Meningen en waarheid 

Steeds weer kan men beluisteren: dit is mijn standpunt, ik denk dit of dat. – Alsof het er iets toe doet, wat de één of de ander denkt! Het komt er immers veel meer op aan, wat de waarheid is!

Bron: Rudolf Steiner – GA 145 – Welche Bedeutung hat die okkulte Entwicklung des Menschen für seine Hüllen und sein Selbst? – Den Haag, 29 maart 1913 (bladzijde 176-177)

Overgenomen uit het boek: Innerlijke ontwikkeling door antroposofie (bladzijde 165) – Den Haag, 29 maart 1913 – Vertaling: H. van Boetzelaer-Mazel/Ir. H. de Brey/A. van der Laan-Schepers cms_visual_1634615.jpg_1626274880000_560x900

Eerder geplaatst op 13 mei 2018  (2 reacties)

Grote waarheden zijn niet eenvoudig

Als de mensen de waarheid graag op een “eenvoudige manier” willen horen, dan berust dat op menselijke gemakzucht; men wil niet te veel moeten denken; maar de grootste en diepste waarheden zijn slechts ten koste van de uiterste geestelijke inspanning te begrijpen. Als een mens zich al zo moet inspannen om een machine duidelijk te beschrijven, moet hij werkelijk niet verlangen, dat de diepste waarheden zonder moeite te vatten zijn!

Bron: Rudolf Steiner – GA 114 -Das Lukas-Evangelium – Bazel, 19 september 1909 (bladzijde 107-108)

md31174856058

Eerder geplaatst op 5 november 2015  (9 reacties)

Immoraliteit / Waarheid

Niemand die de gevolgen van immoraliteit werkelijk kent, kan in waarheid immoreel zijn. De reële werkingen van de oorzaken moet men leren. Reeds de kinderen moet men daar op wijzen. Het immorele bestaat alleen maar omdat de mensen geen inzicht hebben, ze weten het niet. Slechts de duisternis van de onwaarheid maakt het immorele mogelijk.

Wat zo gezegd kan worden over de samenhang tussen immoraliteit en onwetendheid mag evenwel geen verstandsweten zijn, het moet wijsheid worden. Het weten alleen doet mee met on-moraal, kan zelfs, als het geraffineerde slimheid wordt, ontaarden tot schurkenstreken, terwijl wijsheid zo zal werken op de menselijke ziel dat van de ziel dan de waarheid, innerlijke moraliteit afstraalt.

Zo zien we dus dat het volstrekt ongegrond is wanneer de mensen die de antroposofie niet echt kennen, zeggen dat ze geen morele impulsen bevat. Antroposofie toont ons wat we in de wereld aanrichten wanneer we immoreel handelen, zij geeft wijsheid waar de moraliteit vanaf straalt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 –  Die Mission der neuen Geistesoffenbarung – Bielefeld, 6 maart 1911  

rudolfsteinerlecture2011_13-2013_08_19-08_19_05-utc

Schilderij David Newbatt

Waarheid en intellect

Men kan in deze tijd op zeer scherpzinnige wijze uiterst radicale zaken bewijzen, bijvoorbeeld het leninisme, maar even goed het tegendeel ervan, of alles wat daar tussenin ligt. Elk punt van welk programma ook is waterdicht te bewijzen. Het is alleen wel zo, dat hij die het tegenovergestelde bewijst, het gelijk evenzeer aan zijn zijde heeft.

De intellectualistische geest, die in deze tijd in de mensheid de overhand heeft, schiet volkomen tekort als het erom gaat de levensvatbaarheid, de innerlijke waarde van iets aan te tonen. Deze geest bewijst – maar al is iets bewezen, daarom is het nog niet levenskrachtig of waardevol voor het leven. Hierdoor komt het dat de mensen elkaar in deze tijd bestrijden en als partijen tegenover elkaar staan. Elk programmapunt – en zeker de belangrijke – van welke partij ook is met hetzelfde recht te bewijzen.

Als het om het begrijpen van de dingen gaat, blijft ons intellect in de bovenste laag steken. Het dringt niet door in die laag, waar de waarheid te vinden is. Als men dat maar eens grondig zou inzien. De mensen blijven tegenwoordig liever aan de oppervlakte met hun verstand – ze houden er niet van om met werkelijke geesteskrachten door te dringen in diepere lagen van het zijn, waar het wezen van de dingen te vinden is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 193 – Der innere Aspekt des sozialen Rätsels/Luziferische Vergangenheit und ahrimanische Zukunft  – Bern, 4 november 1919 (bladzijde 190-191)

Vertaling H. Beran-Muller van Brakel – Overgenomen uit het boekje Luciferisch verleden/Ahrimanische toekomst (1979 Uitgeverij Vrij Geestesleven)

rudolf_steiner_colour-227x300-1

Eerder geplaatst op 12 februari 2018  (1 reactie)

Wat men wetenschap noemt is in feite geloof

We zijn eraan gewend geraakt om dat wat in de loop der eeuwen is ontstaan als de op uiterlijke zintuigen gebaseerde natuurwetenschappen, zoals astronomie, biologie, zoölogie of de medische wetenschap, zo te nemen als het ons in de gevestigde opleidingsinstituten en in de erkende instellingen wordt voorgeschoteld. Daar zijn we in de loop der eeuwen aan gewend geraakt en tegenwoordig klampen we ons daar op een verschrikkelijke wijze aan vast. En hoewel men er geen flauw benul van heeft hoe een chemicus in zijn laboratorium eigenlijk onderzoek doet en hoe het resultaat dat hij presenteert eigenlijk tot stand komt, roept men toch dat dat waarheid is, dat dat kennis is. Men beweert dat dat geen geloof is, maar wetenschap. Het is natuurlijk puur geloof! Maar men zegt dat het kennis is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 243 – Het bewustzijn van de ingewijde – Torquai, 22 augustus 1924 (blz. 223)

Vertaling Hans Schenkels

Duitstalige link: GA 243 (blz. 222-223)  

geloof-en-wetenschap-als-verschillende-keuzes-het-leven-gezien-woorden-verkeersborden-die-op-tegengestelde-manieren-wijzen-187479983