Geen vreugde en snel moe

Men ziet vaak mensen in het leven, en tegenwoordig zijn ze echt talrijker dan je denkt, die aan niets echt vreugde beleven, die vreselijk snel moe worden, die vroeg verouderen, in ieder geval psychisch verouderen, enzovoort. Men ziet niet duidelijk waar dit uit voortkomt. Het komt voort uit het feit dat het kind in het zesde, zevende, achtste jaar niet op de juiste wijze in schrijven en lezen onderwezen is. 

Wie de mensennatuur kent, weet dat een kind dat op de juiste manier heeft leren lezen, bij wie het niet is ingepropt (Duits: nicht eingepaukt, eingetrichtert worden ist) tot het zevende en achtste jaar, maar die op een juiste, natuurlijke manier heeft leren lezen en schrijven, en het daarom misschien wat later gedaan krijgt, die heeft door deze manier van leren lezen en schrijven een werkelijk goede gift voor het hele leven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 298 – Rudolf Steiner in der Waldorfschule – Vorträge und Ansprachen für die Kinder, Eltern und Lehrer in der Waldorfschule Stuttgart 1919-1924 – Stuttgart, 13 januari 1921 (bladzijde 74)

Advertenties

Karma/Het vijfde na-Atlantische tijdperk

We leven in het vijfde na-Atlantische tijdperk (1413-3573). In ons vijfde na-Atlantische tijdperk zullen de mensen de grote leer van karma toevoegen aan de andere leringen, ze zullen leren hun karma te begrijpen. […] Ze zullen de gedachte leren begrijpen: Ik ben door de geboorte op de aarde geplaatst; mijn lot is op de aarde, ik beleef vreugde en smart, ik moet begrijpen dat wat ik meemaak aan vreugde en leed niet voor niets op mijn weg komt, dat het mijn karma is en dat het tot mij komt, omdat het mijn karma is, mijn grote opvoeder. Ik blik op wat er voor mijn geboorte was, wat mij in deze incarnatie geplaatst heeft, omdat dit lot voor mijn verdere ontwikkeling nodig is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 143 – Erfahrungen des Übersinnlichen/Die drei Wege der Seele zu Christus – Stockholm, 17 april 1912 (bladzijde 147)

Eerder geplaatst op 20 mei 2016

Smart – De basis van komende vreugde

Niets in de wereld kan als genot, als lust ontstaan, wat niet als grondslag de smart heeft. Zoals de verzadiging met haar genot de honger als voorwaarde heeft, zo heeft alle kennis en ook alle vreugde de smart als basis. Dat is ook de reden waarom in een tragedie het voorgevoel van een verwachte verlossing ons voldoening geeft. Alles wat in de toekomst een volkomenheid zal hebben, maakt in het nu de leed- en pijntoestand door. Dat biedt ons troost omdat we weten dat wat nu pijn en leed is, in de toekomst volkomenheidstoestanden zullen zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 101 – Mythen und Sagen Okkulte Zeichen und Symbole – Berlijn, 28 oktober 1907 (bladzijde 96)

Eerder geplaatst op 21 oktober 2015

Over lijden en het lot

De grote vraag van het lot komt bij de ene mens vaak intensiever naar voren dan bij de andere: ‘Hoe vindt de ziel zijn weg in dit bestaan?’ (Duits: Wie findet die Seele sich zurecht in diesem Dasein?) – in dit bestaan, dat ons in eerste instantie omringt als de aardse-fysieke wereld, waarin voor het zielsoog oplicht dat wat geestelijk deze aardse-fysieke wereld doordringen kan. Wat het leven aan vreugde, aan verheffends, kan bieden, is sterk in het leven. De mens blijft gemakkelijk in dit fysieke leven steken. Dan komen de lotsvragen vanuit de genoegens, vanuit de vreugden van het leven, niet met alle intensiteit naar boven! De grote vraagstukken van het lot, de grote wereldraadsels, ze komen bij de mens op wanneer er pijn is, wanneer het lijden de mens treft.

Degene, beste vrienden, die zich iets heeft verworven als wereldkennis, die zal vanuit zijn diepste ervaringen, vanuit zijn diepste belevenissen nooit zeggen: ‘Uit mijn vreugden, uit  mijn genoegens van het leven, heb ik inzicht verkregen’ (Duits: ist mir Erkenntnis geworden). – Diegene zal zeggen dat het juist het lijden en de pijnen zijn, die ontspruiten als het licht van kennis van de ziel. En het lijden en de smarten die in het leven komen, zij wijzen sterker naar het eeuwige dan de vreugden. En toen onze vriendin al – zoals haar zoektocht naar het licht van de geest toont – een van die diepere zielen was die haar eigen licht met het goddelijke licht van de wereld wilde verenigen, werd ze nog meer verdiept in het leven door ernstig lijden, door pijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 261 – Unsere Toten / Ansprachen, Gedenkworte und Meditationssprüche 1906-1924 – Bazel, 27 oktober 1920 (bladzijde 251)

P.S. Deze tekst komt uit een toespraak die Steiner hield bij de crematie van Caroline Wilhelm, een lid van de antroposofische vereniging.

Gelatenheid en berusting in ons lot

Welke eigenschappen moeten we in het bijzonder cultiveren als we op gunstige wijze op ons wilsleven inwerken willen? De allergunstigste invloed op ons wilsleven is een leven dat zich geheel en al richt op het perspectief van het karma, men zou ook kunnen zeggen, een leven dat er naar streeft als belangrijkste eigenschap te ontwikkelen: gelatenheid en berusting in ons lot. En hoe zou men zich eigenlijk beter deze overgave, deze zielenrust tegenover het lot eigen kunnen maken dan doordat men het karma tot een werkelijke levensinhoud maakt?

Wat betekent dat: karma tot een werkelijke levensinhoud maken? Dat betekent, niet alleen in theorie, maar als ons of anderen leed treft, als ons vreugde of de zwaarste slag van het lot treft, levendig en duidelijk inzien dat we in bepaalde hogere zin zelf de aanleiding gegeven hebben voor de smartelijke noodlotslag.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Leipzig, 5 november 1911 (bladzijde 123)

Eerder geplaatst op 25 april 2016