Doden en levenden

Er is voor de overledene (Duits: Entkörperten) met betrekking tot degenen, die nog op de aarde zijn, geen bewusteloosheid; hij kan hun handel en wandel (Duits: Tun) zelfs volgen. Aardse, fysieke kleuren en vormen ziet de zich in het devachan bevindende gestorvene natuurlijk niet, aangezien hij geen fysieke organen meer heeft. Alles in de fysieke wereld heeft echter zijn geestelijk tegenbeeld in het geestgebied, en dat neemt de voorgegane overledene waar.

Bron: Rudolf Steiner – GA 109 – Das Prinzip der spirituellen Ökonomie im Zusammenhang mit Wiederverkörperungsfragen – Boedapest, 7 juni 1909 (bladzijde 198)

Eerder geplaatst op 29 oktober 2014

Akashakroniek

Alles wat in de fysiekzintuiglijke wereld gebeurt, heeft zijn tegenbeeld in de geestelijke wereld. Als een hand beweegt, dan is niet alleen aanwezig wat uw oog van de handbeweging ziet, maar achter de bewegende hand, achter het zichtbare beeld van de hand ligt bijvoorbeeld mijn gedachte en mijn wil: de hand moet zich bewegen. Er staat een geestelijke tegenhanger achter. Terwijl het met de ogen zichtbare beeld, de zintuiglijke indruk van de handbeweging voorbijgaat, blijft het spirituele tegenbeeld in de geestelijke wereld ingeschreven en laat voor altijd een spoor na, zodat we, als we de geestesogen geopend hebben, van alle dingen die gebeurd zijn in de wereld de sporen nagaan kunnen, die er achtergebleven zijn van hun geestelijke tegenbeelden. Niets kan gebeuren in de wereld zonder zulke sporen achter te laten.

Stel, de geestesonderzoeker laat zijn blik terugzweven tot de tijd van Karel de Grote of tot in de Romeinse tijd of in de Griekse oudheid. Alles wat toen gebeurd is, daarvan zijn van de geestelijke oerbeelden de sporen behouden gebleven in de geestelijke wereld en kunnen daar waargenomen worden. Dit waarnemen van de sporen welke alle gebeurtenissen in de geestelijke wereld achterlaten, noemt men het “lezen in de akashakroniek”.

Bron: Rudolf Steiner – GA 112 – DAS JOHANNES-EVANGELIUM – Kassel, 25 juni 1909 (bladzijde 28)

Eerder geplaatst op 16 mei 2012

Akashakroniek: Het staat geschreven in het Grote Levensboek en het is niet onopgemerkt voorbij gegaan…

Alles wat in de fysiekzintuiglijke wereld gebeurt, heeft zijn tegenbeeld in de geestelijke wereld. Als een hand beweegt, dan is niet alleen aanwezig wat uw oog van de handbeweging ziet, maar achter de bewegende hand, achter het zichtbare beeld van de hand ligt bijvoorbeeld mijn gedachte en mijn wil: de hand moet zich bewegen. Er staat een geestelijke tegenhanger achter. Terwijl het met de ogen zichtbare beeld, de zintuiglijke indruk van de handbeweging voorbijgaat, blijft het spirituele tegenbeeld in de geestelijke wereld ingeschreven en laat voor altijd een spoor na, zodat we, als we de geestesogen geopend hebben, van alle dingen die gebeurd zijn in de wereld de sporen nagaan kunnen, die er achtergebleven zijn van hun geestelijke tegenbeelden. Niets kan gebeuren in de wereld zonder zulke sporen achter te laten.

Stel, de geestesonderzoeker laat zijn blik terugzweven tot de tijd van Karel de Grote of tot in de Romeinse tijd of in de Griekse oudheid. Alles wat toen gebeurd is, daarvan zijn van de geestelijke oerbeelden de sporen behouden gebleven in de geestelijke wereld en kunnen daar waargenomen worden. Dit waarnemen van de sporen welke alle gebeurtenissen in de geestelijke wereld achterlaten, noemt men het “lezen in de akashakroniek”.

Bron: Rudolf Steiner – GA 112 – Kassel 25 juni 1909 (bladzijde 28)