Morele impulsen/Begrip voor mensen/Vooraards bestaan

De aardse menselijke moraliteit berust, als ze niet uit louter frasen of mooie redevoeringen bestaat of uit voornemens, die niet uitgevoerd worden en dergelijke, op de interesse van de ene mens in anderen, op de mogelijkheid in de andere mensen te zien (Duits: hinüberzuschauen).

De mens, die begrip voor mensen heeft, zal uit dit begrijpen van mensen de sociaalmorele impulsen ontvangen. Zodat men ook kan zeggen dat de mens alle morele leven in het aardebestaan heeft gewonnen in het vooraardse bestaan, zo gewonnen dat hem van het tesamenleven met de goden de drang blijft om een dergelijk samenleven tenminste in de ziel ook op aarde te vormen. 

En dit vormgeven van een dergelijk samenleven, zodat de ene mens met de anderen de taken op aarde, de aardemissie volbrengt, dat voert in werkelijkheid alleen tot het morele leven op aarde. We zien dus dat de liefde en het effect van de liefde, de moraliteit, ten enenmale een resultaat, een gevolg is van wat de mens in het vooraardse bestaan geestelijk heeft doorgemaakt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 15 december 1922 (bladzijde 62-63)

 Eerder geplaatst op 3 juli 2015  (11 reacties)

Een universum waarmee de grootsheid van de fysieke wereld zich in de verste verte niet kan meten

Aanschouwelijk beleven de menselijke ziel en geest in hun vooraardse bestaan de geestelijke kiem van het menselijk lichaam, waarin een waarlijk universum aanwezig is dat op zich niet minder gevarieerd en veelvormig is dan de fysieke omgeving van de zintuigen. De intuïtieve kennis kan zelfs zeggen dat wat de mens als hem onbewuste wereld in zich heeft en wat in het fysieke mensenlichaam is samengebald, een universum is waarmee de grootsheid van de fysieke wereld zich in de verste verte niet kan meten.

Bron: Rudolf Steiner – GA 025 –  Drei Schritte der Anthroposophie:  Philosophie, Kosmologie, Religion –  Dornach, 11 september 1922 (bladzijde 49-50)

Deze vertaling is van Michel Gastkemper.

Ik plaatste dit citaat eerder in mijn eigen vertaling op 13 januari 2014 en 4 december 2011.

Een zwakke afspiegeling

Wat we in het vooraardse bestaan in samenwerking met de wezens van de hogere hiërarchieën beleven, laat voor ons aardeleven in zekere zin in ons een erfdeel achter, een zwakke schaduw van dit samenleven met de wezens van de hogere hiërarchieën. Zouden we tussen dood en nieuwe geboorte dit samenleven met de wezens van de hogere hiërarchieën niet hebben, dan konden we hier op aarde niet de kracht van de liefde ontvouwen. Want wat we hier op aarde als de kracht van de liefde ontwikkelen, is weliswaar maar een zwakke afspiegeling, een schaduw van het samenleven met de geestwezens van de hogere hiërarchieën tussen de dood en een nieuwe geboorte, maar het is toch een weerspiegeling, een schaduw van dit samenleven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 15 december 1922 (bladzijde 61-62)

Eerder geplaatst op 29 juni 2017

Een zwakke afspiegeling

Wat we in het vooraardse bestaan in samenwerking met de wezens van de hogere hiërarchieën beleven, laat voor ons aardeleven in zekere zin in ons een erfdeel achter, een zwakke schaduw van dit samenleven met de wezens van de hogere hiërarchieën. Zouden we tussen dood en nieuwe geboorte dit samenleven met de wezens van de hogere hiërarchieën niet hebben, dan konden we hier op aarde niet de kracht van de liefde ontvouwen. Want wat we hier op aarde als de kracht van de liefde ontwikkelen, is weliswaar maar een zwakke afspiegeling, een schaduw van het samenleven met de geestwezens van de hogere hiërarchieën tussen de dood en een nieuwe geboorte, maar het is toch een weerspiegeling, een schaduw van dit samenleven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 15 december 1922 (bladzijde 61-62)

Morele impulsen/Begrip voor mensen/Vooraards bestaan

De aardse menselijke moraliteit berust, als ze niet uit louter frasen of mooie redevoeringen bestaat of uit voornemens, die niet uitgevoerd worden en dergelijke, op de interesse van de ene mens in anderen, op de mogelijkheid in de andere mensen te zien (Duits: hinüberzuschauen).

De mens, die begrip voor mensen heeft, zal uit dit begrijpen van mensen de sociaalmorele impulsen ontvangen. Zodat men ook kan zeggen, dat de mens alle morele leven in het aardebestaan heeft gewonnen in het vooraardse bestaan, zo gewonnen dat hem van het tesamenleven met de goden de drang blijft om een dergelijk samenleven tenminste in de ziel ook op aarde te vormen. En dit vormgeven van een dergelijk samenleven, zodat de ene mens met de anderen de taken op aarde, de aardemissie volbrengt, dat voert in werkelijkheid alleen tot het morele leven op aarde. We zien dus, dat de liefde en het effect van de liefde, de moraliteit, ten enenmale een resultaat, een gevolg is van wat de mens in het vooraardse bestaan geestelijk heeft doorgemaakt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 15 december 1922 (bladzijde 62-63)

Geplaatst bij WordPress op 6 november 2013