Karma/Erfelijkheid (1 van 2)

Onze ziel die neerdaalt uit de geestelijke wereld wordt aangetrokken tot een ouderpaar, tot een familie, waar eigenschappen kunnen worden geërfd, die het meest verwant zijn aan de behoeften van de ziel. Maar zij zijn nooit helemaal hetzelfde als de behoeften van deze ziel. Dat is in ons lichaam niet mogelijk. Er is altijd een zeker niet-overeenstemmen tussen wat er is aan erfelijke krachten en aan wat de ziel in zichzelf heeft op grond van haar voorgaande levens. En het gaat er enkel om dat de ziel sterk genoeg is om alle in de lijn van de erfelijkheid gegeven weerstanden te overwinnen, dat het haar mogelijk is haar organisatie in de loop van het hele leven zo te vormen dat zij overwint wat niet bij haar past. Daarin zijn de mensen zeer verschillend. Er zijn zielen die door hun voorgaande levenslopen zeer sterk geworden zijn. Zulke zielen moeten nu eenmaal in het meest geschikte lichaam worden geboren, niet in het absoluut passende lichaam. Zij kan nu zo sterk zijn, dat zij alles wat niet bij haar past bij benadering overwint, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 107 – Geisteswissenschaftliche Menschenkunde – Berlijn, 26 januari 1909 (bladzijde 211)

Eerder geplaatst op 9 oktober 2014 

Gewoonten/Ziekte/Gezondheid

Een slechte gewoonte in een vorig leven is een oorzaak voor ziekte in het volgende leven, een goede gewoonte is een oorzaak voor gezondheid. […] Men kan zien hoe de aanleg van een mens voor infectieziekten op deze wijze verkregen wordt. We weten dat iemand naar alle mensen en alle plaatsen kan gaan, waar epidemieën of besmettelijke ziekten heersen, zonder dat hij gevaar loopt deze ziekten op te lopen. Een ander hoeft zogezegd maar over straat te lopen en wordt meteen aangestoken. Het hangt van zijn dispositie af of hij wordt besmet of niet. Nu weten de ingewijden zeer goed dat de aanleg, die naar infectieziekten leidt, berust op een in het voorgaande leven grote egoïstische hebzucht, die op zelfzuchtige wijze eraan denkt voor zichzelf rijkdommen te verzamelen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 97 – Das christliche Mysterium – Erkenntnisse und Lebensfrüchte der Geisteswissenschaft – Stuttgart, 14 maart 1906 (bladzijde 253)

Eerder geplaatst op 12 mei 2016 

Neigingen/Gewoonten/Gezondheid

Goede neigingen, goede gewoonten geven de aanleg voor gezondheid; verkeerde neigingen, slechte gewoonten verschijnen in een volgend leven als aanleg voor bepaalde ziekten. Het voornemen, de vaste wil om zich een slechte gewoonte af te wennen werkt in de diepere lagen van het lichaam en geeft zo de dispositie voor gezondheid. […] Niet òf men een ziekte krijgt – dat hangt van de daden af -, maar of men ertoe aangelegd is, of men er min of meer vatbaar voor is, hangt van de neigingen in voorafgaande levens af.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 28 augustus 1906 (bladzijde 68)

Eerder geplaatst op 10 mei 2014

Neigingen/Gewoonten/Gezondheid

Goede neigingen, goede gewoonten geven de aanleg voor gezondheid; verkeerde neigingen, slechte gewoonten verschijnen in een volgend leven als aanleg voor bepaalde ziekten. Het voornemen, de vaste wil om zich een slechte gewoonte af te wennen werkt in de diepere lagen van het lichaam en geeft zo de dispositie voor gezondheid. […] Niet òf men een ziekte krijgt – dat hangt van de daden af -, maar of men ertoe aangelegd is, of men er min of meer vatbaar voor is, hangt van de neigingen in voorafgaande levens af.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart 28 augustus 1906 (bladzijde 68)

Eerder geplaatst op 11 maart 2012.