Lager en hoger Devachan

Net zoals alles wat zich in de mens afspeelt als gedachten naar het astrale gebied wijst, zo wijst alles wat met sympathie en antipathie te maken heeft, naar wat we het lagere Devachan noemen. […]

In ons, voornamelijk in onze borst, spelen processen uit de hemelse wereld of Devachan zich af als gevoelens van sympathie en antipathie voor het mooie en het lelijke, het goede en slechte of het kwaad, zodat we datgene wat we kunnen noemen onze gevoelens tegenover de moreel-esthetische wereld, als schaduwen van het lagere Devachan, de hemelse wereld, in onze ziel dragen.

Dan is er nog een derde kant in het menselijke zieleleven dat we zorgvuldig moeten onderscheiden van de loutere voorliefde voor welwillende handelingen. Het maakt verschil of iemand een mooie, welwillende daad ziet en er welgevallen in heeft of dat men zelf de wil in activiteit omzet om zelf een welwillende daad te verrichten. Ik zou het plezier in het goede, mooie en het misnoegen in slechte, lelijke daden het esthetische element willen noemen en anderzijds dat wat mensen drijft om goed te handelen, het morele noemen.

Het morele staat hoger dan het puur esthetische; het loutere welgevallen of ongenoegen is lager dan de drang van het gevoel om het goede te doen. Voor zover onze ziel zich gedreven voelt om morele impulsen te volgen, zijn deze impulsen de schaduwbeelden van het hogere Devachan, de hogere hemelwereld.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das  esoterische  Christentum und  die geistige  Führung  der  Menschheit – Bazel, 1 oktober 1911 (blz. 86)

13489854392

Over leren lezen en schrijven (1 van 3)

U weet, we beginnen niet op dezelfde wijze met het leren van lezen en schrijven zoals dat tegenwoordig meestal gebeurt. Als we beginnen met het leren schrijven, ontwikkelen we de vormen van letters, die anders vreemd zijn voor het kind, vanuit een soort kunstzinnige activiteit, een kunstzinnig gevoel voor vorm, waar het kind zich met innerlijk welgevallen op richt. Onze kinderen komen daardoor er wat later toe om te leren schrijven en lezen, omdat, als men rekening houdt met de natuur van het kind, het lezen na het schrijven komen moet. 

Nu keren degenen die aan de oude opvattingen gewend zijn, zich hier tegen en zeggen: De kinderen leren daar veel later lezen en schrijven dan op andere scholen. – Waarom leert het kind op andere scholen eerder lezen en schrijven? Omdat men niet weet welke leeftijd goed is voor het leren lezen en schrijven. Eerst leggen we ons de vraag voor of het wel gerechtvaardigd is om te verlangen dat het kind al in het achtste jaar met een bepaalde vaardigheid moet kunnen lezen en schrijven.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 298 – Rudolf Steiner in der Waldorfschule / Vorträge und Ansprachen für die Kinder, Eltern und Lehrer in der Waldorfschule Stuttgart 1919-1924 – Stuttgart, 9 mei 1922 (bladzijde 129)

Moraliteit/Opvoeding

De mens wordt innerlijk gewoonweg verlamd in moreel opzicht, als hem te vroeg morele geboden: ‘Jij moet, jij moet niet! – Jij mag dat doen, dat mag je niet doen!’ – morele begrippen op abstracte wijze worden onderwezen. Het kind moet ervaren aan de leidende leraar en opvoeder, wat goed en verkeerd is. Daartoe moet echter het verbindende deel er zijn, doordat de leraar zo op het kind werkt (Duits: Dazu muß aber das verbindende Glied da sein dadurch, daß der Lehrer auf das Kind so wirken muß), dat het kind het goed bevalt, dat het welbehagen in het goede heeft, dat het afschuw van het slechte heeft. We moeten voor het morele allereerst zo te werk gaan, dat we niet het morele gebieden en het immorele verbieden – neemt u dat, zeer geachte aanwezigen, goed op, het komt op deze nuance zeer veel aan -, maar dat we bij de kinderen tussen de tandenwisseling en puberteit in de gevoelens, niet in de wilsimpulsen, het beleven van goed en kwaad ontwikkelen. Het goede moet ons innerlijk bevallen. We moeten liefde, sympathie voor het goede ontwikkelen, voordat we het als verplichtend voor het willen ontwikkelen. Wat moreel voor de wil moet zijn, dat moet eerst groeien uit wat moreel voor het gevoel welgevallen of verafschuwing was.

Bron: Rudolf Steiner – GA 304a – Anthroposophische Menschenkunde und Pädagogik – Den Haag, 19 november 1923 (bladzijde 139-140)

Eerder geplaatst op 12 februari 2014

Cultuurtijdperken – (2)

Op deze zesde zal de zevende cultuurperiode volgen, waarin het morele leven nog meer verdiept zal worden. Terwijl men in het zesde cultuurtijdperk welgevallen zal hebben in goede en edele handelingen, zal in het zevende cultuurtijdperk een dergelijk welgevallen in zich ook een morele impuls tot gevolg hebben, dat wil zeggen de wens om te doen wat moreel is. Het is nog een groot verschil, welbehagen te hebben in een morele daad, en te doen wat moreel is. Zodat we kunnen zeggen: Ons cultuurtijdperk is het tijdperk van de intelligentie, het verstand, daarop zal volgen het cultuurtijdperk, dat men kan noemen het tijdperk van esthetisch welbehagen in het goede en esthetisch onbehagen in het slechte, en het zevende tijdperk zal het tijdperk van het actieve morele leven zijn.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Milaan, 21 september 1911 (bladzijde 43)