28 december 1911 (bladzijde 28-30)

Wereldvreemd en ver van de werkelijkheid

Hoewel het hier al vaker genoemd is van de een of andere kant, mag er misschien toch nog wel eens op worden gewezen dat het het onredelijkste en tegelijk  onmogelijkste verwijt is dat men de geesteswetenschap en haar arbeid kan maken, dat zij de mensen op een of andere manier wereldvreemd en ver van de werkelijkheid zou maken of ze tot ascese zou verleiden. Steeds weer moet worden benadrukt dat aan onze zintuiglijke wereld, onze wereld van het aardse leven een geestelijke wereld met haar wezens en krachten ten grondslag ligt, die voortdurend in onze zintuiglijke wereld inwerkt en dat daarom diegene wereldvreemd en ver van de werkelijkheid genoemd moet worden, die zich niet om de ware en werkelijke krachten van het bestaan bekommert en zich enkel tot de uiterlijke wereld, op wat de zintuigen zeggen en wat ze genieten kunnen, beperken wil.

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – Berlijn, 12 december 1907 (bladzijde 132)

Eerder geplaatst op 12 juli 2014

Illusie/Werkelijkheid/Gevaren

Aan de grens van de fysieke en de bovenfysieke wereld is het uiterst moeilijk om illusie van werkelijkheid, dromen van realiteit, visioen van echte waarneming te onderscheiden. Op dit gebied is het zeer gemakkelijk om de eigen fantastische voortbrengselen van de ziel te verwarren met wat echt, objectief, werkelijk is. Het vereist verscheidene eigenschappen om aan de grens koelbloedigheid, zekerheid van de ziel, moed, uithoudingsvermogen en energie te behouden, want als de mens aan deze grens de helderheid en duidelijkheid over wat schijn en werkelijkheid is, zou verliezen, dan zou hij zijn verstand hebben verloren, dan zou hij een gek zijn in plaats van een ingewijde.

Nu is er bij de meeste mensen, als zij van zulke dingen horen, zeker een geweldige nieuwsgierigheid, een ware zucht om toch wat te zien van de hogere werelden. Er is echter niet op dezelfde wijze bij de meeste mensen het uithoudingsvermogen en de wil, en voor alles ook niet de kracht, om alles te overwinnen wat nodig is, om de aangeduide gevaren uit te schakelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 56 – Die Erkenntnis der Seele und des Geistes – Berlijn, 28 november 1907 (bladzijde 108)

Eerder geplaatst op 2 mei 2016