Bestaat toeval? (2 van 2)

De fout die hier gemaakt wordt, is dat velen zich de karmische samenhangen te eenvoudig voorstellen. Ze gaan er bijvoorbeeld vanuit: als deze mens door een vallende dakpan beschadigd wordt, dan moet hij deze beschadiging karmisch verdiend hebben. Dit is echter beslist niet noodzakelijk. In het leven van ieder mens treden voortdurend gebeurtenissen op die met zijn verdienste of zijn schuld in het verleden helemaal niets te maken hebben.

Dergelijke gebeurtenissen vinden hun karmische vereffening in de toekomst. Wat mij nu onschuldig overkomt, daarvoor word ik in de toekomst gecompenseerd. Dit ene is juist: niets blijft zonder karmische compensatie. Of echter een belevenis van een mens het gevolg is van zijn karmische verleden of de oorzaak van een karmische toekomst is: dat moet afzonderlijk vastgesteld worden. En dat kan niet met het aan de fysieke wereld gewende verstand, maar alleen door de occulte ervaring en waarneming beslist worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 34 – LUCIFER- GNOSIS 1903-1908/ GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE – juli 1904 (bladzijde 363)

Eerder geplaatst op 29 oktober 2017  (1 reactie)

4056169-1585145451657-66dcddf183a61

Vreugde en geluk is geen verdienste, maar een genade

Vreugde en geluk worden ons geschonken als een genade. De mens die in zijn karma vreugde en plezier opvat als wilden de goden hem onderscheiden en hem verheffen boven alle anderen, die zal het tegenovergestelde bereiken. We mogen het in geen geval zo opvatten alsof het ons toebedeeld zou worden met de bedoeling om ons als bevoorrecht boven anderen te houden. We moeten het zo opvatten dat de vreugden aan ons toebedeeld worden als een aanleiding om het als een genade van goddelijk-geestelijke wezens te voelen.

Dus dit gevoel in onszelf dat het een genade is, dat betekent een stap voorwaarts, het andere zou ons wezenlijk terugwerpen in onze ontwikkeling. De mens moet niet geloven dat hij tot lust en vreugde kan komen door bijzondere voorrechten van zijn karma, maar hij moet bedenken dat hij slechts daartoe kan komen doordat hij geen verdiensten heeft.

We moeten vooral juist dan werken van barmhartigheid doen, wat we dan beter kunnen doen dan wanneer we leed en pijn ondergaan. De aanwijzing dat we ons de genade waardig zouden moeten maken, dat is het wat ons vooruit brengt. De mening van vele mensen dat degene die van vreugde vervuld en rijk is dat zou hebben verdiend, is dus niet gerechtvaardigd; dat moet juist vermeden worden. Ik verzoek u dit als een aanduiding te nemen, waardoor een misverstand vermeden kan worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Wenen, 9 februari 1912 (bladzijde 260-261)

Eerder geplaatst op 25 december 2016

Bestaat toeval? (2 – slot)

De fout die hier gemaakt wordt, is dat velen zich de karmische samenhangen te eenvoudig voorstellen. Ze gaan er bijvoorbeeld vanuit: als deze mens door een vallende dakpan beschadigd wordt, dan moet hij deze beschadiging karmisch verdiend hebben. Dit is echter beslist niet noodzakelijk. In het leven van ieder mens treden voortdurend gebeurtenissen op die met zijn verdienste of zijn schuld in het verleden helemaal niets te maken hebben. Dergelijke gebeurtenissen vinden hun karmische vereffening in de toekomst. Wat mij nu onschuldig overkomt, daarvoor word ik in de toekomst gecompenseerd. Dit ene is juist: niets blijft zonder karmische compensatie. Of echter een belevenis van een mens het gevolg is van zijn karmische verleden of de oorzaak van een karmische toekomst is: dat moet afzonderlijk vastgesteld worden. En dat kan niet met het aan de fysieke wereld gewende verstand, maar alleen door de occulte ervaring en waarneming beslist worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 34 – LUCIFER- GNOSIS 1903-1908/GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE – juli 1904 (bladzijde 363)

Eerder geplaatst op 22 januari 2017 

Vreugde en geluk is geen verdienste, maar een genade

Vreugde en geluk worden ons geschonken als een genade. De mens die in zijn karma vreugde en plezier opvat als wilden de goden hem onderscheiden en hem verheffen boven alle anderen, die zal het tegenovergestelde bereiken. We mogen het in geen geval zo opvatten alsof het ons toebedeeld zou worden met de bedoeling om ons als bevoorrecht boven anderen te houden. We moeten het zo opvatten dat de vreugden aan ons toebedeeld worden als een aanleiding om het als een genade van goddelijk-geestelijke wezens te voelen.

Dus dit gevoel in onszelf dat het een genade is, dat betekent een stap voorwaarts, het andere zou ons wezenlijk terugwerpen in onze ontwikkeling. De mens moet niet geloven dat hij tot lust en vreugde kan komen door bijzondere voorrechten van zijn karma, maar hij moet bedenken dat hij slechts daartoe kan komen doordat hij geen verdiensten heeft.

We moeten vooral juist dan werken van barmhartigheid doen, wat we dan beter kunnen doen dan wanneer we leed en pijn ondergaan. De aanwijzing dat we ons de genade waardig zouden moeten maken, dat is het wat ons vooruit brengt. De mening van vele mensen dat degene die van vreugde vervuld en rijk is, dat zou hebben verdiend, is dus niet gerechtvaardigd; dat moet juist vermeden worden. Ik verzoek u dit als een aanduiding te nemen, waardoor een misverstand vermeden kan worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Wenen, 9 februari 1912 (bladzijde 260-261)

Karma is geen kwestie van eigen schuld, dikke bult

In het leven van ieder mens treden voortdurend gebeurtenissen op die met zijn verdienste of schuld in het verleden niets te maken hebben. Zulke gebeurtenissen vinden hun karmische compensatie (Duits: Ausgleich) in de toekomst. Wat mij nu schuldeloos treft, daarvoor zal ik in de toekomst schadeloos worden gesteld. Dit ene is juist: niets blijft zonder karmische vereffening. Of echter een belevenis van de mens de werking van zijn karmisch verleden of de oorzaak van een toekomstig karma is: dat moet in elk afzonderlijk geval vastgesteld worden. En dat kan niet door het aan de fysieke wereld gewende verstand, maar uitsluitend door de occulte ervaring en waarneming worden beslist.

Bron: Rudolf Steiner – GA 34 – LUCIFER- GNOSIS – juli 1904 (bladzijde 363)

Zie ook: Karma/Ziekte/Gezondheid