Enkele opmerkingen over voeding

Over het algemeen zou men slechts matig moeten eten. Vasten, wanneer het niet wordt overdreven in ascetische eenzijdigheid is aan te bevelen.

Eiwitrijke voeding versterkt de seksuele driften en maakt ze moeilijk te beheersen. Suiker bevordert de zelfstandigheid maar ook het egoïsme. Specerijen, vooral peper en zout zouden bij neiging tot woede moeten worden vermeden. Als er een neiging tot gemakzucht en luiheid is, moet slechts weinig stikstofrijke voeding, maar rijkelijk groente en fruit genoten worden. 

Bij een neiging tot afgunst, jaloezie en valsheid (Duits: Hinterlist) moeten komkommers, pompoenen en andere slingerplanten vermeden worden. Bij sentimentaliteit (Duits: Gefühlschwärmerei) moeten vooral meloenen worden vermeden. Overvloedige appelconsumptie versterkt bij bepaalde mensen de heerszucht en leidt vaak tot wreedheid en bestialiteit. Kersen en aardbeien zijn door hun hoog ijzergehalte niet voor iedereen heilzaam. Meer gunstig zijn wel bananen, dadels en vijgen. Hazelnoten versterken het denken. Alle andere noten zijn minder waardevol, pinda’s moeten helemaal worden vermeden.

Bron: Anthrowiki – Der Einfluss der Ernährung auf die Seelentätigkeit (Lit.: GA 266a, S. 558ff)

Rudolf Steiner – GA 266a – Aus  den  Inhalten der  esoterischen  Stunden – Gedächtnisaufzeichnungen von  Teilnehmern Band  I:  1904  – 1909 (bladzijde 558-559)

aacdaa31-9ccd-4c5a-aa76-86fe107452a7_shutterstock_553662235_groente_kleurrijk

Eerder geplaatst op 22 april 2017  (10  reacties)

Eten in de toekomst

In de verre toekomst zal de mens op een hogere, spirituele trap iets hebben, wat het dier op een lagere trap heeft, als het over de weide loopt en de planten, die juist voor hem goed zijn, plukt en de andere laat staan. Een onbewust instinct, dat wil zeggen in werkelijkheid hogere geesten, leiden het dier. Op bewuste wijze zal de mens in de toekomst de planten nemen die goed voor hem zijn; niet zoals tegenwoordig waarbij hij nadenkt wat de beste substantie voor zijn lichaam is, maar een levendige verhouding zal hij hebben tot elke afzonderlijke plant, want hij zal weten dat wat de planten hebben geabsorbeerd ook als zodanig in hem overgaat. Het eten zal niet een nederige bezigheid zijn voor hem, maar iets wat met ziel en geest gedaan wordt, omdat hij zal weten dat alles wat hij eet de uiterlijke vorm van ziel en geest is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 105 – Welt, Erde und Mensch – Stuttgart, 6 augustus 1908 (bladzijde 58)

Eerder geplaatst op 13 mei 2016

Het komt er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerking zijn gedachten hebben

Het komt niet op de theorieën aan, maar op de denkgewoonten. De waarlijk praktische mens komt het er niet op aan wat iemand denkt, maar wat voor uitwerking zijn gedachten hebben. Daar komt het op aan. Of iemand idealist is of niet, daar komt het niet op aan, maar voor het leven is het van belang of iemand vruchtbare gedachten heeft die zo zijn, dat het leven gedijt en vooruitgaat. Juist dat mag niet veronachtzaamd worden, dat antroposofie ook op het gebied van voeding en gezondheid niets van doen heeft met een dogma, met een of ander geloof. Iemand mag nog zo zeer de meest spirituele theorieën bepleiten: daar komt het niet op aan, maar of deze gedachten vruchtbaar zijn, wanneer hij ze in het leven toepast. Als dus iemand zegt, hij is geen materialist, hij gelooft aan de levenskracht, ja zelfs aan een hogere geest, maar bij voedingsvraagstukken nog steeds te werk gaat alsof de mens een groot destilleervat is, dan kan zijn wereldbeschouwing niet vruchtbaar worden. Alleen dan heeft de antroposofie over deze concrete vragen wat te zeggen, als zij zelf tot in de details licht kan werpen, en dat kan zij zowel met betrekking tot de voedingswijze als wel met betrekking tot gezondheidsvraagstukken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 057 – Wo und wie findet man den Geist? – Berlijn, 17 december 1908 (bladzijde 172-173)

