Juiste begrippen, onjuist toegepast

Er is iets eigenaardigs ontstaan ​​- ik bedoel dit niet als verwijt, ik wil het gewoon als een feit noemen – met betrekking tot de manier waarop mensen tegenwoordig omgaan met hun begrippen en ideeën. In de meeste gevallen bedenkt de mens niet dat begrippen en ideeën, hoe goed ze ook onderbouwd zijn, slechts instrumenten zijn om de werkelijkheid te beoordelen zoals die voor ons individueel in elk afzonderlijk geval verschijnt.

Tegenwoordig, wanneer de mens zich een begrip heeft verworven, gelooft hij dat dit begrip rechtstreeks toepasbaar is in de wereld. Op deze eigenaardigheid van het huidige denken, dat in alle wetenschappelijke streven is doorgedrongen, berust wat ik zojuist heb beschreven als heersende misverstanden. Men denkt er tegenwoordig niet aan dat een begrip geheel juist kan zijn, maar dat het, hoewel het juist is, geheel onjuist kan worden gebruikt.

Ik zal dit, om het vooraf methodisch te karakteriseren, verduidelijken aan de hand van misschien groteske voorbeelden die in het leven kunnen voorkomen. Nietwaar, iemand kan de zeer zeker terechte overtuiging hebben dat slaap, gezonde slaap, een goede remedie is. Dat kan een heel juist begrip zijn, een correct idee. Als het echter in een bepaald geval niet op de juiste manier wordt toegepast, dan kan het voorkomen dat iemand ergens op bezoek is; hij vindt een oude man die beroerd is, ziek is in een of andere richting. Hij past zijn wijsheid toe door te zeggen: Ik weet hoe een gezonde slaap goed doet. Als hij weer weggaat, kan men hem misschien zeggen: Maar ziet u, de oude man slaapt immers voortdurend. 

Of het kan gebeuren dat iemand anders van mening is dat wandelen of in beweging zijn voor bepaalde ziekten buitengewoon gezond is. Hij adviseert dat aan iemand. Diegene moet alleen tegen hem inbrengen: Je vergeet dat ik postbode ben. 

Ik wil hiermee alleen het principe aangeven: dat men absoluut correcte begrippen kan hebben, maar dat deze begrippen pas bruikbaar worden als ze op de juiste manier in het leven worden toegepast.

Bron: Rudolf Steiner – GA 66 – Geist und Stoff, Leben und Tod – Berlijn, 15 maart 1917 (bladzijde 114-115)

Christusimpuls

Als de mens zegt: Nu ja, ik kan ziek zijn, ik kan zwak zijn, ik kan sterven, maar van mijn ik uit kan ik mij sterker maken, kan ik iets in mijn organisme toevoeren wat mij sterkte, wat mij kracht geeft rechtstreeks uit de geestelijke werelden. – Hoe hij het noemt, is om het even. Als de mens tot dit gevoel komt, dan is hij door de Christusimpuls gegrepen. Niet degene die zegt dat hij iets kan ontvangen van een leraar die is gegaan van incarnatie tot incarnatie, maar degene die voelt dat rechtstreeks uit de geestelijke wereld impulsen van kracht en sterkte kunnen komen, die is door de Christusimpuls gegrepen. Deze innerlijke ervaring kunnen de mensen meemaken, zonder deze zullen de mensen in de toekomst niet kunnen leven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Stockholm, 16 april 1912 (bladzijde 129-130)

Afbeeldingsresultaat voor ik ben met je alle dagen tot aan de voleinding der wereld

Eerder geplaatst op 11 februari 2014

Karma – Moraal – Egoïsme (slot)

De mensen hebben tegen moraal preken een zekere antipathie. Ze zeggen: wat mij daar gepreekt wordt, dat wil een ander en ik moet me daar maar naar voegen! – Dit geloof zal steeds meer de overhand nemen, naarmate het materialistische bewustzijn de overhand krijgt.

Men zegt tegenwoordig; er is klassenmoraal, standenmoraal, en wat een dergelijke klassenmoraal voor juist houdt, dat wordt de andere klasse opgedrongen. Een dergelijke mening is in de geesten der mensen binnengestroomd en in de toekomst zal dat steeds erger en erger worden.

Het gevoel zal bij de mensen steeds sterker worden dat ze alles, wat op moreel gebied als goed en juist moet worden erkend, zelf willen vinden, dat dit uit hun hang naar objectieve kennis ontspringen zal. De menselijke individualiteit wil steeds meer geldigheid hebben.

