Beproevingen door het lot

Een beproeving door het lot, welke de mens doormaakt tijdens zijn leven op aarde, kan ten opzichte van de gesteldheid van de ziel tijdens dit leven iets betekenen, dat ogenschijnlijk geheel indruist tegen de menselijke wil. In het leven tussen dood en geboorte heerst in de ziel een op de wil gelijkende kracht, welke de mens op een pad brengt dat hem voert tot het beleven van een lotsbeproeving.

De ziel merkt in zekere zin dat haar een uit een vroeger aardeleven afkomstige onvolkomenheid aankleeft. Een onvolkomenheid die haar ontstaan te danken heeft aan een minder goede daad of een minder fraaie gedachte. Tussen dood en nieuwe geboorte ontstaat in de ziel een op wilskracht gelijkende impuls tot vereffenen van de onvolkomenheid. Daarom neemt ze in haar wezen de tendens op om zich tijdens het komende aardeleven in een ongeluk te storten, teneinde door het daardoor ontstane lijden een vereffening tot stand te brengen. Na de geboorte in een stoffelijk lichaam heeft de ziel die een lotsbeproeving doormaakt, er geen vermoeden van dat zij het zelf was die in het zuiver geestelijke leven vóór de geboorte zichzelf in de richting van deze beproeving heeft gestuwd. Wat dus volledig ongewild toeschijnt bezien van het gezichtspunt van het aardeleven, is door de ziel in de bovenzinnelijke wereld gewild.

Bron: Rudolf Steiner – GA 9 – Theosophie – Einzelne Bemerkungen und Ergänzungen (bladzijde 93)

Vertaling: H.G.J. de Leeuw – Overgenomen uit: Theosofie – Hoofdstuk Afzonderlijke opmerkingen en aanvullingen – vijfde druk (bladzijde 192-193)

Eerder geplaatst op 13 november 2015

Advertenties

Dienaar van goede of kwade machten

Zoals we onder bepaalde voorwaarden dienaar van de kwade machten van ziekte en ongeluk kunnen worden, zo kunnen we ook dienaar worden van de geestelijke wezens die gezondheid en groei bevorderen, die in onze wereld bloeiende, levenbrengende krachten uit de geestelijke wereld zenden. Want het is immers een materialistisch bijgeloof, dat de lichamelijke hygiëne, de externe faciliteiten alleen de gezondheid bevorderen.

Alle gebeurtenissen in het fysieke leven worden gedirigeerd door de wezens en machten van hogere werelden, die hun krachten voortdurend de fysieke wereld inzenden, ze binnenstromen, de krachten die in zekere zin vrij werken, op mensen of op andere wezens werken als gezondheidsbevorderende of als voor gezondheid en groei schadelijke wijze.

Leidend met betrekking tot deze processen in gezondheid en ziekte zijn bepaalde geestelijke machten en wezens. Maar de mens wordt in het leven tussen dood en nieuwe geboorte medewerker van deze machten; en we kunnen, als we ons op de juiste wijze daartoe voorbereid hebben, de gelukzaligheid genieten eraan mee te werken om de voor gezondheid en groei heilzame krachten uit de hogere werelden in onze fysieke wereld binnen te laten stromen (Duits: hineinzuträufeln).

Bron: Rudolf Steiner – GA 141 – Das Leben zwischen dem Tode und der neuen Geburt im Verhältnis zu den kosmischen Tatsachen – Berlijn, 4 maart 1913 (bladzijde 162-163)

Een groot ongeluk dat een diepe smart veroorzaakt

Beschouwen we eens een groot ongeluk dat een diepe smart veroorzaakt. We bekijken het vaak fout, omdat we altijd alleen er op gericht zijn om de werking te zien. We zien dan dat een gebeurtenis heeft plaatsgevonden die ons ongelukkig maakt, ons van slag heeft gebracht (Duits: aus unserer Bahn herausgeworfen hat). We zien alleen maar het gevolg. We zouden echter de oorzaak moeten zoeken.

Dan zouden wij wellicht het volgende vinden: Ja, er was in een voorgaand leven de mogelijkheid om zich het een of andere vermogen eigen te maken. We hebben het echter niet gedaan, we hebben het verzuimd. Dus zijn we door de poort van de dood gegaan zonder dit vermogen te hebben verworven. Nu drijven ons de krachten, de karmische krachten, in het volgende leven naar dit ongeluk. Hadden we ons dat vermogen in het voorgaande leven verworven, dan zou ons die kracht niet naar het ongeluk toegedreven hebben. Doordat dit ongeluk ons nu overkomt, verkrijgen wij nu dat vermogen.

Stel nu dat dit ongeluk ons heeft getroffen in ons twintigste jaar en in ons dertigste jaar zien we erop terug en vragen onszelf: Wat heeft ons ertoe gebracht dat we dit of dat vermogen hebben? – dan zien we het doel van dit ongeluk. Oneindig veel winnen we, als we de dingen niet als gevolg, maar als oorzaak beschouwen voor wat ze van ons maken. Dat is ook een resultaat van de karmaleer, de dingen als oorzaak te bezien. Al deze dingen zijn details van de wet van het karma.

Bron: Rudolf Steiner – GA 108 – Die Beantwortung von Welt- und Lebensfragen durch Anthroposophie – St. Gallen, 21 november 1909 (bladzijde 108-109)

Eerder geplaatst op 24 april 2016

Het onmetelijke ongeluk van onze tijd

Mooie begrippen hebben en mooie ideeën hebben, mooie begrippen uitspreken en mooie ideeën uitspreken is niet een cent (Duits: einen Schuss Pulver) waard, als het niet verbonden is met de wil om in de werkelijkheid onder te duiken, de werkelijkheid te kennen. En duikt men in de werkelijkheid onder, dan vindt men in deze werkelijkheid niet alleen het materiële, maar men vindt ook de geest. Alleen voert het van de geest af, dat men met begripsschaduwen, met begripshulzen vandaag de dag afgoderij bedrijft. Dat is echter het onmetelijke ongeluk van onze tijd, dat de mensen zich met mooie woorden bedwelmen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 175 – Bausteine zu einer Erkenntnis des Mysteriums von Golgatha – Berlijn, 27 februari 1917 (bladzijde 85)

Eerder geplaatst op 14 april 2016

Het grote ongeluk van onze tijd

Het doet iemand tegenwoordig het hart ineenkrimpen als men mensen ontmoet, die zich alleen voor zichzelf interesseren. Want dat is het grote ongeluk van onze tijd, terwijl de enige redding zal kunnen zijn, dat nu, na de verschrikkingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden, de mensen zichzelf zouden zeggen: We moeten ons voor de aangelegenheden van de hele mensheid interesseren, we mogen niet staan blijven bij wat rechtstreeks met ons alleen in de kring van ons volk zich afspeelt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 196 – Geistige und soziale Wandlungen in der Menschheitsentwickelung – Dornach, 6 februari 1920 (bladzijde 165)

Eerder geplaatst op 13 maart 2016