Het gedachteleven van de mens behoort in wezen tot de geestelijke wereld

Gedurende de tijd dat de geest arbeidt met behulp van het stoffelijk lichaam kan hij als geest niet in zijn ware gedaante leven. Hij kan als het ware slechts door de sluier van het fysieke bestaan heen zijn licht doen schijnen. Het gedachteleven van de mens behoort namelijk in wezen tot de geestelijke wereld, en in de vorm waarin het zich op aarde manifesteert, is zijn ware gedaante versluierd. Men kan het ook zo stellen dat het denkleven van de fysieke mens een schaduwbeeld, een weerschijn is van het ware geesteswezen waartoe het behoort.

Bron: Rudolf Steiner –Theosofie in de vertaling van H.G.J. de Leeuw (bladzijde 122)

Duitstalig: GA 9 (bladzijde 58-59)

https://odysseetheater.org/GA/Buecher/GA_009.pdf#view=Fit

bd029ef79be49f93e99453fa71193764

Werk van Hans Georg Leiendecker

Eerder geplaatst op 30 mei 2019  (29 reacties)


Ontdek meer van De grote Rudolf Steiner Citatensite

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

5 gedachtes over “Het gedachteleven van de mens behoort in wezen tot de geestelijke wereld

  1. John Wervenbos's avatar John Wervenbos

    Heel goed! Je kunt je daarbij afvragen hoe het gedachteleven van een mens zich verhoudt tot ideeën en een ideeënwereld. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen (1) een waarneming of prikkel – welbeschouwd kunnen ook een waarneming en prikkel niet volledig gelijk worden gesteld aan elkaar – , (2) een voorstelling, (3) een begrip en (4) een idee. En daar kan je dan weer heel veel op betrekken, zoals onder andere een psychologische factor als klassieke conditionering. Voor een begrip van de kwaliteit en kenmerken van levende ideeën mag bijvoorbeeld worden gedacht aan het volgende Steiner citaat:
    De wereld van de geest (2 van 2)
    30 april 2019

    Hier iets meer over klassieke conditionering:

    Like

    1. John Wervenbos's avatar John Wervenbos

      Voor coherentie en verhogen van een realistisch(er) karakter van wetenschappen als psychologie en psychiatrie kan niet in de laatste plaats voor antroposofie en antroposofen een rol zijn weggelegd.

      Like

      1. John Wervenbos's avatar John Wervenbos

        Slotwoord, als je het mens- en wereldbeeld zoals Steiner die introduceerde precies en minutieus nagaat, zul je zien dat onder andere een verschijnsel als klassieke conditionering door hem terdege werd onderkend en in een betekenisvol geheel werd geplaatst. Overigens waren Ivan Pavlov (1849-1936) en hij tijdgenoten.

        Like

  2. John Wervenbos's avatar John Wervenbos

    Toch nog even dit vergelijkingsmateriaal:

    Uit het hoofdstuk: De drie werelden – Het geestenrijk

    Bron: Theosofie (bladzijden 130 en 131)

    “  […] Het vijfde, zesde en zevende gebied onderscheiden zich fundamenteel van de voorafgaande. Want de wezens die zich daar bevinden, verlenen de oerbeelden van de lagere niveaus de impulsen tot hun activiteit. Hierin vinden we de scheppende krachten van de oerbeelden zelf. Wie in staat is tot deze niveaus op te klimmen, leert de ‘bedoelingen’ kennen die aan onze wereld ten grondslag liggen. Als levende kiemen liggen hier nog de oerbeelden klaar om de meest uiteenlopende vormen van gedachtewezens aan te nemen. Als deze kiemen naar de lagere gebieden worden gebracht, dan zwellen ze als het ware op en nemen ze de meest uiteenlopende gestalten aan. De ideeën door middel waarvan de menselijke geest in de fysieke wereld scheppend optreedt, zijn de weerspiegeling, de afschaduwing van deze kiemgedachtewezens van de hogere geestelijke wereld. De waarnemer met het ‘geestelijk oor’ die uit de lagere gebieden van het ‘geestenrijk’ opklimt naar deze hogere, wordt gewaar hoe de klanken en tonen in een ‘geestelijke taal ’ veranderen. Hij begint het ‘geestelijke woord’ waar te nemen waardoor de wezens en verschijnselen hun aard voor hem niet alleen door ‘muziek’ onthullen, maar ook in ‘woorden’ uitdrukken. Ze delen hem, zoals dat in de geesteswetenschap kan worden genoemd, hun ‘eeuwige namen’ mee.

    We moeten ons voorstellen dat deze gedachtekiemwezens samengesteld van aard zijn. Uit het element van de ‘gedachtewereld’ is als het ware alleen het omhulsel van de kiem gevormd. En dit omsluit de eigenlijke levenskern. Daarmee hebben we de grens van de ‘drie werelden’ bereikt, want de kern stamt uit nog hogere werelden. Toen in een eerder hoofdstuk de opeenvolgende ‘bestanddelen’ van de mens werden beschreven, is voor hem deze levenskern aangegeven; de ‘levensgeest ’ en de ‘geestesmens’ werden als zijn bestanddelen genoemd. Ook voor andere wereldwezens bestaan dergelijke levenskernen. Ze stammen uit hogere werelden en worden naar de drie beschreven werelden overgebracht, om hun taken daarin te volbrengen. […] “

    Like

Plaats een reactie