In de Koran staat veel meer over Jezus Christus dan een moderne dominee denkt

Gaan we als missionarissen naar verre landen, of ook naar inheemse mensen, en willen we hen de Jezus-dienst opleggen met een of andere geloofsbekentenis, dan zullen ze ons niet begrijpen, aangezien wat deze mensen weten, vaak zelfs uitsteekt boven wat door deze of gene zendeling gebracht wordt. Want ik zou wel willen weten wat bijvoorbeeld een Turk zou zeggen, als een moderne Protestant hem de Christusopvatting zou willen leren, die hij als moderne protestantse dominee heeft, deze Christusbeschouwing, welke beweert – bij de nieuwere protestantse dominees is dat immers al het geval – nu ja, dat er een Socrates was, daarna een die wat meer was dan Socrates: de Christus, de mens, weliswaar een bijzonder mens, maar gewoon een mens, of de verwarde dingen die verder tegenwoordig over Christus in het nieuwere Protestantisme gezegd worden. De Turk zou hem zeggen: Wat, zoiets vertel jij, en jij wilt Christen zijn? Lees eens in de Koran, soera 19: daar staat veel meer over Christus dan wat jij ons vertelt! De Turken weten namelijk veel meer over Jezus Christus, dan wat de moderne protestantse dominees over Christus brengen, omdat in de Koran veel meer staat, omdat de Christus Jezus veel meer aan de goddelijkheid naderbij gebracht wordt in de Turkse geloofsbelijdenis dan in de nieuwere protestantse geloofsbelijdenis. Dat weet men alleen niet, omdat men er tegenwoordig nog weinig toe komt de religieuze documenten werkelijk te lezen en men oppervlakkige rommel lezen wil over alle mogelijke religies.

Bron: Rudolf Steiner – GA 172 – Das Karma des Berufes des Menschen in Anknüpfung an Goethes Leben – Dornach 27 november 1916 (bladzijde 219)

Eerder geplaatst op 22 februari 2012.

Armzalige schets

We kunnen nooit te veel doen wanneer het erom gaat de waarheden over de hogere werelden van de meest verschillende kanten te beschouwen. Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat men vanuit een enkel gezichtspunt alleen maar een armzalige schets kan geven. En slechts langzamerhand, wanneer men dezelfde zaak vanuit vele verschillende invalshoeken bekeken heeft, dan komen al die indrukken samen tot een geheel, tot een beeld dat steeds maar levendiger wordt. Alleen dergelijke beelden helpen de mens die in de hogere werelden wil geraken, niet de droge, schematische begrippen. Hoe levendiger de beelden, hoe kleurrijker, des te meer mag men hopen dat men de hogere werelden dichterbij komt. Het lijdt geen twijfel dat het juist die beelden uit de hogere werelden zijn, die tegenwoordig bij vele tijdgenoten wantrouwen tevoorschijn roepen. Wanneer de mens overstelpt wordt met begripsschema’s, met indelingen – liefst met vele lijstjes namen – over het devachaan, over de planetenontwikkeling enz., dan laat hij zich dat graag welgevallen. Maar hij begint moeilijk te doen wanneer iemand het waagt om de bovenzinnelijke werelden te beschrijven zoals een reiziger landschappen in Zuid-Amerika zou beschrijven. En toch moet men zich voor ogen houden dat men alleen door levensfrisse beelden werkelijk iets nuttigs verkrijgt, niet door dode schema’s en namen.

Overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord Aartsengel – 64 (Bron: Uit de Akasha-kroniek – GA 11 – op het einde van het voorlaatste hoofdstuk.)

Sympathie/Antipathie/Vroegere levens

Als wij als mensen andere mensen ontmoeten, dan hult zich wat in een mens anderen afstoot of aantrekt, werkelijk in een voor de abstracte begripswereld ondoordringbare duisternis. Gaat men met behulp van de geesteswetenschap na wat dat eigenlijk is, wat men daar in vijf minuten kan beleven en in vijftig jaar niet in staat is te beschrijven, dan is het wat uit een vroeger aardeleven of een aantal vroegere aardelevens inwerkt in het tegenwoordige leven en wat in de zielen wordt uitgewisseld. Dit onbestemde, ondefinieerbare, dat over ons komt als wij als mens andere mensen ontmoeten, dat is wat uit hun vroeger aardeleven in ons vroeger aardeleven oplicht (hereinleuchtet), en vice versa. Daar werkt niet alleen het voorgeboortelijk bestaan, maar alles wat de mens aan lotgevallen in de opeenvolgende aardelevens ooit heeft doorgemaakt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 217 – Geistige Wirkenskräfte im Zusammenleben von alter und junger Generation – Stuttgart, 13 oktober 1922 (bladzijde 164-165)

Eerder geplaatst op 19 februari 2012.

Men kan geloven dat men de geestelijke wereld kan ignoreren, maar waar is het niet!

