In de toekomst draagt het gelaat het stempel van goed en kwaad  

In de zesde periode (3573-5733 n. Chr.) van onze na-Atlantische aardeontwikkeling zullen de mensen met zeer specifieke, hun innerlijke morele kwaliteiten uitdrukkende lichamen worden geboren. Men zal de mensen ontmoeten en zal uit hoe ze eruit zien, weten: ze zijn in moreel opzicht zo en zo geaard. De morele fysionomie zal dan bijzonder sterk afgedrukt (Duits: ausgeprägt) zijn, terwijl wat tegenwoordig meer de fysionomie uitmaakt, meer zal zijn teruggetreden. Tegenwoordig wordt de mens in zijn fysionomie veel door de overerving bepaald: hij vertoont gelijkenis met zijn ouders en voorouders en zijn volk en zo meer. Dat zal in het zesde tijdperk geheel en al geen betekenis meer hebben. Dan zal de mens zijn uiterlijk het stempel geven van de gevolgen van zijn incarnaties (Duits: Da wird der Mensch durch seine Inkarnationsfolge sich das Gepräge seines Aussehens geben). De mensen zullen zeer verschillend zijn, maar ze zullen een scherp stempel van hun karakter hebben. Men zal precies weten: Je ontmoet nu een welwillend of een kwaadwillend mens. Zoals men in de tegenwoordige tijd weet: Je ontmoet nu een Italiaan of een Fransman-, zo zal men dan weten: Je ontmoet nu een kwaadaardig of een goedaardig mens, met de verschillende gradaties. – Dat zal dus steeds meer en meer zo zijn, dat het morele zich in het gezicht uitdrukt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 254 – Die okkulte Bewegung im neunzehnten Jahrhundert  und ihre Beziehung zur Weltkultur – Dornach, 7 november 1915 (bladzijde 261-262)

P.S. Ik vind dit wel een zeer opmerkelijk citaat. Want in de huidige tijd is het mij menigmaal opgevallen dat men misdadigers vaak helemaal niet aan hun gezicht herkent. Ik heb de meest verschrikkelijke seriemoordenaars op tv of internet of foto gezien, die er helemaal niet onaardig uitzagen en vaak zelfs wel sympathiek leken. Het komt wel voor dat misdadigers echt een “rotkop” hebben, maar dat is meer uitzondering dan regel. Ook komt het wel voor dat goede, lieve mensen evengoed een kop als een vergiet hebben. Dus men kan wel zeggen, dat het bekende spreekwoord klopt: You can not judge a book by its cover. 

In de toekomst zal dit dus volgens Steiner heel anders zijn. Dan zal men aan het gezicht kunnen zien of men met een kwaadaardig of goedaardig mens te maken heeft.

Eerder geplaatst op 29 oktober 2012

Angst/Logische Weerleggingen

Dat wat de mensen tegenwoordig zo vaak inbrengen tegen de resultaten van de geesteswetenschap komt eigenlijk voort uit een onbestemde, diep in de ziel zittende angst. De mensen zijn eigenlijk in feite bevreesd voor de resultaten van de geesteswetenschap. Alles wat de laatste eeuwen voortgebracht hebben in de menselijke beschaving is zo zeer in tegenspraak met deze spirituele wetenschap, dat zij voor de meeste mensen als iets volledig onbekends aan de dag treedt. Voor het onbekende is men altijd bevreesd; maar men wil zich toch deze angst niet toegeven, en zo kleedt men deze angst in zogenaamde logische weerleggingen, in logische kritiek. Wie deze dingen doorzien kan, ziet overal dat de logica van de tegenstander van geesteswetenschap uiteindelijk niets anders is dan een verontschuldiging van de eigen ziel voor de vrees die men voor haar heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 284 – Bilder okkulter Siegel und Säulen – Penmaenmawr, 24  augustus 1923 (bladzijde 15-16)

Eerder geplaatst op 28 oktober 2012

Zie ook: Angst voor de waarheid

Wat gebeuren moet, dat zal gebeuren  

Zoals eens de tijd rijp was om de copernicaanse wereldbeschouwing op te nemen, zo is nu de tijd rijp geworden om de leer van reïncarnatie en karma in het algemene bewustzijn van de mensheid te brengen. Wat in het verloop van de mensheidsontwikkeling moet gebeuren, dat zal gebeuren, hoeveel machten daar ook tegen mogen opstaan. Met reïncarnatie en karma, met het werkelijk begrijpen van reïncarnatie en karma zullen alle andere dingen vanzelf duidelijk worden. De andere dingen worden begrijpelijk door het licht dat uitstraalt van reïncarnatie en karma.

