Demonen

Alles wat u onwillekeurig doet, alles waartoe u zich innerlijk gedrongen voelt, gebeurt doordat andere wezens op u inwerken. Het gebeurt niet vanuit het niets. De verschillende menselijke wezensdelen worden voortdurend werkelijk doordrongen en vergezeld van andere wezens, en een groot aantal oefeningen die de ingewijde leraar zijn leerlingen laat verrichten zijn bedoeld om deze wezens uit te drijven, opdat de mens steeds vrijer wordt.

De wezens die het astrale lichaam doortrekken en dit onvrij maken worden demonen genoemd. Uw astrale lichaam is voortdurend doordrongen van zulke demonen, en ook de wezens die u zelf door uw goede of verkeerde gedachten voortbrengt hebben de eigenschap dat ze zich geleidelijk aan tot demonen ontwikkelen. Er bestaan goede demonen, die van goede gedachten uitgaan. Slechte gedachten echter, vooral die van onware en leugenachtige aard, brengen de meest vreselijke en afschuwwekkende demonische gestalten voort, waarmee het astrale lichaam om zo te zeggen is doorspekt. 

Vertaling overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord Geesten, spoken, fantomen - 29 (Bron: GA 99, datum en bladnummer is er niet bij vermeld.)

Over sport en godsdienst

De religie heeft de innerlijke kracht verloren om het fysieke van de mens te versterken. Daardoor is het instinct ontstaan om zich op uiterlijke wijze deze kracht toe te voeren. En zoals alles in het leven polair werkt, zo hebben we hier het feit, dat wat de mens op het gebied van de religie heeft verloren, hij zich instinctief op uiterlijke wijze toevoeren wil. Nu, ik wil zeer zeker geen heftig betoog tegen de sport houden, wil helemaal niet het geringste tegen de gerechtvaardigheid van de sportsector zeggen, ben er ook van overtuigd, dat het zich op gezonde wijze verder zal ontwikkelen. Maar het zal in de toekomst een andere plaats in het mensenleven innemen, terwijl het nu een vervanging voor religie is. Zulke dingen lijken een paradox, als ze tegenwoordig uitgesproken worden. Maar juist de waarheid verschijnt vandaag de dag paradoxaal, omdat we in zo veel in de moderne civilisatie verzeild zijn geraakt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 303 – Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens -Eine Einführung in die anthroposophische Pädagogik und Didaktik – Dornach, 25 december 1921 (bladzijde 50)

Over geesteswetenschap en praktijk

Even erg in het moderne leven als van de ene kant het extreme kapitalisme, werkte van de andere kant de houding van: [...] ik leg mij toe op de impulsen van het innerlijkste van mijn ziel, ik geef mij over aan de geestelijke wereld, ik zoek de geestelijke wereld zoals ik die in mijn innerlijk kan vinden; mij interesseren de aangelegenheden van de ziel. Wat kan mij dit Ahrimanische geld – en kredietwezen, vermogen en bezit schelen! Wat trek ik mij aan van het verschil tussen rente en intrest, tussen omzet en winst enzovoort. Ik zorg voor de aangelegenheden van mijn ziel! – Maar, zoals de mens een eenheid is naar lichaam, ziel en geest, zoals bij hem tussen geboorte en dood samengebonden zijn lichaam, ziel en geest, zo zijn in het uiterlijke bestaan samengebonden de impulsen die wij in ons innerlijk kunnen vinden en de impulsen die in de uiterlijke economische orde liggen. 

En evenzeer schuldig aan de moderne katastrofe (W.O. I – fdw) zijn aan de ene kant de materialistische kapitalisten met hun denkwijze en houding, maar aan de andere kant ook diegenen die alleen maar vroom willen zijn, alleen maar geesteswetenschappelijk, die op hun eigen manier de geesteswetenschap abstract willen beperken en zich niet willen inlaten met het doordringen van de alledaagse werkelijkheid met een doortastend denken.

Dat is het wat mij telkens weer en weer aangezet heeft om u aan te porren om toch niet deze antroposofische geestesbeweging op te vatten als zondagnamiddagspreken die iemand in de ziel zo’n deugd doen omdat er over een eeuwig leven enz. gesproken wordt. U zoudt deze antroposofische beweging als een weg moeten nemen om de moderne opgaven van het bestaan die ons zo brandend tegemoet treden, werkelijk zinvol aan te pakken.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 188 – Der Goetheanismus – Menschenwissenschaft und Sozialwissenschaft – Dornach, 1 februari 1919 (bladzijde 231-232)

Vertaling overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord EuropeseUnie (44)