Laat de mensen maar praten die geloven dat er nu een oorlog geweest is zoals vroegere oorlogen, en dat er nu vrede gaat gesloten worden zoals er vroeger vrede gesloten werd; laat die mensen maar in hun geloof. Dat zijn mensen die houden van illusies, dat zijn de mensen die waarheid en begoocheling niet kunnen uiteen houden. Laat die mensen zelfs een of andere schijnvrede sluiten: orde zal uit de chaos die tegenwoordig door de wereld trekt niet ontstaan tenzij de mensen een begin maken met het aanvaarden van een geesteswetenschappelijk standpunt. En als in uw hart het gevoel zegt: dan zal het nog lang duren, dan zal er niet vlug orde komen – omdat u misschien gelooft dat de mensen er niet toe te brengen zijn om een geesteswetenschappelijke dageraad te laten ontwaken – dan zult u gelijk hebben. Wees er dan ook maar van overtuigd dat uit de huidige chaos nog lange tijd geen nieuwe orde zal ontstaan, want een nieuwe orde zal er niet eerder komen dan dat een geesteswetenschappelijke gezinning de menselijke harten doordringt. Al de rest zal schijn zijn, al het overige zal schijnbare rust zijn, want orde zal uit deze chaos pas ontstaan wanneer men zal begrijpen waaruit deze chaos ontstaan is.

Hij is ontstaan wegens een ongeestelijke opvatting van de werkelijkheid – ja, een on-geestelijke opvatting van de werkelijkheid. De geestelijke wereld laat men niet ongestraft links liggen. Men kan geloven dat men de geestelijke wereld ongestraft kan ignoreren; men kan geloven dat men in de wereld terecht komt met begrippen en voorstellingen die alleen maar aan de zintuiglijke wereld ontleend zijn; men kan dat geloven, en het is het algemeen geloof van de tegenwoordige mensheid. Maar waar is het niet. Neen! De grootste dwaling die de mensheid ooit heeft gekoesterd, dat is – om het even triviaal uit te drukken- dat de geesten het zich laten welgevallen wanneer ze veronachtzaamd worden. Beschouwt u dat voor mijn part maar als egoïsme, als een zelfzucht vanwege de geesten, maar in de geestelijke wereld geldt een andere terminologie dan hier in de zintuiglijk-fysieke wereld. Beschouwt u het dus voor mijn part maar als een egoïsme der geesten, maar de geesten wreken zich wanneer ze veronachtzaamd worden. 

Vertaling overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord  Geweld – 25 (GA 177 – jaartal 1917)

Over woede en strijd tegen de antroposofie

Antroposofie is altijd ten opzichte van zaken die op hun gebied volkomen terecht optreden, in een typische positie. Antroposofie is eigenlijk vanuit zichzelf geheel niet twistziek. Ze erkent graag alles wat binnen de horizon optreedt waarin het gerechtvaardigd is. Zo zal ze binnen de horizon, waarin het terecht is, natuurlijk ook de psychoanalyse erkennen. Maar antroposofie moet de dingen uit de gehele menselijke natuur, uit een totale verklaring van de wereld zoeken, moet dus in zekere zin de kleine kringen, die op enigszins dilettantische lekenwijze ook tegenwoordig door wetenschappers gedreven worden, in grotere kringen betrekken. Ze heeft dan ook geen reden om strijd te voeren. Ze sluit alleen dat wat eenzijdig verklaard wordt in een grote cirkel in. Ze begint daarom in de regel niet uit zichzelf te redetwisten. Maar de anderen strijden, want die willen bij hun eigen kleine kring blijven. Die zien op hun manier alleen wat in deze kleine kring is. En omdat hen dat wat in een wijdere horizon ligt en hen eigenlijk in feite zou kunnen stimuleren, helemaal niet bijzonder aanlokt, wijzen ze het woedend af. Zodat de antroposofie meestal genoodzaakt is zich tegen die eenzijdigheden te verweren, die hen aanvallen. Dit is wat met name tegen dergelijke tijdstromingen, zoals de psychoanalyse, gezegd moet worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 303 – Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens -Eine Einführung in die anthroposophische Pädagogik und Didaktik – Dornach, 26 december 1921 (bladzijde 72)

Hoogmoed/Wijsheid/Goedheid

Er bestaat geen grotere hoogmoed dan te zeggen dat men maar een goed mens hoeft te zijn, en dan is alles in orde. Men moet immers eerst weten hoe men dat doet, werkelijk een goed mens zijn. Het tegenwoordig bewustzijn is zeer hoogmoedig wanneer het alle wijsheid afwijst. Waarachtig inzicht in het goede vereist dat wij diep indringen in de geheimen der wijsheid, en dat is lastig, want dan moet men veel leren.

Vertaling overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord Goed zijn – 43 (GA-nummer is er niet bij vermeld)

Demonen

Alles wat u onwillekeurig doet, alles waartoe u zich innerlijk gedrongen voelt, gebeurt doordat andere wezens op u inwerken. Het gebeurt niet vanuit het niets. De verschillende menselijke wezensdelen worden voortdurend werkelijk doordrongen en vergezeld van andere wezens, en een groot aantal oefeningen die de ingewijde leraar zijn leerlingen laat verrichten zijn bedoeld om deze wezens uit te drijven, opdat de mens steeds vrijer wordt.

De wezens die het astrale lichaam doortrekken en dit onvrij maken worden demonen genoemd. Uw astrale lichaam is voortdurend doordrongen van zulke demonen, en ook de wezens die u zelf door uw goede of verkeerde gedachten voortbrengt hebben de eigenschap dat ze zich geleidelijk aan tot demonen ontwikkelen. Er bestaan goede demonen, die van goede gedachten uitgaan. Slechte gedachten echter, vooral die van onware en leugenachtige aard, brengen de meest vreselijke en afschuwwekkende demonische gestalten voort, waarmee het astrale lichaam om zo te zeggen is doorspekt. 

Vertaling overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord Geesten, spoken, fantomen - 29 (Bron: GA 99, datum en bladnummer is er niet bij vermeld.)