De mens kan wat hij moet; en als hij zegt: ik kan niet, dan wil hij niet.

Ik heb hier enige tijd geleden een uitspraak van Fichte geciteerd: ‘De mens kan wat hij moet; en als hij zegt: ik kan niet, dan wil hij niet.’ Dat is een zeer belangrijke uitspraak, vóór alles een uitspraak, die de moderne mens absoluut als een richtlijn voor zichzelf behoeft. Want de moderne mens mag niet lui op bed gaan liggen (Duits: aufs Faulbett legen) en tegenover bepaalde vereisten zeggen: ‘Dat kan ik niet.’

Het ligt in de natuur van de moderne mens dat hij veel meer kan, dan hij zichzelf vaak aanpraat, en dat “genie” voor hem steeds meer en meer een resultaat van vlijt moet zijn. Maar men moet zich het geloof in deze vlijt kunnen verwerven. Men moet in zekere zin elke gedachte elimineren dat men het een of ander dat men moet, niet zou kunnen. Men moet zich altijd voor ogen houden, hoe oneindig het voor de hand ligt om te verklaren dat men iets niet zou kunnen, omdat het iemand te lastig is om te proberen het te doen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 190 – Vergangenheits- und Zukunftsimpulse im sozialen Geschehen – Dornach, 30 maart 1919 (bladzijde 107)

Eerder geplaatst op 27 augustus 2015  (7 reacties)

Zo waar er niets zonder oorzaak is, even zo waar is er niets zonder gevolg

Zo waar er niets zonder oorzaak is, even zo waar is er niets zonder gevolg. Ook al word ik in nood en ellende geboren, ook al heb ik weinig talenten: wat ik ook doe zal zijn werking hebben, en wat ik mijzelf bijbreng door vlijt en moraliteit, zal zeker een werking uitoefenen op volgende levens. Het kan mij bedrukken dat ik mijn lotsbestemming zelf verdiend heb, maar evenzeer kan het mij verheffen dat ik zelf kan timmeren aan mijn toekomstig leven. Wie deze wet in zijn denken en voelen opneemt, zal zien wat voor een kracht en zekerheid in het leven hij wint. Het is niet zo belangrijk dat men deze wet tot in de details doorgrondt, dat komt pas op de hogere trappen van het helderziende inzicht. Veel belangrijker is het dat men in de zin van deze wet de wereld bekijkt en ernaar leeft. Doet men dat in alle ernst jaar na jaar, dan zal deze wet zich vanzelf in het gevoel nestelen. Haar waarheidsgehalte wordt duidelijk door ze toe te passen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 27 augustus 1906 (bladzijde 60)

Eerder geplaatst op 19 juni 2013

De mens kan wat hij moet; en als hij zegt: ik kan niet, dan wil hij niet

Ik heb hier enige tijd geleden een uitspraak van Fichte geciteerd: ‘De mens kan wat hij moet; en als hij zegt: ik kan niet, dan wil hij niet.’ Dat is een zeer belangrijke uitspraak, vóór alles een uitspraak, die de moderne mens absoluut als een richtlijn voor zichzelf behoeft. Want de moderne mens mag niet met zijn luie reet op bed gaan liggen (Duits: aufs Faulbett legen) en tegenover bepaalde vereisten zeggen: ‘Dat kan ik niet.’ – Het ligt in de natuur van de moderne mens dat hij veel meer kan, dan hij zichzelf vaak aanpraat, en dat “genie” voor hem steeds meer en meer een resultaat van vlijt moet zijn. Maar men moet zich het geloof in deze vlijt kunnen verwerven. Men moet in zekere zin elke gedachte elimineren, dat men het een of ander dat men moet, niet zou kunnen. Men moet zich altijd voor ogen houden, hoe oneindig het voor de hand ligt om te verklaren dat men iets niet zou kunnen, omdat het iemand te lastig is om te proberen het te doen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 190 – Vergangenheits- und Zukunftsimpulse im sozialen Geschehen – Dornach, 30 maart 1919 (bladzijde 107)

Eerder geplaatst op 12 januari 2014

De mens kan wat hij moet; en als hij zegt: ik kan niet, dan wil hij niet.

Ik heb hier enige tijd geleden een uitspraak van Fichte geciteerd: ‘De mens kan wat hij moet; en als hij zegt: ik kan niet, dan wil hij niet.’ Dat is een zeer belangrijke uitspraak, vóór alles een uitspraak, die de moderne mens absoluut als een richtlijn voor zichzelf behoeft. Want de moderne mens mag niet met zijn luie reet op bed gaan liggen (Duits: aufs Faulbett legen) en tegenover bepaalde vereisten zeggen: ‘Dat kan ik niet.’ – Het ligt in de natuur van de moderne mens dat hij veel meer kan, dan hij zichzelf vaak aanpraat, en dat “genie” voor hem steeds meer en meer een resultaat van vlijt moet zijn. Maar men moet zich het geloof in deze vlijt kunnen verwerven. Men moet in zekere zin elke gedachte elimineren, dat men het een of ander dat men moet, niet zou kunnen. Men moet zich altijd voor ogen houden, hoe oneindig het voor de hand ligt om te verklaren dat men iets niet zou kunnen, omdat het iemand te lastig is om te proberen het te doen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 190 – Vergangenheits- und Zukunftsimpulse im sozialen Geschehen – Dornach, 30 maart 1919 (bladzijde 107)

Zo waar er niets zonder oorzaak is, even zo waar is er niets zonder gevolg

Zo waar er niets zonder oorzaak is, even zo waar is er niets zonder gevolg. Ook al word ik in nood en ellende geboren, ook al heb ik weinig talenten: wat ik ook doe zal zijn werking hebben, en wat ik mijzelf bijbreng door vlijt en moraliteit, zal zeker een werking uitoefenen op volgende levens. Het kan mij bedrukken dat ik mijn lotsbestemming zelf verdiend heb, maar evenzeer kan het mij verheffen dat ik zelf kan timmeren aan mijn toekomstig leven. Wie deze wet in zijn denken en voelen opneemt, zal zien wat voor een kracht en zekerheid in het leven hij wint. Het is niet zo belangrijk dat men deze wet tot in de details doorgrondt, dat komt pas op de hogere trappen van het helderziende inzicht. Veel belangrijker is het dat men in de zin van deze wet de wereld bekijkt en ernaar leeft. Doet men dat in alle ernst jaar na jaar, dan zal deze wet zich vanzelf in het gevoel nestelen. Haar waarheidsgehalte wordt duidelijk door ze toe te passen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart 27 augustus 1906 (bladzijde 60)

Dit citaat plaatste ik eerder op 6 april 2011.