Schijnbare en ware motieven

Het kan in het leven voorkomen dat twee mensen in relatie tot elkaar staan, twee mensen lange tijd met elkaar leven, en dat door de eigenaardige krachten, welke uit het onbekende van het astrale lichaam en het Ik van de ene persoon in het astrale lichaam en het Ik van de andere persoon spelen – deze krachten blijven dus in het verborgene -, dat vanuit deze krachten de ene persoon tegenover de andere een lust tot kwelling heeft, een soort behoefte aan wreedheid.

Het kan nu zijn dat de persoon die een dergelijke lust tot kwelling, een dergelijke onmenselijkheid heeft, helemaal niets vermoedt van deze emoties in astraallichaam en Ik, en dat hij over deze dingen die hij doet uit wreedheid, zich een hele reeks van ideeën opbouwt, welke de handelingen vanuit heel andere redenen verklaren dan uit de drang tot wreedheid.

Zo’n persoon kan iemand vertellen dat hij om deze of gene reden de andere persoon dit of dat heeft aangedaan. Deze redenen kunnen zeer scherpzinnig zijn en toch geven ze niet de waarheid weer. Want de ideeën die we ons in het dagelijkse leven over de motieven van onze eigen daden, ja zelfs onze eigen gevoelens maken, die staan, zoals gezegd, vaak in ver, ver verwijderde samenhang met wat werkelijk in ons innerlijk leeft en weeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 161 – Wege der geistigen Erkenntnis und der Erneuerung künstlerischer Weltanschauung – Dornach, 5 februari 1915 (bladzijde 85)

Eerder geplaatst op 25 augustus 2017   (8 reacties)

rudolf-steiner-ga-161-wege-der-geistigen-erkenntni

Over kinderen met slechte eigenschappen

Men heeft natuurlijk niet alleen voorbeeldige kinderen, maar ook kinderen die onder bepaalde omstandigheden, zoals men het beoordeelt, slechte eigenschappen in zich hebben, daarover zou ik het volgende willen opmerken. […] 

U moet wel bedenken dat een zogenaamd slechte eigenschap van een kind dat zich gevormd heeft, laten we zeggen tot het zevende jaar, niet altijd in absolute zin een slechte eigenschap is. Menig misschien zelfs tot aan genialiteit reikend vermogen op latere leeftijd voert geheel organisch terug naar een zogenaamd slechte eigenschap, die men had op twee-, drie-, vierjarige leeftijd. 

Een eigenschap, ik noem meteen een van de slechtste eigenschappen, de wreedheid die bij een kind kan voorkomen, deze wreedheid kan men inderdaad tussen het zevende en veertiende jaar in de ene of de andere richting overwinnen, als men daarvoor pedagogisch bekwaam genoeg is. De impulsen van de mens die in de wreedheid liggen, kunnen onder bepaalde omstandigheden zo omgebogen worden dat ze de aandrift tot iets van het allerbeste worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 307 – Gegenwärtiges Geistesleben und Erziehung – Ilkley (Yorkshire), 7 augustus 1923 (bladzijde 260)

 Eerder geplaatst op 28 september 2015  (1 reactie)

Grausamkeit

Een menselijke eigenschap die met name in het gedachteleven van tegenwoordig wijd, wijd verspreid is, die in het onderbewuste wortelt, waarvan de mensen zich dus niet bewust zijn: dat is de Grausamkeit (onmenselijkheid, wreedheid, barbarij). En omdat de mensen in de hedendaagse tijd niet bepaald de moed hebben deze onmenselijkheid uiterlijk te bedrijven, zijn ze het in begrippen en ideeën. In veel werken van tegenwoordig merkt men de barbarij aan de wijze van de weergave, in de manier van de beschrijving, en in veel wat vandaag de dag wordt gedaan en gezegd, merkt men de onmenselijkheid op, die in de grond van de menselijke ziel in veel wijdere omvang aanwezig is dan men denkt.

Bron: Rudolf  Steiner – GA 172 – Das Karma des Berufes des Menschen in Anknüpfung an Goethes Leben – Dornach, 18 november 1916 (bladzijde 114-115)

Eerder geplaatst op 29 maart 2016

Schijnbare en ware motieven

Het kan in het leven voorkomen dat twee mensen in relatie tot elkaar staan, twee mensen lange tijd met elkaar leven, en dat door de eigenaardige krachten, welke uit het onbekende van het astrale lichaam en het Ik van de ene persoon in het astrale lichaam en het Ik van de andere persoon spelen – deze krachten blijven dus in het verborgene -, dat vanuit deze krachten de ene persoon tegenover de andere een lust tot kwelling heeft, een soort behoefte aan wreedheid.

Het kan nu zijn dat de persoon die een dergelijke lust tot kwelling, een dergelijke onmenselijkheid heeft, helemaal niets vermoedt van deze emoties in astraallichaam en Ik, en dat hij over deze dingen die hij doet uit wreedheid, zich een hele reeks van ideeën opbouwt, welke de handelingen vanuit heel andere redenen verklaren dan uit de drang tot wreedheid.

Zo’n persoon kan iemand vertellen dat hij om deze of gene reden de andere persoon dit of dat heeft aangedaan. Deze redenen kunnen zeer scherpzinnig zijn en toch geven ze niet de waarheid weer. Want de ideeën die we ons in het dagelijkse leven over de motieven van onze eigen daden, ja zelfs onze eigen gevoelens maken, die staan, zoals gezegd, vaak in ver, ver verwijderde samenhang met wat werkelijk in ons innerlijk leeft en weeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 161 – Wege der geistigen Erkenntnis und der Erneuerung künstlerischer Weltanschauung – Dornach, 5 februari 1915 (bladzijde 85)

Eerder geplaatst op 28 oktober 2016

Schijnbare en ware motieven

Het kan in het leven voorkomen dat twee mensen in relatie tot elkaar staan, twee mensen lange tijd met elkaar leven, en dat door de eigenaardige krachten, welke uit het onbekende van het astrale lichaam en het Ik van de ene persoon in het astrale lichaam en het Ik van de andere persoon spelen – deze krachten blijven dus in het verborgene -, dat vanuit deze krachten de ene persoon tegenover de andere een lust tot kwelling heeft, een soort behoefte aan wreedheid.

Het kan nu zijn dat de persoon die een dergelijke lust tot kwelling, een dergelijke onmenselijkheid heeft, helemaal niets vermoedt van deze emoties in astraallichaam en Ik, en dat hij over deze dingen die hij doet uit wreedheid, zich een hele reeks van ideeën opbouwt, welke de handelingen vanuit heel andere redenen verklaren dan uit de drang tot wreedheid.

Zo’n persoon kan iemand vertellen dat hij om deze of gene reden de andere persoon dit of dat heeft aangedaan. Deze redenen kunnen zeer scherpzinnig zijn en toch geven ze niet de waarheid weer. Want de ideeën die we ons in het dagelijkse leven over de motieven van onze eigen daden, ja zelfs onze eigen gevoelens maken, die staan, zoals gezegd, vaak in ver, ver verwijderde samenhang met wat werkelijk in ons innerlijk leeft en weeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 161 – Wege der geistigen Erkenntnis und der Erneuerung
künstlerischer Weltanschauung – Dornach, 5 februari 1915 (bladzijde 85)