Bovenzinnelijke kennis is niet een speculatie of begripssysteem, maar waarneming

Datgene wat tot kennis van de hogere werelden heeft geleid, is niet een speculatie, is niet een systeem van begrippen, het is waarneming (Duits: Anschauung). Net zoals men door de ontwikkeling van het lichaam sinds het embryonale bestaan een waarneming van de uiterlijke zintuiglijke wereld verkrijgt, zo verkrijgt men door de oefeningen (Duits: Vornahmen), – waarvan ik u de beginselen beschreven heb, die u in de genoemde boeken (‘Wie erlangt man Erkenntnisse der höheren Welten?’ en ‘Geheimwissenschaft’) in detail kunt vinden -, kennis van zielsprocessen en verwerft men de mogelijkheid omgeven te zijn door de bovenzinnelijke wereld, waarin we waren voor de geboorte en waarin we binnenkomen als we door de poort van de dood gaan. Door waarneming wordt de kennis van hogere werelden verworven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 79 – Die Wirklichkeit der höheren Welten – Kristiania (Oslo), 26 november 1921 (bladzijde 62)

Eerder geplaatst op 10 december 2017  (3 reacties)

1904-2

Waarneming en wereld

De beleving van de wereld om ons heen hangt af van welke vermogens en organen we hebben om ze waar te nemen. Zouden we andere organen hebben, dan zou ook de wereld geheel anders voor ons zijn. Als de mens bijvoorbeeld geen ogen zou hebben om het licht te zien, maar een orgaan waarmee hij, laten we zeggen, de elektriciteit zou kunnen waarnemen, dan zou u deze ruimte niet als helder, van licht doorstroomd waarnemen. Wel echter zou u in de draden die in deze ruimte liggen de elektriciteit heen en weer zien stromen; dan zou u het overal trillen, flitsen en stromen zien. Zo is dus wat we onze wereld noemen afhankelijk van onze waarnemingsorganen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – Menschheitsentwickelung und Christus- Erkenntnis/Theosophie und Rosenkreuzertum – Kassel, 19 juni 1907 (bladzijde 48)

Eerder geplaatst op 3 augustus 2017  (3 reacties)

imagegen-1

De andere werelden zijn niet in andere plaatsen, maar omgeven ons evenzo als de fysiek-zintuiglijke wereld 

Het eerste wat men zich moet realiseren is dat de andere werelden niet in andere plaatsen zijn, maar dat ze ons evenzo omgeven als de fysiek-zintuiglijke wereld en deze doordringen. Daarom reist de mens na de dood ook niet naar andere plaatsen, maar de manier en de aard van zijn waarneming en zijn bewustzijn verandert.

Net als bij een blindgeborene die plotseling kan zien en dan ook niet naar een andere wereld verplaatst is, maar bij wie zich alleen een nieuw zintuig ontsloten heeft, zo is het ook bij de mens wanneer hij sterft of ingewijd wordt. Dan is om hem heen niet een nieuwe, geheel andere wereld, maar dan zijn alleen de zintuigen voor de fysieke wereld uitgeschakeld, daarentegen neemt hij nu waar wat hem voorheen ontging, wat voor hem tot dan toe verborgen was gebleven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – POPULÄRER OKKULTISMUS – Leipzig, 29 juni 1906   (bladzijde 134)

blindgeboren

Eerder geplaatst op 4 maart 2017  (11 reacties)

Haat en schaamte (1 van 2)

Zielen die af en toe over hun innerlijk nadenken, zullen bij zichzelf het volgende kunnen waarnemen – ik geloof dat er veel zielen zijn die dit bij zichzelf hebben waargenomen- : Laten we aannemen dat iemand in het leven een andere persoon haatte of misschien alleen maar tegen zichzelf moest zeggen dat die andere persoon hem onsympathiek was of is. Als deze persoon die gehaat werd of die van iemand antipathie heeft ondervonden, sterft – ik geloof dat veel zielen dit van zichzelf weten – dan voelt degene die in het leven gehaat heeft of antipathie heeft gevoeld, na de dood van deze persoon, dat hij niet langer op dezelfde manier kan haten of dat hij zijn antipathie niet langer kan handhaven. En als de haat tot over het graf aanhoudt, voelen meer fijnzinnige zielen een gevoel van schaamte over die haat, over zo’n antipathie die over het graf voortduurt. 

Dit gevoel, dat in veel zielen wordt aangetroffen, kan nu helderziend worden gevolgd. Tijdens het volgen kan de vraag opkomen: Waarom ontstaat dit gevoel van schaamte van de ziel over een haat of een antipathie, waarom ontstaat dit, ook wanneer men in het leven nooit aan een tweede persoon heeft aangegeven dat men deze haat heeft? Wanneer de helderziende de persoon, die door de poort van de dood is gegaan, volgt in de geestelijke werelden en daar ziet naar de ziel die hier op aarde is achtergebleven, dan blijkt dat de overleden ziel in het algemeen een zeer duidelijke waarneming, zeer duidelijke gewaarwording heeft van de haat in de levende ziel; als het ware, als ik een beeld mag gebruiken: de dode ziet de haat. Dat kan de helderziende heel precies constateren, dat de dode zulke haat ziet.

Wordt vervolgd

shutterstock_739399978

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte  Untersuchungen über  das  Leben zwischen  Tod  und  neuer  Geburt – Bergen, 10 oktober 1913 (bladzijde 327-328)

Waarneming en Kennis

Met betrekking tot de uiterlijke natuur gaat de natuur vooraf en de kennis volgt erna; met betrekking tot de geestelijke natuur gaat het weten als voorbereiding vooraf; de waarneming volgt erna. […] 

Natuurlijk – men zou het eigenlijk helemaal niet hoeven te vermelden – “maken” we niet dat geestelijk beleven, doordat we het geesteswetenschappelijk opnemen; maar we nemen datgene in ons waar, wat altijd in ons is. Maar zoals in de natuurkennis de ervaring en de kennis zich vanuit de aanschouwing ontwikkelt, zo moet in de geesteswetenschap vanuit de kennis van de geestelijke gebeurtenissen zich de aanschouwing van de geestelijke wereld ontwikkelen, als de mensheid vooruit zal willen gaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 64 – Aus schicksaltragender Zeit – Berlijn, 26 november 1914 (bladzijde 100)

Eerder geplaatst op 28 december 2014  (19 reacties)