Slechte leerdoelen 

De staat schrijft ons slechte leerdoelen, slechte einddoelen voor. Ze zijn de slechtste die je je kunt indenken en men zal er de hoogste dunk van hebben. De politiek, het politieke leven van nu zal zich zo manifesteren dat het de mens volgens sjablonen zal behandelen, dat het veel sterker dan ooit zal proberen de mens in sjablonen te vangen. Men zal de mens behandelen als een object, een marionet, en men zal zich inbeelden dat daarmee een grote vooruitgang geboekt wordt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 293 – ALLGEMEINE MENSCHENKUNDE ALS GRUNDLAGE DER PÄDAGOGIK – Stuttgart, 20 augustus 1919 (blz. 214)

Vertaling: Algemene menskunde als basis voor de pedagogie – Willem Frederik Veltman 

Zie voor het hele artikel waarin ik dit citaat vond: Pieter Witvliet – Vrijeschool – 100 jaar vrijeschool 

Eerder geplaatst op 15 oktober 2017   (1 reactie)

Algemene-menskunde-2015

Het doorlopen van meerdere aardelevens is niet altijd een vooruitgang  

Het zou kunnen lijken alsof wat ik zojuist beschreven heb over het doorlopen van de mens door het leven tussen dood en nieuwe geboorte, altijd zou betekenen dat de opeenvolgende aardelevens altijd volkomener en volmaakter zouden zijn. Dat is echter in de praktijk niet het geval. […] 

Het blijkt dan dat we niet altijd in staat zijn na de dood te overzien welke krachten we ons moeten verwerven om begaan onrecht te kunnen goedmaken. En daar werken vele krachten mee, zodat het kan zijn dat we wat we uit egoïsme in het leven voor de dood begaan hebben, door een nog groter egoïsme denken te kunnen vereffenen, en wat we aan dwaasheid gedaan hebben door een nog grotere dwaasheid compenseren willen. Daardoor kan het gebeuren dat de volgende aardse incarnatie nog onvolmaakter verschijnt, als een nog zwaardere scholing dan de laatste was. Over het geheel genomen is echter de doorgang van de mens door de herhaalde levens op aarde toch een vooruitgang (Duits: Aufstieg).

Bron: Rudolf Steiner – GA 63 – Geisteswissenschaft als Lebensgut – Berlijn, 4 december 1913 (bladzijde 167-168)

Eerder geplaatst op 19 september 2015  (3 reacties)

De weldaad van het karma (2 – slot)  

Als de mogelijkheid om boven de fouten uit te stijgen er niet zou zijn, dan zou de mens tenslotte in zijn fouten verzinken. Daarom is de weldaad van het karma gekomen. Wat betekent deze weldaad voor de mensen? Is karma iets waarvoor de mens bevreesd zou moeten zijn, waarvoor de mens zou moeten huiveren? Nee! Karma is een macht waarvoor de mens eigenlijk de wereldordening dankbaar zou moeten zijn. Want karma zegt ons: Heb je een fout begaan – God laat zich niet bespotten! Wat je gezaaid hebt, moet je ook oogsten. Deze fout veroorzaakt dat je hem verbeteren moet; dan heb je hem uit je karma verdelgd en kun je weer een stuk voorwaarts gaan. Zonder karma zou onze vooruitgang in de menselijke levensloop onmogelijk zijn. Karma bewijst ons de weldaad, dat we elke fout weer goed moeten maken, dat we alles wat wij verkeerd (Duits: rückwarts) gedaan hebben, weer teniet moeten doen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 107 – Geisteswissenschaftliche Menschenkunde – Berlijn, 22 maart 1909 (bladzijde 246)

 Eerder geplaatst op 2 januari 2015

De weldaad van het karma (1 van 2)

Met elke fout, met elke leugen, met elke illusie zetten we ons een hindernis voor de vooruitgang in de weg. We zouden steeds achteruit gaan in onze vooruitgang als we ons hindernissen in de weg zetten door dwaling en zonde, als we niet in staat zouden zijn, dwalingen en zonden te corrigeren, dat wil zeggen: we zouden in waarheid het mensendoel niet kunnen bereiken. Het zou onmogelijk zijn dat wat het mensendoel is, te bereiken als niet de tegengestelde krachten, de krachten van het karma, zouden werken. Bedenk eens, u begaat een of ander onrecht in een leven. Dit onrecht, dat u hebt begaan, betekent, als het zo in uw leven blijft staan, niet minder dan dat u de stap die u voorwaarts zou hebben gedaan, als u dat onrecht niet begaan zou hebben, verloren heeft. En met ieder onrecht zou u een stap verliezen.

 Wordt vervolgd

 Bron: Rudolf Steiner – GA 107 – Geisteswissenschaftliche Menschenkunde – Berlijn, 22 maart 1909 (bladzijde 246)

Eerder geplaatst op 1 januari 2015