Een uiterst gecompliceerde zaak

Zodra men, om zo te zeggen, de sluier oplicht die zich toch altijd voor de mensen uitstrekt, zodat de mens alleen de zintuiglijke wereld ziet en niet de erachter liggende geestelijke, zodra men deze sluier oplicht, wordt het leven toch een uiterst gecompliceerde zaak. Dan blijkt ten eerste dat niet alleen de soort wezens en hun fysieke afspiegeling, de sterren, op de mens een invloed hebben, die nu rechtstreeks kan worden waargenomen, maar dat binnen het aardse bestaan zelf  bovenzinnelijke wezens aanwezig zijn, die verwant zijn met de sterrenwezens, die echter als het ware hun woonplaats in het bereik van het aardse opgeslagen hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 3 december 1922 (bladzijde 48)

Eerder geplaatst op 29 januari 2018

353d7260c09389959800994d7429ece7

Niet zo onpraktisch en wereldvreemd als het lijkt

Doordat de mens zich geheel op de fysieke wereld richtte, heeft deze zijn gehele interesse in beslag genomen. Dat was een noodzakelijke ontwikkelingsfase. Tegenwoordig meent de mens vaak: Als ik mij alleen maar inspan hier op aarde goed te leven, dan zal ik na mijn dood wel ervaren, wat er dan te beleven is (Duits: wie es dann beschaffen ist). – Dat lijkt heel logisch, is echter geheel en al onjuist. Doordat men hier voor het geestelijke onverschillig is, weeft men een sluier om zich heen, zodat men juist na de dood niets zal zien. Het denken over de bovenzinnelijke wereld is dus niet zo onpraktisch en wereldvreemd als het zou kunnen lijken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Stuttgart, 16 augustus 1908 (bladzijde 420)

Eerder geplaatst op 14 juli 2015 (8 reacties)

Zie ook: Blind na de dood-1  en  Blind na de dood-2  

Het is niet alles rozegeur en maneschijn

Men moet niet geloven dat, als men achter de sluier van het zintuiglijke komt, als men in het gebied aan gene zijde van de drempel komt, men in louter schoonheid terechtkomt. Gelooft u niet, dat door iemand die deze dingen kent het wat onnadenkend is uitgesproken, als hij zegt: De mensen moeten als ze niet zorgvuldig zijn voorbereid, aan de drempel van de geestelijke wereld teruggehouden worden. – Want vooreerst moet men vóór alles wat men in zekere zin als het verheffende en schone achter het gordijn beleeft, de volstrekt niet verheffende ondergronden leren kennen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 16 december 1922 (bladzijde 81)

Eerder geplaatst op 7 december 2013

Een uiterst gecompliceerde zaak

Zodra men, om zo te zeggen, de sluier oplicht die zich toch altijd voor de mensen uitstrekt, zodat de mens alleen de zintuiglijke wereld ziet en niet de erachter liggende geestelijke, zodra men deze sluier oplicht, wordt het leven toch een uiterst gecompliceerde zaak. Dan blijkt ten eerste dat niet alleen de soort wezens en hun fysieke afspiegeling, de sterren, op de mens een invloed hebben, die nu rechtstreeks kan worden waargenomen, maar dat binnen het aardse bestaan zelf  bovenzinnelijke wezens aanwezig zijn, die verwant zijn met de sterrenwezens, die echter als het ware hun woonplaats in het bereik van het aardse opgeslagen hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 3 december 1922 (bladzijde 48)

Eerder geplaatst op 28 juni 2017

Een uiterst gecompliceerde zaak

Zodra men, om zo te zeggen, de sluier oplicht die zich toch altijd voor de mensen uitstrekt, zodat de mens alleen de zintuiglijke wereld ziet en niet de erachter liggende geestelijke, zodra men deze sluier oplicht, wordt het leven toch een uiterst gecompliceerde zaak. Dan blijkt ten eerste dat niet alleen de soort wezens en hun fysieke afspiegeling, de sterren, op de mens een invloed hebben, die nu rechtstreeks kan worden waargenomen, maar dat binnen het aardse bestaan zelf  bovenzinnelijke wezens aanwezig zijn, die verwant zijn met de sterrenwezens, die echter als het ware hun woonplaats in het bereik van het aardse opgeslagen hebben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 3 december 1922 (bladzijde 48)