De Dood / Verandering van Waarneming en Bewustzijn

Het eerste wat men in gedachten moet houden is dat de andere werelden niet in andere plaatsen zijn, maar dat ze om ons heen zijn net zoals de fysieke wereld en deze doordringen. Daarom gaat de mens na de dood ook niet naar andere plaatsen, alleen de soort en wijze van zijn waarneming en zijn bewustzijn verandert.

Net als bij een blindgeborene, die plotseling kan zien en die dan immers ook niet naar een andere wereld is verplaatst, maar dan slechts een nieuw zintuig heeft geopend, zo is het hetzelfde met mensen wanneer ze sterven of worden ingewijd. Dan is er geen nieuwe, totaal andere wereld om hem heen, alleen zijn dan de zintuigen voor de fysieke wereld uitgeschakeld; daarentegen ziet hij nu wat hem eerder ontging, wat tot dan verborgen was.

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – Populärer  Okkultismus – Leipzig,29 juni 1906 (bladzijde 134)

Geheugen/Bovenzinnelijke waarneming/Logica

Ons geheugen, onze herinnering is soms een beetje beter, soms een beetje slechter, maar we hebben een geheugen. We hebben belevenissen; we herinneren ons later deze belevenissen. Met wat we in de bovenzinnelijke werelden beleven, is het niet zo. Die kunnen we beleven in grootheid, in schoonheid, in betekenis – maar als we het beleefd hebben, is het voorbij. En het moet opnieuw ervaren worden, als het weer voor de ziel moet staan. Het prent zich niet op de gebruikelijke manier in het geheugen. 

Het prent zich alleen dan in het geheugen, als men eerst met alle moeite dat, wat men in het bovenzinnelijke waarneemt, in begrippen overbrengt, als men zijn verstand meestuurt in de bovenzinnelijke wereld. Dat is zeer moeilijk. Men moet daar namelijk net zo denken, zonder dat het lichaam bij dit denken helpt. Daarom moet men voordien zijn begrippen bestendigd hebben, moet voordien een ordelijke logicus zijn geworden, zodat men deze logica niet steeds vergeet, als men in de spirituele wereld waarneemt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 305 –Die geistig-seelischen Grundkräfte der Erziehungskunst – Oxford, 20 augustus 1922 (bladzijde 84-85)

Eerder geplaatst op 22 september 2015

Gepraat over “wetenschappelijke bewijzen”

Het heeft niets van doen met wetenschappelijkheid, als men het gepraat aanvoert dat, voordat de imaginatie of de inspiratie uit de bovenzinnelijke wereld toegepast wordt, deze eerst “wetenschappelijk bewezen” moet worden. Wat een wetenschappelijk bewijs is, moet men echter eerst wel weten. 

En degenen die tegenwoordig van de geesteswetenschap vaak eisen, dat zij zou moeten “bewijzen”, die laten daarmee slechts zien dat het wezen van bewijzen hen eigenlijk in werkelijkheid niet duidelijk is, want anders zouden ze moeten weten dat men alleen kan bewijzen, als men feiten terugvoert op andere, eenvoudige feiten. 

Zelfs in de wiskunde bewijst men zo dat men gecompliceerde zaken op eenvoudige, onbewijsbare axioma terugvoert. Datgene waaruit het bewijs gehaald wordt, moet eerst waargenomen worden. Waargenomen kan het geestelijke echter alleen als we eerst het bovenzintuiglijke, het geestelijke in onszelf tot bewustzijn brengen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 255b – Die Anthroposophie und ihre Gegner – Bazel, 2 december 1920 (bladzijde 178)

Eerder geplaatst op 29 juli 2015  (6 reacties)

Zie ook: Feiten kan men niet bewijzen

Overal waar we zijn, zijn ook de drie werelden

Overal waar we zijn, zijn ook de drie werelden. Alleen diegene heeft inzicht in de zichtbare wereld, die ook weet heeft van de andere twee werelden. De drie werelden zijn:

1. de fysieke wereld, het toneel van alle mensen

2. de astrale of zielenwereld

3. de devachanische of geestelijke wereld.

Deze drie werelden zijn niet ruimtelijk van elkaar gescheiden. De dingen van de fysieke wereld, die we waarnemen met de uiterlijke zintuigen, zijn in onze omgeving; maar in dezelfde ruimte met ons is ook de astrale wereld. Evenals in de fysieke wereld leven we ook tegelijk in de twee andere werelden, in de astrale en in de devachanische wereld. Overal waar we zijn, zijn ook de drie werelden. Maar we zien alleen de hogere werelden nog niet, zoals de blinde, die de fysieke wereld niet ziet. Maar wanneer de “zintuigen van de ziel” worden geopend voor de mens, dan verschijnt de nieuwe wereld met de nieuwe eigenschappen en de nieuwe wezens voor hem. Als hij nieuwe waarnemingsorganen krijgt, krijgt hij ook nieuwe fenomenen te zien.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 23 augustus 1906 (bladzijde 20-21)

De boer van tegenwoordig denkt meer dan de Griekse filosoof

Iets komisch maar tegelijk iets groots ligt in wat Hebbel, de toneelschrijver, in zijn notitieboek schreef: Laten we aannemen, dat Plato zou worden wedergeboren; dan zou hij een gymnasiast worden en moest Plato in de Griekse taal lezen, en de gymnasiumleraar is vreselijk ontevreden, omdat hij Plato niet begrijpt, zodat de leraar hem een pak op zijn donder geeft. – Daar wilde Hebbel een drama over schrijven. Nu, dat is aan de ene kant echt grappig, maar aan de andere kant heel begrijpelijk. Want het is waar dat een gymnasiumleraar van tegenwoordig veel meer denkt dan zelfs de grote Plato in zijn tijd. Men kijkt alleen op een bepaalde manier tegenwoordig kortzichtig naar de wereld. De boer van tegenwoordig denkt meer dan de Griekse filosoof ooit heeft gedacht.

Daarentegen was het waarnemingsvermogen toentertijd veel meer ontwikkeld. De waarneming was toen hetzelfde als wat nu bij ons het denken is. Tegenwoordig wordt immers het waarnemen helemaal niet meer geleerd, alleen door degenen die een scholing doormaken. Het is volstrekt mogelijk dat iemand in wat hij in een laboratoriumopleiding leert, ver komt, en toch daarbuiten zeer onervaren is, de tarwe niet van de rogge onderscheiden kan. Zodat we kunnen zeggen dat de mensen tegenwoordig veel denkvermogen hebben, maar in de tijd van toen in het waarnemen werden geschoold. Daarom kunnen we twee tijdperken onderscheiden: een tijdperk van waarnemingen en een tijdperk van gedachten.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Winterthur, 14 januari 1912 (bladzijde 38)

Eerder geplaatst op 21 oktober 2014