Ik stelde mij er op in om zuiver objectief waar te nemen

Ik stelde mij er op in om zuiver objectief waar te nemen hoe een mens op mij overkwam. Angstvallig vermeed ik om kritiek uit te oefenen op wat de mensen deden of om sympathie of antipathie in mijn verhouding tot hen te doen gelden: Ik wilde ‘de mens, zoals hij is, alleen maar op mij laten inwerken’.

Weldra ontdekte ik dat een dergelijke waarneming van de wereld waarlijk toegang verschaft tot de geestelijke wereld. In het waarnemen van de fysieke wereld treedt men geheel uit het eigen wezen naar buiten; en daardoor treedt men met een verhoogd geestelijk waarnemingsvermogen de geestelijke wereld binnen.

Bron: Nederlandstalige uitgave van Rudolf Steiner – Mijn Levensweg – bladzijde 218 (Uitgave 1981, Vrij Geestesleven) Vertaling W.A.C. Labberté

Duitstalig: GA 28 – Mein Lebensgang (bladzijde 318)

3d8b129deb88515546b11f559f0ec500

De waarneming vermeerdert, de logica blijft hetzelfde

De wetten ook van de hoogste logica worden nooit anders, zelfs wanneer in de opeenvolgende trappen van incarnaties de menselijke individualiteit opklimt tot het stadium van de hoogste wijzen. De geestelijke aanschouwing neemt toe, het waarnemingsvermogen breidt zich uit als een individualiteit die in een incarnatie hoog stond opnieuw incarneert; de logica van het denken blijft echter hetzelfde ook voor een hogere trap van bewustzijn. Daarom kan wat boven de afzonderlijke incarnatie uitgaat ook nooit door een nog zo verfijnd denken gevat worden, zelfs als dit tot de hoogste niveaus stijgt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 35 – PHILOSOPHIE UND ANTHROPOSOPHIE / Gesammelte Aufsätze 1904-1923  (bladzijde 58)

Eerder geplaatst op 13 juni 2016  (1  reactie)

Zie ook: Logisch denken

Ogen en oren van de ziel

Alle religiegrondleggers waren voltooide (Duits: vollendete) helderzienden en geestelijke mensheidleiders, en hun morele beginselen werden tot levensregels, die door astrale en geestelijke waarheden bepaald waren. Daaruit worden de overeenkomsten van alle religies verklaarbaar. Zulk een overeenkomst bestaat bijvoorbeeld tussen het achtvoudige pad van Boeddha en de acht zaligpredikingen van Christus. Aan beide ligt namelijk de waarheid ten grondslag dat de mens steeds opnieuw, wanneer hij een deugd ontwikkelt, ook een nieuw waarnemingsvermogen ontwikkelt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 094 – Kosmogonie – Parijs, 6 juni 1906 (bladzijde 67-68)

Eerder geplaatst op 24 augustus 2013

De waarneming vermeerdert, de logica blijft hetzelfde

De wetten ook van de hoogste logica worden nooit anders, zelfs wanneer in de opeenvolgende trappen van incarnaties de menselijke individualiteit opklimt tot het stadium van de hoogste wijzen. De geestelijke aanschouwing neemt toe, het waarnemingsvermogen breidt zich uit als een individualiteit die in een incarnatie hoog stond opnieuw incarneert; de logica van het denken blijft echter hetzelfde ook voor een hogere trap van bewustzijn. Daarom kan wat boven de afzonderlijke incarnatie uitgaat ook nooit door een nog zo verfijnd denken gevat worden, zelfs als dit tot de hoogste niveaus stijgt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 35 – PHILOSOPHIE UND ANTHROPOSOPHIE – Gesammelte Aufsätze 1904-1923  (bladzijde 58)

Zie ook: Logisch denken

Ogen en oren van de ziel

Alle religiegrondleggers waren voltooide (Duits: vollendete, wie een betere vertaling weet voor dit woord moet het zeggen) helderzienden en geestelijke mensheidleiders, en hun morele beginselen werden tot levensregels, die door astrale en geestelijke waarheden bepaald waren. Daaruit worden de overeenkomsten van alle religies verklaarbaar. Zulk een overeenkomst bestaat bijvoorbeeld tussen het achtvoudige pad van Boeddha en de acht zaligpredikingen van Christus. Aan beide ligt namelijk de waarheid ten grondslag dat de mens elke keer, wanneer hij een deugd ontwikkelt, ook een nieuw waarnemingsvermogen ontwikkelt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 094 – Parijs, 6 juni 1906 (bladzijde 67-68)