Voor een persoon die niet wijzer wil worden, hebben we in het Duits een goede uitdrukking

Voor een persoon die niet wijzer wil worden, hebben we in het Duits een goede uitdrukking. We noemen hem een filister (Duits: Philister =bekrompen persoon, niet-student). Een filister is zo iemand die zich tegen het wijzer worden verzet, die zijn hele leven lang wil blijven zoals hij is, die niet tot een ander oordeel wil komen. Maar een mens die wijzer wil worden, streeft ernaar om wat hij in vroegere incarnaties heeft verricht en opgeslagen, over te brengen uit de vroegere incarnaties. Hoe wijzer we worden, hoe meer we uit vroegere incarnaties naar het heden overbrengen, en als we niet wijs willen worden, zodat we de wijsheid van vorige incarnaties braak laten liggen, dan komt er iemand die het afwijst (Duits: absägt): Ahriman. Niemand wil het liever dan Ahriman dat we niet wijzer worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 159 –  Das Geheimnis des Todes – Zürich, 31 januari 1915 (bladzijde 17-18)

Eerder geplaatst op 18 augustus 2018

steiner-rudolf

Wijzer worden

Het leven gaat zonder waarde aan ons voorbij, wanneer we tientallen jaren hebben doorgebracht, en het een of ander dat we meegemaakt hebben, in een latere tijd nog net zo beoordelen als het door ons op jongere leeftijd beoordeeld werd. Als we op deze manier ons leven doorlopen, dan zijn we verre van wijs. Karma heeft misschien met zich meegebracht dat we driftig zijn geworden in onze jeugd of dat we dit of dat in de mensen slecht beoordeeld hebben.

Als we dat zo laten, dan hebben we ons leven slecht gebruikt. Goed hebben we het gebruikt als we, in het geval dat we in de jeugd minachtend geoordeeld hebben, op een bepaalde leeftijd niet minachtend, maar begripvol, vergevingsgezind oordelen en moeite doen om te willen begrijpen.

Als we zo worden geboren dat bepaalde dingen ons woedend maakten en we op oudere leeftijd niet nog steeds in woede uitbarsten zoals in de jeugd, als onze woede door wat het leven ons heeft geleerd, is getemperd en we milder zijn geworden, dan hebben we het leven in de zin van wijsheid gebruikt.

Als we in onze jeugd materialisten zijn geweest, daarna echter hebben laten inwerken van wat de tijd ons aan openbaringen uit de geestelijke wereld heeft willen zeggen, dan hebben we ons leven gebruikt in de zin van wijsheid. Wanneer we onszelf afsluiten voor de openbaringen van de spirituele wereld, dan hebben we ons leven niet in de zin van wijsheid gebruikt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 159 – Das Geheimnis des Todes – Zürich, 31 januari 1915 (bladzijde 14)

Eerder geplaatst op 19 augustus 2018  (1 reactie)

170px-Rudolf_Steiner_um_1891

Wijsheid / Lijden / Pijn

In de geesteswetenschap is altijd gezegd dat menselijke wijsheid iets te maken heeft met ervaringen, in het bijzonder met pijnlijke ervaringen. Hij die actueel in de greep van smart en lijden is, zal misschien in dit lijden iets als een innerlijke disharmonie zien. Maar degene die pijn en lijden heeft overwonnen en de vrucht ervan in zichzelf draagt, zal u altijd steeds weer zeggen dat hij daardoor iets van wijsheid heeft opgenomen. De vreugden en lusten van het leven, de voldoening die het leven mij heeft gegeven, aanvaard ik dankbaar; maar minder dan dat zou ik mijn pijn en lijden, die achter mij liggen, willen opgeven: ik heb wijsheid te danken aan mijn pijn en lijden. Spiritueel onderzoek heeft in wijsheid altijd zoiets gezien als uitgekristalliseerde pijn die is overwonnen en getransformeerd in het tegendeel.

Bron: Rudolf Steiner – GA 55 – Die Erkenntnis des Übersinnlichen in unserer  Zeit und deren Bedeutung für das heutige Leben – II. Blut ist ein ganz besonderer Saft – Berlijn, 25 oktober 1906 (blz.40)

Wijsheid en schoonheid geboren uit lijden en pijn

Een briljant man, Fabre d’Olivet, maakte een juiste vergelijking toen hij wilde laten zien hoe het hoogste, edelste, puurste in de menselijke natuur voortkomt uit pijn. Hij zei dat het ontstaan van wijsheid en schoonheid uit lijden vergelijkbaar is met een proces in de natuur, met de geboorte van de waardevolle en mooie parel. Want de parel wordt geboren uit de ziekte van de oester, uit de vernietiging in de pareloester. Zoals de schoonheid van de parel wordt geboren uit ziekte en lijden, zo worden kennis, edele menselijkheid en gezuiverd menselijk gevoel geboren uit lijden en pijn.

We kunnen dus in overeenstemming met de oude Griekse dichter Aeschylos zeggen: Uit lijden ontstaat leren; uit leren, kennis. En net als bij veel andere dingen kunnen we van pijn zeggen dat we het alleen hebben begrepen als we het niet alleen op zichzelf kennen, maar ook in wat eruit voortvloeit. Zoals zoveel andere dingen, kennen we ook de pijn alleen aan de vruchten ervan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 55 – Die  Erkenntnis  des  Übersinnlichen in  unserer  Zeit  und  deren Bedeutung  für  das  heutige  Leben – Berlijn, 8 november 1906 (blz. 90)

Fabre_dolivet

Fabre d’Olivet (1767-1825)

IJdelheid / Schaamte / Dankbaarheid

Terwijl men in het gewone leven woorden, die zijn uitgesproken, als afgedaan beschouwt, heeft men bij een esoterische ontwikkeling een duidelijk ‘achterna gevoel’ over het gesprokene: een soort innerlijke schaamte wanneer men iets heeft gezegd dat moreel of intellectueel onjuist was, en een soort dankbaarheid – geen zelfingenomenheid – wanneer het is gelukt iets uit te spreken, waartegen de door ons verworven wijsheid ‘ja’ kan zeggen.

Wanneer men dan – en ook daarvoor verkrijgt men een fijne opmerkingsgave – door ’t juiste uit te spreken een zelfingenomenheid voelt opduiken, laat dit dan een teken zijn van nog te veel ijdelheid, die nergens toe deugt bij de ontwikkeling van de mens. Men leert dan onderscheid maken tussen een tevredenheidsgevoel bij een uitspraak, die de eigen goedkeuring wegdraagt en de zelfingenomenheid, die nergens toe deugt. Men moet ernaar streven dit laatste gevoel niet te laten opkomen, doch slechts het gevoel te ontwikkelen voor de schaamte over het immorele of onjuiste woord, en daarnaast bij een passende uitspraak de dankbaarheid voor de wijsheid, die niet uit onszelf komt, maar een geschenk van de kosmos is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 145 – Welche Bedeutung hat die okkulte  Entwicklung des Menschen für seine Hüllen (physischen Leib, Ätherleib,  Astralleib) und sein Selbst? – Den Haag, 24 maart 1913 (blz. 90)

Nederlands: Innerlijke ontwikkeling door antroposofie (blz. 77-78) – Uitgeverij Vrij Geestesleven, Zeist – 1980

Vertaling: H. van Boetzelaer-Mazel / Ir. H. de Brey / A. van der Laan-Schepers

innerlijke-ontwikkeling-door-antroposofie