Het karma betreft niet alleen de individuele mens

We moeten niet alleen bij individuele mensen van karma spreken; de mens mag zich niet als afzonderlijk wezen beschouwen, dat zou heel fout zijn, net zo fout als wanneer de afzonderlijke vinger van onze hand zich als een afzonderlijk wezen zou willen voelen. Even ver als de vinger zou komen, als hij zich van het organisme zou willen afzonderen, zou de mens komen als hij enkele mijlen boven de aarde zou willen opstijgen. 

Daarom is de mens, als hij in de geesteswetenschap doordringt, wel genoodzaakt om aan de hand van deze kennis in te zien dat hij zich niet aan de illusie mag overgeven op zichzelf als afzonderlijk wezen te kunnen bestaan. Zo is het in de fysieke wereld en nog veel meer in de geestelijke wereld. De mens behoort tot de gehele wereld en heeft ook zijn lot in het geheel. Het karma betreft niet alleen de individuele mens, maar het beïnvloedt ook het leven van hele volken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – THEOSOPHIE UND ROSENKREUZERTUM – Kassel, 22 juni 1907 (bladzijde 86-87)

Zie ook: Over karma en besmettelijke ziekten

mark

Eerder geplaatst op 30 april 2017  (5 reacties)

Na de dood

Een ziel met wie de overledene bekend wordt, leert de overledene net zo kennen, alsof hij zelf binnen in deze ziel zou zijn. Na de dood wordt men met een ziel zo vertrouwd, zoals hier met de eigen vinger of met het hoofd of met het oor: men voelt zich er binnen. Het is een veel intiemere verhouding dan het hier op aarde zijn kan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 182 – Der Tod als Lebenswandlung – Neurenberg, 10 februari 1918 (bladzijde 41)

Eerder geplaatst op 1 december 2016   (2 reacties)

Er is geen slechtere frase dan deze

Er is geen slechtere frase dan deze: ‘Men hoeft slechts in zichzelf naar binnen te kijken.’ Daar vindt men echter alleen maar het lagere zelf. Men moet met liefde buiten zich zoeken en men zal vinden. Ik heb mensen gekend die zeiden: ‘Wat heb ik nodig? Ik heb helemaal niets nodig, want ik ben Atma (ziel).’ – En hoewel ze dan ook voortdurend ‘Atma, ik ben Atma’ zeggen, brengen ze het zich niet in het bewustzijn, omdat ze van Atma niet meer weten dan dat het woord vier letters heeft. Dat in zichzelf zien leidt slechts tot afsluiting.

We zijn niets dan een deel van de wereld. De vinger is alleen vinger doordat hij aan het lichaam blijft; scheidt u hem van het organisme, dan is hij niet meer vinger. De vinger scheidt zich niet van het organisme; maar de mens is zo “slim” om te geloven dat hij zich van de aarde zou kunnen losmaken, hoewel men hem slechts een paar kilometer boven de aarde hoeft te brengen, en hij vergaat. […] Het is de grootste vergissing de god in zichzelf te willen vinden. Van zichzelf loskomen door het zich verdiepen in alle details van de wereld, dat is het juiste. Wie zich toelegt op liefde en deemoed, vindt de godzaligheid, terwijl hij die god in zichzelf zoekt, verhardt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 98 – Natur- und Geistwesen- ihr Wirken in unserer sichtbaren Welt – Wenen, 7 november 1907 (bladzijde 38-39)

Eerder geplaatst op 3 september 2014

Karma – Moraal – Egoïsme (3 van 5)

Eén ding zal namelijk steeds meer en meer duidelijk worden voor alle mensen, als zij antroposofie opnemen, dat er in de zin van hogere oorzaken helemaal geen geheel afzonderlijke menselijke individualiteiten bestaan, maar dat naast de afzonderlijke individualiteiten het gehele mensengeslacht een eenheid vertegenwoordigt. En steeds meer zal men erkennen dat eigenlijk in de zin van een ware wereldbeschouwing de vinger verstandiger is dan de gehele mens, want hij beeldt zich niet in iets te zijn zonder het gehele menselijke organisme, waartoe hij behoort. In zijn doffe bewustzijn weet hij, dat hij niet bestaan kan zonder het totale organisme. De mensen geven zich echter voortdurend aan illusies over. Ze geloven afgezonderd te zijn door datgene wat in de huid is besloten. Dat zijn ze net zomin als de vinger iets is zonder het gehele organisme. De oorzaak van deze illusie is dat de mens rondwandelen kan en de vinger niet. Wij zijn ten opzichte van de aarde in dezelfde situatie als de vinger ten opzichte van ons organisme.

De wetenschap, die gelooft dat onze aarde een gloeiende kogel is met een harde schaal eromheen, waarop de mensen rondwandelen, die gelooft daarmee de aarde te hebben verklaard, deze wetenschap staat op dezelfde hoogte als een wetenschap die zou geloven dat de mens in wezen niets meer is als zijn beenderstelsel, dat hij uit niets anders dan een zak met beenderen zou bestaan. Want wat gezien wordt van de aarde is hetzelfde als het skelet bij mensen. Het andere wat bij de aarde behoort is van bovenzinnelijke natuur. De aarde is een werkelijk organisme, een werkelijk levend wezen. Als men zich de mens als levend wezen voorstelt, kan men zich zijn bloed voorstellen met de rode en witte bloedlichaampjes: deze kunnen zich slechts in het gehele menselijke organisme ontwikkelen en zo datgene zijn wat ze zijn. Wat deze rode en witte bloedlichaampjes voor de mensen zijn, dat zijn wij mensen voor het aarde-organisme. Wij behoren volkomen aan het aarde-organisme toe, wij zijn een deel van het gehele aardeleven, en wij beschouwen onszelf alleen juist, als wij zeggen: Als afzonderlijke mens zijn wij niets, wij zijn pas volledig als wij ons inleven in de aarde, waarvan wij slechts het skelet, de minerale schaal beschouwen, zolang wij niet de geestelijke zijde van dit aarde-organisme onderkennen.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Bedeutung der Geistesforschung für das sittliche Handeln – Bielefeld, 6 maart 1911 (bladzijde 127-128)

Eerder geplaatst op 9 december 2015

Het karma betreft niet alleen de individuele mens

We moeten niet alleen bij individuele mensen van karma spreken; de mens mag zich niet als afzonderlijk wezen beschouwen, dat zou heel fout zijn, net zo fout als wanneer de afzonderlijke vinger van onze hand zich als een afzonderlijk wezen zou willen voelen. Even ver als de vinger zou komen, als hij zich van het organisme zou willen afzonderen, zou de mens komen als hij enkele mijlen boven de aarde zou willen opstijgen.

Daarom is de mens, als hij in de geesteswetenschap doordringt, wel genoodzaakt om aan de hand van deze kennis in te zien, dat hij zich niet aan de illusie mag overgeven op zichzelf als afzonderlijk wezen te kunnen bestaan. Zo is het in de fysieke wereld en nog veel meer in de geestelijke wereld. De mens behoort tot de gehele wereld en heeft ook zijn lot in het geheel. Het karma betreft niet alleen de individuele mens, maar het beïnvloedt ook het leven van hele volken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – THEOSOPHIE UND ROSENKREUZERTUM – Kassel, 22 juni 1907 (bladzijde 86-87)

Eerder geplaatst op 22 april 2016