Dit gevoel is de hoofdzaak

Wat is het beste dat we kunnen winnen door onze spirituele verdieping? Men zou zich kunnen voorstellen dat er onder u een mensenziel zou zijn, die na een voordracht de deur uitgaat en dan tegen zichzelf zou zeggen: Nu ben ik eigenlijk alles van a tot z vergeten. Dat zou een extreem geval zijn, het zou het meest radicale geval zijn. Dat, mijn beste vrienden, zou nog niet eens de grootste schade zijn. Want ik zou me goed kunnen voorstellen, dat zo iemand desondanks een gevoel, een gemoedsaandoening meedraagt, dat het resultaat is van wat hij hier gehoord heeft, hoewel hij dan ook alles vergeten is.

En dit gevoel is de hoofdzaak. Wat wij in ons gemoed beleven, dat is het belangrijkste. […] Wanneer alles wat spirituele kennis kan zijn, aan de verbetering van onze ziel bijdraagt, dan hebben we het juiste gewonnen. En zelfs als door het op de juiste wijze opnemen van de geesteswetenschap, de mens vaardig wordt om slechts iets meer van zijn medemensen te begrijpen, dan heeft zij haar werk gedaan. Want geesteswetenschap is leven, rechtstreeks leven (Duits: unmittelbares Leben). Weerlegd of bewezen wordt ze niet door logische discussies. Zij wordt door het leven bewezen en op waarde geschat. En ze zal zich vestigen (Duits: sich bewähren) doordat ze mensen vinden kan bij wie ze tot de zielen toegang vindt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Hannover, 18 november 1912 (bladzijde 59)

Eerder geplaatst op 22 december 2016   (3 reacties)

Vergeten

Er is geen mens die de ervaringen, waarvan de onderzoeker van de geestelijke wereld spreekt, niet in volle werkelijkheid heeft gehad. En als nu de ingewijde van de geestelijke wereld deze vooralsnog onbekende feiten in woorden kleedt, dan doet hij werkelijk niet een beroep op iets wat de mensen geheel onbekend is, maar hij doet een beroep op wat ieder mens vóór zijn aardse leven doorgemaakt, ervaren heeft.

En het is in werkelijkheid niets anders dan een oproepen van kosmische herinneringen, waaraan de onderzoeker van de hogere werelden appelleert. Alles, waarover de onderzoeker van de spirituele werelden spreekt, is in u allen, zit in uw zielen. Alleen is het bij de overgang van het vooraardse leven naar het aardse leven vergeten. En men doet als onderzoeker van de geestelijke werelden in feite niets anders dan dit: men herinnert de mens aan iets, dat hij vergeten is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 227 – Initiations-Erkenntnis – Penmaenmawr, 21 augustus 1923 (bladzijde 82)

Wat men voor het examen geleerd heeft, is snel weer vergeten

Als degenen die leraar of opvoeder willen worden vandaag de dag geëxamineerd worden, dan kijkt men vooral naar wat ze aan kennis verworven hebben, wat eigenlijk zeer onnodig is, dat ze zich dat verwerven moesten. Want ze zouden wat ze voor het lesgeven nodig hebben, wanneer ze zich voorbereiden,  altijd in een geschikt compendium kunnen nalezen. Wat men voor het examen geleerd heeft, dat is nadien immers toch snel weer vergeten.

Dat is het beste te zien als men zich herinnert hoe ons universiteitsleven zich afspeelt. – Ik moest eens examen doen. Toen werd op de afgesproken datum de betreffende professor ziek. Ik kwam bij de assistent en die zei tegen mij: ‘Ja, de professor is ziek, en het zal nog wel acht dagen duren; ik kan me voorstellen dat u in deze hoogzwangere toestand rondlopen moet en over acht dagen alles weer vergeten bent, maar het is niet anders!’ – Men rekent er dus in feite al op dat wat men bij het examen moet laten zien al heel snel vergeten is. Het is gewoon een komedie in het leven.

