Mijn jeugdvriendschappen uit de tijd waarover ik hier spreek (ongeveer 1879-1883) namen een eigenaardige plaats in mijn leven in. Noodgedwongen waren ze de oorzaak van een soort dubbelleven in mijn ziel. De worsteling met de raadselen op het gebied van de kennis, die mij toen vooral in zijn ban hield, interesseerde mijn vrienden weliswaar in …