De doden werken in op ons leven

We zijn alleen van de zogenaamde doden gescheiden doordat we niet met het gewone bewustzijn in staat zijn waar te nemen hoe de krachten van de doden, het leven van de doden, de acties van de doden in ons eigen leven inwerken (Duits: hereinspielen). Want deze krachten, deze daden van de doden, dringen voortdurend door in ons gevoelsleven en in ons wilsleven. We leven dus met de doden. En het is wel belangrijk om zich in onze tijd duidelijk te maken hoe spirituele wetenschap de taak heeft om dit bewustzijn van de verbondenheid (Duits: des Zusammengehörens) met de dode zielen te ontwikkelen.

De voortgaande aardse evolutie zal niet heilzaam kunnen verlopen, zonder dat de mensheid dit levendige gevoel van het samenzijn met de doden ontwikkelt. Want het leven van de doden speelt langs veelvoudige omwegen in op het leven van de zogenaamde levenden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 179 – Geschichtliche Notwendigkeit und Freiheit/ Schicksalseinwirkungen aus der Welt der Toten – Dornach, 10 december 1917 (bladzijde 55)

Eerder geplaatst op 24 maart 2018

12

Gelatenheid en berusting in ons lot

Welke eigenschappen moeten we in het bijzonder cultiveren als we op gunstige wijze op ons wilsleven inwerken willen? De allergunstigste invloed op ons wilsleven is een leven dat zich geheel en al richt op het perspectief van het karma, men zou ook kunnen zeggen, een leven dat er naar streeft als belangrijkste eigenschap te ontwikkelen: gelatenheid en berusting in ons lot. En hoe zou men zich eigenlijk beter deze overgave, deze zielenrust tegenover het lot eigen kunnen maken dan doordat men het karma tot een werkelijke levensinhoud maakt?

Wat betekent dat: karma tot een werkelijke levensinhoud maken? Dat betekent, niet alleen in theorie, maar als ons of anderen leed treft, als ons vreugde of de zwaarste slag van het lot treft, levendig en duidelijk inzien dat we in bepaalde hogere zin zelf de aanleiding gegeven hebben voor de smartelijke noodlotslag.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Leipzig, 5 november 1911 (bladzijde 123)

Eerder geplaatst op 25 april 2016

De doden werken in op ons leven

We zijn alleen van de zogenaamde doden gescheiden doordat we niet met het gewone bewustzijn in staat zijn waar te nemen hoe de krachten van de doden, het leven van de doden, de acties van de doden in ons eigen leven inwerken (Duits: hereinspielen). Want deze krachten, deze daden van de doden, dringen voortdurend door in ons gevoelsleven en in ons wilsleven. We leven dus met de doden. En het is wel belangrijk om zich in onze tijd duidelijk te maken hoe spirituele wetenschap de taak heeft om dit bewustzijn van de verbondenheid (Duits: des Zusammengehörens) met de dode zielen te ontwikkelen.

De voortgaande aardse evolutie zal niet heilzaam kunnen verlopen, zonder dat de mensheid dit levendige gevoel van het samenzijn met de doden ontwikkelt. Want het leven van de doden speelt langs veelvoudige omwegen in op het leven van de zogenaamde levenden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 179 – Geschichtliche Notwendigkeit und Freiheit/ Schicksalseinwirkungen aus der Welt der Toten – Dornach, 10 december 1917 (bladzijde 55)

Verband tussen wat de mens is en wat de mens produceert

De loop van de wereld gaat er naar toe dat er een samenhang ontstaat tussen wat de mens is en wat de mens produceert, wat de mens creëert. Deze samenhang zal steeds persoonlijker worden. Het zal het eerst aan de dag komen op de gebieden die een nauwere relatie tussen mens en mens met zich meebrengen, bijvoorbeeld in de behandeling van de chemische stoffen, die verwerkt worden tot medicijnen.

Tegenwoordig gelooft men nog dat als iets bestaat uit zwavel en zuurstof en waterstof, of wat voor stof dan ook, dat dan datgene wat als product is ontstaan, alleen maar de werkingen heeft die van de afzonderlijke stoffen komen. Men heeft vandaag de dag daarmee nog in hoge mate gelijk, maar de loop van de wereldontwikkeling gaat een andere kant op.

De fijne, in het wilsleven en de gezindheid van een mens liggende pulseringen zullen zich steeds meer verweven en invoegen in wat de mens produceert, en het zal niet onverschillig zijn of men een geprepareerde stof van de ene mens ontvangt of van de andere.

Bron: Rudolf Steiner – GA 172 – Das Karma des Berufes des Menschen in Anknüpfung an Goethes Leben – Dornach, 12 november 1916 (bladzijde 91)

Gelatenheid en berusting in ons lot

Welke eigenschappen moeten we in het bijzonder cultiveren als we op gunstige wijze op ons wilsleven inwerken willen? De allergunstigste invloed op ons wilsleven is een leven dat zich geheel en al richt op het perspectief van het karma, men zou ook kunnen zeggen, een leven dat er naar streeft als belangrijkste eigenschap te ontwikkelen: gelatenheid en berusting in ons lot. En hoe zou men zich eigenlijk beter deze overgave, deze zielenrust tegenover het lot eigen kunnen maken dan doordat men het karma tot een werkelijke levensinhoud maakt?

Wat betekent dat: karma tot een werkelijke levensinhoud maken? Dat betekent, niet alleen in theorie, maar als ons of anderen leed treft, als ons vreugde of de zwaarste slag van het lot treft, levendig en duidelijk inzien dat wij in bepaalde hogere zin zelf de aanleiding gegeven hebben voor de smartelijke noodlotslag.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Leipzig, 5 november 1911 (bladzijde 123)

Eerder geplaatst op 18 april 2012