Erfelijke belasting (1 van 3)  

Men hoort tegenwoordig geen woord vaker dan het woord “erfelijke belasting”. Hoe zou iemand die vandaag de dag niet minstens elke week drie of vier keer het woord “erfelijke belasting” in de mond neemt als een ontwikkeld mens kunnen worden beschouwd? Een geschoold mens moet toch op zijn minst weten dat de geleerde geneeskunde vastgesteld heeft wat erfelijke belasting in het mensenleven betekent! Wie niet kan zeggen, als hier of daar iemand niets met zichzelf weet te beginnen, dat de betrokken persoon erfelijk belast is, die is niet een goed opgeleid mens, maar iets anders, wellicht ook een antroposoof.

Dit is waar de huidige wetenschap begint zich niet alleen theoretisch te vergissen, maar waar ze begint het leven te schaden. Hier is de grens waar de theoretische benadering de moraliteit benadert, waar het immoreel is om een onjuiste theorie te hebben. Hier hangt de levenskracht, de levenszekerheid ervan af om juist het ware te weten. Wie zich versterkt en krachtig maakt vanuit een juiste geestelijke visie in zijn ziel, doordat hij zichzelf een levenselixer toevoegt, waartoe zal hij in staat zijn?

Wat hij ook mag hebben geërfd, het is erfelijkheid in het fysieke lichaam, of hooguit in het etherische lichaam. Door zijn juiste levensbeschouwing zal hij zich in zijn eigenlijke wezenskern steeds sterker en sterker maken en hij zal overwinnen, wat erfelijke belasting is, want het geestelijke is, als het op de goede manier aanwezig is, in staat het lichamelijke te compenseren.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 116 – Der Christus-Impuls und die Entwickelung des Ich-Bewußtseins – Berlijn, 22 december 1909 (bladzijde 54)

Eerder geplaatst op 13 november 2017  (4 reacties)

798x1200

Rode wijn, een zeer eigenaardig medisch voorschrift

Het is nu al lang geleden, dat ik kinderen onderwezen heb. Maar als men vier jonge knapen van een familie vele jaren lang geschoold heeft, dan heeft men niet alleen gelegenheid deze vier kinderen gade te slaan, maar ook de kinderen van bekenden en zo meer. Men heeft altijd veel gelegenheid om wat deze of gene kinderen doen of wat met hen gedaan wordt, waar te nemen. Nu bestond er toentertijd een zeer eigenaardig medisch voorschrift, dat nu, Godzijdank, sterk aan het verminderen is: men achtte het nodig de kleine peuters, opdat ze sterk zouden worden, een glaasje rode wijn te geven, niet slechts bij een maaltijd, maar zelfs meerdere keren. Men hield dat voor iets zeer voortreffelijks. Ik kon veel kinderen gadeslaan, die zo met rode wijn grootgebracht werden en andere kinderen van wie de ouders geweigerd hadden dit te doen.

Heden zijn deze kinderen, die toen twee en een half tot vier jaar oud waren mensen die over de dertig of tegen de veertig jaar zijn. Aan de kleinen die toen voor hun versterking op rode wijn werden getrakteerd, is waar te nemen wat voor onrustige, nerveuze mensen zij geworden zijn. Ze onderscheiden zich zeer duidelijk van degenen die niet rode wijn hebben gedronken als kind. Men moet dus al bijna een kwarteeuw in aanmerking nemen om dat te kunnen observeren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Mission der neuen GeistesoffenbarungWiesbaden, 7. januari 1911 (bladzijde 33)

Eerder geplaatst op 22 juli 2013