Heb ik eigenlijk reden om mij met mijzelf bezig te houden?

Blikt men terug op datgene, wat men in de kinderjaren, jeugd enz. heeft beleefd, al naar gelang de leeftijd die men heeft bereikt, dan duiken verscheidene mensen op als uit een grijze geestesdiepte, die in de meest verschillende situaties aan ons leven hebben deelgenomen.

Blikt u terug in het verloop van uw leven en kijkt u minder naar datgene, wat u aan uw eigen dierbare persoon interesseert, kijkt u veel meer naar die gestalten, die u nader getreden zijn, u opvoedend, met u vriendschap sluitende, u vooruithelpende, misschien u ook benadelend, dikwijls op zeer nuttige wijze benadelend. Wij zullen dikwijls zien, dat datgene, wat ons in een bepaald tijdperk antipathiek heeft aangedaan, indien slechts voldoende tijd sindsdien is verlopen, ons niet meer zo antipathiek aandoet, omdat wij een innerlijke samenhang zien. Dat wij ook eens met deze of gene mens op antipathieke wijze in contact moesten komen, kon ons wellicht zeer nuttig zijn. Wij winnen dikwijls meer door datgene, wat een mens ons aandoet als door datgene, waarin  een mens ons aanmoedigt en steunt. Het zou de mens veel baten, wanneer hij een dergelijke onzelfzuchtige terugblik op het leven meermalen hield, wanneer hij het leven zou doordrenken met de uit deze terugblik opwellende overtuiging: heb ik eigenlijk reden om mij met mijzelf bezig te houden? Hoe oneindig veel rijker wordt mijn leven, wanneer ik de blik laat dolen over deze en gene gestalten, die in mijn leven zijn binnengetreden. Dan maken wij ons enigermate los van onszelf, wanneer wij een dergelijke onzelfzuchtige terugblik houden. Dan geraken wij het vreselijke euvel van onze tijd, het tobben over onszelf, kwijt. En dat is zo uitermate nodig, dat wij van het tobben over onszelf afkomen. Wie slechts eenmaal gepakt is door de zelfbeschouwing, zoals ik die zojuist heb geschetst, die vindt zichzelf veel te oninteressant dan dat hij over zijn eigen leven al te veel zou willen tobben.

Bron: Rudolf Steiner – GA 186 - Die soziale Grundforderung unserer Zeit in geänderter Zeitlage – Dornach 7 december 1918

Dit fragment plaatste ik eerder op 25 mei 2011.

Zo waar er niets zonder oorzaak is, even zo waar is er niets zonder gevolg

Zo waar er niets zonder oorzaak is, even zo waar is er niets zonder gevolg. Ook al word ik in nood en ellende geboren, ook al heb ik weinig talenten: wat ik ook doe zal zijn werking hebben, en wat ik mijzelf bijbreng door vlijt en moraliteit, zal zeker een werking uitoefenen op volgende levens. Het kan mij bedrukken dat ik mijn lotsbestemming zelf verdiend heb, maar evenzeer kan het mij verheffen dat ik zelf kan timmeren aan mijn toekomstig leven. Wie deze wet in zijn denken en voelen opneemt, zal zien wat voor een kracht en zekerheid in het leven hij wint. Het is niet zo belangrijk dat men deze wet tot in de details doorgrondt, dat komt pas op de hogere trappen van het helderziende inzicht. Veel belangrijker is het dat men in de zin van deze wet de wereld bekijkt en ernaar leeft. Doet men dat in alle ernst jaar na jaar, dan zal deze wet zich vanzelf in het gevoel nestelen. Haar waarheidsgehalte wordt duidelijk door ze toe te passen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart 27 augustus 1906 (bladzijde 60)

Dit citaat plaatste ik eerder op 6 april 2011.

Hoe vaak komt het niet voor dat de mensen niet duidelijk zien wat werkelijkheid is, maar wat ze graag zouden willen zien

Hoe vaak komt het niet voor dat de mensen niet duidelijk zien wat werkelijkheid is, maar wat ze graag zouden willen zien. In hoeveel gevallen geloven de mensen iets, niet omdat ze iets begrijpen, maar omdat ze graag iets willen geloven. Of wat voor vergissingen ontstaan er niet omdat men een zaak niet grondig onderzoekt maar een overhaast oordeel vormt. Al deze oorzaken van vergissingen in het dagelijks leven kunnen bijna tot in het oneindige worden vermeerderd. Hoezeer spelen ons partijdigheid, hartstocht enzovoort, niet parten ten aanzien van ons gezonde oordeelsvermogen!

Bron: Rudolf Steiner – GA 12 – Die Stufen der höheren Erkenntnis

Dit citaat plaatste ik eerder op 29 juli 2011.

Zelfzucht/Onzelfzuchtigheid

Ligt in deze uitspraak dat men zijn krachten niet in dienst mag stellen van het persoonlijk egoïsme, op een bepaalde manier niet een onmogelijke eis voor de mens van deze tijd? Deze vraag moeten wij allereerst beantwoorden. Natuurlijk stellen diegenen die dat zeggen als eerste gebod op: gij moogt niet egoïstisch zijn! – Vanzelfsprekend, dat is een hoogste gebod. Maar voor wie met de werkelijkheid denkt, komt het er niet op aan dat zulke geboden opgesteld worden, maar of dergelijke geboden wel kunnen nageleefd worden. En wie gelooft dat het gebod om niet egoïstisch te zijn, door de mens van deze tijd zo zonder meer kan nageleefd worden, die geeft zich aan een grote illusie over. Diegene die het als zijn plicht beschouwt om illusies te ontmaskeren, die moet ook de illusie teniet doen dat een dergelijk gebod gemakkelijk zou kunnen worden nageleefd. Misschien treedt daar ergens een mens naar voren en zegt: ik wil in de wereld actief zijn op een totaal onzelfzuchtige wijze!