Het intellectualisme zegt niets over de werkelijkheid

Waarin is eigenlijk de tegenwoordige mensheid bijzonder groot en waarvan is ze het meest verrukt? Nu, van congressen in het publieke leven. Niet van het zich rustig met het wezen van een zaak bekend maken, maar naar congressen gaan en daar over de dingen discussiëren. Want tot het discussiëren behoort uiteindelijk het intellectualisme. Men gaat niet in op de essentie. Men heeft de essentie al en discussieert daarover. Men komt samen en spreekt over al het mogelijke. De congresgewoonte, het discussiëren, dat is wat uit het intellectualisme voortkomt en wat anderzijds tot wereldvreemdheid leidt. En zo kan men het gevoel hebben, dat in feite onze congressen als iets illusoirs boven de werkelijkheid zweven. Daaronder gebeurt allerlei in het leven, en op congressen wordt prachtig daarover gesproken, ook geestrijk daarover gesproken. Ik kritiseer de congressen zeker niet in minachtende zin. Ik vind dat er op de congressen veel buitengewoon scherpzinnigs wordt gesproken. Het is in de regel zo dat men het met wat A zegt eens kan zijn en met wat B zegt eens kan zijn, ook als dit het tegenovergestelde is, men kan vanuit een zeker gezichtspunt ook daarmee het weer eens zijn. Evenzo met C. Men kan eigenlijk altijd op congressen vanuit een bepaald standpunt het met alles eens zijn. Waarom? Omdat alles in het intellectualisme pendelt en het intellectualisme niets over de werkelijkheid zegt. En zo kan eigenlijk onze hedendaagse werkelijkheid verlopen, zoals ze verloopt, ook zonder dat die congressen er zijn. Men zou het volkomen kunnen ontberen, wat op congressen besproken wordt, ondanks dat men zijn oprechte, waarlijke vreugde kan beleven aan al de schranderheid, die daar ontvouwd wordt, want alles is eigenlijk in principe goed.

Bron: Rudolf Steiner – GA 303 – Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens – Eine Einführung in die anthroposophische Pädagogik und Didaktik – Dornach, 24 december 1921 (bladzijde 39)

Dualiteit

Overal in het leven vindt u de dualiteit: licht en schaduw, positief en negatief, mannelijk en vrouwelijk, links en rechts, juist en onjuist, goed en kwaad. De dualiteit is diep geworteld in de aard van alle bestaan, en wie de natuur begrijpen wil, moet zich deze dualiteit in zijn geest duidelijk maken. Pas als we de tweeheid in het eigen leven zien, komen wij tot het begrijpen van de wereld. De leerling moet het zich tot plicht maken om te leren denken in deze dualiteiten. Hij mag nooit alleen het ene denken, hij moet altijd beide met elkaar samen denken. […] Alleen dan kan men de volle waarheid kennen, als men zich de innerlijke plicht oplegt nooit in een eenheid, maar altijd in een tweeheid te denken. Als de mens leert in deze dualiteiten te denken, dan denkt men pas juist en in overeenstemming met de feiten.

Bron: Rudolf Steiner – GA 89 – Bewusstsein-Leben-Form – Berlijn, 3 april 1905 (bladzijde 291)

Eerder geplaatst op 20 februari 2012.

Over tekortkomingen

Laat ons leren om de tekortkomingen van een mens als zijn eigen zaak te beschouwen, en laat ons leren om zijn prestaties als de zaak van de hele mensheid te beschouwen. Waarin de mensen tekortschieten, dat behoort tot hun individueel karma, wat ze doen is voor de mensheid. Laat ons leren om ons niet te bekommeren om de tekortkomingen van de mens, die moeten ze zelf uitboeten. Maar laat ons leren dankbaar te zijn voor wat ze gepresteerd hebben, want daarvan leeft de volledige mensheidsontwikkeling.

Bron: Rudolf Steiner – GA 104a – Aus der Bilderschrift der Apokalypse des Johannes – München, 8 mei 1907 (bladzijde 35)

Vertaling overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord Blavatsky

Harmonie tussen de materiële cultuur en het leven in de geestelijke wereld

Tegenwoordig kondigt het morgenrood van het zesde na-Atlantische beschavingstijdperk zich reeds aan. Want wat op een bepaalde tijd in de ontwikkeling van de mensheid moet ontstaan, komt langzamerhand tot rijpheid in de voorafgaande tijd. Wat zich tegenwoordig reeds kan beginnen te ontwikkelen, is het opzoeken van de draad, die de twee zijden van de menselijke inborst verbindt, de materiële cultuur en het leven in de geestelijke wereld. Daartoe is nodig, dat aan de ene kant de uitkomsten van het geestelijk schouwen worden begrepen, en aan de andere kant in de waarnemingen en ervaringen van de zintuiglijke wereld de openbaringen van de geest onderkend worden. Het zesde beschavingstijdperk zal de harmonie tussen die twee tot volle ontwikkeling brengen.

Bron: Rudolf Steiner –  GA 013 – Die Geheimwissenschaft im Umriss  (bladzijde 298). Vertaling F. Wilmar (Vierde druk, bladzijde 181, laatste bladzijde van hoofdstuk IV).

Eerder geplaatst op 14 februari 2012.