Gewoonten / Gezondheid

Als iemand slechte gewoonten en karaktereigenschappen heeft en niets daartegen doet om deze af te wennen, dan verschijnt dat in het volgende leven als een aanleg van het fysieke lichaam, in feite als een vatbaarheid voor ziekten. Hoe vreemd het ook klinkt, deze dispositie voor bepaalde ziekten, en vooral infectieziekten, komt werkelijk voort uit slechte gewoonten in een vorig leven.

Met dit inzicht hebben we het dus ook in de hand om gezondheid of ziekte voor te bereiden voor het volgende leven. Als we een slechte gewoonte afwennen, zullen we onszelf in het volgende leven lichamelijk gezond en resistent tegen infecties maken. Op deze manier kan men al voor het toekomstige leven voor gezondheid zorgen als men ernaar streeft alleen nobele eigenschappen te ontplooien.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – Menschheitsentwickelung und  Christus- Erkenntnis / Theosophie  und  Rosenkreuzertum – Kassel, 22 juni 1907 (bladzijde 85-86)

good-habits2

Ieder mens heeft zijn eigen gezondheid

Men hoort vooral in Midden-Europa, ik weet niet of het in West-Europa ook zo is, heel vaak zeggen: er is maar één gezondheid, maar zeer, zeer veel ziekten. Dit gezegde, waar veel geloof aan wordt gehecht, kan echter tegenover een werkelijke menskundig inzicht niet standhouden, want de mens is zó individueel, zó als bijzonder wezen gevormd dat eigenlijk in feite iedereen en ook ieder kind al zijn eigen gezondheid heeft, een heel speciaal gemodificeerde gezondheid. 

En men kan zeggen: Er zijn evenveel gezondheidstoestanden en ziekteverschijnselen als er mensen zijn. – Dat wijst ons al op het feit dat we altijd onze aandacht erop moeten richten inzicht te krijgen in de individuele aard van de mens. 

Bron: Rudolf Steiner – GA 303 – Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens -Eine Einführung in die anthroposophische Pädagogik und Didaktik – Dornach, 28 december 1921 (bladzijde 100)

Zie ook: Er zijn zo veel gezondheden als er mensen zijn

Eerder geplaatst op 14 juli 2016  (7 reacties)

Dreckwissenschaft

Heeft u donkere urine, dan neigt u tot ontstekingen ergens in het lichaam. Hebt u heldere urine, dan neigt u tot gezwelvorming. […] Zo kunt u vanuit de urine allerlei ziekten beoordelen, als u de urine enkel precies onderzoekt. (bladzijde 174)

Het mag er natuurlijk niet op uitdraaien dat de vijanden nu weer zeggen, die geesteswetenschap houdt zich bezig met zweet, urine en zo meer, en daarom is het eigenlijk een schijtwetenschap. Dat zouden de vijanden het allerliefste willen! (bladzijde 173)

Bron: Rudolf Steiner – GA 352 – Natur und Mensch in geisteswissenschaft licher Betrachtung – Dornach, 23 februari 1924 (bladzijde 173-174)

Eerder geplaatst op 10 december 2014

Honing

Op de mens, vooral als we oud worden – bij het kind is het de melk, die zo werkt -,  werkt de honing op uiterst gunstige wijze op ons. Het bevordert namelijk onze lichamelijke organisatie (Duits: Gestaltung). Daarom is voor mensen, die oud geworden zijn, de honing buitengewoon aan te bevelen. Alleen moet men er zich niet aan overeten. Eet men er te veel van, geniet men het niet alleen als een toevoeging, dan vormt men te veel in de lichamelijke organisatie. Dan wordt het lichaam broos en krijgt men allerlei ziekten.

Bron: Rudolf Steiner – GA 351 – Mensch und Welt Das Wirken des Geistes in der Natur – Dornach 26 november 1923 (bladzijde 144-145)

 Eerder geplaatst op 9 juni 2015  (9 reacties)

Besmettelijke ziekten, waanzinsepidemieën, verschrikkelijke oorlogen…

Het is van buitengewoon belang, dat de mensheid in de huidige tijd een sterke invloed van het geestelijke leven ontvangt. Besmettelijke ziekten, waanzinsepidemieën, verschrikkelijke oorlogen zullen met het de overhand nemen van het materialisme op vreselijke wijze onder de mensen woeden als de mensheid niet op geestelijk gebied een verdieping zou ontvangen.

Hoewel nu een verspreiding van spiritueel leven beslist noodzakelijk is, hoewel er tegenwoordig beslist een veel groter aantal esoterici moeten zijn dan voorheen, zou het toch helemaal verkeerd zijn om voor de geesteswetenschap propaganda te willen maken. Er moeten esoterici zijn maar niet alle mensen moeten esotericus zijn. Een heel eenvoudig voorbeeld kan ons dat duidelijk maken. Nietwaar, iedereen heeft schoenen nodig en daarom is het noodzakelijk dat er schoenmakers zijn. Geheel onterecht zou het echter zijn als iemand daaruit de conclusie zou trekken, dat alle mensen schoenmaker zouden moeten worden. Net zomin moeten alle mensen esotericus worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Stuttgart, 15 september 1907 (bladzijde 243)

Eerder geplaatst op 25 januari 2016