De waarheid wordt tegenwoordig het meest gehaat

Bij geestelijke bewegingen komt het niet op de uiterlijke grootte of het aantal aan, maar op de innerlijke kracht. Het zal een uitwerking hebben als het gedragen wordt door een sterk bewustzijn van wat het is. Maar dit is wat u moet hebben: Sterk bewustzijn van de waarheid, zich niet ontmoedigen laten omdat de waarheid tegenwoordig het meest wordt gehaat. Als u een of andere sektarische dwaling zou willen verbreiden, zou u het gemakkelijk hebben, want men zou daarvoor geen angst hebben. Maar juist als u de waarheid wilt verbreiden, zullen de mensen angstigheid bespeuren en zult u de grootste weerstand vinden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 345 – Vorträge und Kurse über christlich-religiöses  Wirken IV – Stuttgart, 11 juli 1923 (bladzijde 16)

BY DAVID NEWBATT

Eerder geplaatst op 24 december 2019 (1 reactie)

De waarheid zal u vrij maken (Johannes 8:32)

De geesteswetenschap laat zien hoe alle materiële dingen een manifestatie van de geest zijn en hoe, op een de mens onbekende manier, geestelijke invloeden zich in de mens verspreiden. […] (bl. 24)

Als de mens zijn ogen richt naar een mooie, een zuivere en edele zaak, dan wordt er een gedachte in hem gewekt; als hij zijn ogen op een zedeloze (Duits: schmutzig), onedele zaak richt, dan wordt er een andere gedachte in hem opgewekt. Doordat nu als gevolg van de uiterlijke indrukken een gedachte in de ziel wordt opgeroepen, sluipen tegelijkertijd Saturnusgeesten, de goede en de slechte, in de mens. En door alles wat de mens door de sympathie of antipathie voor zijn omgeving, door wat hij ziet en hoort en ruikt, om zich heen ontvouwt, stelt hij zich bloot aan het insluipen van deze of gene Saturnusgeesten. […] (bl. 25)

Zo ziet u hoe we ons de mens moeten voorstellen als een zeer ingewikkeld wezen, als een deelgenoot van vele werelden en vele wezens. Wie op het pad van de geestelijke ontwikkeling voortschrijdt naar hogere inzichten, die leert de eigen aard van deze wezens kennen, en daardoor alleen kan hij vrij worden van hen, krijgt hij er een vrije blik over. De waarheid over de hogere werelden in zich opnemen, betekent werkelijk vrij, werkelijk rijp te worden, omdat we daardoor de werkingen en impulsen leren kennen, die ons leven beïnvloeden en doorstromen. Zichzelf kennen leren betekent tegelijkertijd vrij en onafhankelijk worden. (bl. 26)

Bron: Rudolf Steiner – GA 102 – Das Hereinwirken geistiger Wesenheiten in den Menschen – Berlijn, 6 januari 1908 (bladzijde 24-26)

b21901c10a61a4e992ccb6c6e78701e5

Eerder geplaatst op 6 juli 2019  (9 reacties)

Denken / Waarheid / Zelfopvoedingsmiddel

Men moet van het denken in het geheel niet verwachten dat het kennis van de waarheid kan geven, men kan van het denken vooreerst alleen verwachten dat het je opvoedt. Het is uiterst belangrijk dat we deze stemming in onszelf ontwikkelen, dat ons denken ons opvoedt. […]

Zo lang men de mening heeft dat men door denken of verwerken van begrippen of, laten we zeggen, denkend verwerken van ervaringen, tot de waarheid, dat wil zeggen, tot overeenstemming met een objectieve realiteit zal komen, zo lang als men deze mening heeft, zo lang is het in feite een heel slechte zaak als wordt aangetoond hoe je het ene kunt bewijzen en het exacte tegendeel ook kan bewijzen.

Want hoe kan men dan door de bewijzen tot de werkelijkheid komen! Als iemand echter zich ertoe heeft ontwikkeld dat denken helemaal niets beslist over de werkelijkheid, vooral waar het de beslissende dingen betreft, als iemand zich er krachtig toe heeft opgevoed om het denken alleen te zien als een middel om wijzer te worden, als een  middel om zijn zelfopvoeding naar wijsheid in de hand te nemen, dan stoort het niet dat de ene keer het ene en dan evengoed het andere kan worden bewezen.

Want dan merkt men heel snel dat, juist doordat men wat betreft het verwerken van begrippen eigenlijk de werkelijkheid helemaal niet kan bereiken, men op de meest vrije manier de begrippen en ideeën verwerken kan en zichzelf opvoeden kan. Als men door de werkelijkheid voortdurend gecorrigeerd zou moeten worden, dan zou men bij de verwerking van de begrippen geen vrij middel tot zelfopvoeding hebben. Bedenkt u dat wel, dat we alleen door het verwerken van onze begrippen een werkzaam, vrij zelfopvoedingsmiddel hebben, doordat we nooit door de werkelijkheid worden gestoord in de vrije verwerking van begrippen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 134 – Die Welt der Sinne und die Welt des Geistes – Hannover, 28 december 1911 (bladzijde 28-30)

Eerder geplaatst op 26 januari 2019  (8 reacties)


rudolf-steiner-1915-rudolf-joseph-lorenz-steiner-austrian-philosopher-K2YD4K 

Wie de eigen mening nog belangrijk acht, die kan niet tot de waarheid komen

Wie het ware karakter van de wereldgeheimen wil ervaren, die moet geheel op het standpunt staan, van waaruit hij tot zichzelf zegt: Wie nog de eigen mening belangrijk acht (Duits: Wer die eigene Meinung noch achtet), die kan niet tot de waarheid komen. – Want dat is het eigenaardige van de antroposofische waarheid dat de waarnemer geen eigen mening, geen voorkeur voor een of andere theorie mag hebben, dat hij in geen geval door zijn bijzondere individuele eigen aard deze of gene beschouwing liever heeft dan een andere.

