Onzichtbare wezens werken in ons leven

Het astrale plan en het devachanplan zijn zeer bevolkte werelden en veel soorten wezens vinden we daar, die – hoewel ze niet op tastbare wijze in hun openbaringen hier zijn waar te nemen -, toch hun werkingen, hun daden hier op het fysieke plan uiten en die met het fysieke gebied, met ons hele tegenwoordige leven zeer veel te maken hebben. Men begrijpt het mensenleven niet, als men niet weet dat binnen het menselijke leven zulke wezens werkzaam zijn, die boven in hogere werelden leven. In het menselijk lichaam zelf vindt veel plaats waarover de mens geen meester is, dat niet uitdrukking van het menselijk Ik is, maar daad, werking, openbaring van wezens van hogere werelden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 102 – Das Hereinwirken geistiger Wesenheiten in den Menschen – Berlijn, 6 januari 1908 (bladzijde 14-15)

Eerder geplaatst op 22 september 2017  (3 reacties)

Alles heeft in het leven een werking

Alles heeft in het leven een uitwerking. Begaat de mens een fout of een leugen, zelfs als hij zich er met zijn gewone bewustzijn niet van bewust is, dan is het toch in het onderbewustzijn aanwezig, waar het niet alleen voor de individuele mens, maar voor de gehele mensheidsontwikkeling als een destructieve kracht werkt. Evenzo als de mens zich met de krachten van de waarheid verbindt, werkt dat als levengevende kracht verder voor de gehele wereld- en mensheidsontwikkeling.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Mission der neuen Geistesoffenbarung –Heidenheim, 30 november 1911 (bladzijde 238)

Eerder geplaatst op 5 juni 2015  (2 reacties)

Salonspiritualisme

Het komt er in het leven over het algemeen niet op aan wat iemand zegt of wat hij gelooft. Dat is een zeer persoonlijke zaak. In de uitwerking komt het erop aan dat men de feiten, die niet alleen in de zintuiglijke wereld zijn, maar die de spirituele wereld doorweven en doortrekken, kan gebruiken en voor het leven weet vruchtbaar te maken. Wanneer dus een arts nog zo’n vrome man is en nog zo veel ideeën heeft over een of andere geestelijke wereld, als hij echter met betrekking tot wat hij uitvoert, te werk gaat volgens de regels die geheel en al uit een materialistische gezindheid zijn voortgekomen, dus als hij zo geneest, alsof er alleen een lichaam zou zijn, dan mag hij volgens zijn theorie nog zo spiritueel gezind zijn: hij is een materialist. Want het hangt er niet vanaf wat iemand zegt of gelooft, maar dat hij de krachten die achter de uiterlijke, zintuiglijke wereld staan, in levende beweging weet te zetten.

Bron: Rudolf Steiner – GA 107 – Geisteswissenschaftliche Menschenkunde – Berlijn 10 november 1908 (bladzijde 101)

Zie ook: De ware geest is de praktische geest

Eerder geplaatst op 19 november 2014

De werking van een mens gaat niet alleen uit van wat hij doet, maar vooral van wat hij is

U zult geen goede opvoeder en pedagoog worden wanneer u alleen kijkt naar wat u doet en niet naar wat u bent. De antroposofische geesteswetenschap bestaat eigenlijk om de volgende reden: om het belang in te zien van het feit dat de werking van een mens in de wereld niet alleen uitgaat van wat hij doet, maar vooral van wat hij is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 293 – Allgemeine Menschenkunde als Grundlage der Pädagogik – Stuttgart, 21 augustus 1919 (bladzijde 27)

Vertaling: Marijke Buursink

Eerder geplaatst op 5 juni 2013

Onzichtbare wezens werken in ons leven

Het astrale plan en het devachanplan zijn zeer bevolkte werelden en veel soorten wezens vinden we daar, die – hoewel ze niet op tastbare wijze in hun openbaringen hier zijn waar te nemen -, toch hun werkingen, hun daden hier op het fysieke plan uiten en die met het fysieke gebied, met ons hele tegenwoordige leven zeer veel te maken hebben. Men begrijpt het mensenleven niet, als men niet weet dat binnen het menselijke leven zulke wezens werkzaam zijn, die boven in hogere werelden leven. In het menselijk lichaam zelf vindt veel plaats waarover de mens geen meester is, dat niet uitdrukking van het menselijk Ik is, maar daad, werking, openbaring van wezens van hogere werelden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 102 – Das Hereinwirken geistiger Wesenheiten in den Menschen – Berlijn, 6 januari 1908 (bladzijde 14-15)