Te veel geld en te veel weten

Al het weten bekomt de mensen in hun ziel niet zo goed, als dit het enige is, net zoals te veel geld ook niet goed bekomt. Hoe vreemd de vergelijking is, toch is het zo: te veel geld is niet goed voor de mensen, te veel weten ook niet als ze geen tegenwicht hebben, als ze dit weten niet gebruiken in mensendienst en dienst aan de wereld.

Bron: Rudolf Steiner – GA 348 – Über Gesundheit und Krankheit – Dornach, 3 februari 1923 (bladzijde 310)

Vertaling A. Goedheer-De Keizer, overgenomen uit Gezondheid en ziekte 

6475_a9765ba6e2fd50e9f62d4b9f7a1adbd7

Eerder geplaatst op 14 maart 2018

In plaats van het principe: ‘Ik geloof’ moet komen: ’Ik geloof wat ik weet.’

Werkelijke spirituele ideeën zijn de voeding van de ziel. Alleen deze houden de menselijke ziel in stand. Het zou voor zielen de dood zijn als ze niet konden leven in ideeën die niet uit de fysieke wereld zijn gehaald. In het verleden waren dit de geloofsovertuigingen. Deze cyclus is in de mensheid afgelopen en we leven nu in een tijd waarin mensen op het fysieke niveau steeds minder de mogelijkheid zullen hebben om op te nemen wat alleen hun gemoed, hun geloof aanspreekt. 

Men kan dit geloof enige tijd vasthouden, het als het ware bewaren, maar het niet langer in stand houden voor de toekomst. In plaats van het principe: ‘Ik geloof’ moet komen: ’Ik geloof wat ik weet.’ De mensen zullen het gevoel hebben dat dit principe moet gelden. Anders verliest men alle mogelijkheid om nog iets te weten over het leven tussen de dood en een nieuwe geboorte. Mensen zouden in de volgende incarnatie in erbarmelijke omstandigheden terugkomen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 154 – Wie  erwirbt  man  sich  Verständnis für  die  geistige  Welt? – Praag, 17 april 1914 (bladzijde 128)

rudolf-steiner-portrait

Eerder geplaatst op 24 maart 2020  (14 reacties)

Onheil voor de mensheid

Het komt erop aan dat men ervoor zorgt dat een bepaalde kennis niet in dienst van een deel van de mensheid gesteld wordt, maar in dienst van de mensheid als geheel. Zodra men ook het beste weten niet met deze gezindheid doordringt, zal het beste weten tot onheil voor de mensheid worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – ANTHROPOSOPHISCHE LEBENSGABEN – Berlijn, 9 april 1918 (bladzijde 216)

Eerder geplaatst op 23 januari 2018

eNbtQQiY_400x400

Als er gezegd wordt: ‘Ook de geesteswetenschap moet men geloven’, dan berust dit op een volkomen misverstand.

Ik heb het al vaak benadrukt: Als er gezegd wordt: ‘Ook de geesteswetenschap moet men geloven’, dan berust dit op een volkomen misverstand. Dat de mensen zeggen dat men de geesteswetenschap ook maar moet geloven, komt doordat ze zo volgepropt zijn met materialistische vooroordelen dat ze niet ingaan op wat deze wetenschap werkelijk geven kan. Als men er eenmaal op ingaat, kan men alles bevatten en begrijpelijk vinden. Het is niet alleen de helderziendheid dat toereikend is, het gewone begripsvermogen is voldoende om alles langzamerhand – hoewel menigeen “langzamerhand” ongemakkelijk zal vinden – te bevatten en te begrijpen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 154 – Wie erwirbt man sich Verständnis für die geistige Welt? – Berlijn, 18 april 1914 (bladzijde 19)

Eerder geplaatst op 1 October 2017  (2 reacties)

geloven-weten-wegwijzer-beeld_csp19824076

Er zijn mensen die zeggen: Waarom moet ik dat allemaal weten?

Steeds meer kan de mens hier op aarde leren hoe zijn leven zal zijn als hij door de poort van de dood is gegaan. Er zijn mensen die zeggen: Waarom moet ik dat allemaal weten? Ik zie het wel na de dood! –

Ja, dat is ongeveer alsof de mens de waarde van zijn gezichtsvermogen in twijfel trok. Want de mens gaat in de loop van de aardse ontwikkeling steeds meer een leven binnen waarin hij de ervaring van wat ik heb beschreven voor de tijd na de dood moet verwerven door het eerst hier op aarde in gedachten op te nemen.

De kennis van de geestelijke werelden op aarde buitensluiten, betekent zichzelf in geest en ziel blind maken voor zijn leven na de dood. En men komt eenvoudig als een kreupele in de geestelijke wereld wanneer men door de poort van de dood gaat, als men het hier op deze wereld afwijst om iets te weten van de geestelijke wereld. Dit is iets dat de mensheid steeds duidelijker en duidelijker zou moeten worden en waaruit zij de noodzaak van kennis van de spirituele wereld zou moeten inzien. 

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das  Verhältnis  der  Sternenwelt zum  Menschen und  des  Menschen  zur  Sternenwelt – Dornach, 1 december 1922 (bladzijde 42-43)

rudolf-steiner-portrait-moscow-russia-february-watercolor-vector-ink-contours-austrian-philosopher-social-reformer-architect-175801882-1