Pijn / Verdriet / Wijsheid

De grootste wijsheid wordt verkregen door het geduldig verdragen van pijn en verdriet. Het schenkt wijsheid in een volgende incarnatie. Wie bang is voor het leven en vlucht voor gevoelens van pijn en verdriet omdat hij deze niet kan verdragen, is niet in staat de grondslag te leggen voor wijsheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 99 – Die Theosophie des Rosenkreuzers – München, 30 mei 1907 (bladzijde 67-68)

Vertaling: Gerrit Zunneberg, overgenomen uit De theosofie van de Rozenkruisers

2c15d2f7-9011-44ce-a312-ea995f4f0c1e

Eerder geplaatst  op 6 maart 2018  (1 reactie)

Oordeelsvermogen / Herinnering in de volgende incarnatie

Om werkelijk te laten komen wat komen moet, namelijk dat in de volgende incarnaties een voldoende aantal mensen zich de huidige incarnatie herinnert, dan moeten voorzorgen genomen worden. Ontwikkel dus uw oordeelsvermogen, dan bent u een kandidaat om in de volgende incarnatie uw huidige incarnatie te herinneren. Zorg ervoor de wereld te kunnen volgen met gedachten. Want, al kunt u nog zo veel zien op visionaire wijze, het zal u niet helpen bij het terug herinneren van de huidige incarnatie.

Antroposofie is er echter om datgene voor te bereiden wat noodzakelijk moet komen: dat er een voldoende aantal mensen zijn die nu werkelijk vanuit eigen weten terug kunnen zien op deze incarnatie. Hoe velen er in deze incarnatie toe komen om het geesteswetenschappelijke weten te laten samengaan met helderziende vermogens, dat hangt van het karma van het individu af.

Er zitten hier zeker velen van wie het karma zo is dat ze in deze incarnatie er niet in slagen de wereld helderziend te doorzien. Maar allen die zich dat verwerven wat in de werkelijke geesteswetenschap zo wordt gegeven dat het in de vorm van het denken wordt gekleed, die zullen in de volgende incarnatie de vruchten daarvan hebben, want ze hebben zich de grondslagen eigen gemaakt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 117 – Die tieferen Geheimnisse des Menschheitswerdens im Lichte der Evangelien – Stuttgart, 13 november 1909 (bladzijde 95-96)

Eerder geplaatst op 10 februari 2018  (4 reacties)

Rudolf Steiner-1

Wat het oog ziet, is van groot gewicht

Veel mensen geloven dat het materialisme van onze moderne tijd voortkomt uit het feit dat zo veel materialistische geschriften gelezen worden. Maar de occultist weet dat dit slechts een geringe invloed heeft. Wat het oog ziet, is van veel groter gewicht, want het heeft invloed op processen in de ziel, die min of meer in het onbewuste verlopen. Dit heeft een bij uitstek praktisch belang. […]  Waar in de uiterlijke vorm ziel is, daar stromen ook de zielekrachten over op wie het ziet en bekijkt. […] De antroposofische opvoedkunst zal er opmerkzaam op maken dat wat het oog ziet, de mensen diep beïnvloedt. […] De geesteswetenschapper weet hoeveel ervan afhangt in wat voor vormenwereld de mens leeft. […]

Rondom het midden van de Middeleeuwen ontstond langs de Rijn die merkwaardige religieuze beweging die men de Duitse Mystiek noemt. Een ontzaglijke verdieping en verinnerlijking ging van de leidende geesten van de christelijke mystiek uit, van Meester Eckhart, Tauler, Suso, Ruysbroek en anderen, die men “papen” noemde. In de dertiende en veertiende eeuw had de naam “paap” nog niet de betekenis van tegenwoordig, het was nog iets eerbiedwaardigs. Men noemde de Rijn in die tijd de “grote papensteeg van Europa”. En weet u waar deze grote verdieping en verinnerlijking van het menselijk gemoed, deze vrome gevoelens, die een innige vereniging met de goddelijke wezenskrachten zochten, opgewekt zijn? Ze zijn opgewekt in de gotische kathedralen met hun spitse gewelven, pilaren en zuilen. Dat heeft deze zielen opgevoed. Zo sterk werkt het wat wordt gezien. Wat de mens ziet, wat in zijn ziel gegoten is vanuit zijn omgeving, dat wordt in hem een kracht. Daarnaar vormt hij zichzelf – tot in zijn volgende incarnatie. […]

