De intellectualistische geest schiet tekort

Dat is het eerste, wat zelfs de oude Griekse filosofen benadrukt hebben: Iemand die alleen goed denken kan, die alleen intellectueel, door enkel denken en filosoferen de dingen begrijpen wil, kan niet in de bovenzinnelijke werelden komen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Zürich, 15  januari 1912 (bladzijde 53-54)

Zie ook: Gevoel en verstand

Of ook: Waarheid en intellect

Eerder geplaatst op 2 september 2012

Door niets anders als door verhoging van het morele karakter zou men tot de helderziende krachten moeten komen

Het eerste wat de mens kan doen om de helderziende krachten te wekken, is dat de moraliteit en de handelingen overeenstemmen (Duits: eins werden). Dit is de beste scholing voor de helderziende krachten. Daarom wordt altijd benadrukt, dat men eigenlijk door niets anders als door verhoging van het morele karakter tot de helderziende krachten zou moeten komen. […] We zien dat mensen die door allerlei andere manieren helderziende krachten ontwikkeld hebben, bepaalde slechte eigenschappen vertonen, die ze vroeger niet of nauwelijks hebben gehad; bijvoorbeeld grote leugenaars worden, als ze beginnen helderziende vermogens te ontwikkelen. – Ja, soms is het een zeer gevaarlijke zaak voor het karakter van een mens, vooral als hij tot helderhorendheid komt. Helderziendheid is nog niet zo gevaarlijk als helderhorendheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Zürich 15  januari 1912 (bladzijde 49)

Zie ook: De gulden regel

Eerder geplaatst op 1 september 2012

De geest is gewillig, maar het vlees is zwak…(Mattheüs 26: 41)

De meeste mensen handelen niet daarom niet moreel, omdat ze niet weten wat moreel is, maar alleen omdat hun neigingen, driften, verlangens of hartstochten met hun morele inzicht in tegenspraak zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Zürich 15  januari 1912 (bladzijde 48)

Eerder geplaatst op 31 augustus 2012

De boer van tegenwoordig denkt meer dan de Griekse filosoof  

Iets komisch maar tegelijk iets groots ligt in wat Hebbel, de toneelschrijver, in zijn notitieboek schreef: Laten we aannemen, dat Plato zou worden wedergeboren; dan zou hij een gymnasiast worden en moest Plato in de Griekse taal lezen, en de gymnasium leraar is vreselijk ontevreden, omdat hij Plato niet begrijpt, zodat de leraar hem een pak op zijn donder geeft. – Daar wilde Hebbel een drama over schrijven. Nu, dat is aan de ene kant echt grappig, maar aan de andere kant heel begrijpelijk. Want het is waar dat een gymnasiumleraar van tegenwoordig veel meer denkt dan zelfs de grote Plato in zijn tijd. Men kijkt alleen op een bepaalde manier tegenwoordig kortzichtig naar de wereld. De boer van tegenwoordig denkt meer dan de Griekse filosoof ooit heeft gedacht. Daarentegen was het waarnemingsvermogen toentertijd veel meer ontwikkeld. De waarneming was toen hetzelfde als wat nu bij ons het denken is. Tegenwoordig wordt immers het waarnemen helemaal niet meer geleerd, alleen door degenen die een scholing doormaken. Het is volstrekt mogelijk dat iemand in wat hij in een laboratoriumopleiding leert, ver komt, en toch daarbuiten zeer onervaren is, de tarwe niet van de rogge onderscheiden kan. Zodat we kunnen zeggen dat de mensen tegenwoordig veel denkvermogen hebben, maar in de tijd van toen in het waarnemen werden geschoold. Daarom kunnen we twee tijdperken onderscheiden: een tijdperk van waarnemingen en een tijdperk van gedachten.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Winterthur, 14 januari 1912 (bladzijde 38)

Eerder geplaatst op 30 augustus 2012

Over slapen en denken

U weet allemaal dat een moeilijke berekening een andere werking op ons denken heeft dan een roman. Wij merken dat wij moe worden van ons denkleven, als het ons inspanning kost. Dit kan zelfs des te minder betwijfeld worden, aangezien het een middel is om gemakkelijker in te slapen. Het moeten echter geen voorstellingen zijn die ons bijzonder irriteren, ook niet gedachten die ons zorgen geven, maar gedachten die moeilijk zijn voor ons. Dit kan ieder mens hoe dan ook zelf ervaren: dat hij naar verhouding gemakkelijk inslaapt, als hij zich voor het inslapen doordringt met voorstellingen die hem aan een gevoel van plicht binden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Winterthur 14 januari 1912 (bladzijde 31)

Eerder geplaatst op 29 augustus 2012