Besmettelijke ziekten, waanzinsepidemieën, verschrikkelijke oorlogen…

Het is van buitengewoon belang, dat de mensheid in de huidige tijd een sterke invloed van het geestelijke leven ontvangt. Besmettelijke ziekten, waanzinsepidemieën, verschrikkelijke oorlogen zullen met het de overhand nemen van het materialisme op vreselijke wijze onder de mensen woeden als de mensheid niet op geestelijk gebied een verdieping zou ontvangen. 

Hoewel nu een verspreiding van spiritueel leven beslist noodzakelijk is, hoewel er tegenwoordig beslist een veel groter aantal esoterici moeten zijn dan voorheen, zou het toch helemaal verkeerd zijn om voor de geesteswetenschap propaganda te willen maken. Er moeten esoterici zijn maar niet alle mensen moeten esotericus zijn. Een heel eenvoudig voorbeeld kan ons dat duidelijk maken. Nietwaar, iedereen heeft schoenen nodig en daarom is het noodzakelijk dat er schoenmakers zijn. Geheel onterecht zou het echter zijn als iemand daaruit de conclusie zou trekken, dat alle mensen schoenmaker zouden moeten worden. Net zomin moeten alle mensen esotericus worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Stuttgart, 15 september 1907 (bladzijde 243) a4653a78f6a700602e4d09a821516f29

Eerder geplaatst op 8 augustus 2018

Men zal de mensen inenten tegen de neiging tot spirituele ideeën

Het materialistische tijdperk streeft er vanuit bepaalde kringen naar om alle spirituele ontwikkeling van de mensheid te verlammen, onmogelijk te maken; om mensen ertoe te brengen, simpelweg door hun temperament, door hun karakter, alles af te wijzen wat spiritueel is en het als dwaasheid zien.

Zo’n stroming – het is nu al merkbaar bij individuele mensen – zal zich steeds verder verdiepen. Het verlangen zal opkomen dat het algemene oordeel zal zijn: het spirituele, het geestelijke is dwaasheid, is waanzin! 

Dit zal men trachten te bereiken door vaccinaties te brengen; dat men, zoals men met vaccinaties is gekomen ter bescherming tegen ziekten, nu met bepaalde vaccinaties komt die het menselijk lichaam zodanig beïnvloeden dat het voor de geestelijke neigingen van de ziel ontoegankelijk is. Men zal de mensen inenten tegen de neiging tot spirituele ideeën. 

Daar zal men tenminste naar streven: men zal vaccinatie-middelen proberen, zodat mensen al in hun kinderjaren de drang naar spiritueel leven verliezen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 178 – Individuelle  Geistwesen und  ihr  Wirken  in  der  Seele des  Menschen – Zürich, 6 november 1917 (blz. 89-90)

inenting

Zonder kennis van de mens zal er nooit een sociale samenleving komen (1 van 2)

Als u bestudeert wat in mijn GeheimWissenschaft im Umriß staat, dan moet u bepaalde begrippen ontwikkelen, waarvan de meeste mensen nog steeds zeggen: Dat is pure dwaasheid. – Ik heb pas een paar dagen geleden weer een brief gekregen, waarin iemand de GeheimWissenschaft doorneemt en van bijna elk hoofdstuk zegt dat het je reinste waanzin is. Men kan het begrijpen dat de mensen zeggen dat het pure waanzin is. Waarom? Het is heel natuurlijk dat de mensen dat tegenwoordig vaak zeggen.

Maar de mensen die zich er niet toe bekwamen om zulke begrippen op te nemen, die zich er dus niet mee bezighouden ideeën te ontwikkelen van een wereld die niet met de zintuigen bevat kan worden, deze mensen verwerven zich ook geen kennis van de mens; deze mensen gaan aan de wereld voorbij, merken hoogstens dat de een min of meer een spitse neus, de ander een meer stompe neus heeft, dat de een blauwe ogen, de ander bruine ogen heeft; maar ze merken niets van wat in het innerlijk van de mens zich manifesteert als ziel en het lichaam organiseert (Duits: durchorganisiert). Dezelfde kracht die ons vaardig maakt om interesse te hebben, ik zeg nu niet: bovenzinnelijke occulte krachten te hebben, maar die ons vaardig maakt om interesse te hebben voor bovenzinnelijke inzichten, die is het die ons kennis van de mens oplevert, zoals we ze tegenwoordig nodig hebben.

