Vrees en verachting voor spiritueel inzicht  

De mens, vooral in Midden-Europa, is eigenlijk tegenwoordig zo gestemd dat hij kennis van de geestelijke wereld ofwel vreest ofwel veracht. Beide zijn immers innerlijk verwant. Maar juist deze angst voor de geestelijke wereld en deze verachting voor inzicht in de geestelijke wereld, hangen samen met de uiterst moeilijke toestand, waarin Midden-Europa is gekomen en waarin het nog verder zal komen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 192 – Geisteswissenschaftliche Behandlung sozialer und pädagogischer Fragen – Stuttgart, 20 juli 1919 (bladzijde 299)

Eerder geplaatst op 17 maart 2015 (1 reactie)

Vrees en verachting voor spiritueel inzicht

De mens, vooral in Midden-Europa, is eigenlijk tegenwoordig zo gestemd, dat hij kennis van de geestelijke wereld ofwel vreest ofwel veracht. Beide zijn immers innerlijk verwant. Maar juist deze angst voor de geestelijke wereld en deze verachting voor inzicht in de geestelijke wereld, hangen samen met de uiterst moeilijke toestand, waarin Midden-Europa is gekomen en waarin het nog verder zal komen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 192 – Geisteswissenschaftliche Behandlung sozialer und pädagogischer Fragen – Stuttgart, 20 juli 1919 (bladzijde 299)

Eerder geplaatst op 16 mei 2013

Vrees en verachting voor spiritueel inzicht

De mens, vooral in Midden-Europa, is eigenlijk tegenwoordig zo gestemd, dat hij kennis van de geestelijke wereld ofwel vreest ofwel veracht. Beide zijn immers innerlijk verwant. Maar juist deze angst voor de geestelijke wereld en deze verachting voor inzicht in de geestelijke wereld, hangen samen met de uiterst moeilijke toestand, waarin Midden-Europa is gekomen en waarin het nog verder zal komen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 192 – Geisteswissenschaftliche Behandlung sozialer und pädagogischer Fragen – Stuttgart 20 juli 1919 (bladzijde 299)

Rudolf Steiner – Hier in de fysiek-zintuiglijke wereld is de vervolmakingplaats (3 – slot)

Zoals in het lichaam van de moeder de mens wordt voorbereid, zo wordt in het leven op “moeder aarde” voorbereid, wat ons vaardig moet maken om waar te nemen en te handelen in de hogere werelden. Het is daarom volkomen gerechtvaardigd om van een hogere wereld te spreken en die hoger te schatten dan onze lagere wereld. Maar wij moeten deze uitdrukking slechts in technische zin nemen. Alle werelden zijn in wezen gelijkberechtigde verschijningsvormen van de hoogste principes. We behoren naar geen enkele wereld te kijken alsof wij die verachten. Zo komen wij ertoe ons in juiste zin tot zowel de lagere als de hogere werelden te verhouden.

Bron: GA 094 – Berlijn, 5 maart 1906 (bladzijde 212-213)