Eerder geplaatst op 2 augustus 2013

Enkele opmerkingen over voeding

Over het algemeen zou men slechts matig moeten eten. Vasten, wanneer het niet wordt overdreven in ascetische eenzijdigheid is aan te bevelen.

Eiwitrijke voeding versterkt de seksuele driften en maakt ze moeilijk te beheersen. Suiker bevordert de zelfstandigheid maar ook het egoïsme. Specerijen, vooral peper en zout zouden bij neiging tot woede moeten worden vermeden. Als er een neiging tot gemakzucht en luiheid is, moet slechts weinig stikstofrijke voeding, maar rijkelijk groente en fruit genoten worden.

Bij een neiging tot afgunst, jaloezie en valsheid (Duits: Hinterlist) moeten komkommers, pompoenen en andere slingerplanten vermeden worden . Bij sentimentaliteit (Duits: Gefühlschwärmerei) moeten vooral meloenen worden vermeden. Overvloedige appelconsumptie versterkt bij bepaalde mensen de heerszucht en leidt vaak tot wreedheid en bestialiteit. Kersen en aardbeien zijn door hun hoog ijzergehalte niet voor iedereen heilzaam. Meer gunstig zijn wel bananen, dadels en vijgen. Hazelnoten versterken het denken. Alle andere noten zijn minder waardevol, pinda’s moeten helemaal worden vermeden.

Bron: Anthrowiki – Der Einfluss der Ernährung auf die Seelentätigkeit (Lit.: GA 266a, S. 558ff)

Eerder geplaatst op 16 april 2016

Voedsel voor de doden

Waarvan een tijd (Duits: eine Zeitlang) na de dood de gestorvenen hun voeding halen (Duits: ziehen), dat zijn de voorstellingen, de gevoelens, de onbewuste gewaarwordingen en gevoelens, die de mensen hier op aarde in de slaap overdragen. Voor de doden is het een zeer groot verschil of ergens mensen slapen, die zich tijdens hun waakleven slechts vullen met louter materialistische gevoelens en ideeën en deze in de slaap overdragen en bij het inslapen doordrongen zijn van de nawerkingen van dit materialisme, of dat ergens mensen slapen, die zich tijdens het waken geheel en al doordrongen hebben met geestelijke voorstellingen en die ook gedurende de slaap nog ervan doordrongen zijn.

Als een dorre ondergrond die geen voedingsmiddelen bevat en waarop de mensen zouden moeten verhongeren, zich verhoudt tot een vruchtbaar gebied dat de mensen voedsel biedt, zo verhoudt zich voor de gestorvenen een groep van mensen die met een materialistische gezindheid slaapt, tot een groep van mensen die met spirituele ideeën slaapt.

Want uit het vervuld zijn van de zielen die hier op aarde slapen met geestelijke begrippen, krijgen de doden vooreerst vele jaren na de dood levenskracht, die vergelijkbaar is, alleen geestelijk, alleen in het geestelijke omgezet, met wat we als fysieke mensen uit de ons voeding gevende wezens van de onder ons staande natuurrijken krijgen. In letterlijke zin maken we ons tot een vruchtbare bodem voor de doden, als we ons vervullen met begrippen die voor ons van de geesteswetenschap komen. En we maken ons tot een dorre akker waardoor de doden verhongeren, als we ons tot slapers met materialistische ideeën en gezindheid maken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 154 – Wie erwirbt man sich Verständnis für die geistige Welt? – Bazel, 5 mei 1914 (bladzijde 49-50)