Eigen waarheid bestaat niet (1 van 5)

Tegenwoordig is de mensheid op een punt gekomen dat niet alleen de zeden en gewoonten individueel zijn, maar zelfs ook de meningen en overtuigingen, en er zijn zelfs al mensen onder ons, die het voor een hoog ideaal aanzien als ieder mens zijn eigen religie zou hebben. Er zweeft zelfs menigeen het idee voor ogen dat er eenmaal een tijd zou moeten zijn, waarin er evenzoveel godsdiensten en waarheden zouden kunnen zijn als mensen.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 102 – Das Hereinwirken geistiger Wesenheiten in den Menschen – Berlijn, 1 juni 1908 (bladzijde 193)

Eerder geplaatst op 2 augustus 2011

Advertenties

Waarom komt men zo veel ruzie, conflicten, haat tegen? (8 van 10)

Geen mening is zo fout dat bij echte redelijkheid uit haar zich niet de waarheid zou laten vinden. En wie een vreemde mening tegenkomt, die kan daarin zoeken wat deze van zijn eigen mening onderscheidt, maar ook wat daarin, hoe ver verwijderd misschien, met de zijne overeenkomt. Wie het eerste zoekt, zal tot innerlijke scheiding van mens tot mens bijdragen, wie echter het laatste nastreeft, die zal tot eensgezindheid bijdragen. Ware antroposofie zoekt zelfs in de ergste fouten het zeker aanwezige korreltje waarheid, zonder op de absolute juistheid van de eigen mening te blijven hameren. En zo wordt in het samengaan der meningen de waarheid in geleidelijke vooruitgang zeker aan het licht gebracht. Daaruit ontstaat de innerlijke broederlijkheid, een van dergelijke ideeën waarvan al het uiterlijke een spiegelbeeld moet zijn.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 179)

Eerder geplaatst op 5 oktober 2011

Meningen en waarheid

Steeds weer kan men beluisteren: dit is mijn standpunt, ik denk dit of dat. – Alsof het er iets toe doet, wat de één of de ander denkt! Het komt er immers veel meer op aan, wat de waarheid is!

Bron: Rudolf Steiner – GA 145 – Welche Bedeutung hat die okkulte Entwicklung des Menschen für seine Hüllen und sein Selbst? – Den Haag, 29 maart 1913 (bladzijde 176-177)

Overgenomen uit het boek: Innerlijke ontwikkeling door antroposofie (bladzijde 165) – Den Haag, 29 maart 1913 – Vertaling: H. van Boetzelaer-Mazel/Ir. H. de Brey/A. van der Laan-Schepers

Eerder geplaatst op 3 december 2015

Verscheidenheid van meningen

Een fout in een mening kan men pas aantonen, als men kijkt naar het gezichtspunt van waaruit de mening gegeven is. Men zou in de wereld van menselijke meningen veel beter in het reine komen dan in veel gevallen gebeurt, als men hiermee altijd rekening zou houden. Men zou dan merken dat de verscheidenheid van de meningen in veel gevallen slechts voortkomt uit de verscheidenheid van de gezichtspunten. En alleen door de verschillende ware gezichtspunten kan men het wezen van de dingen nader komen. De fouten die in deze richting gemaakt worden, komen niet doordat de mensen verschillende meningen vormen, maar ze ontstaan als iedereen zijn mening als de enig juiste en terechte (Duits: alleinberechtigte) wil zien.

Bron: Rudolf Steiner – GA 45 – Anthroposophie/Ein Fragment – I. Der Charakter der Anthroposophie (bladzijde 12-13)

Zie ook: Meningen en standpunten

Eerder geplaatst op 14 oktober 2016

Strijden over meningen

Tegenwoordig vliegen de mensen elkaar nog vaak in de haren over meningen. Maar daar zal men eens mee op moeten houden, eenvoudigweg omdat ieder zijn eigen mening moet hebben.
Wanneer een boom van verschillende kanten wordt gefotografeerd, is het nog steeds dezelfde boom, maar de foto’s zien er heel verschillend uit; zo kan ook ieder mens zijn eigen mening hebben -afhankelijk van het standpunt waarop hij zich plaatst.
Wanneer hij een verstandig mens is, zal hij niet meer over meningen strijden. Hij zal echter sommige meningen gezond, en andere meningen ziek vinden. Maar over meningen strijden, dat doet de mens niet meer. Het is alsof men verschillende foto’s bekijkt en dan opmerkt: die foto’s zijn heel verschillend, deze zijn goed en die andere zijn mislukt.
–Het kan hooguit interessant zijn hoe een mens tot zijn mening komt: of een mening geestrijk tot stand komt, of dwaas, of een mening laag bij de grond is en onvruchtbaar of hoogstaand en voor de mensheid iets betekenen kan – dat kan een mens interesseren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 337b – Soziale Ideen/Soziale Wirklichkeit/Soziale Praxis – Dornach, 16 augustus 1920 (bladzijde 62-63)

Overgenomen van de website van Renée Zeylmans – Vertaling John Hogervorst

Eerder geplaatst op 27 augustus 2016