Werktuig van hogere wezens

Er is gisteren al inleidend op gewezen dat we bepaalde oudere historische gebeurtenissen alleen dan juist begrijpen kunnen, als we niet alleen naar de krachten en bekwaamheden van de persoonlijkheden zelf kijken, maar dat we ervan uitgaan dat door de betreffende persoonlijkheden, als door middel van werktuigen, wezens werken die om zo te zeggen hun daden uit hogere werelden laten neerstromen in onze wereld.

We moeten ons voorstellen dat deze wezens hier in onze wereld niet rechtstreeks ingrijpen kunnen in onze fysieke gebeurtenissen, bij onze fysieke feiten, omdat ze wegens hun huidige ontwikkelingsstadium niet in een fysiek lichaam kunnen incarneren, dat zij elementen uit onze fysieke wereld nemen. Als zij daarom in onze fysiek-zintuiglijke wereld willen werken, dan moeten ze zich van de fysieke mens bedienen, zijn handen, maar ook zijn verstand, zijn begripscapaciteiten.

Bron: Rudolf Steiner – GA 126 –  Okkulte Geschichte: Esoterische Betrachtungen karmischer Zusammenhänge von Persönlichkeiten und Ereignissen der Weltgeschichte – Stuttgart, 28 december 1910 (bladzijde 25)

Eerder geplaatst op 19 oktober 2017  (22 reacties)

413KjE0UitL

Het meest volmaakte dat de godheid gecreëerd heeft

Het meest volmaakte dat de godheid voor de mens gecreëerd heeft, is zijn lichaam. Het menselijk lichaam is de meest perfecte vorm die de goden ontwikkeld hebben. Het is een werktuig waardoor de ziel van de mens in de wereld kan waarnemen. Op wonderbaarlijke wijze is het menselijk lichaam ingericht. Een heilige tempel zou het menselijk lichaam voor zijn ziel moeten zijn. Maar de ziel is nog niet volmaakt. Ze begint zich pas te ontwikkelen. 

Het menselijk lichaam maakt geen fouten; het is de onvolmaakte ziel die voortdurend vergissingen begaat. In haar wonen hartstochten, driften en begeerten en ze gebruikt het lichaam om deze begeerten te bevredigen.

Maar zoals er in het menselijk lichaam de zintuigen zijn, waardoor de ziel in de omringende wereld kan kijken, zo zullen zich in de ziel ook geleidelijk organen ontwikkelen, die haar steeds hoger en volmaakter zullen maken. Zulke organen ontwikkelen zich ook nu al in de ziel.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden / Gedächtnisaufzeichnungen von Teilnehmern – Band I: 1904 – 1909 – Berlijn, 18 april 1906 (bladzijde 137-138)

Eerder geplaatst op 23 september 2017  (2 reacties)

systems

Ongeschikt voor het leven

De mens zal van leven tot leven naar vervolmaking voortgaan, want de ziel is noch bij de geboorte ontstaan, noch zal zij dan ook bij de dood verdwijnen. Eén van de bezwaren die vaak tegen deze opvatting naar voren worden gebracht, is dat zij de mensen ongeschikt zou maken voor het leven. Laat mij daarop nog met enige woorden ingaan. Nee, niet ongeschikt voor het leven maakt de antroposofie, maar geschikter, juist omdat we weten wat het blijvende en wat het vergankelijke is. Natuurlijk, wie denkt dat het lichaam een kleed is dat de ziel alleen aantrekt en weer uittrekt, zoals het vaak gezegd wordt, die zal onbekwaam voor het leven worden. Maar dat is een verkeerd beeld dat door geen geesteskenner gebruikt zou moeten worden. Niet een kleed, maar een werktuig is het lichaam voor de ziel. Een instrument waar de ziel zich van bedient om mee in de wereld te werken.

En degene die het blijvende kent en in zich versterkt, zal het instrument beter gebruiken dan degene die slechts het voorbijgaande kent. Hij zal zich inspannen door onophoudelijke activiteit het eeuwige in zich te versterken. Deze activiteit zal hij overdragen in een ander leven, en hij zal steeds bekwamer worden. Door dit beeld zal het idee in het niets verdwijnen dat de mens door de kennis ongeschikt voor het leven zou worden. We zijn in staat des te bekwamer en duurzamer te werken, als we erkennen dat we niet voor dit ene, korte leven, maar voor alle toekomstige tijden werken.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 52 – Spirituelle Seelenlehre und Weltbetrachtung – Berlijn, 6 september 1903 (bladzijde 26)

Eerder geplaatst op 17 december 2014

Wat is er ziek bij een geesteszieke?

Wat is er ziek bij een geesteszieke? Bij een geesteszieke is juist het lichaam ziek, en het lichaam kan de ziel en de geest niet gebruiken. Bij iemand van wie men zegt dat hij geestesziek is, is altijd iets in het lichaam ziek; en als de hersenen ziek zijn, kan men natuurlijk niet normaal denken. Men kan ook niet normaal voelen als de lever ziek is.

En zo komt het dat eigenlijk ‘geestesziek’ de slechtste uitdrukking is die men kan kiezen, want ‘geestesziek’ betekent niet dat de geest ziek is, maar geestesziek betekent: het lichaam is zo ziek, dat men over de geest, die altijd gezond is, niet kan beschikken.

Vóór alles moet u duidelijk inzien dat de geest altijd gezond is. Alleen het lichaam kan ziek worden en het kan dan niet op de juiste wijze over de geest beschikken. Als iemand zieke hersenen heeft, dan is dat hetzelfde als wanneer iemand een hamer heeft die bij elke slag afbreekt. Als ik tegen iemand die geen hamer heeft, zeg: ‘Je bent een luiwammes, je kunt helemaal niet timmeren,’ dan is dat natuurlijk grote onzin. Hij zou heel goed kunnen timmeren, maar hij heeft geen hamer tot zijn beschikking. Zo is het ook grote onzin om te zeggen dat iemand geestesziek is. De geest is volkomen gezond, maar zijn lichaam, zijn werktuig, laat hem in de steek.

Bron: Rudolf Steiner – GA 350 – VORTRÄGE FÜR DIE ARBEITER AM GOETHEANUMBAU – Dornach, 28 juni 1923 (bladzijde 144-145)

Eerder geplaatst op 2 juni 2013

Werktuig van hogere wezens

Er is gisteren al inleidend op gewezen dat we bepaalde oudere historische gebeurtenissen alleen dan juist begrijpen kunnen, als we niet alleen naar de krachten en bekwaamheden van de persoonlijkheden zelf kijken, maar dat we ervan uitgaan dat door de betreffende persoonlijkheden, als door middel van werktuigen, wezens werken die om zo te zeggen hun daden uit hogere werelden laten neerstromen in onze wereld.

We moeten ons voorstellen dat deze wezens hier in onze wereld niet rechtstreeks ingrijpen kunnen in onze fysieke gebeurtenissen, bij onze fysieke feiten, omdat ze wegens hun huidige ontwikkelingsstadium niet in een fysiek lichaam kunnen incarneren, dat zij elementen uit onze fysieke wereld nemen. Als zij daarom in onze fysiek-zintuiglijke wereld willen werken, dan moeten ze zich van de fysieke mens bedienen, zijn handen, maar ook zijn verstand, zijn begripscapaciteiten.

Bron: Rudolf Steiner – GA 126 –  Okkulte Geschichte: Esoterische Betrachtungen karmischer Zusammenhänge von Persönlichkeiten und Ereignissen der Weltgeschichte – Stuttgart, 28 december 1910 (bladzijde 25)