Zolang hij op dit standpunt staat, is het onmogelijk dat de ware kennis van de wereld zich voor hem zal onthullen. Hij moet geheel individueel kennen; maar zijn individualiteit moet zo ver gevorderd zijn dat het niets persoonlijks meer heeft, dus ook niet van het voor hem individueel sympathieke of onsympathieke. Dat moet streng en ernstig genomen worden. Wie nog de een of andere voorliefde heeft voor deze of gene begrippen en opvattingen, wie door zijn opvoeding, door zijn temperament tot dit of dat neigingen kan hebben, die zal nooit de objectieve waarheid kennen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 117 – Die tieferen Geheimnisse des Menschheitswerdens im Lichte der Evangelien – München, 4 december 1909 (bladzijde 156)

Eerder geplaatst op 18 februari 2018

bernhard-hoetger-portrait-rudolf-steiner

Steiner door Bernhard Hoetger

Eerbied / Devotie / Deemoed

Wanneer wij niet diep in onszelf  het gevoel aankweken dat er iets hogers bestaat dan wij zijn, zullen we ook niet de kracht in ons vinden om ons tot iets hogers te ontwikkelen. De ingewijde heeft zich de kracht verworven om zijn hoofd te verheffen tot de hoogten  van  het  inzicht,  enkel  doordat  hij  zijn  hart  tot  de  diepten  van de eerbied, van de devotie heeft gebracht. De hoogte van de geest kan alleen beklommen worden als we door de poort van de deemoed gaan. Ware kennis kun je alleen bereiken als je geleerd hebt deze kennis te achten. 

De mens heeft zeer zeker het recht zijn oog naar het licht te keren, maar hij moet zich dat recht verwerven. In het geestelijk leven bestaan er evengoed wetten als in het materiële leven. Wrijf  met een bepaalde stof  langs een glazen staaf en hij wordt elektrisch geladen, dat wil zeggen, hij krijgt de kracht om kleine  deeltjes  aan te  trekken.  Dat  is  een  natuurwet.  Wie  iets  van natuurkunde heeft geleerd, kent dit gegeven. Op dezelfde manier weet iemand die de beginselen van de geesteswetenschap kent, dat ieder gevoel van  waarachtige  devotie dat we in onze ziel ontwikkelen, een kracht oproept die ons vroeger  of  later verder kan helpen op de weg naar inzicht. 

Wie gevoelens van devotie als aanleg in zich draagt, of  wie het geluk heeft dat ze hem door een juiste opvoeding zijn ingeplant, die brengt veel mee wanneer hij later in zijn leven de toegang tot hogere inzichten zoekt. Wie zo’n voorbereiding niet meebrengt, ondervindt al bij de eerste stappen op de weg naar inzicht moeilijkheden, als hij niet door zelfopvoeding die stemming van devotie krachtig in zichzelf  tracht op te wekken. 

In onze tijd is het bijzonder belangrijk dat dit punt de volle aandacht krijgt. Onze beschaving  neigt  meer  tot  kritiek,  tot  oordelen  en  veroordelen  dan tot devotie, toewijding en eerbied. Het is al zo dat onze kinderen veel meer bekritiseren dan ze met hart en ziel vereren. Maar iedere  kritiek,  iedere  veroordeling verdrijft  de  krachten  van  de  ziel  tot hogere ervaring evenzeer als ieder gevoel van eerbied ze ontwikkelt. 

Daarmee wil niets ten nadele van onze beschaving zijn gezegd. Het gaat er hier beslist niet om kritiek uit te oefenen op deze beschaving waarin wij leven. Juist aan het kritisch vermogen, aan het zelfbewuste menselijke oordeel, aan het ‘beproef  alles en behoud het beste’ hebben wij de grootheid van onze cultuur te danken. Nooit zou de mens het tot de wetenschap, de industrie, de transportmiddelen of de rechtsverhoudingen van onze tijd hebben gebracht als hij niet voortdurend kritiek had uitgeoefend, bij alles de maatstaf  van zijn oordeel had aangelegd. Maar wat wij daardoor  aan  uiterlijke  cultuur  hebben  gewonnen,  moesten  we betalen met een overeenkomstig verlies aan  hogere  kennis, aan spiritueel leven. Met nadruk dient te worden gezegd dat het bij hogere kennis  niet  gaat om verering van mensen, maar om verering van waarheid  en  inzicht.

Bron: Rudolf Steiner – GA 10 – De weg tot inzicht in hogere werelden (blz. 22-23)

Rudolf  Steiner / Werken en voordrachten onder redactie van Frans van Bussel, Michel Gastkemper en  Roel Munniks

Vertaald door Marijke Buursink. Met toelichtingen van Leo de la Houssaye  en Roel Munniks.

Rudolf  Steiner / Werken en voordrachten © 1991 Stichting Rudolf  Steiner Vertalingen Vierde, herziene druk 2007 Zevende druk 2021 Typografie Françoise Berserik Zetwerk Henk Pel Omslagillustratie door Henk Hage, aquarel (29,6 × 26,5 cm) Druk: RaddraaierSSP Bindwerk: Boekbinderij Abbringh isbn 978 90 829998 1 5 / nur 743 Uitgave Steinervertalingen www.steinervertalingen.nl

Duitstalige link:http://fvn-archiv.net/PDF/GA/GA010.pdf#page=20  (blz. 20-22)

Weg-tot-inzicht-in-hogere-werelden-2013-1