U kunt de meest grandioze sociale programma’s opstellen, u kunt de mooiste sociale ideeën ontwikkelen: Als de mensen erbij blijven staan om geen kennis van de mens te ontwikkelen, zodat ze tegenover elkaar staan zonder zich innerlijk te kennen, kunnen ze geen sociale omstandigheden voortbrengen. 

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 191 – Soziales Verständnis aus geisteswissenschaftlicher Erkenntnis – Dornach, 4 oktober 1919 (bladzijde 45)

Eerder geplaatst op 6 november 2017

rudolf-steiner-ga-191-soziales-verstaendnis-aus-ge

Waanzin en geestelijke waarneming (2-slot)

Als u met iemand praat gedurende de tijd, waarin hij geestesgestoord is, zal hij u nooit iets zinnigs kunnen vertellen. Dan vertelt hij u enkel de onzin, die hij beleeft. Het is namelijk helemaal niet zo dat zulke mensen die jarenlang geestelijk gestoord zijn geweest, deze dingen gedurende de zogenaamde geestesziekte hebben beleefd. Toen hebben ze helemaal niets van de geestelijke wereld beleefd. Maar achteraf, als ze weer gezond zijn geworden en in zekere zin kunnen terugzien op de tijd, toen ze niet gezond waren, dan komt datgene, wat ze helemaal niet beleefd hebben gedurende de ziekte, naar voren als zien in de geestelijke wereld. Eigenlijk treedt dus dit bewustzijn: Ik heb veel van de spirituele wereld gezien -, pas in op het moment dat de mensen weer gezond worden.

Ziet u, daaruit kan men bijzonder veel leren. Daaruit kan men leren dat de mens iets in zich heeft, wat hij tijdens de tijd dat hij geestelijk ziek was, helemaal niet gebruikt heeft. Maar het was er. En waar was het? Hij heeft niets gezien van de uiterlijke wereld, want hij kan u vertellen: De hemel is rood, en de wolken zijn groen – al het mogelijke. Hij ziet helemaal niets juist in de buitenwereld. Maar deze diepere mens, die in hem zit, die hij geheel niet gebruiken kan tijdens zijn ziekte, die is in de geestelijke wereld. En als hij dan zelf weer zijn hersenen kan gebruiken en kan terugzien op wat deze geestelijke mens heeft ervaren, dan komen voor hem de geestelijke belevenissen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 350 – Rhythmen im Kosmos und im Menschenwesen – Dornach, 28 juni 1923 (bladzijde 144)

Eerder geplaatst op 17 juni 2015 (3 reacties)

Waanzin en geestelijke waarneming (1 van 2)

Als iemand drie, vijf of twintig jaar, zoals men zegt, geestesgestoord is en hij wordt nadien weer gezond, dan is hij niet meer geheel dezelfde als vroeger. Vóór alles zult u het volgende opmerken. Hij zegt u, nadat hij weer gezond is geworden: Ja, ik heb in de tijd waarin ik ziek was, voortdurend in de geestelijke wereld kunnen zien. – Hij vertelt u alle mogelijke waarnemingen uit de geestelijke wereld. En gaat men dan met de inzichten, die men als een volkomen gezonde van de geestelijke wereld verkrijgt, zijn verhalen na, dan is het weliswaar zo dat hij veel onzin zegt, maar anderzijds ook veel wat juist is. Dus dat is het merkwaardige: Iemand kan jarenlang krankzinnig zijn, weer gezond worden, en dan vertelt hij dat hij in de geestelijke wereld geweest is, en dit en dat heeft beleefd. En als men zelf de zaak kent als gezond mens, dan moet men hem in veel gelijk geven.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 350 – Rhythmen im Kosmos und im Menschenwesen – Dornach, 28 juni 1923 (bladzijde 143-144)

Eerder geplaatst op 16 juni 2015  (3 reacties)