Welvaart en welzijn

Er zijn veel zielen in onze tijd die geloven dat alleen door materiële middelen en materiële maatregelen menselijke welvaart en menselijk welzijn in ons barre (Duits: zerklüftetes) leven weer zouden kunnen komen, en die het geloof en het vertrouwen verloren hebben in de zegerijke kracht van de spiritualiteit. De praktijk leert echter dat de geest de kracht heeft om verborgen vreugden en toewijding in de mensenziel te brengen; het leert ons dat, als we steeds meer en meer in staat zullen zijn het brood van het geestelijke leven in onze tijd aan te reiken, er mensenzielen zullen zijn die dit brood graag tot zich willen nemen. Spiritualiteit heeft een overwinnende kracht.

Bron: Rudolf Steiner – GA 113 – Der Orient im Lichte des Okzidents/Die Kinder des Luzifer und die Brüder Christi – München, 23 augustus 1909 (bladzijde 18)

De mensen hebben over het algemeen groot vertrouwen in hun eigen inzichten

De mensen hebben over het algemeen groot vertrouwen in hun eigen inzichten. Zo heeft zelfs eens een filosoof de uitspraak gedaan: ‘Geef mij materie en ik vorm daaruit een heelal!’ Dat zei Kant. Het is maar goed, dat men hem geen materie heeft gegeven, want hij zou er iets afschuwelijks van hebben gemaakt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 231 – Der übersinnliche Mensch anthroposophisch erfaßt – Den Haag, 17 november 1923 (bladzijde 101)

Vertaling door M. Macintosh, overgenomen uit Rudolf Steiner – Tussen dood en nieuwe geboorte – 1979 Uitgeverij Vrij Geestesleven Zeist (bladzijde 99)

Eerder geplaatst op 19 januari 2017

Vertrouwen

Vertrouwen, dat moet de belangrijkste sociale gezindheid (Duits: Sozialmotiv) van de toekomst zijn. De mensen moeten op elkaar kunnen bouwen. Anders gaan de dingen niet vooruit. Wat ik nu gezegd heb, schijnt voor wie voldoende is ingewijd in bovenzinnelijke aangelegenheden, zo’n vanzelfsprekendheid dat hij zeggen moet: Of dit gebeurt of de mensheid gaat naar de afgrond. Een derde mogelijkheid is er wat dit betreft niet.

Men kan wel zeggen dat men zich niet kan voorstellen dat een sociale orde op een algemeen vertrouwen gebaseerd wordt. Daarop is slechts te antwoorden: Goed, als u zich dat niet kunt voorstellen, dan moet u zich meteen ook maar voorstellen: De mensheid moet in het moeras wegzinken. – Deze dingen zijn nu eenmaal ernstig en ze moeten dan ook ernstig genomen worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 196 – Geistige und soziale Wandlungen in der Menschheitsentwickelung – Dornach, 17 januari 1920 (bladzijde 75)

Eerder geplaatst op 11 september 2016

De mensen hebben over het algemeen groot vertrouwen in hun eigen inzichten

De mensen hebben over het algemeen groot vertrouwen in hun eigen inzichten. Zo heeft zelfs eens een filosoof de uitspraak gedaan: ‘Geef mij materie en ik vorm daaruit een heelal!’ Dat zei Kant. Het is maar goed, dat men hem geen materie heeft gegeven, want hij zou er iets afschuwelijks van hebben gemaakt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 231 – Der übersinnliche Mensch anthroposophisch erfaßt – Den Haag, 17 november 1923 (bladzijde 101)

Vertaling door M. Macintosh, overgenomen uit Rudolf Steiner – Tussen dood en nieuwe geboorte – 1979 Uitgeverij Vrij Geestesleven Zeist (bladzijde 99)

Vertrouwen

Vertrouwen, dat moet de belangrijkste sociale gezindheid (Duits: Sozialmotiv) van de toekomst zijn. De mensen moeten op elkaar kunnen bouwen. Anders gaan de dingen niet vooruit. Wat ik nu gezegd heb, schijnt voor wie voldoende is ingewijd in bovenzinnelijke aangelegenheden, zo’n vanzelfsprekendheid dat hij zeggen moet: Of dit gebeurt of de mensheid gaat naar de afgrond. Een derde mogelijkheid is er wat dit betreft niet.

Men kan wel zeggen dat men zich niet kan voorstellen dat een sociale orde op een algemeen vertrouwen gebaseerd wordt. Daarop is slechts te antwoorden: Goed, als u zich dat niet kunt voorstellen, dan moet u zich meteen ook maar voorstellen: De mensheid moet in het moeras wegzinken. – Deze dingen zijn nu eenmaal ernstig en ze moeten dan ook ernstig genomen worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 196 – Geistige und soziale Wandlungen in der Menschheitsentwickelung – Dornach, 17 januari 1920 (bladzijde 75)