Over waarneming van het karma van een mens

Als men op het karma van een mens wil komen, moet men hem niet op zijn beroep, niet op zijn sociale omstandigheden en niet op zijn kunnen of niet-kunnen bekijken, maar men moet diep in zijn ziel gaan, in de eigenschappen, in de vermogens die uiteindelijk in principe in elk beroep tot uitdrukking kunnen komen. Want men moet immers zien naar wat de mens in een vorig aardeleven was. […] 

Men moet er mee beginnen al het uiterlijke te doorzien en naar het innerlijk te kijken, het zuiver menselijke, dat waardoor de mens innerlijk mens, individueel geaard mens is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 346 – Vorträge und Kurse über christlich-religiöses Wirken: V – Dornach, 9 september 1924 (bladzijde 79)

Eerder geplaatst op 23 juni 2016  (7 reacties)

Pedagogie / Lesstof / Geheugen / Vermogens  

Het moet ons duidelijk zijn dat wij de lesstof hoofdzakelijk ertoe gebruiken om de wils-, gevoels- en denkvaardigheden van het kind te vormen, dat het ons er veel minder op aankomt wat het kind in zijn geheugen behoudt, dan dat het kind zijn geestelijk-psychische vermogens ontwikkelt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 295 – ERZIEHUNGSKUNST – Seminarbesprechungen und Lehrplanvorträge – Stuttgart, 23 augustus 1919 (bladzijde 38-39)

Eerder geplaatst op 2 september 2015

Catastrofale tijd

Ik wees erop (in de voordracht van 19 februari in Amsterdam), dat deze bovenzinnelijke inzichten slechts bereikt kunnen worden doordat de mens bepaalde in zijn ziel in aanleg aanwezige vermogens tot ontwikkeling brengt. Van deze vermogens wil men tegenwoordig in brede kringen van onze beschaafde mensheid echter nog niets weten. Maar juist hierop, dat men van deze vaardigheden niets wil weten, berust het voor ieder bemerkbare catastrofale van onze tijd.

Bron: Rudolf Steiner – GA 297a – Erziehung zum Leben – Amsterdam, 28 februari 1921 (bladzijde 45)

Eerder geplaatst op 5 augustus 2014

Belevenissen zetten zich om in vermogens, vaardigheden en talenten

De wijze waarop de ervaringen hier op aarde verwerkt worden, is zodanig dat slechts een zeer gering deel uit deze ervaringen meegenomen wordt; uit iedere gebeurtenis zou men veel meer kunnen halen. Denk bijvoorbeeld eens aan hoe men schrijven geleerd heeft. Dat ging gepaard met een verscheidenheid aan ervaringen. Deze belevenissen ballen zich als het ware tot een enkel vermogen samen, de vaardigheid van het schrijven. Wat zich eerst uiterlijk in de wereld heeft afgespeeld, verandert in een vaardigheid. In alle ervaringen is een dergelijke mogelijkheid, een dergelijke gelegenheid besloten: ze kunnen zich later in bekwaamheden, talenten omzetten.

Na de dood vindt een dergelijke omzetting plaats. Als de mens dan weer geboren wordt, verschijnt dan veel als talent, als aanleg. Dat is in het devachan het basisgevoel: dat alle belevenissen zich transformeren tot vermogens, bekwaamheden. Dat geeft het gevoel van gelukzaligheid. Een stroom van geluk doortrekt dan de mensen. Al het creëren (Duits: hervorbringen) voelt een wezen als gelukzaligheid. De verhoudingen die zich in de wereld gesponnen hebben, zijn in het devachan veel intensiever dan hier op aarde. De beperkingen van ruimte en tijd vallen weg. Men kan in deze wereld in feite in andere mensen opgaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn, 22 oktober 1906 (bladzijde 182-183)

Eerder geplaatst op 22 maart 2014

Kunstzinnig voelen/Geestelijke vermogens

Kunstzinnig voelen gepaard aan een stille, ingetogen natuur, kan de beste voorwaarde genoemd worden voor de ontwikkeling der geestelijke vermogens. Met dit voelen toch dringt men door het oppervlak der dingen tot in de geheimen van hun wezen door.

Bron: Rudolf Steiner – GA 10 – Wie erlangt man Erkenntnisse der höheren Welten (bladzijde 47)

Vertaling overgenomen uit: Hoe verkrijgt men bewustzijn op hogere gebieden? – Vierde druk – Uitgeverij Vrij Geestesleven Zeist (bladzijde 40)