Verscheidenheid van meningen

Een fout in een mening kan men pas aantonen, als men kijkt naar het gezichtspunt van waaruit de mening gegeven is. Men zou in de wereld van menselijke meningen veel beter in het reine komen dan in veel gevallen gebeurt, als men hiermee altijd rekening zou houden. Men zou dan merken dat de verscheidenheid van de meningen in veel gevallen slechts voortkomt uit de verscheidenheid van de gezichtspunten. En alleen door de verschillende ware gezichtspunten kan men het wezen van de dingen nader komen. De fouten die in deze richting gemaakt worden, komen niet doordat de mensen verschillende meningen vormen, maar ze ontstaan als iedereen zijn mening als de enig juiste en terechte (Duits: alleinberechtigte) wil zien.

Bron: Rudolf Steiner – GA 45 – Anthroposophie/Ein Fragment – I. Der Charakter der Anthroposophie (bladzijde 12-13)

Zie ook: Meningen en standpunten

Eerder geplaatst op 17 augustus 2017 (4 reacties)

iedereen-heeft-recht-op-mijn-mening-t-shirt_original_1

Strijden over meningen

Tegenwoordig vliegen de mensen elkaar nog vaak in de haren over meningen. Maar daar zal men eens mee op moeten houden, eenvoudigweg omdat ieder zijn eigen mening moet hebben.
Wanneer een boom van verschillende kanten wordt gefotografeerd, is het nog steeds dezelfde boom, maar de foto’s zien er heel verschillend uit; zo kan ook ieder mens zijn eigen mening hebben -afhankelijk van het standpunt waarop hij zich plaatst.
Wanneer hij een verstandig mens is, zal hij niet meer over meningen strijden. Hij zal echter sommige meningen gezond, en andere meningen ziek vinden. Maar over meningen strijden, dat doet de mens niet meer. Het is alsof men verschillende foto’s bekijkt en dan opmerkt: die foto’s zijn heel verschillend, deze zijn goed en die andere zijn mislukt.
–Het kan hooguit interessant zijn hoe een mens tot zijn mening komt: of een mening geestrijk tot stand komt, of dwaas, of een mening laag bij de grond is en onvruchtbaar of hoogstaand en voor de mensheid iets betekenen kan – dat kan een mens interesseren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 337b – Soziale Ideen/Soziale Wirklichkeit/Soziale Praxis – Dornach, 16 augustus 1920 (bladzijde 62-63)

Overgenomen van de website van Renée Zeylmans – Vertaling John Hogervorst (deze website kon ik niet meer terugvinden)

Eerder geplaatst op 5 juli 2017 (9 reacties)

Meningen-578x387

Door zwijgen wint men veel

Door weinig anders ontwikkelt men zich meer op de eerste treden van de geestelijke ladder, als daardoor dat men zich een tijdlang in zijn diepste innerlijk het zwijgen oplegt. Ik win veel doordat ik maanden, misschien jarenlang tegen mezelf zeg: nu wil ik heel bescheiden, helemaal niet zelf iets menen, maar nu eens zelfloos vreemde meningen in mijn innerlijk laten leven. Totaal wil ik onderduiken in vreemde gewaarwordingen, gevoelens en gedachten. Onzelfzuchtig verwijd ik daardoor mijn zelf, terwijl ik het zelfzuchtig vernauw, wanneer ik keer op keer alleen mijn eigen meningen uit mijn eigen wezen als golfslag aan de oppervlakte van mijn leven wil laten opspelen. 

Oude-wijsheden-Spreken-is-Zilver-Zwijgen-is-Goud.-3760

Bron: Rudolf Steiner – GA 34 – LUCIFER- GNOSIS – ÜBER DAS VERTRETEN DER PERSÖNLICHEN ÜBERZEUGUNG – april 1904 (bladzijde 454)

Vertaling: John Wervenbos 

Eerder geplaatst op 18 januari 2017

Ik heb er altijd naar gestreefd alleen de feiten te laten spreken

U weet uit mijn voordrachten dat ik niet graag mijn meningen naar voren breng. De persoonlijke meningen van een individu hebben in principe eigenlijk weinig waarde. Ik heb er altijd naar gestreefd, ook op het gebied van de geesteswetenschap, louter de feiten voor zichzelf te laten spreken. Daarom wil ik ook nu geen theorieën die geworteld zijn in meningen naar voren brengen, maar de feiten laten spreken.

281bc30c73819b518f66a37c51189e60

Bron: Rudolf Steiner –  GA 125 – Wege und Ziele des geistigen Menschen – München, 26 augustus 1910 (bladzijde 71)

Zie ook: Meningen zijn onbelangrijk

Eerder geplaatst op 10 november 2014  (3 reacties)

Voor en tegen

Een begrip, een idee, een gedachte is eigenlijk, zodra men de geestelijke feiten en geestelijke wezens onder ogen ziet, nooit iets anders dan een afbeelding, een foto, die men in de fysieke wereld, laten we zeggen, van een boom maakt. Als men een afbeelding van een boom van een kant neemt en een afbeelding van een andere kant, een afbeelding van een derde kant – deze beelden zien er alle verschillend uit. Ze zijn van een en dezelfde boom, maar ze zien er alle anders uit. En alleen doordat men deze afbeeldingen van de meest uiteenlopende kanten neemt, kan men, doordat men ze vergelijkt, nauwkeurig een voorstelling, een ervaring van de werkelijkheid verkrijgen.

Daar houdt men tegenwoordig echter niet van. Men houdt van beperkte begrippen. Men houdt ervan dat als men een begrip heeft, dan “heeft” men die nu! Dan wil men daarbij blijven. Dat kan de geesteswetenschap niet. Geesteswetenschap beschrijft de zaak vanuit de meest verschillende kanten; ze beschrijft een keer van de ene kant en weet dat ze daarmee slechts een eenzijdig beeld, zogezegd een foto vanuit een bepaald gezichtspunt geeft; ze beschrijft het dan van een andere kant, beschrijft het van een derde kant, vanuit een derde gezichtspunt.

Ja, wat nog meer frappeert, is het volgende. Men moet, als men werkelijk spirituele wetenschapper wil zijn, doordrongen zijn van de zo mooi door Goethe benadrukte zin: Tussen twee tegengestelde meningen ligt het probleem er middenin. – Men moet niet alleen weten, als men de waarheid over een geestelijk wezen of een geestelijk feit wil weten, wat er voor te zeggen is, maar ook wat er tegen te zeggen is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 72 – Freiheit/Unsterblichkeit/Soziales Leben – Bazel, 19 oktober 1917 (bladzijde 81-82)

Eerder geplaatst op 7 november 2016  (1 reactie)