Een bouwstijl wordt niet uitgevonden, hij wordt in een tijd geboren vanuit de grote gedachten van de ingewijden; zij laten het instromen in de wereld. De bouwwerken ontstaan, ze werken op de mensen; de menselijke zielen nemen in zich iets op van de in deze vormen levende spirituele kracht. Dat wat de ziel opgenomen heeft door het aanschouwen van de bouwvormen – bijvoorbeeld de gotiek – dat treedt naar voren in de stemming van de zielen: innige zielen ontstaan, die naar het hogere opkijken. Een paar eeuwen geleden hebben mensen wat in de gotische stijl leefde, in zich opgenomen.

En nu volgen we deze mensen enige eeuwen verder, die in de ziel de kracht van deze bouwkundige vormen opgenomen hebben – ze tonen nu in hun volgende incarnatie de uitdrukking van deze innerlijke gemoedstoestand in hun fysionomie, in hun gezichten. De zielen van de mensen hebben de gezichten gevormd. Zo ziet men waarom zulke kunsten beoefend worden. Ver, ver vooruit in de verre toekomst zien de ingewijden. Daarom vormen ze in een bepaalde tijd uiterlijke kunstvormen, architectonische stijlen in het groot. Zo wordt in de mensenzielen de kiem voor toekomstige mensheidstijdperken gelegd.

Bron: Rudolf Steiner – GA 101 – Mythen und Sagen/Okkulte Zeichen und Symbole – Stuttgart, 14 september 1907 (bladzijde 158-160)

Eerder geplaatst op 27 september 2016 (4 reacties)

Oud en rimpelig

Liefde voor alle wezens, sympathie-ontwikkeling zorgt voor een jeugdig blijvend fysiek lichaam. Een van haat vervuld leven dat vol antipathie voor andere wezens is, dat op iedereen kritiseert en moppert en zich overal van terug zou willen trekken, bewerkt door deze neigingen een lichaam dat vroeg veroudert en rimpels krijgt. Zo dragen de neigingen en hartstochten van een leven zich over op het fysieke lichaam van de volgende incarnatie.

Bron: Rudolf Steiner – GA 99 – Die Theosophie des Rosenkreuzers – München, 30 mei 1907 (bladzijde 66-67)

Eerder geplaatst op 26 mei 2016

Tussen inslapen en ontwaken

Een ontzaglijke rijkdom aan menselijk leven verloopt voor het normale menselijke bestaan in deze onbewuste toestand tussen inslapen en ontwaken. Er gebeurt ontzettend veel. En wat direct opvalt in dit slaapleven, is dat het slaapleven een veel actiever leven is dan het leven tussen waken en slapen. […]

Alles wat we tijdens de dag beleven wordt ’s nachts verwerkt, zodat we als het ware lessen daaruit leren zoals we het nodig hebben voor onze volgende leven over de dood heen tot in de volgende incarnatie. We zijn onze eigen profetische verwerkers van ons leven, als we in slaap vallen. Dit slaapleven is diep raadselachtig omdat het veel inniger samenhangt met wat we beleven dan dat het samenhangen kan met het uiterlijke bewustzijn.

Maar we verwerken het allemaal onder het gezichtspunt van zijn vruchtbaarheid voor het volgende leven. Wat we van onszelf maken kunnen door wat we ervaren hebben, daar is onze arbeid op gericht in de tijd tussen inslapen en wakker worden. Als we in de ziel energieker, krachtiger worden of wanneer we onszelf verwijten hebben te maken -, we verwerken het wat we op deze manier ervaren, zodat het  levensvrucht wordt. Hieruit ziet u, mijn beste vrienden, dat dit leven tussen inslapen en wakker worden echt enorm belangrijk is, dat het diep ingrijpt in het hele mensenraadsel.

Bron: Rudolf Steiner – GA 157a – Schicksalsbildung und Leben nach dem Tode – Berlijn, 16 november 1915 (bladzijde 23/25)