Bron (Nederlands): Rudolf Steiner – Reïncarnatie en karma (bladzijde 103) – Uitgeverij Vrij Geestesleven – Vertaling: H. Beran-Muller van Brakel

Bron (Duits): Rudolf Steiner – GA 135 – Wiederverkörperung und Karma – Berlijn, 5 maart 1912 (bladzijde 63)

Eerder geplaatst op 19 oktober 2012

Geestelijke duisternis

In de dertiende eeuw was er voor alle mensen een geestelijke duisternis, zelfs voor de meest verlichte geesten, ook voor de ingewijden. Alles wat toen in de dertiende eeuw bekend werd van de spirituele werelden, dat wist men door overlevering of van al vroeger ingewijden die hun herinnering aan wat ze toen ervaren hadden, wekten. Maar voor een korte tijd konden ook deze geesten niet rechtstreeks in de geestelijke wereld waarnemen. Deze korte tijd van verduistering moest er toen zijn om het karakteristieke van ons huidige tijdperk voor te bereiden: de hedendaagse intellectuele, rationele cultuur.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Kassel, 27 januari 1912 (bladzijde 228)

Eerder geplaatst op 15 oktober 2012

Blindheid

We moeten alles wakker roepen wat de mensen doet begrijpen wat er in het leven eigenlijk moet gebeuren om dat leven te laten doorgaan. Zonder die dingen leeft de mens in feite altijd in een hem onbekende omgeving.

Het is immers de karakteristiek, de misdadige karakteristiek van onze tijd dat de mens in een hem volkomen onbekende omgeving leeft. Ga maar eens een straat op waar een tram rijdt, kijk eens naar de mensen die daar op de tram staan te wachten en vraag u eens af hoeveel van hen er weten hoe die tram wordt voortbewogen, hoe de natuurkrachten werken om die tram in beweging te krijgen. Jazeker, geloof maar dat dat een innerlijke werking heeft op de konstitutie van de mens: op geest, ziel en lichaam! Het maakt een groot verschil of je door het leven gaat en daarbij tenminste de basis-elementen kent van de dingen waarmee je leeft, of dat je die niet kent. Gebruik maken van verkeersmiddelen of andere middelen zonder de basis-elementen ervan te kennen, betekent voor het ziele-geest-wezen: blind zijn. Net zoals een blinde door de wereld gaat zonder de lichtwerkingen te kennen, zo bewegen de mensen zich tegenwoordig blind door de hen omringende cultuur, omdat ze niet kunnen zien, omdat ze niet de mogelijkheid hebben gekregen de dingen te begrijpen. Dat is een defekt in ziel en geest. Dat zijn de beschadigingen die in de mensheid optreden: de blindheid van de mensen voor wat betreft de dingen die om hen heen zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 302 – Menschenerkenntnis und Unterrichtsgestaltung – Stuttgart, 16 Juni 1921 (bladzijde 85-86)

Overgenomen uit Menskunde en opvoeding /Voordracht 5 – Stuttgart, 16 Juni 1921 (bladzijde 85-86). Vertaling Bart Muijres

P.S. We moeten ons nu zeker ook al schuldig voelen omdat we niet weten hoe een tram werkt. Eerlijk gezegd weet ik het ook niet en ik ben nog niet eens de meest ontechnische persoon ter wereld. Op de Ulo hadden we vroeger bij een leraar een zogenaamd vragenuurtje. Dan mocht je geheel willekeurig iets vragen. Ik vroeg toen hoe een fietsdynamo werkte. Het leukste meisje van de klas liet toen een hartgrondig ‘gadverdamme’ horen. Waarmee ik maar zeggen wil: niet iedereen, of beter gezegd bijna niemand heeft veel interesse voor dergelijke wat Steiner noemt basiselementen van het leven. Om nu te zeggen dat dit een misdadige karakteristiek van onze tijd is, gaat mij te ver.