Als nu iemand zegt dat hij op een onzelfzuchtige manier in de wereld wil actief zijn, dan is dat een zeer, zeer mooi ideaal. Maar als we dan wat verder vragen: waarom wil je zo onzelfzuchtig zijn, waarom leg je jezelf dit gebod op? -dan hoort men merkwaardige antwoorden, bvb.: door onzelfzuchtig te zijn kom ik langzamerhand tot een hoger niveau van volkomenheid; ik kan niet verdragen een waardeloze mens te zijn; ik wil een mens zijn die van betekenis is voor de wereld. – Als men dit gevoel zou analyseren, dan zou men erachter komen dat achter het motief om onzelfzuchtig te zijn dikwijls het ongelooflijkste egoïsme steekt, dikwijls een veel groter egoïsme dan hetgeen men aantreft bij mensen die helemaal niet onzelfzuchtig willen zijn, maar die eenvoudigweg hun zelfzuchtige instincten volgen. Volgt u de gedachtegang maar, u zult zien hoeveel zelfzucht er in de drang naar onzelfzuchtigheid steekt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 101 – Mythen und Sagen Okkulte Zeichen und Symbole – Berlijn 21 oktober 1907

Dit fragment plaatste ik eerder op 26 mei 2011.

Niemand die de gevolgen van immoraliteit werkelijk kent, kan in waarheid immoreel zijn

Niemand die de gevolgen van immoraliteit werkelijk kent, kan in waarheid immoreel zijn. De reële werkingen van de oorzaken moet men leren. Reeds de kinderen moet men daar op wijzen. Het immorele bestaat alleen maar omdat de mensen geen inzicht hebben, ze weten het niet. Slechts de duisternis van de onwaarheid maakt het immorele mogelijk.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 –  Die Mission der neuen Geistesoffenbarung – Bielefeld 6 maart 1911

Dit citaat plaatste ik eerder op 18 januari 2011.

Denkdiscipline

Wij staan nu in het tijdvak waarin een grote omkeer moet plaatsvinden : de mensen moeten werkelijk denkende mensen worden in plaats van denkautomaten. Het is verschrikkelijk nietwaar wanneer men zoiets zegt, want de mensen van deze tijd beschouwen zichzelf vanzelfsprekend als denkende mensen, en als men van hen verlangt dat ze nu eens denkende mensen gaan worden, dan vinden ze dat eigenlijk een belediging. Maar toch is het zo.

Sinds het midden van de 15de eeuw is het zo gegaan dat de mensen altijd meer en meer denkautomaten geworden zijn. De mensen geven zich als het ware over aan de gedachten, ze beheersen ze niet. Stelt u zich eens voor hoe het er zou uitzien indien u met de ledematen hetzelfde deed als de meeste mensen tegenwoordig doen met hun denkorganen. Vraagt u zich eens af of de tegenwoordige mens zeer geneigd kan zijn – ik zeg : kan zijn – om willekeurig een gedachte op te nemen en willekeurig een gedachte kan afsluiten. De gedachten borrelen tegenwoordig door het hoofd van de mens. De mensen kunnen er zich niet tegen verzetten, ze geven er zich automatisch aan over. Daar stijgt een gedachte op, de vorige verdwijnt, dat vliegt en flitst door het hoofd, en de mensen denken op een dusdanige manier dat men eigenlijk het best zou kunnen zeggen : het denkt in de mens.

Stelt u zich eens voor dat het met uw armen en benen op dezelfde manier zou gaan, dat u die even weinig zou kunnen beheersen als u uw denken beheerst. Stelt u zich eens een mens voor die over de straat gaat en zijn armen zouden op dezelfde ongecontroleerde manier bewegen als zijn denkorgaan beweegt ! U weet wat er allemaal door iemands hoofd gaat wanneer hij over straat wandelt en nu stelt u zich voor hoe hij voortdurend met armen en handen zou gesticuleren zoals dat met de gedachten in ons hoofd gaat !
En toch staan we voor het tijdperk dat de mensen moeten leren om op dezelfde manier controle te krijgen over hun gedachten zoals ze controle hebben over hun armen en benen. In dat tijdperk treden we binnen. Een bepaalde innerlijke discipline van het denken is wat nu moet plaatsvinden en waarvan de mensen vandaag nog zeer ver verwijderd zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 190Vergangenheits- und Zukunftsimpulsen im sozialen GeschehenDornach 23 maart 1919

Dit citaat plaatste ik eerder op 5 mei 2011.

Vrije Scholen, iets dat men doet als men niet helemaal goed snik is

Uiteraard beschouwt de onderwijsinspectie dat wat er op andere scholen gebeurt min of meer als ideaal. Weliswaar wordt er altijd gezegd: het ideaal kan men niet bereiken, men kan slechts zijn best doen, de praktijk van het leven eist dit of dat. Maar als men in de praktijk met de inspectie te maken krijgt, dan blijkt dat toch eigenlijk alles wat er vanuit de overheid op onderwijsgebied bestaat bijzonder goed wordt gevonden, en dat wat er is opgezet als Vrije School als een of andere gril te beschouwen. Als iets dat men doet als men niet helemaal goed snik is!

Bron: Rudolf Steiner – GA 305 – Geestelijke grondslagen voor de opvoedkunst – Oxford 23 augustus 1922 (Vertaling L.W.J. Beuger en J.F. la Poutré)

Dit citaat plaatste ik eerder op 1 juni 2011.