Op het ogenblik echter waarin bijvoorbeeld het hart zou inzien, dat het mee ziek wordt als het gehele organisme ziek wordt, zou de mens doen wat nodig is om niet ziek te worden. En op het ogenblik dat de mens inziet dat hij in het gehele aardeorganisme is ingebed, dat hij geen etterbuil mag zijn aan het aardelichaam, dan is er een objectieve reden voor het goed zijn. En de mens zal zeggen: als ik steel, wil ik mij een voordeel verschaffen. Ik doe het niet omdat ik daardoor het gehele aardeorganisme, waar zonder ik niet leven kan, ziek maak. Ik doe het tegendeel en ik verschaf daardoor niet alleen het organisme, maar ook mijzelf een voordeel.

Zo ongeveer zal het morele bewustzijn der mensen zich in de toekomst vormen. Degene die een morele impuls vanuit de antroposofie heeft, zal zich zeggen: Het is een illusie als men zich door een immorele daad een voordeel wil verschaffen. Je bent als je dat doet als een inktvis die een donkere vloeistof uitspuwt: een donkere aura van immorele driften spuit je uit. Liegen en stelen is een kiem van een aura waarin je gaat zitten en waardoor je de gehele wereld ongelukkig maakt.

Men zegt: wat rondom ons is, is Maya. Maar zulke waarheden moeten levende waarheden worden. Als men kan aantonen dat door de geesteswetenschap de morele ontwikkeling der mensheid in de toekomst zo wordt, dat de mens moet inzien, hoe hij zich in een aura van zinsbegoocheling hult, wanneer hij zich een voordeel wil verschaffen, dan wordt het een praktische waarheid dat de wereld een maya of illusie is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Bedeutung der Geistesforschung für das sittliche Handeln – Bielefeld, 6 maart 1911 (bladzijde 129-130)

Eerder geplaatst op 11 december 2015

Waarheid en leugen

Wie vandaag de dag de krant leest, kan het regelmatig meemaken dat hij op elke pagina iets leest dat niet waar is. Achteraf blijkt dan dat het niet waar was. Voor dergelijke dingen zijn, geloof ik, de meeste mensen al afgestompt, ze nemen waarheid of leugen beide in onverschilligheid op. Als mensen hiervoor echt afgestompt zijn, en waarheid en leugen op dezelfde wijze opnemen, dan zullen zij de geestelijke wereld niet kunnen betreden.

[…] Wanneer de mensen de geestelijke wereld willen leren kennen, moeten zij ertoe komen bij een onjuiste zaak zielepijn, en bij een juiste zaak zielevreugde te ervaren. Over de waarheid zou men zich zo moeten verheugen alsof men van iemand een miljoen geschonken krijgt!

Zo moet men zich kunnen verheugen wanneer men een waarheid te horen krijgt en zo moet men innerlijk, in de ziel, kunnen lijden wanneer men ontdekt dat men voorgelogen wordt –zoals het lichaam lijdt wanneer het ernstig ziek is. De ziel moet niet ziek worden, maar moet pijn of vreugde ervaren, zoals het lichaam ziekte ervaren kan of juist een weldadig gevoel. Dat wil zeggen dat men de waarheid moet ervaren zoals men vreugde en gelukzaligheid in het dagelijkse leven ervaren kan, en men moet het onware zo pijnlijk ervaren, innerlijk zoveel pijn beleven, zoals men anders van verstoringen in het lichaam ziek kan worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 350 – Rhythmen im Kosmos und im Menschenwesen/Wie kommt man zum Schauen der geistigen Welt? – Dornach, 30 juni 1923 (bladzijde 173-174)

Dit citaat heb ik overgenomen van https://www.antrovista.com/verdieping/citaat-van-de-dag.html (verzorgd door Renée Zeylmans http://www.reneezeylmans.nl/ )

Over hypnotiseren

Het hypnotiseren is over het algemeen niet goed. Het is een beïnvloeding die ten eerste de wil van de gehypnotiseerde verzwakt. En ten tweede is het zwarte magie, men overweldigt de ander. Bij gezonde mensen mag het volstrekt niet toegepast worden. Voor zieken kan het iets anders zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 97 – Das christliche Mysterium – Leipzig 25 april 1906 (bladzijde 289)