Waar het echter op aankomt, zal moeten zijn dat men er naar kijkt wat voor een mens het is die men op de jeugd loslaat. Het gaat er om in ieder naar de mens te zien, niet alleen naar wat hij in het mechanisme van zijn denkleven gestampt heeft. Op de werkelijke mens komt het aan, dat deze in staat is die mysterieuze verhouding met de jeugd te scheppen, die nodig is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – ANTHROPOSOPHISCHE LEBENSGABEN – Berlijn, 2 april 1918 (bladzijde 198-199)

Eerder geplaatst op 11 juni 2017

Wat men voor het examen geleerd heeft, is snel weer vergeten

Als degenen die leraar of opvoeder willen worden vandaag de dag geëxamineerd worden, dan kijkt men vooral naar wat ze aan kennis verworven hebben, wat eigenlijk zeer onnodig is, dat ze zich dat verwerven moesten. Want ze zouden wat ze voor het lesgeven nodig hebben, wanneer ze zich voorbereiden,  altijd in een geschikt compendium kunnen nalezen. Wat men voor het examen geleerd heeft, dat is nadien immers toch snel weer vergeten.

Dat is het beste te zien als men zich herinnert hoe ons universiteitsleven zich afspeelt. – Ik moest eens examen doen. Toen werd op de afgesproken datum de betreffende professor ziek. Ik kwam bij de assistent en die zei tegen mij: ‘Ja, de professor is ziek, en het zal nog wel acht dagen duren; ik kan me voorstellen dat u in deze hoogzwangere toestand rondlopen moet en over acht dagen alles weer vergeten bent, maar het is niet anders!’ – Men rekent er dus in feite al op dat wat men bij het examen moet laten zien al heel snel vergeten is. Het is gewoon een komedie in het leven.

Waar het echter op aankomt, zal moeten zijn dat men er naar kijkt wat voor een mens het is die men op de jeugd loslaat. Het gaat er om in ieder naar de mens te zien, niet alleen naar wat hij in het mechanisme van zijn denkleven gestampt heeft. Op de werkelijke mens komt het aan, dat deze in staat is die mysterieuze verhouding met de jeugd te scheppen, die nodig is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 181 – ANTHROPOSOPHISCHE LEBENSGABEN – Berlijn, 2 april 1918 (bladzijde 198-199)

Dit gevoel is de hoofdzaak

Wat is het beste dat we kunnen winnen door onze spirituele verdieping? Men zou zich kunnen voorstellen dat er onder u een mensenziel zou zijn, die na een voordracht de deur uitgaat en dan tegen zichzelf zou zeggen: Nu ben ik eigenlijk alles van a tot z vergeten. Dat zou een extreem geval zijn, het zou het meest radicale geval zijn. Dat, mijn beste vrienden, zou nog niet eens de grootste schade zijn. Want ik zou me goed kunnen voorstellen, dat zo iemand desondanks een gevoel, een gemoedsaandoening meedraagt, dat het resultaat is van wat hij hier gehoord heeft, hoewel hij dan ook alles vergeten is.

En dit gevoel is de hoofdzaak. Wat wij in ons gemoed beleven, dat is het belangrijkste. […] Wanneer alles wat spirituele kennis kan zijn, aan de verbetering van onze ziel bijdraagt, dan hebben we het juiste gewonnen. En zelfs als door het op de juiste wijze opnemen van de geesteswetenschap, de mens vaardig wordt om slechts iets meer van zijn medemensen te begrijpen, dan heeft zij haar werk gedaan. Want geesteswetenschap is leven, rechtstreeks leven (Duits: unmittelbares Leben). Weerlegd of bewezen wordt ze niet door logische discussies. Zij wordt door het leven bewezen en op waarde geschat. En ze zal zich vestigen (Duits: sich bewähren) doordat ze mensen vinden kan bij wie ze tot de zielen toegang vindt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Hannover, 18 november 1912 (bladzijde 59)

Eerder geplaatst op 12 november 2015